Most Macho in Amsterdam
Hiva Oa en Critici
Brelnieuws
Brels Amsterdam

CHANSONS

Amsterdam
Niet Ne me quitte pas maar Amsterdam is meest gedraaide Brel-nummer Amsterdam, Op 16 en 17 oktober 1964 wordt het optreden van Jacques Brel in de Olympia opgenomen en verschijnt Amsterdam op het 25 cm album 80.243. Van Amsterdam zal nooit in een studio-versie worden opgenomen.

2003 Brel bij MokumTV

In de biografie "Jacques Brel" van Mohamed el-Fers kon ik de volgende beschrijvingen van televisieoptredens van Brel traceren:

BREL 10 ANS APRES

1. BREL 10 ANS APRES
2. UN CRI deel 1 tv5

OLYMPIA 1966

1. UN CRI deel 2 tv5
2. LES ADIEUX DE BREL A L'OLYMPIA 1966
3. HOMMAGE van François Bardet, Helga Duschek, André Maillard, Joroslav Pojar en Alain Sudan, uitgezonden door tv5 met vliegtuig en fragmenr uit 2.01 L'Homme de la Mancha fragment "La Quête" van de INA en interview tv Suisse Romande (copyright 1989 TSR) 3.10
3. UN CRI /1nl ondertiteld, begint met Mon Enfance, Enfance, Les Bigottes, tot Juliette Gréco.

BREL 61

1. UN CRI /2nl ondertiteld, begint met Juliette Gréco.
2. LIESBETH LIST Laat me niet alleen (in AVRO's t'was stil op straat) enigzins overstuurd geluid in harde delen. Daarna List heel kort over haar ontmoeting met Jacques Brel.
3. LIESBETH LIST over BREL en Brel met uit 1961 Ne me quitte pas, La valse mille temps, Marieke. Daarna List over het filmpje met Hugo Claus. Tenslotte einde Qand on que l'amour met brekende gitaar.
4. DE REGENWEGEN VAN BREL Een gezamelijke KRO/BRT productie. Er is flink in de bus geblazen, maar er was blijkbaar geen geld over voor de ondertitel;ing van de chansons. Begint met J'arrive, gevolgd door de aanklacht tegen Brel door Bart van der Moere van de Vlamingen voor Les F. op zijn laatste plaat. verder soms oebollige opvulliongen waar beeldmateriaal van Brel ontbreekt. Clipachtige dingetjes met balletdanseresje bij Sur la Place. Fragmentjes als intro van Brel gaan over in List met Rosa. Ces gens-là door Raymond van het Groenewoud. Les Flamand met foto's daarna heel kort optreden fragmentje verder weer foto's. Heel artistiekerig, maar we zagen liever Brel. 33.10 Brel met Kurd. Margriet Eshuys met Mijn vader zei. Ramses Shaffy met Mathilde voor 42.40, 57.10 Fanette. fragmentje en dan gedicht voorgedragen. 59.40 Ne me quitte pas met onderbrekende storing aan eind. Herman van Veen over Brel en zijn muziek bij een later ontdekt Brel-gedicht Het Gulden Vlies. 1:08.03 einde met Herman

REGENWEG
1. Vervolg De Regenwegen van Brel, opnieuw Herman van Veen's Gulden vlies
2. Amsterdam 1962, aankondigin Willegenburg AVRO Jacques Brel. Begint met Ne me wuitte pas met uitgeknipte foto's. daarna alles ondertiteld.

QUAND
1. Quand on n'a que l'amour, un récital intime, geweldig ondertitelt, BRT 2 met 1.40 Voir, Quand on n'a que l'amour, 7.03 Rendevous avec Jacques Brel. zingt over Amsterdam in Je ne sais pas, 10.13 La Fanette. 13.45 On n'oublie rien 17.00 Les bonbons 20.40 in het Hollands Marieke 23.10 Le plat pays prachtig vertaald. 26 Jef, Madeleine, Ces gens-là, Jacky, les vieux, Les bonbons 67, Amsterdam, Ne me quitte pas, Le cheval, Mon enfance, Fils de..., la Quête.

 

 

   
 

BREL ONDERTITELING BIJ MOKUMTV

l'année Brel 2003 a commencé à MokumTV d'Amsterdam scheef Le Monde: Het Brel-jaar 2003 begon als eerste bij MokumTV in Amsterdam, en wel in de nacht van 31 december naar 1 januari 2003. Brussel en Parijs hadden het nakijken. Op deze site onder meer de teksten van de interviews en vertalingen van de liedjes die tijdens de speciale MokumTV-uitzendingen in Brel-jaar 2003 in Amsterdam markeerde, maar ook die in een van de MokumTV specials ter gelegenheid van het 700 jarig bestaan van de stad Amsterdam in 2006 (Brel's Amsterdam) voorkwamen. Brel zong voor zijn 'Dans le Port d'Amsterdam' al eerder over Amsterdam zin het uit 1958 stammende Je ne sais pas. We zien hem in een uitzending van 17 september 1960.

Je ne sais pas

Je ne sais pas pourquoi la pluie
Quitte là-haut ses oripeaux
Que sont les lourds nuages gris
Pour se coucher sur nos coteaux
Je ne sais pas pourquoi le vent
S'amuse dans les matins clairs
A colporter les rires d'enfants
Carillons frêles de l'hiver
Je ne sais rien de tout cela
Mais je sais que je t'aime encor'

Je ne sais pas pourquoi la route
Qui me pousse vers la cité
A l'odeur froide des déroutes
De peuplier en peuplier
Je ne sais pas pourquoi le voile
Du brouillard glacé qui m'escorte
Me fait penser aux cathédrales
Où l'on prie pour les amours mortes
Je ne sais rien de tout cela
Mais je sais que je t'aime encor'

Je ne sais pas pourquoi la ville
M'ouvre ses remparts de faubourgs
Pour me laisser glisser fragile
Sous la pluie parmi ses amours
Je ne sais pas pourquoi ces gens
Pour mieux célébrer ma défaite
Pour mieux suivre l'enterrement
Ont le nez collé aux fenêtres
Je ne sais rien de tout cela
Mais je sais que je t'aime encor'

Je ne sais pas pourquoi ces rues
S'ouvrent devant moi une à une
Vierges et froides froides et nues
Rien que mes pas et pas de lune
Je ne sais pas pourquoi la nuit
Jouant de moi comme guitare
M'a forcé à venir ici
Pour pleurer devant cette gare
Je ne sais rien de tout cela
Mais je sais que je t'aime encor'

Je ne sais pas à quelle heure part
Ce triste train pour Amsterdam
Qu'un couple doit prendre ce soir
Un couple dont tu es la femme
Et je ne sais pas pour quel port
Part d'Amsterdam ce grand navire
Qui brise mon cœur et mon corps
Notre amour et mon avenir
Je ne sais rien de tout cela
Mais je sais que je t'aime encor'
Mais je sais que je t'aime encor'

Ik weet niet

Ik weet niet waarom de regen
Van boven de dakpannen komt
Waar zware grijze wolken
over onze nederzettingen liggen
Ik weet niet waarom de wind
zich amuseert in de heldere ochtenden
En de lach van de kinderen
en het frêle klokkenspel van de winter draagt
Van dat alles weet ik niets
Maar ik weet dat ik nog steeds van je hou

Ik weet niet waarom de weg
me naar de steden duwt
Met de koude geur van wortelschietende
populier in populier
Ik weet niet waarom de sluier
van bevroren mist die mij volgt
Me aan kathedralen doet denken
Waar voor de doden wordt gebeden
Van dat alles weet ik niets
Maar ik weet dat ik nog steeds van je hou

Ik weet niet waarom de stad de muren
van de buitenwijken voor me open doet
Om me er breekbaar te laten inglippen
In de regen temidden van de geliefden
Ik weet niet waarom deze mensen
Voor bestwil mijn ondergang vieren
Voor bestwil de begravenisstoet volgen
Met hun neuzen tegen de ramen gedrukt
Van dat alles weet ik niets
Maar ik weet dat ik nog steeds van je hou

Ik weet niet waarom deze straten
zich één voor één voor me openen
Maagdelijk koud en koud en naakt
Met niets dan mijn stappen zonder maan
Ik weet niet waarom de nacht
met me speelt als een gitaar
Me dwingt om hier te komen
Om te huilen voor dit station
Van dat alles weet ik niets
Maar ik weet dat ik nog steeds van je hou

Ik weet niet hoe laat die
treurige trein naar Amsterdam vertrekt
Dat een paar dat vanavond neemt
Een paar waarvan jij de vrouw bent
En ik weet niet vanuit welke haven
van Amsterdam het grote schip vertrekt
Dat mijn hart en mijn lichaam breekt
Onze liefde en mijn toekomst
Van dat alles weet ik niets
Maar ik weet dat ik nog steeds van je hou
Maar ik weet dat ik nog steeds van je hou

INTERVIEW

Koop deze biografie nu on-line: klik op het plaatje!VRAAG: De onderwerpen van uw chansons zijn van oorsprong Belgisch. Maar later leefde u het Franse leven. Was dat niet moeilijk te leven in twee verschillende culturen?
BREL: Nee, geen probleem. Het ingewikkelde is dat het persoonlijk niets met België van doen heeft. Ik denk aan mijn jeugd en die van de hele wereld. Ik had net zo goed op Sicilië of in Marokko geboren kunnen worden. Dan zou mijn jeugd gesitueerd zijn geweest in Marokko. Maar meer nog dan over Marokko zou ik het over mijn jeugd hebben. Met een wisselend decor. Maar ik geloof dat je in je latere leven overal kan wonen. Waar je vandaan komt is minder belangrijk. Maar mijn jeugd bracht ik daar door.

Mon Enfance
Helemaal toegespitst op zijn eigen familiale situatie in zijn jeugd. Zijn dromen systematisch de kop ingedrukt. Bidden haalde niets uit: toutes les nuits agenouillé pour rien.

Met angst en beven bezag hij zijn toekomst: karton fabriceren voor de aangetrouwde neven. Hij wilde zijn gitaar pakken en de trein nemen naar Parijs. Brel : "Je crois que toute la vie se décide au moment où pour la première fois un être doué de raison se demande si ce sont les adultes qui sont cons ou si c'est lui qui se trompe, et, effectivement, étant donné l'attitude des rares adultes qu'il peut côtoyer à ce moment-là de cette attitude-là dépend la réponse qui est définitive pour l'enfant. "

Uit een interview met Jacques Chancel van France Inter naar aanleiding van het verschijnen van Brels speelfilm Far West: "De Far West die hem is afgepakt in zijn jeugd door die nonkels Vanneste, zoals hij zingt in Mon enfance."

MON ENFANCE

Mon enfance passa
De grisailles en silence
De fausses révérences
En manque de batailles
L'hiver j'étais au ventre
De la grande maison
Qui avait jeté l'ancre
Au nord parmi les joncs
L'été à moitié nu
Mais tout à fait modeste
Je devenais indien
Pourtant déjà certain
Que mes oncles repus
M'avaient volé le Far West

Mon enfance passa
Les femmes aux cuisines
Où je rêvais de Chine
Vieillissaient en repas
Les hommes au fromage
S'enveloppaient de tabac
Flamands taiseux et sages
Et ne me savaient pas
Moi qui toutes les nuits
Agenouillé pour rien
Arpégeais mon chagrin
Au pied du trop grand lit
Je voulais prendre un train
Que je n'ai jamais pris

Mon enfance passa
De servante en servante
Je m'étonnais déjà
Qu'elles ne fussent point plantes
Je m'étonnais encore
De ces ronds de famille
Flânant de mort en mort
Et que le deuil habille
Je m'étonnais surtout
D'être de ce troupeau
Qui m'apprenait à pleurer
Que je connaissais trop
J'avais l'oeil du berger
Mais le coeur de l'agneau

Et mon enfance éclata
Ce fut l'adolescence
Et le mur du silence
Un matin se brisa
Ce fut la première fleur
Et la première fille
La première gentille
Et la première peur
Je voulais je le jure
Je jure que je volais
Mon coeur ouvrait les bras
Je n'étais plus barbare

Et la guerre arriva

Et nous voilà ce soir

MIJN JEUGD

mijn jeugd ging voorbij
van trieste eentonigheid in stilte
in valse beleefdheid
die confrontatie schuwt
's winters zat ik in de buik
van het grote huis
dat 't anker had uitgeworpen
in 't Noorden, tussen 't riet
's zomers liep ik half naakt rond
maar zo, dat niemand iets van me merkte
dan werd ik een indiaan
maar ik wist al van te voren
dat mijn volgevreten ooms
me van mijn Wilde Westen zouden beroven

mijn jeugd ging voorbij
bij de vrouwen in de keuken
waar ik droomde van China
terwijl zij vergrijsden boven hun fornuis
de mannen bij de kaas
hulden zich in rookwolken
zwijgzame wijze Vlamingen
die niets wisten van mij
ik die elke nacht
neerknielde voor niets
en mijn verdriet stileerde
bij een veel te groot bed
ik wilde een trein nemen
die ik nooit genomen heb

mijn jeugd ging voorbij
van dienstmeisje naar dienstmeisje
en toen al was ik verwonderd
dat 't geen planten waren
zoals ik verbijsterd was
over die familiebijeenkomsten
die van dode naar dode slenteren
gekleed in deftige rouw
en bovenal was ik verbaasd
dat ik ook bij die kudde hoorde
die me leerde huilen
en die ik al te goed kende
ik had 't oog van de herder
maar het hart van 'n lam

mijn jeugd barstte open
ik werd een jonge man
en de muur van stilte
brak op een morgen
toen kwam de eerste bloem
en 't eerste meisje
de eerste voor wie m'n hart klopte
en de eerste angst
ik had vleugels, dat zweer ik
ik zweer dat ik vloog
mijn hart ging wijd open
ik was niet langer 'n barbaar

en toen brak de oorlog uit

en werd het avond

VESOUL (live tv-studio versie, afwijkend van plaatopname)

Mais je te préviens
Le voyage est fini
D'ailleurs j'ai horreur
De tous les flons flons
De la valse musette
Et de l'accordéon

T'as voulu voir Paris
Et on a vu Paris
T'as voulu voir Dutronc
Et on a vu Dutronc
J'ai voulu voir ta sœur
J'ai vu le mont Valérien
T'as voulu voir Hortense
Elle était dans l'Cantal
J'ai voulu voir Byzance
Et on a vu Pigalle
à la gare Saint-Lazare
J'ai vu les Fleurs du Mal
Par hasard

T'as plus aimé Paris
Et on a quité Paris
T'as plus aimé Dutronc
Et on a quitté Dutronc
Maintenant je confonds ta sœur
Et le mont Valérien
De ce que je sais d'Hortense
J'irai plus dans l'Cantal
Et tant pis pour Byzance
Puisque j'ai vu Pigalle
Et la gare Saint-Lazare
C'est cher et ça fait mal
Au hasard

Mais je te le redis (chauffe chauffe)
Je n'irai pas plus loin
Mais je te préviens kaï kaï
Le voyage est fini
D'ailleurs j'ai horreur
De tous les flons flons
De la valse musette
Et de l'accordéon (chauffe Marcel, chauffe)

T'as voulu voir Vierzon
Et on a vu Vierzon
T'as voulu voir Vesoul
Et on on a vu Vesoul
T'as voulu voir Honfleur
Et on a vu Honfleur
T'as voulu voir Hambourg
Et on a vu Hambourg
J'ai voulu voir Anvers
Et on a revu Hambourg
J'ai voulu voir ta sœur
Et on a vu ta mère
Comme toujours.

T'as plus aimé Vierzon
Et on a quitté Vierzon
T'as plus aimé Vesoul
Et on a quitté Vesoul
T'as plus aimé Honfleur
Et on a quitté Honfleur
T'as plus aimé Hambourg
Et on a quité Hambourg
T'as voulu voir Anvers
Et on n'a vu qu'ses faubourgs
Tu n'as plus aimé ta mère
Et on a quitté sa sœur
Comme toujours

Mais je te le reredis (Kaï, chauffe chauffe)
Je n'irai pas plus loin
Mais je te préviens (chauffe Marcel)
Le voyage est fini
D'ailleurs j'ai horreur
De tous les flons flons
De la valse musette
Et de l'accordéon (chauffe)

T'as voulu voir Paris
Et on a vu Paris
T'as voulu voir Dutronc
Et on a vu Dutronc
J'ai voulu voir ta sœur
J'ai vu le mont Valérien
T'as voulu voir Hortense
Elle était dans l'Cantal
J'ai voulu voir Byzance
Et on a vu Pigalle
à la gare Saint-Lazare
J'ai vu les Fleurs du Mal
Par hasard

VESOUL

maar ik heb je gewaarschuwd
de reis is voorbij
en ik walg van
al die lawaaierige akkoorden
van de musette wals
en die accordeon

je wilde Parijs zien
je zag Parijs
je wilde Dutronc zien
we zagen Dutronc
je wilde je zus zien
ik zag de Berg van Valérien
je wilde Hortense zien
ze was bij Cantal
ik wilde Byzantium zien
maar we zagen Pigalle
bij het station Saint-Lazare
zag ik Fleurs du Mal
per ongeluk

je houd niet meer van Parijs
dus vertrekken we
je hebt genoeg van Dutronc
dan verlaten we Dutronc
nu verwar ik je zus
met de Berg van Valérien
wat ik over Hortense weet
zal ik vaker naar Cantal gaan
en nog lulliger voor Byzantium
sinds ik Pigalle zag
en het Saint-Lazare station
het is duur en slecht gemaakt
toevallig

maar ik herhaal je
ik ga niet verder
ik waarschuwde je
de reis is voorbij
en ik walg van
al die lawaaierige akkoorden
van de musette wals
en die accordeon

je wilde Vierzon zien
en we zagen Vierzon
je wilde Vesoul zien
en we zagen Vesoul
je wilde Honfleur zien
en we zagen Honfleur
je wilde Hamburg zien
en we zagen Hamburg
ik wilde Antwerpen zien
we bekeken Hamburg nog maar eens
ik wilde je zus zien
en jij je moeder
zoals altijd

je hield meer van Vierzon
en we verlieten Vierzon
je hield meer van Vesoul
en we verlieten Vesoul
je hield meer van Honfleur
we vertrokken uit Honfleur
je hield meer van Hamburg
en we vertrokken uit Hamburg
je wilde Antwerpen zien
we zagen de buitenwijken
je houd niet meer van je moeder
en verlieten je zus
zoals altijd

maar ik zeg het je nog eens
ik ga niet verder meer
ik heb je gewaarschuwd
de reis is voorbij
en ik walg van
al die lawaaierige akkoorden
van de musette wals
en die accordeon

je wilde Parijs zien
je zag Parijs
je wilde Dutronc zien
we zagen Dutronc
je wilde je zus zien
ik zag de Berg van Valérien
je wilde Hortense zien
ze was bij Cantal
ik wilde Byzantium zien
maar we zagen Pigalle
bij het station Saint-Lazare
zag ik Fleurs du Mal
per ongeluk

Koop deze biografie nu on-line: klik op het plaatje!BREL: Je hebt 't nodig te weten dat je ergens vandaan komt.
Zo heb ik 'n bepaalde geur nodig.
In de gang bij mijn grootmoeder rook 't altijd naar jam.
Die geur van jam is waar ik vandaan kom.
't Maakt niet uit of die geur uit Vlaanderen of Polen komt.
Je moet weten dat je kind bent geweest en ergens vandaan komt.

Toen ik klein was droomde ik bij 't naar bed gaan altijd dat ik een soort Vasco da Gama was.
Ik heb aardig wat verknoeid om alleen maar dat te zijn.
Ik werk alleen aan mijn dromen.
M'n belangen heb ik verwaarloosd, maar mijn dromen zijn nummer één.

't Gaat niet om leren, maar om afleren.
Ik ben nu m'n jeugd aan het afleren.

VRAAG: Toen je twintig was, had je vast 'n aantal zekerheden. Wat is daar nu nog van over?
BREL: Ik wilde liefhebben en dat wil ik nog steeds.
En ik wilde 'n instrument zijn. Waarom weet ik niet.

Ze zeggen dat ik 'n telg ben van de bourgeoisie, en dat is ook zo.
Maar dat wist ik niet.
Hoe kun je dat ook weten? Ik was de zoon van m'n ouders.
Zonder mijn liedjes had ik 't nooit geweten.

De bourgeois, de burgerij, dat is voor mij 'n bepaald soort van materialisme.
't Idee dat je aan later, aan je toekomst moet denken.
Alles wat de droom en de mooie dingen in 't leven kapotmaakt.
Dat bedoel ik met 'burgerij'.
De veiligheid en 'n soort middelmatigheid van de ziel.
Ik haat dat.
't Maakt mensen oud.

LES BIGOTES

Elles vieillissent à petits pas
De petits chiens en petits chats
Les bigotes
Elles vieillissent d'autant plus vite
Qu'elles confondent l'amour et l'eau bénite
Comme toutes les bigotes

Si j'étais diable en les voyant parfois
Je crois que je me ferais châtrer
Si j'étais Dieu en les voyant prier
Je crois que je perdrais la foi
Par les bigotes

Elles processionnent à petits pas
De bénitier en bénitier
Les bigotes
Et patati et patata
Mes oreilles commencent à siffler
Les bigotes

Vêtues de noir comme Monsieur le Curé
Qui est trop bon avec les créatures
Elles s'embigotent les yeux baissés
Comme si Dieu dormait sous leurs chaussures
De bigotes

Le samedi soir après le turbin
On voit l'ouvrier parisien
Mais pas de bigotes
Car c'est au fond de leur maison
Qu'elles se préservent des garçons
Les bigotes

Qui préfèrent se ratatiner
De vêpres en vêpres de messe en messe
Toutes fières d'avoir pu conserver
Le diamant qui dort entre leurs f...s
De bigotes

Puis elles meurent à petits pas
A petit feu en petit tas
Les bigotes
Qui cimetièrent à petits pas
Au petit jour d'un petit froid
De bigotes

Et dans le ciel qui n'existe pas
Les anges font vite un paradis pour elles
Une auréole et deux bouts d'ailes
Et elles s'envolent... à petits pas
De bigotes


DE KWEZELS

ze verouderen met kleine pasjes
met hun hondjes en hun poesjes
de kwezels
des te sneller worden ze oud
omdat ze het verschil niet zien tussen liefde en wijwater - zoals alle kwezels

als ik de duivel was en ik kwam ze tegen
liet ik me castreren
als ik God was en ze zag bidden
ik geloof dat ik m'n religie verloor
door die kwezels

met kleine stapjes sukkelen ze voort
van zegen naar zegening
de kwezels
ze kwekken en kwebbelen
hun oren altijd op scherp
de kwezels

in plechtig zwart als mijnheer pastoor
die te zachtaardig is voor z'n gehoor
kijken ze zedig naar de grond
alsof God zelf tussen hun schoenen zou slapen
de kwezels

op zaterdagavond gaan hun luiken dicht tegen de boemelaars
je ziet de kwezels niet op straat
geen jongen mag door de raampjes loeren
van hun kwezel-nestjes
de kwezels

zo schrompelen ze ineen
mis na mis, vesper na vesper
de handen vroom gevouwen
over de diamant in hun kut
de kwezels

en zo nadert de dag
dat ze met trippelpasjes de dood in gaan
de kwezels
met trippelpasjes komen ze 't kerkhof op
in de kille ochtendschemering
de kwezels

en in de hemel die niet bestaat
richten de engelen snel 'n paradijs voor ze in
met 'n stralenkrans en twee vleugels
klapwiekend vliegen ze de eeuwigheid in
de kwezels

LES BONBONS

Je vous ai apporté des bonbons
Parce que les fleurs ça est périssable
Puis les bonbons c'est tellement bon
Bien que les fleurs soient plus présentables
Surtout quand elles sont en boutons
Mais je vous ai apporté des bonbons

J'espère qu'on pourra se promener
Que Madame votre mère ne dira rien
On ira voir passer les trains
A huit heures moi je vous ramènerai
Quel beau dimanche allez pour la saison
Je vous ai apporté des bonbons

Si vous saviez ce que je suis fier
De vous voir pendue à mon bras
Les gens me regardent de travers
Y en a même qui rient derrière moi
Le monde est plein de polissons
Je vous ai apporté des bonbons

Oh! oui! Germaine est moins bien que vous
Oh oui! Germaine elle est moins belle
C'est vrai que Germaine a des cheveux roux
C'est vrai que Germaine elle est cruelle
Ça vous avez mille fois raison
Je vous ai apporté des bonbons

Et nous voilà sur la grand'place
Sur le kiosque on joue Mozart
Mais dites-moi que ça est par hasard
Qu'il y a là votre ami Léon
Si vous voulez que je cède la place
J'avais apporté de bonbons...

Mais bonjour Mademoiselle Germaine
Je vous ai apporté des bonbons
Parce que les fleurs ça est périssable
Puis les bonbons c'est tellement bon
Bien que les fleurs soient plus présentables
Surtout quand elles sont en boutons
Mais je vous ai apporté des bonbons

DE BONBONS

ik heb bonbons voor u meegebracht
want bloemen, die verwelken maar
en bonbons zijn echt lekker
hoewel bloemen zich beter presenteren
vooral als ze nog in de knop zijn
toch heb ik maar bonbons voor u meegebracht

ik hoop dat we kunnen gaan wandelen
en dat mevrouw uw moeder er niks van zegt
dan gaan we naar de passerende treinen kijken
om acht uur bezorg ik u weer thuis
wat een prachtige zondag, nou ja, voor de tijd van het jaar
ik heb bonbons voor u meegebracht

als u eens wist hoe trots ik op mezelf ben
nu ik zo gearmd met u loop
de mensen kijken me schuin aan
en er zijn er die achter mijn rug lachen
de wereld is vol brutaal tuig
maar ik heb bonbons voor u meegebracht

o nee, die Germaine haalt het niet bij u
die Germaine is niet zo mooi
't is waar dat ze rood haar heeft
het is waar dat Germaine wreed is
ja dat is waar, u heeft helemaal gelijk
ik heb bonbons voor u meegebracht

en voila, daar zijn we dan op het grote plein
in de muziektent spelen ze Mozart
maar, is het wel toeval
dat daar uw vriendje Leon aankomt?
als u wilt, maak ik wel plaats
ik had bonbons voor u meegebracht

maar goedendag juffrouw Germaine
ik heb bonbons voor u meegebracht
omdat bloemen zo gauw verwelken
en bonbons echt lekker zijn
hoewel bloemen representatiever zijn
vooral als ze nog in de knop zijn
maar toch heb ik maar bonbons voor u meegebracht

Koop deze biografie nu on-line: klik op het plaatje!Ben je Belg in hart en nieren?
-Ja, dat ben ik.
Overal waar ik kom, want ik heb 't geluk dat ik veel reis, of 't nu Rusland of Amerika is, overal sta ik niet aangekondigd als Brel, de Franse maar de Vlaamse zanger.
Geweldig.
Vind je dat geen belediging?
Nee, want in al mijn interviews leg ik uit wat Vlaanderen is, want niemand kent het.

Le Plat Pays

Le Plat Pays werd geschreven met zicht op de kust van Roquebrune - Cap Martin. De subtiele schakeringen grijs in dat lied componeerde Brel in verblindend mediterraan licht, vent de l'est in felle mistral. Van de nood een deugd want juist daarom lijkt ons vlakke land ineens zo spectaculair. In tegenstelling tot de schilders Van Eyck, Frans Hals en Breugel hoeft Brel zo nodig geen bergen in zijn landschappen. De enige bergen bij Brel zijn de kathedralen en die tonen dan weer zo groot omdat de mensen hier zo klein zijn. Dat het hier zo plat is, komt doordat de luchten hier ook altijd als een deegrol overheen walsen.

Brel: "Jaime mon plat pays mais les gens sont trop petits.

De tekst van Le plat pays/Mijn vlakke land is zelfs in schoolleerplannen opgenomen. Brel ervoer dit allerminst als een bevestiging. Leg België maar eens uit aan de mensen. Brel: "Expliquez-moi la Belgique, expliquez-moi les fraises

Voor zijn vader Romain was dat simpel. België was voor hem een terrain vague waar twee minderheden elkaar voortdurend in de haren zaten in naam van culturen die ze zelf nauwelijks beheersten. Dat dubbelzinnige beeld van vaag en golvend mocht bij zoon Brel Le plat pays ontsluiten, maar hij zweeg over de mensen, die toch niet te verstaan waren zodra de strom opstak en de elementen aan het woord waren.

LE PLAT PAYS

Avec la mer du Nord pour dernier terrain vague
Et des vagues de dunes pour arrêter les vagues
Et de vagues rochers que les marées dépassent
Et qui ont à jamais le coeur à marée basse
Avec infiniment de brumes à venir
Avec le vent de l'est écoutez-le tenir
Le plat pays qui est le mien

Avec des cathédrales pour uniques montagnes
Et de noirs clochers comme mâts de cocagne
Où des diables en pierre décrochent les nuages
Avec le fil des jours pour unique voyage
Et des chemins de pluie pour unique bonsoir
Avec le vent d'ouest écoutez le vouloir
Le plat pays qui est le mien

Avec un ciel si bas qu'un canal s'est perdu
Avec un ciel si bas qu'il fait l'humilité
Avec un ciel si gris qu'un canal s'est pendu
Avec un ciel si gris qu'il faut lui pardonner
Avec le vent du nord qui vient s'écarteler
Avec le vent du nord écoutez-le craquer
Le plat pays qui est le mien

Avec de l'Italie qui descendrait l'Escaut
Avec Frida la blonde quand elle devient Margot
Quand les fils de novembre nous reviennent en mai
Quand la plaine est fumante et tremble sous juillet
Quand le vent est au rire quand le vent est au blé
Quand le vent est au sud écoutez-le chanter
Le plat pays qui est le mien.

MIJN VLAKKE LAND

Met de Noordzee als laatste vaag terrein
en vage duinen om die vaagheid te breken
vage rotsen in eindeloze getijen
die voor altijd het hart verloor aan laagtij
met onophoudelijk aanwaaiende nevel
met de oostenwind hoor je het standhouden
dat vlakke land van mij

Met kathedralen als enige bergen
en de donkere torens als vette palen
met stenen duivels die de wolken neerhalen
met de dagelijkse sleur als enige reis
en regenwegen als enige goedenavond
met de westenwind hoor je het willen
dat vlakke land van mij

met een hemel zo laag dat een kanaal er in verdwijnt
met een hemel zo laag dat hij nederig maakt
met een grijze hemel en een verloren kanaal
een hemel zo grijs dat je het 'm wel vergeeft
en de noordenwind die zich vierendeelt
met de noordenwind hoor je het kraken
dat vlakke land van me

Met een brok Italië dat de Schelde afzakt
Met Blonde Frida die daarna Margot wordt
als de zonen van november terugkeren in mei
als de velden dampen en trillen in juli
wanneer de wind lacht, wanneer de wind maalt
met de zuidenwind hoor je het zingen
dat vlakke land van mij

TUSSENSTOPS

Versnelling noch rem op stoptrein, schreeft Trouw op donderdag 22 november 2001 over 'Half Bruno half Brel'. Zo noemde Bruno Brel zijn cd met veertien liedjes, waarop hij zes chansons van Jacques Brel afwisselt met zelfgeschreven en gecomponeerd werk.

Ephimenco schreef in Trouw's De verdieping op dinsdag 20 februari 2001 ... Georges Brassens was overleden. Drie jaar na zijn vriend Jacques Brel. Te vroeg en te jong, lieve meesters. Tien jaar later kwam de dood van Serge Gainsbourg ...

Met Johan Anthierens, voor de krant De Standaard, 13 oktober 1966, in de kleedkamer van het Parijse theater l'Olympia. Een interview naar aanleiding van het lied 'La ... La ... La...', met daarin de in België gewraakte versregel 'Vive la République, merde pour les Flamingants'.

Brel: 'Eerst nog dit. Wat ik in "Les Flamandes" zing, heeft Bruegel met meer talent, indringender en duidelijker getekend en geschilderd. Bij mijn weten heeft de Vlaamse Volksbeweging Bruegel daar nooit op aangesproken.'
Wat verstaat u onder flamingant? Als je in Brussel in een winkel Nederlands spreekt, loop je kans voor flamingant te worden uitgescholden...

Brel: 'Ik zal het nog sterker formuleren. Als ik in een Brusselse zaak behoorlijk Frans spreek, loop ik kans uitgelachten te worden. Brussel is de hoofdstad van het koeterwaals. Om in te gaan op uw vraag: voor mij is een flamingant een extremist en fanaticus, iemand die aan zijn Vlaams-zijn voldoende heeft en zich afsluit van de buitenwereld. Het is een anachronistisch wezen dat zo onzeker op zijn benen staat dat hij vreest in een confrontatie met niet-Vlamingen binnen de kortste onderuit te gaan... Wij Vlamingen vormen in België een meerderheid en gedragen ons als gemarginaliseerd. Wij zetten een grote bek op om ons kleine hart te overstemmen... Als ik de flaminganten aanpak is dat omdat ik een Vlaming ben, en alle kritiek bij de zelfkritiek begint. Ik voel mij goed in mijn Vlaamse huid. Over de hele wereld, in New York, in Canada, in Tel Aviv, stel ik mij voor als de Vlaamse liedjeszanger, ik introduceer Vlaanderen in de wereld.'

En een beetje provocatie is nooit weg...

Brel: 'Wie durft er in België nog een persoonlijke mening op na te houden? Als ik in mijn chansons een fout standpunt verdedig, is dat toch verkieslijker dan opportuun de andere kant op te kijken? Is het niet voorbeeldig dat ik als bekende per soonlijkheid kleur beken? Is het niet de hoogste tijd dat het dommelende vee nu en dan wakker wordt geschopt? In België durft men alleen verscholen in de massa voor een mening uit te komen, ik ken geen individuen die hun delicate opvattingen uitspreken of opschrijven. Welke Waalse of Vlaamse socialist durft aan te klagen dat onze socialistische minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak een miljoen Belgische frank per maand opstrijkt voor zijn aan de Amerikaans-financiële lobby bewezen diensten?

In het door de Vlamingen gewraakte lied maak ik korte metten met de monarchie. Het is ondenkbaar dat wij anno 1966 nog een sliert koningen, prinsessen, prinsen plus hun hele hofhouding onderhouden. In Holland ageert men tegen het koningshuis, in België herkauwt het vee en dommelt door.'


Johan Anthierens in De Standaard van 13 oktober 1966

Interview m et Jo Röpke voor de Vlaamse televisie, 4 april 1972, naar aanleiding van de première van de film Franz, in Blankenberge.

Brel: 'Op een dag heb ik besloten dat ik Vlaming ben. Want je moet toch van ergens zijn. Zulke beslissing neem je dan.'

Hoezo?

Brel: 'Dat zijn van die late beslissingen. Ik was al 23 jaar voor het tot mij doordrong dat ik een burgermanskind ben. Als een Chinees ter wereld komt, weet hij, niet dat hij Chinees is. Hij beseft dat pas wanneer hij in Brussel rondwandelt en de mensen hem groeten met de woorden: "Ha, Chineesje!" Zo werd ik mij van mijn Vlaams-zijn bewust toen ik in Frankrijk aan het werk ging en de Fransen ervan opkeken dat ik anders was.'

Wat is het thema van Franz?

Brel: 'De film speelt in Vlaanderen, omdat ik van Vlaanderen hou.'

Wat is het thema van de film?

Brel: 'Maar neen, het thema is niet typisch Vlaams!'

Ik vraag alleen wat het thema is?

Brel: 'U bent er zo eentje die mij ertoe wilt brengen te bevestigen dat Shakespeare een Vlaming was en Hamlet van Brugge.'

Wat wordt uw volgende film?

Brel: 'Die wordt... Mijn volgende film zal Far West heten.'

Far West?

Brel: 'Ja. Waarom niet Far West?'

De Far West in België gedraaid?!

Brel: 'Vanzelfsprekend in België gedraaid!'

Ah' bon?!

Brel: 'Omdat ik vind dat de Belgen meer cowboy moeten worden. Trouwens, de Far West heeft nooit bestaan, dus kan hij evengoed van hier zijn. Misschien was Buffalo Bill van Poperinge, weet ik veel... Tussen 'maman' en 'moeder' heb ik nooit een onderscheid gezien. Als je met een vrouw naar bed gaat, of mag ik dat op zondagmiddag op de buis niet zeggen, dus als je dat doet, probeer je je beste beentje voor te zetten, of die vrouw nu Vlaams is of Pools, of een zus van de Chinees van daarnet. Daar een onderscheid tussen maken is getuigen van racisme... Weg met alle kleingeestigheid... Ik ken geen Vlamingen, Vlamingen bestaan niet, ik ken alleen Vlaanderen!'


Jo Röpke voor de BRT, 4 april 1972.
Vertaald door Johan Anthierens en opgenomen in zijn boek 'De passie en de pijn'.

Met Roland Lommé, voor de BRT, Vlaamse televisie, 21 februari 1971.

Ik hoorde u zeggen dat België een braakliggend terrein is waar twee ongeciviliseerde gemeenschappen elkaar bestrijden in naam van een cultuur waar zij geen verstand van hebben...

Brel: 'Het was zoiets, de formulering klopt niet echt, maar het komt daar wel op neer... Het wordt met de dag moeilijker om Belg te zijn, het is bijna een onmogelijke opgave...'

Ik heb u in de film Mont Dragon aan het werk gezien als een volleerd ruiter. Die knepen van dat vak hebt u ook moeten leren?

Brel: 'ja, als je ruiter wilt spelen, moet je de manege erbij nemen. Alleen met "appuyé" lukte het niet zo best. Toch niet tijdens de nachtopnamen.'

Wat is 'appuyé'?

Brel: 'Dat is moeilijk om met woorden uit te leggen. De uitdrukking komt uit het paardenjargon, ik bedoel, het is ruiterslatijn. Als u zich voor de kijkers even op de knieën wilt zetten, kan ik het aanschouwelijk maken.'

Steeds meer ziet men u als een strijder tegen onrecht...

Brel: 'Ten onrechte! Ik ben een naïef mens, een beetje aan de domme kant van de intelligentie te situeren. Ik wantrouw briljante geesten, eclatante bollebozen, ik prefereer de omgang met kneuzen. Ik zie u al denken: soort zoekt ben Don Quichot die één keer te veel van zijn paard is gevallen.'


Roland Lommé op de BRT, 21 februari 1971.
Vertaald door Johan Anthierens en opgenomen in zijn boek 'De passie en de pijn'.

Koop deze biografie nu on-line: klik op het plaatje!De zwart-gele gal van Jacques Brel

Johan Anthierens in KNACK - 23 november 1977

„ Je crois que, malgré ce qu'il raconte, Jacques Brel aime tout le monde. Je suis même persuadé qu'il aime tout particulièrement ceux qu'il engueule le plus."
Georges Brassens

Bovenstaand doekje voor het Vlaamse bloeden vind ik in een „Ten Geleide" van Georges Brassens, elf jaar geleden, ter gelegenheid van Brels definitieve afscheid van de planken. Daarmee zit ik al middenin de „affaire", de kluif van het moment, maar ik wil graag de man uittekenen vooraleer zijn nieuwe elpee (met dàt lied) ter sprake te brengen. Een portret zoals ik hem interpreteer. Jacques Brel, voor wie ik een voorwaardelijke sympathie koester, is een lastig man, bij wie verstand en gevoelens vreemd verstrengeld zitten. Hij is een uitgesproken romanticus die somber blijft rondwaren tussen de puinen van zijn droomkastelen. Brel als kind bezatte zich aan dromen, hij heeft nooit kunnen verwerken dat sinterklaas niet bestaat en dat de far west nog uitsluitend overleeft in jongensboeken. Over zijn verloren gegane far west heeft hij tot vervelends toe getreurd, hij heeft er ook een mislukte film aan opgehangen.
Ik zie Brel het best als middeleeuws temperament, roofridder of graalridder, hoogtepaard met rinkelende sporen en een triomfzang op de lippen, maagden wervende en tegenstanders over de kling jagend. En in stille kamers balladen op perkament krassend. Maar we leven tussen staal en beton en Recht en Onrecht zijn niet meer simpel te onderscheiden, leugens zijn perfide geworden, moeilijk te ontwarren, te ontrafelen. Vandaar de poëtische razernij van Jacques Brel die kapot gaat aan geveinsde en misvormde voorstellingen van zaken, of het nu om de sinterklaasleugen gaat dan wel om godsdienstige drijverijen, of om leugens van liefde. Brel is die levensgrote Don Quichotte met wie niet te parlesanten valt. Hij neemt of laat en vervolgt zijn weg, een eenzame aftocht, een volwassenheid lang in het zadel op de scherven van zijn idealen.
In de eerste liedjes, vijfentwintig jaar geleden, pakt hij uit met naïeve boodschappen, derrière la saleté il nous faut regarder ce qu'il y a de beau, le ciel gris ou bleuté, les filles au bord de Peau... Frankrijk meesmuilt om deze padvinder, die al wat grof klinkt veroordeelt, Frankrijk doopt hem „l'Abbé Brel", hij ziet er onmiskenbaar Brussels uit, en luisterend naar zijn liedjes kun je hem een muzikaal Kuifje noemen, een doordrammer in een drollenvanger, lulletje rozenwater.

Dan komt de kentering, Brel keert zich plotseling tegen de drie demonen die hem totnogtoe belet hebben zichzelf te zijn, te weten: „De Vlaamse Mentaliteit, De Vrouw en De Katholieke Godsdienst. Weinigen zouden in zijn plaats die revolte aandurven, de zanger is goed en wel getrouwd en vader van twee dochters, maar Brel wurmt zich uit de sentimentele tang en timmert intens aan zijn opstanding. Op de covertekening van Gal zien we waar hij bij voorkeur zijn lange tanden in zet, de Vrouw, de Vlaamse leeuw en het Kruis zullen het een repertoire lang ontgelden.

Engeland is Vlaanderen, Londen een beetje Brugge

Jacques en de Vlamingen, Brel en Vlaanderen. „Les Flamingants" is geen toevallige uitschieter maar een zoveelste getuigenis van Brels liefde-haat verhouding tot onze gemeenschap. Er is al een langspeelplaat te vullen met liedjes van de Brusselaar op het Vlaamse tema. In het tedere genre zijn er "Marijke", Brel heeft de Amerikaanse Nina Simone verplicht in het Nederlands (of wat daarvoor doorgaat) te zingen, Marieke is een tweetalig minnelied, een romance die zich afspeelt tussen de torens van Brugge en Gent. Brel en zijn voorkeur voor West-Vlaanderen, in een vroegere poëtische symfonie speelt hij de rol van „Jean de Bruges" en een idée fixe van hem -is dat Engeland een door een orkaan afgedreven stuk Vlaanderen is, Londen is niet meer dan een buitenwijk van Brugge. Dat zingt hij in het prachtige ,,Mon père disair". Andere Vlaamse getuigenissen zijn "I'Ostendaise" en vanzelfsprekend „Le plat pays". Geen enkele hedendaagse Vlaams zingende troubadour is er tot dusver in geslaagd zo overrompelend over Vlaanderen te zingen. Wel hebben wij Brel geplagieerd, zowel Will Ferdy als Will Tura inspireerden zich op dat lied om zijn lofzang nog eens dunnetjes over te doen. Waarom tonen wij ons nooit geshockeerd door een lijkenpikker als Tura die het warme lichaam van Presley uitschudt en over Vlaanderen gaat zingen wanneer hij konstateert dat in „Vlaanderen' financieel muziek zit?

Kritische Vlaamse geluiden zijn - Mon enfance", „Les flamandes" en „La bière". Als kind werd Jacques Brel meermaals bij familie op de Vlaamse „buiten" ondergebracht, daar heeft hij de typische mentaliteit aan den lijve ondervonden en die herinnering schudt hij in ,,Mon enfance" van zich af. Dit lied is naar mijn gevoel strenger voor onze levenswijze dan „Les Flamingants", het is geen „chanson comique", geen ordinair spugen, maar een onverbiddellijke opsomming van het Rijke Vlaamse Familieleven, dat hij afwijst als verstikkend (het rolpatroon man-vrouw-kind) en barbaars . Omdat het lied mooi verwoord is en als een persoonlijke ervaring mag geïnterpreteerd worden, heeft men er geen aanstoot aan genomen, maar „Les Flamingants" is een vitriool-versie van ,Mon enfance". Wij herinneren ons de vorige rel rond Brel, met „Les flamandes". Een domme afweerreaktie want zoals zijn biograaf Jean Clouzet schrijft zijn „Les Flamandes" een universeel verschijnsel. Iedereen die zich passief leven laat is er een broer of zus van. Waarom dan niet „Les Wallonnes", of „Les Françaises"? Omdat Brel zichzelf als Vlaming bekent, en voor eigen deur veegt. „La Bière" is een niet zo geslaagd venijnig drinklied waarin de Germanen in het algemeen en de „Uilenspiegels" niet uitgezonderd, steken onder de schuimkraag krijgen. De twee schimpnummers tenslotte zijn "Lalala" en de inktvlek op zijn nieuwste adelbrief, „Les F. ". In het eerste lied ziet hij zich als ouwe eenzame republikein verkommeren in een of ander koninkrijk België dat hem schuwt als een stinkend lazaret, een België waar hij de pest aan heeft, bevolkt met flaminganten die „zijn reet kunnen likken".

Dan is er de „komische" oprisping waar heel Vlaanderen kommentaar op heeft, van minister Rika De Backer tot de melkboer, via „De Bond van de Jonge Gezinnen" en de KVHV'S die eisen dat het pamflet van onze golflengten wordt afgevoerd. Brel richt zich in een schuttingsterminologie tot de flaminganten die hij als imbeciele paljassen ten tonele voert, die hij brandmerkt als nazi's tijdens de oorlogen en als katholieken tussendoor. Hij constateert hun gebrek aan gevoel voor humor en verbiedt hen franstalige kinderen die hun niets in de weg legden in het Vlaams te leren blaffen. Hij verbiedt zichzelf onverschil lig te blijven tegenover dat „Vlaamse" gebeuren, en gispt zijn lotgenoten die de situatie wél ondergaan. Tussen dat Brelbraaksel drijft een zinnetje waarin hij eens te meer zijn Vlaming-zijn niet verloochent, ik citeer: „Wanneer gecivilizeerde Chinezen mij tijdens een onweersnacht vragen waar ik vandaan ben ontwijk ik, met een snik in de keel. Ik ben van Luxembourg".

„Les Flamingants" is een artistieke drol, het ontsiert de schijf waarop Brel met "Jaurès", „La ville s'endormait" en "Orly" zijn zingende tijdgenoten overklast.

Inhoudelijk ben ik het, zoals ik het voor de microfoon van „Jan en Alleman" getuigde, grotendeels met Brel eens. Ik vind dat de flaminganten geen humor hebben, ik beschouw het Vlaams dat wij spreken niet als een taal, ik erken dialecten en ik dweep met onze moedertaal, het Nederlands, maar als franstalige zou ik mij evenzeer tegen het Vlaams, zoals het er nog vaak uitziet, keren. En drie weken geleden, voor ik weet had van die uitbarsting van Brel, heb ik in mijn kroniek aangestreept dat weinig volkeren zo gauw gevoelig kunnen gemaakt worden voor autoritarisme als het Vlaamse, dat schreef ik aan de hand van velerlei ervaringen. Zo denk ik er over, ik hoop dat u met recht en reden met mij (en die zanger) van mening verschilt. Wat ik Brel wel kwalijk neem is dat hij met dat eenzijdig protest op een dwaze manier in de kaart speelt van de fanatici van de Belgische overkant. Intelligente francofonen zitten verveeld met dat "cadeau" vanuit de Verre Zuidzee, alleen professionele Vlamingvreters voelen zich nu door de duivelse vaandrig, met zijn wereldpopulariteit, aangemoedigd om de hatelijke weg verder in te slaan. Brel heeft voor mij gelijk waar hij het Vlaams kapittelt, maar van het Belgisch-Frans ben ik ook niet kapot en ik weet hoe minachtend Parijs op die surrogaattaal neerblikt. Waar ik de chansonnier niet volgen kan is waar hij zich na jaren van meditatie weer plompverloren in die ridicule taalstrijd gooit. Hoe vaak droom ik er niet van die Belgische etterbuil te ontvluchten, als ik het geld had roeide ik Brel achterna, niet om hem op te zoeken, maar om de Belgische benepenheid achter mij te laten. Ik verwachtte van Brel dat het solitair dolen over de zeeën zijn geest zou gezuiverd hebben, dat we een wijze filosoof zouden terugvinden, helaas, ik moet zoals Lucien Rioux in „Le Nouvel Observateur" tot de bevinding komen dat Jacques zijn obsessies met zich meezeult. Nooit heeft een man die ik in het gelijk stellen moet mij zo ontgoocheld.
Vuist in eigen boezem, s.v.p.

Dit gezegd zijnde, vind ik dat wij zijn schimpscheut moeten aangrijpen, als een signalement om eindelijk de hand in eigen boezem te steken. Jeroen Brouwers in Nederland en Brel in de wereld zijn exponenten van een kijk op Vlaanderen die niet mals is. In plaats van Brouwers, die ik persoonlijk weinig sympathiek vind, in het diskrediet te maneuvreren en in plaats van Brel uit te drijven en zijn kritiek monddood te maken, zou het geen kwaad kunnen een gewetensonderzoek in te stellen. Ogen en oren sluiten voor kritiek van buitenaf zal ons verder binnen ons geijkt gedrag opsluiten. Ik zou het toejuichen wanneer de voorzitters van Vlaamse Fondsenen Bewegingen naast betogingen waarmee ze hun eigen prestige opvijzelen studiedagen willen beleggen tijdens dewelke „De Vlaamse kwaal" onder het mes gaat. In de omringende landen bestaat een kritische pers die de eigen onvolkomenheden zonder omwegen blootlegt en aan de kaak stelt. Ik volg het Franse gebeuren van dichtbij, momenteel buigt men zich daar over „Le mal français", typische Franse gebreken worden onder de loupe genomen en regelmatig verschijnen kritische essays, onder meer over het overdadige alcoholverbruik. Bij ons merk je weinig van zo'n operatief ingrijpen en dat is onze zwakte. Wij zijn als de dood voor harde waarheden, of die nu van buiten komen of uit de eigen gelederen, wij blijven teren op een voltooid verleden (getuige de Rubensfanfare vierhonderd jaar na datum) wie niet Rooms-Vlaams is, komt moeilijker aan zijn trekken dan de anderen, het legioen deserteurs zwelt aan en gelukkig is er een Vlaamse Militanten Orde om Vlaanderen schoon te houden en om voor waardige betogingen in te staan, dixit versgebakken flamingant Willy De Clercq.

Over Brels overhoop liggen, als ik me zo mag uitdrukken, met de vrouw en over zijn aversie voor godsdienstinmenging kan ik hier niet uitweiden, ik wil besluiten met wat persoonlijke impressies betreffende enkele andere chansons op de zojuist verschenen plaat. Hulde voor het Jaurès-lied. Jaurès, humanist, filosoof, socialist, stichter van "L'Humanité", verdediger van de verguisde Dreyfus en daardoor en vooral vredesapostel, werd om zijn vredesideaal (handlanger van de moffen) op de vooravond van de eerste wereldoorlog, door een nationalist (door àlle Franse nationalisten) vermoord. Jaurés ligt in Frankrijk begraven onder straatnaamborden. Brel heeft hem uit die vergetelheid gehaald. Hij is de volwassen aanklager van deze historische misdaad. Zonder vocale verheffing maar met een stem die doordringt, schetst hij de levensomstandigheden van onze grootouders, (niet hélemaal slaaf maar toch van een rampzalige onderdanigheid) en stelt bij elk refrein simpelweg de vraag: "Pourquoi ont-ils tué Jaurès ?". Aan het slot vraagt hij de jongeren van nu om, niet lang, (le temps de l'ombre dun souvenir, !e temps du souffle dun soupir) een gedachte aan Jaurès te wijden. In tweede instantie denk ik aan ,,Orly", door een journaliste van "L'Express" al bekroond als het mooiste tragische minnelied sinds „Les feuilles mortes". Ik weet alleen dat het magnifiek is en aansluit bij de verzuchting van Louis Aragon: „1l n'y a pas d'amour heureux". Brel is in dit lied van een poëtische onfeilbaarheid, en zijn dictie en voordracht van een ongekende gevoeligheid. Chansons die bij mij moeten rijpen zijn het rijke „La ville s'endormait" en "Voir un ami pleurer" . Die laatste titel alleen al stemt tot mijmeren. Omdat ik niet van cabareteske chansons hou, heb ik slechts een flauwe waardering voor het ruige „Les remparts de Varsovie" en soortgelijke "Knokke-le-Zoute Tango". Mocht u de Brel-rage zat zijn en het allemaal wel gelooft, kan ik u de nieuwe elpee van een fors individu aanbevelen, "Death of een Iadies Man", de zoveelste schijf van Leonard Cohen.

Kanttekening bij een verschijnsel
Ondanks het feit dat de nieuwe Brel al weken aangekondigd was reageerde de Vlaamse pers nogal overrompeld. Als je verrast wordt, ga je van elkaar kopiëren. Jan Van Hemeldonck lanceerde vorige vrijdag in zijn .,Het Laatste Nieuws" het bericht dat er al acht miljoen exemplaren van de plaat op de wereldmarkt liggen. Dit cijfer, hoe krankzinnig ook, werd de volgende zaterdag door Hugo De Ridder in ..De Standaard" overgenomen en weet een dag later door Jan Van Rompaey radiokundig gemaakt. Van de plaat werd één miljoen exemplaren voorgeperst en een tweede miljoen zou in de maak zijn. Zou... Tweede kemel van de „Laatste Nieuws"-journalist is dat Brel in het lied „Jojo" een vriend à la „Jef" probeert „op te beuren". Hoe je een dode vriend opbeurt is mij niet duidelijk, bovendien is „Jojo" niet te vergelijken met de lévende „Jef", maar sluit het hier aan bij zijn requiem voor een vroeger gestorven maat, „Fernand". De vergissing van Van Hemeldonck wordt de volgende dag door Pol Van Mossevelde in „De Standaard" voor zijn rekening genomen...

Barclay-directeur voor België, Milo De Coster, moest vorige week de hulp inroepen van wakers-met-bloedhonden om detaillisten die om méér platen kwamen bidden, smeken en vooral dreigen van het lijf te houden.

Donderdag, zeventien november, voormiddag. Vijftien mensen troepen samen voor een Brusselse platenzaak, wachtend op de Brel die komen zal. Plotseling gaat de mare dat een concurrent, twee straten verder, bevoorraad werd. De vijftig zetten het op een holletje. Razende telefoon naar Barclay vanwege de winkelier die een tros klanten aan de haal ziet gaan.

Een aantal bekende Franse chansonniers, men noemt de namen van Brassens en Ferrat, hebben de uitgave van hun nieuwe elpee, die nu moest uitkomen, wijselijk opgespaard tot de Brel-storm luwen zal.

Niet verboden
Vorige maandag kregen radiomensen op de BRT telefonisch het bericht door dat „Les F..." niet meer mocht gedraaid worden. Later werd door de BRT officieel ontkend dat er een draaiverbod zou zijn uitgevaardigd.

 

Zandvoorde, het Brel-dorp zonder Brel.

Frans Steenhoudt

'Ze zeggen dat hier een hele straat Brels heeft gewoond', fluistert Patrick Dehem. 'Maar verder weet ik daar niets van.' Dehem baat op het dorpsplein van Zandvoorde café-bakkerij De Lustigen Boer uit. 'Brel?', kijken de twee klanten in de zaak op. 'De laatste Brel is dit jaar vertrokken: Geny Brel, Vitals moeder. De dochter van oud-burgemeester Hilaire. En tien jaar geleden woonden Martha en Robert nog in café 'A la Maison de Ville'. Ook al Brels. Een neef en een nicht van de vader van Jacques.'

Zandvoorde, een dorp op de rand van het Zuidwest-Vlaamse Heuvelland en op een boogscheut van de Franse grens, acht zichzelf de titel van 'Belgische Brel-dorp' waardig. Niet zonder reden, blijkt na wat rondneuzen op het bijna verlaten dorpsplein. Op het kerkhof rusten drie Brels. De graven van de andere moesten de plaats ruimen voor nieuwe doden. Maar bovenal: Romain, de kleinzoon van oud-burgemeester - nog al een Brel-burgemeester! - Jean-Augustin is er geboren. En Romain was de vader van Jacques. Een bronzen plaat op een huis naast het dorpsplein herinnert daaraan.

Het regent in Zandvoorde. Uit de kerk wordt een eenzame kist gedragen- niemand loopt mee naar het graf, tenzij twee grafdelvers en de begrafenisondernemer. Geen familie meer. Nog een uitgestorven geslacht.
Het kleine dorp ligt hoog op een getuigenheuvel en torent boven de landelijke omgeving uit. Is dit het 'vlakke land' dat Jacques Brel bezong? De ouder wordende bevolking van Zandvoorde is het vergeten. "Wij weten nergens van," schudt de vrouw van de slager haar hoofd. Ook haar zeldzame klanten, een vrouw die mijn oma kan zijn en een man met een scheefgezakte pet, herinneren zich niets. Zandvoorde, het Brel-dorp?
Nochtans: de Brels hebben een flinke stempel gedrukt op dit kleine gehucht en op de hele streek. Tot na de laatste oorlog. Toen woonden hier nog meer dan duizend mensen. Nu minder dan vijfhonderd. De familie Brel had er, samen met de schoonfamilie, gedurende meer dan anderhalve eeuw politiek de touwtjes stevig in handen. Niemand stelde zich daar vragen bij, het was gewoon zo.
In 1758 trouwde de uit het naburige Komen afkomstige Jean-Baptiste Brel in Zandvoorde met een plaatselijke schone. Hij was een telg uit een welgestelde familie, waarvan een voorvader in 1179 door Filip van den Elzas zelfs tot ridder was geslagen. (Volgens naamkundigen schonk de toenmalige feodale leenman Brel zijn naam aan het naburige dorpje Brielen. Of was het andersom? Wat er ook van zij: eminente ethymologen beweren dat de naam Brel afkomstig is van het Keltische 'broglio', het toenmalige woord voor een omheinde, natte weide met vee. En Brielen is afgeleid van broglio. Vandaar.)
Met de Zandvoordse stamvader van de Brels begon een lange politieke traditie die haar hoogtepunt kende in de negentiende eeuw en duurde tot in 1966. De climax kwam in 1833, toen Jean-Augustin Brel, de overgrootvader van Jacques, het burgemeesterschap overnam van zijn schoonvader Alexis Laumousnier. Hij bleef burgervader tot zijn dood in 1885 en verwekte elf kinderen. Zes van hen stierven een erg vroege, kinderloze dood. Enkelen weken uit tijdens of kort na de Grote Oorlog. Slechts twee familietakken bleven in Zandvoorde achter. Nazaten daarvan beheersten voort het dorpsleven. Hilaire Brel zou van van 1926 tot 1966, op de oorlogsjaren na, burgemeester zijn. En Martha en haar broer Robert baatten A la Maison de Ville uit en controleerden vanuit hun café - strategisch gelegen op de hoek van het dorpsplein - het sociale leven.
Zij behoorden tot de drie gezinnen die na '14-'18 nog terugkeerden. Romain hield het al jaren voor die Eerste Wereldoorlog voor bekeken in het landelijk Zandvoorde. Niks te beleven, moet hij gedacht hebben. Dat was in 1909. Hij trok voor het bedrijf Cominex op avontuur naar het prille Kongo en vergat zijn dorp. Romain gooide zich op de ruilhandel en exporteerde naar hartelust ivoor en rubber uit de kolonie. In 1929 keerde hij terug naar het moederland en stichtte er, samen met zijn schoonbroer, een kartonfabriek in Schaarbeek. Daar is Jacques geboren.
Ook voor hem was Zandvoorde ver weg.
Volgens de meeste dorpsbewoners is hij er nooit geweest, al is lang niet iedereen het daarover eens. "Hij is hier wél geweest!", maakt Kamiel Barteel zich dik. " Ik heb hem hier verdomme met mijn eigen ogen gezien!
Twee keer zelfs. Juist na de oorlog van '45. Jacques was toen een manneke van een jaar of tien. Denk ik. Het is natuurlijk al zeer lang geleden."
"Mijn schoonvader zegt dat hij hier is geweest toen hij negen was," knikt Gilbert Debruyne. De omstanders lachen. "Pfft", merkt een van hen schamper op. "Brel-dorp? Haha! Allemaal zever. Nu hij beroemd is en dood heeft iedereen hem zeker gezien? Ge gelooft dat toch zelf niet? Brel wist niet eens waar Zandvoorde lag. En als hij liedjes zong over de Vlaanders, dan was dat over de kust." (Martha Brel, van A la Maison de Ville, heeft altijd volgehouden dat Brel nooit in Zandvoorde is geweest.
Naar verluidt kon ze uren vertellen over haar illustere neef, allemaal verhalen waarvan het waarheidsgehalte sterk betwist werd. Al zal dàt haar geamuseerde klanten worst zijn geweest.)
"t' Was een liberale familie", merkt Maurice Verbeke ten slotte op. "Blauw, maar toch ook katholiek. Ze lezen nog altijd missen voor de familie Brel. Maar er zijn er nu geen meer over in ons dorp. 't Is dat de mensen in Zandvoorde niet genoeg kinderen krijgen." Na Maurice's interventie stokt de conversatie van de dorpelingen even plots als ze begonnen is en hullen ze zich in een koppig, West-Vlaams stilzwijgen.
Brel is ons vergeten, laten we nu Brel maar vergeten.
Helemaal anders is het in het naburige Zonnebeke, het dorp op de eerstvolgende heuvel, waarvan Zandvoorde sinds de fusie een deelgemeente is. Hier is een heus Brel-gedenkcomité uit de grond gestampt. Eigenlijk bestaat het al sedert de tiende verjaardag van het overlijden van de chansonnier. Samen met een schare enthousiastelingen, de Zonnebeekse Heemvrienden, heeft Marnik Gunst zelfs een goed gedocumenteerde stamboom van de Brels samengesteld. Zeshonderd namen, allemaal afstammelingen van
Jean-Augustin Brel. En al de levenden onder hen zijn uitgenodigd, vandaag, voor het grote Brel-evenement dat hier op poten is gezet. Hier, in Zonnebeke. Niet in Zandvoorde. "In Zandvoorde is er geen zaal die groot genoeg is voor een dergelijke gebeurtenis," oppert Gunst. "Jaja, we kennen dat. Als er iets te beleven valt, dan is Zandvoorde plots niet groot genoeg." De uitbater van Café Edelweiss, het enige andere café dat Zandvoorde nog rijk is, maakt een duidelijk wegwerpgebaar. Hij is ingeweken uit de grensstad Menen en als
rechtgeaarde, kleine zelfstandige zint het hem niet dat een buitenkans aan zijn etablissement voorbijgaat. De regen valt nog steeds bij bakken uit de dreigende hemel. Drie klanten zitten bij een glas bier te drogen.
Misschien een geluk dat de grote Brel niet in dit dorp of bij nicht Martha is opgegroeid. Want kleine, uitstervende dorpjes brengen blijkbaar weinig grootse dingen voort.


© Frans Steenhoudt / De Morgen - Gepubliceerd met toelating van de auteur/krant.
Oorspronkelijk opgenomen in De Morgen [De Morgen, 9 oktober 1998]

La chanson de Jackie

Brel hield zijn tour de chants voor bekeken op het juiste moment. Nooit zou iemand hem kunnen verwijten zichzelf te herhalen. Het is een nobele kunst op tijd weten te stoppen. Het vergt verbeeldingskracht uzelf daar al als vieille vedette te zien optreden voor femmes finissantes, hij die zo onverbiddelijk kon zijn, vooral dan voor zichzelf. Het heeft voor hem iets lafs wanneer men zijn moment van gaan niet wil inzien. Chez ces gens-là, on ne s'en va pas.

Brel daarentegen gaat. Hij moet het ook wel aan zijn tanend incasseringsvermogen hebben gemerkt dat hij gas moest terugnemen als hij verder had willen doen en dan was de keuze gauw gemaakt. Niet alleen de optredens zelf maar ook de nacht doordoen nadien, confronteerden hem haarscherp met de schade die een lichaam kon lijden alleen al door het verstrijken van de tijd. Door willen gaan is dan dom in die optiek; wie denkt de mooie tijd te kunnen rekken, trekt altijd aan het kortste eind. Beau, beau, beau et con à la fois. Oud worden viel hem nog zwaarder dan gewoon doodvallen. Mourir la belle affaire, mais vieillir... ô vieillir! Hij die toch niet bang hoefde te zijn ooit lelijk te moeten worden; hij was het heel zijn leven al!

Brel : "Je crois que quand on est vilain tout petit, on se passe très vite de soi en tant qu'être prioritaire, ça doit etreê très difficile d'être beau à quinze ans, pour l'avenir. Parce qu'on s'en aperçoit très vite quand on n'est pas beau, ce n'est pas du tout un complexe, c'est un constat. On s'aperçoit très vite quand on n'est pas beau, que l'intérêt qu'on peut avoir n'est pas en soi mais dans le mouvement que Von peut éventuellement avoir, ou dans 1'apport que l'on peut éventuellement faire aux autres. Alors que les gens beaux, si vous voulez, le pôle d'intérét, c'est eux. Et s'ils ne sont pas extrêmement vigilants, ils finissent par croire qu'ils existent. "
De enige tijd in zijn leven dat hij zelf zogezegd als schoon ventje in het centrum van de belangstelling stond, was in de tijd toen die oude tantes Vanneste hem in de wangen knepen, hem onderwijl Jacky noemend. Juist dat soort mémères décorées zou hij nog als enig publiek aantreffen later in Knokke-le-Zoute, mocht hij door zijn gegaan met zijn récitals en wie weet tegen dan zelfs maître chanteur geworden zijn.

Arnold Rypens - Oorspronkelijk op Radio 1 - Rang 1, oktober 1998.

In Madeleine speelt Brel de loser, die tevergeeft met een bosje bloemen op Madeleine wacht. En dat in het een decor waar hij van 1942 tot '50 verbleef en waar zijn ouders tot hun dood bleven wonen: de Rue Jacques Manne in Brussel. Met die kartonfabriek van de familie aan de kop van de straat en de eindhalte van tram 33 aan de andere kant.

Madeleine was lange tijd zijn openingsnummer, later werd het de uitsmijter. De terminus van van tram trente trois in Madeleine kreeg de naam Station Jacques Brel toen de metro daar werd doorgetrokken.

BREL : "Je sais pas bien parles des femmes. J'ai jamais très bien compris. J'ai parfaitement conscience d'être passé à coté de quelque chose là. Mais c'est un travail hein, les femmes, c'est un travail!"

 

Ik ga liever dood of stop ergens mee terwijl ik fouten heb gemaakt dan dat ik dingen niet doe die ik eigenlijk had willen doen.
Ik vergis me liever dan dat ik m'n mond hou.
Van voorzichtig zijjn krijg ik de zenuwen.
Ik haar voorzichtigheid, ik haat 't om me in te dekken.

ÇA VA, LE DIABLE

Prologue :

Un jour le Diable vint sur terre,
un jour le Diable vint sur terre pour surveiller ses intérêts,
il a tout vu le Diable, il a tout entendu
et après avoir tout vu, après avoir tout entendu,
il est retourné chez lui, là-bas.
Et là-bas on avait fait un grand banquet,
à la fin du banquet, il s'est levé le Diable,
il a prononcé un discours
et en substance il a dit ceci, il a dit:

Il y a toujours un peu partout
Des feux illuminant la terre
ça va
Les hommes s'amusent comme des fous
Aux dangereux jeux de la guerre
ça va
Les trains déraillent avec fracas
Parce que des gars pleins d'idéal
Mettent des bombes sur les voies
Ça fait des morts originales
Ça fait des morts sans confession
Des confessions sans rémission
ça va

Rien ne se vend mais tout s'achète
L'honneur et même la sainteté
ça va
Les États se muent en cachette
En anonymes sociétés
ça va Les grands s'arrachent les dollars
Venus du pays des enfants
L'Europe répète l'Avare
Dans un décor de mil neuf cent
Ça fait des morts d'inanition
Et l'inanition des nations ça va
Les hommes ils en ont tant vu
Que leurs yeux sont devenus gris
ça va Et l'on ne chante même plus
Dans toutes les rues de Paris ça va
On traite les braves de fous
Et les poètes de nigauds
Mais dans les journaux de partout
Tous les salauds ont leur photo
Ça fait mal aux honnêtes gens
Et rire les malhonnêtes gens.
Ça va ça va ça va ça va.

Diable (Le) 1953(Jacques Brel) Ed. Caravelle

ALLES GAAT GOED, DUIVEL

Proloog:

Op een dag kwam de duivel naar de aarde
op een dag kwam de duivel naar de aarde om zijn belangen te bezien
de duivel zag en hoorde alles.
Toen hij alles gezien en gehoord had,
richtte hij thuis een banket aan.
Aan 't eind van de maaltijd stond hij op...
...en hield een toespraak waarin hij het volgende zei:


Hij zei: dat gaat goed, jongens
overal staat de aarde in brand
dat gaat goed, jongens
de mensen spelen oorlogje of dat geen kwaad kan
dat gaat goed, jongens
treinen ontsporen met veel geraas
omdat kerels vol idealen bommen op de rails leggen
daar komen originele doden van
waar geen biecht meer aan te pas komt
dat gaat goed


de mensen maken zoveel mee dat hun ogen er dof van staan
dat gaat goed
er wordt niet meer gezongen in de straten van Parijs... dat gaat goed
brave lui verslijt men voor gek, dichters voor ezels
maar smeerlappen krijgen hun foto in de krant
dat kwetst 't fatsoen
maar 't schorum lacht in z'n vuistje
dat gaat goed, jongens

 

 

Deze heer was fabrikant, echtgenoot en vader en liet alles in de steek om liedjes te gaan schrijven.
Maar u bleef wel man en vader.
-Ja!
Je begon 'n compleet nieuw leven.
In Brussel geboren en woonachtig begon je een heel nieuw leven.
Ja, soms moet je dat doen.
Ik had 't gevoel dat ik heel snel oud aan 't worden was voor niets in die kartonfabriek.
Was uw vrouw 't er mee eens?
-Ja.
Die zag me al 'n oude brompot worden.
Daarom was ze 't ermee eens.
Was uw debuut niet tijdens 'n beurs voor verpakkingsmateriaal?
Ja, ik kwam af en toe in Parijs.
Misschien wat vreemd, maar zo bleef ik de mensen inpakken.
Maar toen ik toch in Parijs was ging ik langs bij beroemdheden over wie ik in Brussel al vaag wel eens iets over gehoord had.
Ik zong ze m'n liedjes voor om er hun mening over te horen.
En wat vonden ze?
Dat ik 't misschien wel kon proberen.
Meer niet?
Wat zong je ze voor?
-Drie liedjes.
Het nummer We moeten kijken zing ik er nog steeds.
Zing het eens.

IL NOUS FAUT REGARDER

Derrière la saleté s'étalant devant nous
Derrière les yeux plissés et les visages mous
Au-delà de ces mains ouvertes ou fermées
Qui se tendent en vain ou qui sont poings levés

Plus loin que les frontières
qui sont de barbelés
Plus loin que la misère
Il nous faut regarder

Il nous faut regarder
Ce qu'il y a de beau
Le ciel gris ou bleuté
Les filles au bord de l'eau
L'ami qu'on sait fidèle
Le soleil de demain
Le vol d'une hirondelle
Le bateau qui revient

Par-delà le concert
Des sanglots et des pleurs
Et des cris de colère
Des hommes qui ont peur
Par-delà le vacarme
Des rues et des chantiers
Des sirènes d'alarme
Des jurons de charretier
Plus fort que les enfants
Qui racontent les guerres
Et plus fort que les grands
Qui nous les ont fait faire
Il nous faut écouter
L'oiseau au fond des bois
Le murmure de l'été
Le sang qui monte en soi
Les berceuses des mères
Les prières des enfants
Et le bruit de la terre
qui s'endort doucement

WE MOETEN KIJKEN

achter alle vuiligheid die voor ons ligt
achter half dichtgeknepen ogen in slappe gezichten
achter tevergeefs uitgestoken handen
open of in 'n machteloos opgestoken vuist

verder dan grenzen van prikkeldraad
verder dan alle ellende
moeten we kijken

we moeten kijken
naar al wat mooi is
naar 't blauw in de grijze wolken
en de meisjes aan het water
naar de vriend wiens trouw je kent en de zon van morgen
naar de vlucht van 'n zwaluw en 't schip dat terugkeert
naar de vriend wiens trouw je kent en de zon van morgen
naar de vlucht van 'n zwaluw en 't schip dat terugkeert

 

 

VOIR UN AMI PLEURER

Bien sûr ces villes épuisées
Par ces enfants de cinquante ans
Notre impuissance à les aider
Et nos amours qui ont mal aux dents
Bien sûr le temps qui va trop vite
Ces métros remplis de noyés
La vérité qui vous évite
Mais, mais voir un ami pleurer

Een vriend zien huilen

Tekst & muziek: Jacques Brel, vertaling: Johan Verminnen

Natuurlijk is het ergens oorlog
Kanonnen maken geen muziek
En vrede is er zo hard nodig
Een paradijs bestaat er niet
Aan geld kleeft er toch steeds een geurtje
Maar wie het heeft die ruikt het niet
Bloemen vertrappen dat gebeurt soms
Maar een vriend zien huilen kan ik niet

Natuurlijk zijn er kwade dagen
En aan het eind wacht ons de dood
Ons lichaam blijft ons steeds verbazen
We leven nog, dus er is hoop
Natuurlijk, ontrouw wordt gewoonte
Liefde in vele bedden ziek
We kunnen elkaars geluk vermoorden
Maar een vriend zien huilen kan ik niet

En al die steden die vermoeid zijn
Door kinderen van wel 50 jaar
Al onze liefdes hebben tandpijn
Iemand die helpt, vergeet het maar
De tijd blijft altijd ongenaakbaar
Je kan verdrinken in verdriet
Er is de waarheid die ons spaart maar
Een vriend zien huilen kan ik niet

Natuurlijk zijn we nog integer
Zonder het lef om Jood te zijn
Zelfs elegant zijn als een neger
Kunnen we niet; we zijn zo klein
En al die mensen, onze broeders
Zo zou het eigenlijk moeten zijn
De werkelijkheid, die is zo droevig
Iemand zien huilen, dat doet pijn

LES VIEUX

Jacques Brel

Les vieux ne parlent plus ou alors seulement parfois du bout des yeux
Même riches ils sont pauvres, ils n'ont plus d'illusions et n'ont qu'un coeur pour deux
Chez eux ça sent le thym, le propre, la lavande et le verbe d'antan
Que l'on vive à Paris on vit tous en province quand on vit trop longtemps
Est-ce d'avoir trop ri que leur voix se lézarde quand ils parlent d'hier
Et d'avoir trop pleuré que des larmes encore leur perlent aux paupières
Et s'ils tremblent un peu est-ce de voir vieillir la pendule d'argent
Qui ronronne au salon, qui dit oui qui dit non, qui dit: je vous attends


Les vieux ne rêvent plus, leurs livres s'ensommeillent, leurs pianos sont fermés
Le petit chat est mort, le muscat du dimanche ne les fait plus chanter
Les vieux ne bougent plus leurs gestes ont trop de rides leur monde est trop petit
Du lit à la fenêtre, puis du lit au fauteuil et puis du lit au lit
Et s'ils sortent encore bras dessus bras dessous tout habillés de raide
C'est pour suivre au soleil l'enterrement d'un plus vieux, l'enterrement d'une plus laide
Et le temps d'un sanglot, oublier toute une heure la pendule d'argent
Qui ronronne au salon, qui dit oui qui dit non, et puis qui les attend

Les vieux ne meurent pas, ils s'endorment un jour et dorment trop longtemps
Ils se tiennent la main, ils ont peur de se perdre et se perdent pourtant
Et l'autre reste là, le meilleur ou le pire, le doux ou le sévère
Cela n'importe pas, celui des deux qui reste se retrouve en enfer

Vous le verrez peut-être, vous la verrez parfois en pluie et en chagrin
Traverser le présent en s'excusant déjà de n'être pas plus loin
Et fuir devant vous une dernière fois la pendule d'argent
Qui ronronne au salon, qui dit oui qui dit non, qui leur dit: je t'attends
Qui ronronne au salon, qui dit oui qui dit non et puis qui nous attend.

DE OUDJES

Vertaling Mohamed el-Fers

De oudjes praten niet meer
alleen blikken ze af en toe met hun ogen
Zelfs rijk zijn ze arm
hebben geen illusies meer
hebben één hart voor hun tweeën
Bij hun ruikt het naar tijm, zeep, lavendel en het woord van vroeger
Al leef je in Parijs
je leeft altijd in de provincie als je te lang blijft leven
Hebben ze te vaak gelachen
breekt daarom hun stem
als ze over vroeger praten
hebben ze te vaak gehuild
en hangen er daarom nog tranen aan hun oogleden
en als ze een beetje beven is dat omdat ze de zilveren klok ouder zien worden
de klok in de salon, die ja tikt, die nee tikt, die tikt: ik wacht op jou

De oudjes dromen niet meer, hun boeken dommelen in, hun piano's zijn gesloten
De kleine kat is dood, de zondagse borrel doet hen niet meer zingen
De oudjes bewegen niet meer, hun gebaren hebben te veel rimpels, hun wereld is te klein
van het bed naar het raam, dan van het bed naar de stoel, van het bed naar het bed
en als ze nog eens uitgaan, arm aan arm, deftig stijf gekleed
dan volgen ze in de zon de begravenis van een die nog ouder was, nog lelijker
En in de tijd van een snik vergeten ze een uur lang de zilveren klok
de klok in de salon, die ja tikt, die nee tikt, die tikt en op hen wacht

De oudjes sterven niet, ze slapen gewoon in en slapen op een dag te lang
ze houden elkaar vast, bang om de ander te verliezen
en toch verliezen ze elkaar
en de andere blijft achter, de beste of de kwaadste, de zachte of de strenge, dat doet er niet toe, degeen van de twee die overblijft belandt in de hel

u ziet hem af en toe, u ziet haar soms in regen en verdriet
Ze lopen door het heden en excuseren zich dat ze nog niet verder zijn
En vluchten voor u uit, de zilveren klok klinkt nog een laatste keer,
de salonklok die tikt ja, die tikt nee, die tikt: ik wacht op jou
de salonklok die tikt ja, die tikt nee, die op ons wacht

 

Liefde van later
In een vertaling van Lennaert Nijgh gezongen door Herman van Veen op zijn LP Suzanne in 1969 (ook op LP Alles/1983 en op LP Toegift/1979 (live)

Als liefde zoveel jaar kan duren,
dan moet het echt wel liefde zijn,
ondanks de vele kille uren,
de domme fouten en de pijn.
Heel deze kamer om ons heen,
waar ons bed steeds heeft gestaan,
draagt sporen van een fel verleden,
die wilde hartstocht lijkt nu heen,
die zoete razernij vergaan,
de wapens waar we toen mee streden.

Ik houd van jou,
met heel mijn hart en ziel
houd ik van jou.
Langs de zon en maan
tot aan het ochtendblauw,
ik houd nog steeds van jou.

Jij kent nu al mijn slimme streken,
ik ken allang jouw heksenspel.
Ik hoef niet meer om jou te smeken,
jij kent mijn zwakke plaatsen wel.
Soms liet ik jou te lang alleen,
misschien was wat je deed verkeerd,
maar ik had ook wel eens vriendinnen.
We waren jong en niet van steen
en zo hebben we dan toch geleerd:
je kunt toch altijd opnieuw beginnen.

Ik houd van jou...

We hebben zoveel jaar gestreden
tegen elkaar en met elkaar.
Maar rustig leven en tevreden
is voor de liefde een gevaar.
Jij huilt allang niet meer zo snel,
ik laat me niet zo vlug meer gaan,
we houden onze woorden binnen.
Maar al beheersen we het spel
een ding blijft toch altijd bestaan:
de zoete oorlog van het minnen.

Ik houd van jou...

Ik houd nog steeds van jou,
voorgoed van jou.

 

De nuttelozen van de nacht

Tekst & muziek: Jacques Brel & François Rauber, Vertaling: Ernst van Altena

Ze ontwaken om een uur of vier
Ze ontbijten met een kleintje bier
Ze gaan uit omdat er thuis niets wacht:
De nuttelozen van de nacht
Zij, gedraagt zich arrogant
Omdat ze mooie borsten heeft
Hij, is zeker en charmant
Omdat papa hem centen geeft
Hun onmacht is hun hoogste macht:
De nuttelozen van de nacht

refr.: Kom, dans met mij
Vriendin, kom hier, vriendin, kom hier, kom hier, nee, blijf
Kom, dans met mij
Laat ons dansen, lijf aan lijf

Ze braken zonder ziek te zijn
Ze braken nacht en zonder pijn
Ze nemen zich bedroefd in acht:
De nuttelozen van de nacht
Ze bespreken zonder end:
De poezie, die geen van hen kent
De romans, die geen van hen schreef
De vrouw, die bij geen van hen bleef
De grap, waarom geen van hen lacht
De nuttelozen van de nacht

refr. Kom, dans met mij
Vriendin, kom hier, vriendin, kom hier, kom hier, nee, blijf
Kom, dans met mij
Laat ons dansen, lijf aan lijf

In liefde zijn ze zo berooid (ah!)
Het was, het was, ze was, zo zacht
Ze was, ach, dat begrijpt u nooit
'De nuttelozen van de nacht'
Ze nemen nog een laatste glas
Vertellen nog een laatste grap
En dan het allerlaatste glas
De laatste dans, de laatste stap
Het laatst verdriet, de laatste klacht
De nuttelozen van de nacht

refr. Kom, dans met mij
Vriendin, kom hier, vriendin, kom hier, kom hier, nee, blijf
Kom, dans met mij
Laat ons dansen, lijf aan lijf

Non Jef t'es pas tout seul
Mais arrête de pleurer
Comme ça devant tout le monde
Parce qu'une demi-vieille
Parce qu'une fausse blonde
T'a relaissé tomber
Non Jef t'es pas tout seul
Mais tu sais que tu me fais honte
A sangloter comme ça
Bêtement devant tout le monde
Parce qu'une trois quarts putain
T'a claqué dans les mains
Non Jef t'es pas tout seul
Mais tu fais honte à voir
Les gens se paient notre tête
Foutons le camp de ce trottoir
Allez viens Jef viens viens

{Refrain:}
Viens il me reste trois sous
On va aller se les boire
Chez la mère Françoise
Viens il me reste trois sous
Et si c'est pas assez
Ben il me restera l'ardoise
Puis on ira manger
Des moules et puis des frites
Des frites et puis des moules
Et du vin de Moselle
Et si t'es encore triste
On ira voir les filles
Chez la madame Andrée
Parait qu'y en a de nouvelles
On rechantera comme avant
On sera bien tous les deux
Comme quand on était jeunes
Comme quand c'était le temps
Que j'avais de l'argent

Non Jef t'es pas tout seul
Mais arrête tes grimaces
Soulève tes cent kilos
Fais bouger ta carcasse
Je sais que t'as le cœur gros
Mais il faut le soulever
Non Jef t'es pas tout seul
Mais arrête de sangloter
Arrête de te répandre
Arrête de répéter
Que t'es bon à te foutre à l'eau
Que t'es bon à te pendre
Non Jef t'es pas tout seul
Mais c'est plus un trottoir
ça devient un cinéma
Où les gens viennent te voir
Allez viens Jef viens viens

{Refrain}

Viens il me reste ma guitare
Je l'allumerai pour toi
Et on sera espagnols
Comme quand on était mômes
Même que j'aimais pas ça
T'imiteras le rossignol
Puis on se trouvera un banc
On parlera de l'Amérique
Où c'est qu'on va aller
Quand on aura du fric
Et si t'es encore triste
Ou rien que si t'en as l'air
Je te raconterai comment
Tu deviendras Rockfeller
On sera bien tous les deux
On rechantera comme avant
Comme quand on était beaux
Comme quand c'était le temps
D'avant qu'on soit poivrots

Allez viens Jef viens viens
Oui oui Jef oui viens.

Jef

nee Jef, je bent niet helemaal alleen
maar stop met dat janken
voor de ogen van iedereen
omdat zo'n geblondeerde
halve bejaarde
je heeft laten barsten

 

(Een vrije Brel-vertaling)
tekst en muziek: Jacques Brel / bewerking: Stef BosKom

Jef
Het is al laat
De nacht die valt
En het is koud hier op de straat
Ze komt niet terug
Je wacht op niets
Het is te laat

Nee, Jef
Ik ga niet weg
Ik blijf bij jou
Vergeet haar nou
Dat klote wijf
Nee, jij bent niet alleen
Je weet toch dat ik bij je blijf

Kom Jef
We moeten gaan
De hele buurt staat al op straat
Je schreeuwt ze wakker met haar naam
Ik schaam me dood hier, kom
We gaan

We gaan
Ik heb nog geld genoeg voor mosselen met wijn
En als we volgevreten zijn dan gaan we naar de kroeg
We zuipen ons kapot tot alles anders lijkt
En heel de wereld mooier wordt

Dan gaan we naar de hoeren, prinsessen van de straat
Die zien ons als een koning, zolang je maar betaalt, Jef
En morgenochtend vroeg dan nemen we de trein
Naar ergens ver van hier, naar waar de vrouwen anders zijn

We laten alles achter
We komen nooit meer terug
Want vergeten, Jef, vergeten is geluk

Kom Jef we moeten gaan
De wereld wacht op jou en mij
Ze komt niet terug
Het is voorbij
Voorgoed voorbij Jef

Ja, Jef, ik ken het ook
Je breekt je hart
Ziet alles zwart
Je sterft het liefste in de goot
Zonder haar nog liever dood

Maar Jef het is ook onze eigen schuld
Je ziet je eigen vrouw niet staan
Totdat ze gaan
Dan doet het pijn
Je bid en knielt en kust haar voeten
Niet uit liefde
Maar alleen
Om niet alleen te zijn
Kom
We gaan

We gaan
We trekken naar het zuiden, een eiland in de zon
Voorbij de evenaar waar nooit de winter komt Jef
En 's avonds voor je slaapt speel ik op mijn gitaar
Tot je niet meer droomt van haar

We doen alsof we blind zijn voor wat er is geweest
We leven als een god, we vieren elke avond feest
En al die kankerwijven hier
Vergeten we met bier
Met wodka en met wijn
Tot de herinnering verdwijnt

We laten alles achter
We komen nooit meer terug
Want vergeten Jef
Vergeten is geluk

We komen nooit meer terug

Koop deze biografie nu on-line: klik op het plaatje!Op 30 mei 1964 trad Jacques Brel op in Het Huis met de Pilaren in Bergen. Het optreden werd destijds live door de VPRO op televisie uitgezonden. Het was Brels laatste televisieoptreden in Nederland. Lange tijd waande men alle opnamen van dat optreden verloren. Gelukkig vond het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid enige tijd geleden de banden met de complete concertopname terug.

Mohamed el-Fers' Jacques Brel is in België bij Roularta Books (Knack Trends), in Nederland bij Mets & Schilt verschenen. In Nederland ISBN 90 5330 371 5 en in Belgie ISBN: 9054665238.

< BESTEL ON-LINE DOOR OP HET BOEK TE KLIKKEN!

Discografie :

Philips (33 toeren) : GRAND JACQUES ( 1955)
La haine- Grand Jacques- Il pleut - Les carreaux - Le diable ( ça va ) - Il nous faut regarder - C'est comme ça - Il peut pleuvoir - Le fou du roi - Sur la place - S'il te faut - La Bastille - Prière païenne - PHILIPS PHI 6325-202

QUAND ON A QUE L'AMOUR (1957)
L'air de la bêtise - Qu'avons nous fait bonnes gens - Pardons - Saint pierre - Les pieds dans le ruisseau - Quand on a que l'amour - J'en appelle - La bourrée du célibataire - Heureux - Les blés - Demain l'on se marie ( la chanson des célibataires) - PHILIPS PHI 6325.203

AU PRINTEMPS ( 1958 )
Au printemps - Je ne sais pas - Dors ma mie, bonsoir - Dites si c'était vrai - Le colonnel - L'homme dans la cité - La lumière jaillira - Litanies pour un retour - Seul - La dame patroneuse - La mort - PHILIPS PHI 6325.204

LA VALSE A MILLE TEMPS ( 1959 )
La valse à mille temps - Je t'aime - Ne me quitte pas - Isabelle - La tendresse - La colombe - Les flamandes - L'ivrogne - Marieke - Le moribond - Le prochain amour - Vivre debout - PHILIPS PHI 6325.205

LES BOURGEOIS ( 1961 )
Les prénoms de Paris - Clara - On n'oublie rien - Les singes - Voir - L'aventure - Madeleine - Les biches - Les paumés du petit matin - Zangra - La statue - les bourgeois - PHILIPS PHI 6325.206

Philips (45 tours) :

* Ca va ( le diable ) - Grand Jacques - La haine - Sur la plage - ( orchestre d'André GRASSI ) PHILIPS PHI 432.018 BE

* Il nous faut regarder - Il peut pleuvoir ( orch. A. GRASSI ) - La Bastille ( orch. André POPP ) - Qu'avons nous fait bonnes gens ? - Les pieds dans le ruisseau - S'il te faut - ( orch. Michel LEGRAND ) PHILIPS PHI 432.043 BE

* Les blés - Dites si c'était vrai ( poème )- Prière païenne - Quand on a que l'amour - Saint Pierre - ( orch. M. LEGRAND ) PHILIPS PHI 432.126 BE

* L'air des bêtises - La bourrée du célibataire - Heureux - Pardons - ( orch. A. POPP) PHILIPS PHI 432.260 BE

* Demain l'on se marie ( la chanson des fiancés) orch. A. POPP - L'homme dans la cité - La lumière jaillira - Voici ( orch. François RAUBER ) - PHILIPS PHI 432.260 BE

* Au printemps - Je ne sais pas ( avec les choeurs " la joie au village " ) - L'aventure - Voir - ( orch. F. RAUBER ) PHILIPS PHI 432.326 BE

* Les dames patronesses - Ne me quitte pas - la tendresse - La valse à mille temps - ( orch. F. RAUBER ) PHILIPS PHI 432.371 BE

* La colombe - Les flamandes - Isabelle - Seul - ( orch. F.RAUBER ) PHILIPS PHI 432.425 BE

* Dors ma mie ( orch. A. POPP ) - Litanies pour un retour - Ne me quitte pas - Seul - ( orch. F. RAUBER ) PHILIPS PHI 432.517 BE

* L'ivrogne - Le moribond - On n'oublie rien - ( orch. F. RAUBERT ) PHILIPS PHI 432.518 BE

* Clara - Marieke - Les prénoms de Paris - Le prochain amour - ( orch F. RAUBERT ) PHILIPS PHI 432.531 BE

* Les bourgeois - Madeleine - Les paumés du petit matin - Les singes ( en public à l'Olympia ) - ( orch. Daniel JANIN ) PHILIPS PHI 432.766 BE

Chez BARCLAY (45 tours) :

Ne me quitte pas - Les biches BARCLAY 61676

Madelaine - Rosa BARCLAY 61837

Les bourgeois - Bruxelles BARCLAY 61838

Le plat pays - les bigottes BARCLAY 61839

Les vieux - Mathilde BARCLAY 61840

La Fanette - Tittine BARCLAY 61841

Jef - Au suivant BARCLAY 61842

Les bonbons ( 1ste versie) - Ces gens là BARCLAY 61843

Amsterdam - Jacky BARCLAY 61844

La chanson des vieux amants - les bonbons ( 2de versie) BARCLAY 61845

Vesoul - La bière BARCLAY 61846

Le moribond - Quand on a que l'amour BARCLAY 62023

In het Hollands: De nuttelozen van de nacht - Mijn vlakke land - De burgerij - Rosa - BARCLAY 70.907


FRANCE BREL CHANGES HER FATHER'S GRAVESTONE
The daughter of the late Jacques Brel, one of Belgium's most renound singers & composers, just has returned from a visit to Hiva Oa, the burial ground of her father. She went there with a mission too : not only did she speak with people who knew her father during his last days, but she also made some changes to the tombstone.
A relief depicting Brel and Maddly Bamy (Brel's "maîtresse" during the last years of his life) was removed from the stone, and was replaced by two commemorative plaques. One says "Six Pieds Sous Terre, Tu Chantes Encore" (a line from the song "Jojo" which means "six feet under, you're still singing") and carries the names of Brel's wife, children and grandchildren. The second plaque carries a poem by France herself (translated : "Passerby, like a sailor, a man from the stars, this troubadour enchanted our lives from the North Sea to the Marquises. The poet, from the blueness of his eternity, thanks you for your passage").
France wrote a long letter to the local press to explain this gesture under the title "After the time for respect, now the time for history", in which the family announces it will break the silence around the last years of the singer's life. Most sources about these last year so far have always had to tap from a biography that Maddly wrote a few years after his death, a fact that caused some bad blood.
The evidence that Brel indeed is "Six feet under, but still singing" can be found on many occasions. In "Les Inrockuptibles" of last week for instance, there was an interview with Ian McCullogh - singer of Echo & The Bunnymen, this Saturday on Eurorock - in which he states : (about Scott Walker) "he has learnt everything from Brel, who is infinetely bigger than him, since the melodies and the impact of his chansons is a thousandfold that of Walker. And Brel had a lot of charisma, while Walker has the appeal of a bag of potatoes". (About the Beatles) : "I worshipped the Beatles ... On the other hand, they were from Liverpool and that made them a lot more "common" than the Velvet Underground, Iggy Pop or even Jacques Brel. A chansonnier from Belgium was a lot more fascinating and exotic than a band from Liverpool, Beatles included".
(sources : Fondation Jacques Brel, De Morgen, Nieuwsblad, Humo). August 3, 1999

2. Ne me quitte pas (J. Brel)

Dat ‘Ne me quitte pas’ van Jacques Brel zo hoog eindigt verbaast ons niet. De song werd immers eerder uitgeroepen tot beste Franstalige song aller tijden, en in de Top 100 van het Britse muziekblad Mojo vind je maar twee "niet-Angelsaksische" nummers: ‘Guantanamera’ en ‘Ne me quitte pas’ op een 68ste plaats. De song werd gecoverd door de meest uiteenlopende artiesten: Rod McKuen (die hem naar het Engels vertaalde als ‘If You Go Away’), Dusty Springfield, Tom Jones, Frank Sinatra, Scott Walker, Nina Simone (in aandoenlijk Frans), Liesbeth List, Neil Diamond en Rob De Nijs. Brel zelf nam ook een Nederlandse versie op. De vertaling ‘Laat me niet alleen’ was van Ernst Van Altena.
Op het eerste gezicht is ‘Ne me quitte pas’ een dramatisch afscheidslied van twee geliefden. Maar niets is zeker, want Brel zei: "Ik zing nooit over de liefde". Sommigen menen dat hij met dat lied afscheid nam van Vlaanderen, anderen hebben het over een vaarwel aan zijn kinderjaren of zijn moeder. De onduidelijkheid vergroot natuurlijk de magie van dit tijdloze nummer.

Ernst van Altena
Chansons van Ernst : een selectie eigen luisterliedjes van Ernst van Altena. - Amsterdam : Heijnis, cop. 1965. - 128 p. ; 25 cm

Ballade van het optipessimisme : liedjes voor niemand : zes nieuwe chansonsteksten / Ernst van Altena. - Amsterdam [etc.] : Corvey, 1969. - 15 p. ; 25 cm. - (Een Corvey model ; januari 1969)

Als je erdoor bent, is het water heerlijk : gedichten en chansons / Ernst van Altena. - Den Haag : Bert Bakker/Daamen, 1970. - 76 p. ; 19 cm
ISBN 90-6019-135-8

Van Apollinaire tot Wedekind. Dertig jaar poëzie vertalen / Ernst van Altena . - Bussum : Agathon, 1981.

Dat is uit het leven gegrepen... : de geschiedenis van de Nederlandse kleinkunst in liedteksten : cabaret 1900-1990/ samengest. door Ernst van Altena . - Amsterdam : Hema, cop. 1989. Uitg. onder auspiciën van Compartners, Haarlem.
ISBN 90-6976-167-X geb.

Verloren liedjes / Ernst van Altena . - Landsmeer : in eigen beheer, 1992
Uitgave van tweehonderd genummerde exemplaren, bestemd voor relaties van de auteur

Ernst van Altena, Een tussen twee, uitg. contact, 1973.

Ernst van Altena, De slimme haas, in: B.W. Schippers/Drs. J. Sixma (red.), Lezen voor het leven, 1e leesboek voor de vierde klas, uitg. Wolters Noordhoff, 1971.

Ernst van Altena, Verbazend rijmwoordenboek voor december-dichters, uitg. De Bijenkorf, 1960.

Brel van Mohamed el-Fers in Nederland ISBN 90 5330 371 5 en in Belgie ISBN: 9054665238

 

Deze site is gemaakt door Murat Kirbacoglu
All Rights Reserved - Stichting Mokum Plus Amsterdam
© MMIII by MokumTV