|
l'année Brel 2003 a commencé à
MokumTV d'Amsterdam scheef
Le Monde: Het Brel-jaar 2003 begon als eerste bij MokumTV
in Amsterdam, en wel in de nacht van 31 december naar
1 januari 2003. Brussel en Parijs hadden het nakijken.
Op deze site onder meer de teksten van de interviews
en vertalingen van de liedjes die tijdens de speciale
MokumTV-uitzendingen in Brel-jaar 2003 in Amsterdam
markeerde, maar ook die in een van de MokumTV specials
ter gelegenheid van het 700 jarig bestaan van de stad
Amsterdam in 2006 (Brel's Amsterdam) voorkwamen. Brel
zong voor zijn 'Dans le Port d'Amsterdam' al eerder
over Amsterdam zin het uit 1958 stammende Je ne sais
pas. We zien hem in een uitzending van 17 september
1960.
|
|
Je ne sais pas
Je ne sais pas pourquoi la pluie
Quitte là-haut ses oripeaux
Que sont les lourds nuages gris
Pour se coucher sur nos coteaux
Je ne sais pas pourquoi le vent
S'amuse dans les matins clairs
A colporter les rires d'enfants
Carillons frêles de l'hiver
Je ne sais rien de tout cela
Mais je sais que je t'aime encor'
Je ne sais pas pourquoi la route
Qui me pousse vers la cité
A l'odeur froide des déroutes
De peuplier en peuplier
Je ne sais pas pourquoi le voile
Du brouillard glacé qui m'escorte
Me fait penser aux cathédrales
Où l'on prie pour les amours mortes
Je ne sais rien de tout cela
Mais je sais que je t'aime encor'
Je ne sais pas pourquoi la ville
M'ouvre ses remparts de faubourgs
Pour me laisser glisser fragile
Sous la pluie parmi ses amours
Je ne sais pas pourquoi ces gens
Pour mieux célébrer ma défaite
Pour mieux suivre l'enterrement
Ont le nez collé aux fenêtres
Je ne sais rien de tout cela
Mais je sais que je t'aime encor'
Je ne sais pas pourquoi ces rues
S'ouvrent devant moi une à une
Vierges et froides froides et nues
Rien que mes pas et pas de lune
Je ne sais pas pourquoi la nuit
Jouant de moi comme guitare
M'a forcé à venir ici
Pour pleurer devant cette gare
Je ne sais rien de tout cela
Mais je sais que je t'aime encor'
Je ne sais pas à quelle heure part
Ce triste train pour Amsterdam
Qu'un couple doit prendre ce soir
Un couple dont tu es la femme
Et je ne sais pas pour quel port
Part d'Amsterdam ce grand navire
Qui brise mon cur et mon corps
Notre amour et mon avenir
Je ne sais rien de tout cela
Mais je sais que je t'aime encor'
Mais je sais que je t'aime encor'
|
Ik weet niet
Ik weet niet waarom de regen
Van boven de dakpannen komt
Waar zware grijze wolken
over onze nederzettingen liggen
Ik weet niet waarom de wind
zich amuseert in de heldere ochtenden
En de lach van de kinderen
en het frêle klokkenspel van de winter draagt
Van dat alles weet ik niets
Maar ik weet dat ik nog steeds van je hou
Ik weet niet waarom de weg
me naar de steden duwt
Met de koude geur van wortelschietende
populier in populier
Ik weet niet waarom de sluier
van bevroren mist die mij volgt
Me aan kathedralen doet denken
Waar voor de doden wordt gebeden
Van dat alles weet ik niets
Maar ik weet dat ik nog steeds van je hou
Ik weet niet waarom de stad de muren
van de buitenwijken voor me open doet
Om me er breekbaar te laten inglippen
In de regen temidden van de geliefden
Ik weet niet waarom deze mensen
Voor bestwil mijn ondergang vieren
Voor bestwil de begravenisstoet volgen
Met hun neuzen tegen de ramen gedrukt
Van dat alles weet ik niets
Maar ik weet dat ik nog steeds van je hou
Ik weet niet waarom deze straten
zich één voor één voor me
openen
Maagdelijk koud en koud en naakt
Met niets dan mijn stappen zonder maan
Ik weet niet waarom de nacht
met me speelt als een gitaar
Me dwingt om hier te komen
Om te huilen voor dit station
Van dat alles weet ik niets
Maar ik weet dat ik nog steeds van je hou
Ik weet niet hoe laat die
treurige trein naar Amsterdam vertrekt
Dat een paar dat vanavond neemt
Een paar waarvan jij de vrouw bent
En ik weet niet vanuit welke haven
van Amsterdam het grote schip vertrekt
Dat mijn hart en mijn lichaam breekt
Onze liefde en mijn toekomst
Van dat alles weet ik niets
Maar ik weet dat ik nog steeds van je hou
Maar ik weet dat ik nog steeds van je hou
|
|
INTERVIEW
VRAAG:
De onderwerpen van uw chansons zijn van oorsprong Belgisch.
Maar later leefde u het Franse leven. Was dat niet moeilijk
te leven in twee verschillende culturen?
BREL: Nee, geen probleem. Het ingewikkelde is dat het
persoonlijk niets met België van doen heeft. Ik
denk aan mijn jeugd en die van de hele wereld. Ik had
net zo goed op Sicilië of in Marokko geboren kunnen
worden. Dan zou mijn jeugd gesitueerd zijn geweest in
Marokko. Maar meer nog dan over Marokko zou ik het over
mijn jeugd hebben. Met een wisselend decor. Maar ik
geloof dat je in je latere leven overal kan wonen. Waar
je vandaan komt is minder belangrijk. Maar mijn jeugd
bracht ik daar door.
Mon Enfance
Helemaal toegespitst op zijn eigen familiale situatie
in zijn jeugd. Zijn dromen systematisch de kop ingedrukt.
Bidden haalde niets uit: toutes les nuits agenouillé
pour rien.
Met angst en beven bezag hij zijn toekomst: karton
fabriceren voor de aangetrouwde neven. Hij wilde zijn
gitaar pakken en de trein nemen naar Parijs. Brel :
"Je crois que toute la vie se décide au
moment où pour la première fois un être
doué de raison se demande si ce sont les adultes
qui sont cons ou si c'est lui qui se trompe, et, effectivement,
étant donné l'attitude des rares adultes
qu'il peut côtoyer à ce moment-là
de cette attitude-là dépend la réponse
qui est définitive pour l'enfant. "
Uit een interview met Jacques Chancel van France Inter
naar aanleiding van het verschijnen van Brels speelfilm
Far West: "De Far West die hem is afgepakt in zijn
jeugd door die nonkels Vanneste, zoals hij zingt in
Mon enfance."
|
|
MON ENFANCE
Mon enfance passa
De grisailles en silence
De fausses révérences
En manque de batailles
L'hiver j'étais au ventre
De la grande maison
Qui avait jeté l'ancre
Au nord parmi les joncs
L'été à moitié nu
Mais tout à fait modeste
Je devenais indien
Pourtant déjà certain
Que mes oncles repus
M'avaient volé le Far West
Mon enfance passa
Les femmes aux cuisines
Où je rêvais de Chine
Vieillissaient en repas
Les hommes au fromage
S'enveloppaient de tabac
Flamands taiseux et sages
Et ne me savaient pas
Moi qui toutes les nuits
Agenouillé pour rien
Arpégeais mon chagrin
Au pied du trop grand lit
Je voulais prendre un train
Que je n'ai jamais pris
Mon enfance passa
De servante en servante
Je m'étonnais déjà
Qu'elles ne fussent point plantes
Je m'étonnais encore
De ces ronds de famille
Flânant de mort en mort
Et que le deuil habille
Je m'étonnais surtout
D'être de ce troupeau
Qui m'apprenait à pleurer
Que je connaissais trop
J'avais l'oeil du berger
Mais le coeur de l'agneau
Et mon enfance éclata
Ce fut l'adolescence
Et le mur du silence
Un matin se brisa
Ce fut la première fleur
Et la première fille
La première gentille
Et la première peur
Je voulais je le jure
Je jure que je volais
Mon coeur ouvrait les bras
Je n'étais plus barbare
Et la guerre arriva
Et nous voilà ce soir
|
MIJN JEUGD
mijn jeugd ging voorbij
van trieste eentonigheid in stilte
in valse beleefdheid
die confrontatie schuwt
's winters zat ik in de buik
van het grote huis
dat 't anker had uitgeworpen
in 't Noorden, tussen 't riet
's zomers liep ik half naakt rond
maar zo, dat niemand iets van me merkte
dan werd ik een indiaan
maar ik wist al van te voren
dat mijn volgevreten ooms
me van mijn Wilde Westen zouden beroven
mijn jeugd ging voorbij
bij de vrouwen in de keuken
waar ik droomde van China
terwijl zij vergrijsden boven hun fornuis
de mannen bij de kaas
hulden zich in rookwolken
zwijgzame wijze Vlamingen
die niets wisten van mij
ik die elke nacht
neerknielde voor niets
en mijn verdriet stileerde
bij een veel te groot bed
ik wilde een trein nemen
die ik nooit genomen heb
mijn jeugd ging voorbij
van dienstmeisje naar dienstmeisje
en toen al was ik verwonderd
dat 't geen planten waren
zoals ik verbijsterd was
over die familiebijeenkomsten
die van dode naar dode slenteren
gekleed in deftige rouw
en bovenal was ik verbaasd
dat ik ook bij die kudde hoorde
die me leerde huilen
en die ik al te goed kende
ik had 't oog van de herder
maar het hart van 'n lam
mijn jeugd barstte open
ik werd een jonge man
en de muur van stilte
brak op een morgen
toen kwam de eerste bloem
en 't eerste meisje
de eerste voor wie m'n hart klopte
en de eerste angst
ik had vleugels, dat zweer ik
ik zweer dat ik vloog
mijn hart ging wijd open
ik was niet langer 'n barbaar
en toen brak de oorlog uit
en werd het avond
|
|
VESOUL (live tv-studio versie, afwijkend van plaatopname)
Mais je te préviens
Le voyage est fini
D'ailleurs j'ai horreur
De tous les flons flons
De la valse musette
Et de l'accordéon
T'as voulu voir Paris
Et on a vu Paris
T'as voulu voir Dutronc
Et on a vu Dutronc
J'ai voulu voir ta sur
J'ai vu le mont Valérien
T'as voulu voir Hortense
Elle était dans l'Cantal
J'ai voulu voir Byzance
Et on a vu Pigalle
à la gare Saint-Lazare
J'ai vu les Fleurs du Mal
Par hasard
T'as plus aimé Paris
Et on a quité Paris
T'as plus aimé Dutronc
Et on a quitté Dutronc
Maintenant je confonds ta sur
Et le mont Valérien
De ce que je sais d'Hortense
J'irai plus dans l'Cantal
Et tant pis pour Byzance
Puisque j'ai vu Pigalle
Et la gare Saint-Lazare
C'est cher et ça fait mal
Au hasard
Mais je te le redis (chauffe chauffe)
Je n'irai pas plus loin
Mais je te préviens kaï kaï
Le voyage est fini
D'ailleurs j'ai horreur
De tous les flons flons
De la valse musette
Et de l'accordéon (chauffe Marcel, chauffe)
T'as voulu voir Vierzon
Et on a vu Vierzon
T'as voulu voir Vesoul
Et on on a vu Vesoul
T'as voulu voir Honfleur
Et on a vu Honfleur
T'as voulu voir Hambourg
Et on a vu Hambourg
J'ai voulu voir Anvers
Et on a revu Hambourg
J'ai voulu voir ta sur
Et on a vu ta mère
Comme toujours.
T'as plus aimé Vierzon
Et on a quitté Vierzon
T'as plus aimé Vesoul
Et on a quitté Vesoul
T'as plus aimé Honfleur
Et on a quitté Honfleur
T'as plus aimé Hambourg
Et on a quité Hambourg
T'as voulu voir Anvers
Et on n'a vu qu'ses faubourgs
Tu n'as plus aimé ta mère
Et on a quitté sa sur
Comme toujours
Mais je te le reredis (Kaï, chauffe chauffe)
Je n'irai pas plus loin
Mais je te préviens (chauffe Marcel)
Le voyage est fini
D'ailleurs j'ai horreur
De tous les flons flons
De la valse musette
Et de l'accordéon (chauffe)
T'as voulu voir Paris
Et on a vu Paris
T'as voulu voir Dutronc
Et on a vu Dutronc
J'ai voulu voir ta sur
J'ai vu le mont Valérien
T'as voulu voir Hortense
Elle était dans l'Cantal
J'ai voulu voir Byzance
Et on a vu Pigalle
à la gare Saint-Lazare
J'ai vu les Fleurs du Mal
Par hasard
|
VESOUL
maar ik heb je gewaarschuwd
de reis is voorbij
en ik walg van
al die lawaaierige akkoorden
van de musette wals
en die accordeon
je wilde Parijs zien
je zag Parijs
je wilde Dutronc zien
we zagen Dutronc
je wilde je zus zien
ik zag de Berg van Valérien
je wilde Hortense zien
ze was bij Cantal
ik wilde Byzantium zien
maar we zagen Pigalle
bij het station Saint-Lazare
zag ik Fleurs du Mal
per ongeluk
je houd niet meer van Parijs
dus vertrekken we
je hebt genoeg van Dutronc
dan verlaten we Dutronc
nu verwar ik je zus
met de Berg van Valérien
wat ik over Hortense weet
zal ik vaker naar Cantal gaan
en nog lulliger voor Byzantium
sinds ik Pigalle zag
en het Saint-Lazare station
het is duur en slecht gemaakt
toevallig
maar ik herhaal je
ik ga niet verder
ik waarschuwde je
de reis is voorbij
en ik walg van
al die lawaaierige akkoorden
van de musette wals
en die accordeon
je wilde Vierzon zien
en we zagen Vierzon
je wilde Vesoul zien
en we zagen Vesoul
je wilde Honfleur zien
en we zagen Honfleur
je wilde Hamburg zien
en we zagen Hamburg
ik wilde Antwerpen zien
we bekeken Hamburg nog maar eens
ik wilde je zus zien
en jij je moeder
zoals altijd
je hield meer van Vierzon
en we verlieten Vierzon
je hield meer van Vesoul
en we verlieten Vesoul
je hield meer van Honfleur
we vertrokken uit Honfleur
je hield meer van Hamburg
en we vertrokken uit Hamburg
je wilde Antwerpen zien
we zagen de buitenwijken
je houd niet meer van je moeder
en verlieten je zus
zoals altijd
maar ik zeg het je nog eens
ik ga niet verder meer
ik heb je gewaarschuwd
de reis is voorbij
en ik walg van
al die lawaaierige akkoorden
van de musette wals
en die accordeon
je wilde Parijs zien
je zag Parijs
je wilde Dutronc zien
we zagen Dutronc
je wilde je zus zien
ik zag de Berg van Valérien
je wilde Hortense zien
ze was bij Cantal
ik wilde Byzantium zien
maar we zagen Pigalle
bij het station Saint-Lazare
zag ik Fleurs du Mal
per ongeluk
|
|
BREL:
Je hebt 't nodig te weten dat je ergens vandaan komt.
Zo heb ik 'n bepaalde geur nodig.
In de gang bij mijn grootmoeder rook 't altijd naar
jam.
Die geur van jam is waar ik vandaan kom.
't Maakt niet uit of die geur uit Vlaanderen of Polen
komt.
Je moet weten dat je kind bent geweest en ergens vandaan
komt.
Toen ik klein was droomde ik bij 't naar bed gaan altijd
dat ik een soort Vasco da Gama was.
Ik heb aardig wat verknoeid om alleen maar dat te zijn.
Ik werk alleen aan mijn dromen.
M'n belangen heb ik verwaarloosd, maar mijn dromen zijn
nummer één.
't Gaat niet om leren, maar om afleren.
Ik ben nu m'n jeugd aan het afleren.
VRAAG: Toen je twintig was, had je vast 'n aantal zekerheden.
Wat is daar nu nog van over?
BREL: Ik wilde liefhebben en dat wil ik nog steeds.
En ik wilde 'n instrument zijn. Waarom weet ik niet.
Ze zeggen dat ik 'n telg ben van de bourgeoisie, en
dat is ook zo.
Maar dat wist ik niet.
Hoe kun je dat ook weten? Ik was de zoon van m'n ouders.
Zonder mijn liedjes had ik 't nooit geweten.
De bourgeois, de burgerij, dat is voor mij 'n bepaald
soort van materialisme.
't Idee dat je aan later, aan je toekomst moet denken.
Alles wat de droom en de mooie dingen in 't leven kapotmaakt.
Dat bedoel ik met 'burgerij'.
De veiligheid en 'n soort middelmatigheid van de ziel.
Ik haat dat.
't Maakt mensen oud.
|
|
LES BIGOTES
Elles vieillissent à petits pas
De petits chiens en petits chats
Les bigotes
Elles vieillissent d'autant plus vite
Qu'elles confondent l'amour et l'eau bénite
Comme toutes les bigotes
Si j'étais diable en les voyant parfois
Je crois que je me ferais châtrer
Si j'étais Dieu en les voyant prier
Je crois que je perdrais la foi
Par les bigotes
Elles processionnent à petits pas
De bénitier en bénitier
Les bigotes
Et patati et patata
Mes oreilles commencent à siffler
Les bigotes
Vêtues de noir comme Monsieur le Curé
Qui est trop bon avec les créatures
Elles s'embigotent les yeux baissés
Comme si Dieu dormait sous leurs chaussures
De bigotes
Le samedi soir après le turbin
On voit l'ouvrier parisien
Mais pas de bigotes
Car c'est au fond de leur maison
Qu'elles se préservent des garçons
Les bigotes
Qui préfèrent se ratatiner
De vêpres en vêpres de messe en messe
Toutes fières d'avoir pu conserver
Le diamant qui dort entre leurs f...s
De bigotes
Puis elles meurent à petits pas
A petit feu en petit tas
Les bigotes
Qui cimetièrent à petits pas
Au petit jour d'un petit froid
De bigotes
Et dans le ciel qui n'existe pas
Les anges font vite un paradis pour elles
Une auréole et deux bouts d'ailes
Et elles s'envolent... à petits pas
De bigotes
|
DE KWEZELS
ze verouderen met kleine pasjes
met hun hondjes en hun poesjes
de kwezels
des te sneller worden ze oud
omdat ze het verschil niet zien tussen liefde en wijwater
- zoals alle kwezels
als ik de duivel was en ik kwam ze tegen
liet ik me castreren
als ik God was en ze zag bidden
ik geloof dat ik m'n religie verloor
door die kwezels
met kleine stapjes sukkelen ze voort
van zegen naar zegening
de kwezels
ze kwekken en kwebbelen
hun oren altijd op scherp
de kwezels
in plechtig zwart als mijnheer pastoor
die te zachtaardig is voor z'n gehoor
kijken ze zedig naar de grond
alsof God zelf tussen hun schoenen zou slapen
de kwezels
op zaterdagavond gaan hun luiken dicht tegen de boemelaars
je ziet de kwezels niet op straat
geen jongen mag door de raampjes loeren
van hun kwezel-nestjes
de kwezels
zo schrompelen ze ineen
mis na mis, vesper na vesper
de handen vroom gevouwen
over de diamant in hun kut
de kwezels
en zo nadert de dag
dat ze met trippelpasjes de dood in gaan
de kwezels
met trippelpasjes komen ze 't kerkhof op
in de kille ochtendschemering
de kwezels
en in de hemel die niet bestaat
richten de engelen snel 'n paradijs voor ze in
met 'n stralenkrans en twee vleugels
klapwiekend vliegen ze de eeuwigheid in
de kwezels
|
|
LES BONBONS
Je vous ai apporté des bonbons
Parce que les fleurs ça est périssable
Puis les bonbons c'est tellement bon
Bien que les fleurs soient plus présentables
Surtout quand elles sont en boutons
Mais je vous ai apporté des bonbons
J'espère qu'on pourra se promener
Que Madame votre mère ne dira rien
On ira voir passer les trains
A huit heures moi je vous ramènerai
Quel beau dimanche allez pour la saison
Je vous ai apporté des bonbons
Si vous saviez ce que je suis fier
De vous voir pendue à mon bras
Les gens me regardent de travers
Y en a même qui rient derrière moi
Le monde est plein de polissons
Je vous ai apporté des bonbons
Oh! oui! Germaine est moins bien que vous
Oh oui! Germaine elle est moins belle
C'est vrai que Germaine a des cheveux roux
C'est vrai que Germaine elle est cruelle
Ça vous avez mille fois raison
Je vous ai apporté des bonbons
Et nous voilà sur la grand'place
Sur le kiosque on joue Mozart
Mais dites-moi que ça est par hasard
Qu'il y a là votre ami Léon
Si vous voulez que je cède la place
J'avais apporté de bonbons...
Mais bonjour Mademoiselle Germaine
Je vous ai apporté des bonbons
Parce que les fleurs ça est périssable
Puis les bonbons c'est tellement bon
Bien que les fleurs soient plus présentables
Surtout quand elles sont en boutons
Mais je vous ai apporté des bonbons
|
DE BONBONS
ik heb bonbons voor u meegebracht
want bloemen, die verwelken maar
en bonbons zijn echt lekker
hoewel bloemen zich beter presenteren
vooral als ze nog in de knop zijn
toch heb ik maar bonbons voor u meegebracht
ik hoop dat we kunnen gaan wandelen
en dat mevrouw uw moeder er niks van zegt
dan gaan we naar de passerende treinen kijken
om acht uur bezorg ik u weer thuis
wat een prachtige zondag, nou ja, voor de tijd van het
jaar
ik heb bonbons voor u meegebracht
als u eens wist hoe trots ik op mezelf ben
nu ik zo gearmd met u loop
de mensen kijken me schuin aan
en er zijn er die achter mijn rug lachen
de wereld is vol brutaal tuig
maar ik heb bonbons voor u meegebracht
o nee, die Germaine haalt het niet bij u
die Germaine is niet zo mooi
't is waar dat ze rood haar heeft
het is waar dat Germaine wreed is
ja dat is waar, u heeft helemaal gelijk
ik heb bonbons voor u meegebracht
en voila, daar zijn we dan op het grote plein
in de muziektent spelen ze Mozart
maar, is het wel toeval
dat daar uw vriendje Leon aankomt?
als u wilt, maak ik wel plaats
ik had bonbons voor u meegebracht
maar goedendag juffrouw Germaine
ik heb bonbons voor u meegebracht
omdat bloemen zo gauw verwelken
en bonbons echt lekker zijn
hoewel bloemen representatiever zijn
vooral als ze nog in de knop zijn
maar toch heb ik maar bonbons voor u meegebracht
|
|
Ben
je Belg in hart en nieren?
-Ja, dat ben ik.
Overal waar ik kom, want ik heb 't geluk dat ik veel
reis, of 't nu Rusland of Amerika is, overal sta ik
niet aangekondigd als Brel, de Franse maar de Vlaamse
zanger.
Geweldig.
Vind je dat geen belediging?
Nee, want in al mijn interviews leg ik uit wat Vlaanderen
is, want niemand kent het.
Le Plat Pays
Le Plat Pays werd geschreven met zicht op de kust van
Roquebrune - Cap Martin. De subtiele schakeringen grijs
in dat lied componeerde Brel in verblindend mediterraan
licht, vent de l'est in felle mistral. Van de nood een
deugd want juist daarom lijkt ons vlakke land ineens
zo spectaculair. In tegenstelling tot de schilders Van
Eyck, Frans Hals en Breugel hoeft Brel zo nodig geen
bergen in zijn landschappen. De enige bergen bij Brel
zijn de kathedralen en die tonen dan weer zo groot omdat
de mensen hier zo klein zijn. Dat het hier zo plat is,
komt doordat de luchten hier ook altijd als een deegrol
overheen walsen.
Brel: "Jaime mon plat pays mais les gens sont
trop petits.
De tekst van Le plat pays/Mijn vlakke land is zelfs
in schoolleerplannen opgenomen. Brel ervoer dit allerminst
als een bevestiging. Leg België maar eens uit aan
de mensen. Brel: "Expliquez-moi la Belgique, expliquez-moi
les fraises
Voor zijn vader Romain was dat simpel. België was
voor hem een terrain vague waar twee minderheden elkaar
voortdurend in de haren zaten in naam van culturen die
ze zelf nauwelijks beheersten. Dat dubbelzinnige beeld
van vaag en golvend mocht bij zoon Brel Le plat pays
ontsluiten, maar hij zweeg over de mensen, die toch
niet te verstaan waren zodra de strom opstak en de elementen
aan het woord waren.
|
|
LE PLAT PAYS
Avec la mer du Nord pour dernier terrain vague
Et des vagues de dunes pour arrêter les vagues
Et de vagues rochers que les marées dépassent
Et qui ont à jamais le coeur à marée
basse
Avec infiniment de brumes à venir
Avec le vent de l'est écoutez-le tenir
Le plat pays qui est le mien
Avec des cathédrales pour uniques montagnes
Et de noirs clochers comme mâts de cocagne
Où des diables en pierre décrochent les
nuages
Avec le fil des jours pour unique voyage
Et des chemins de pluie pour unique bonsoir
Avec le vent d'ouest écoutez le vouloir
Le plat pays qui est le mien
Avec un ciel si bas qu'un canal s'est perdu
Avec un ciel si bas qu'il fait l'humilité
Avec un ciel si gris qu'un canal s'est pendu
Avec un ciel si gris qu'il faut lui pardonner
Avec le vent du nord qui vient s'écarteler
Avec le vent du nord écoutez-le craquer
Le plat pays qui est le mien
Avec de l'Italie qui descendrait l'Escaut
Avec Frida la blonde quand elle devient Margot
Quand les fils de novembre nous reviennent en mai
Quand la plaine est fumante et tremble sous juillet
Quand le vent est au rire quand le vent est au blé
Quand le vent est au sud écoutez-le chanter
Le plat pays qui est le mien.
|
MIJN VLAKKE LAND
Met de Noordzee als laatste vaag terrein
en vage duinen om die vaagheid te breken
vage rotsen in eindeloze getijen
die voor altijd het hart verloor aan laagtij
met onophoudelijk aanwaaiende nevel
met de oostenwind hoor je het standhouden
dat vlakke land van mij
Met kathedralen als enige bergen
en de donkere torens als vette palen
met stenen duivels die de wolken neerhalen
met de dagelijkse sleur als enige reis
en regenwegen als enige goedenavond
met de westenwind hoor je het willen
dat vlakke land van mij
met een hemel zo laag dat een kanaal er in verdwijnt
met een hemel zo laag dat hij nederig maakt
met een grijze hemel en een verloren kanaal
een hemel zo grijs dat je het 'm wel vergeeft
en de noordenwind die zich vierendeelt
met de noordenwind hoor je het kraken
dat vlakke land van me
Met een brok Italië dat de Schelde afzakt
Met Blonde Frida die daarna Margot wordt
als de zonen van november terugkeren in mei
als de velden dampen en trillen in juli
wanneer de wind lacht, wanneer de wind maalt
met de zuidenwind hoor je het zingen
dat vlakke land van mij
|
|
TUSSENSTOPS
Versnelling noch rem op stoptrein, schreeft Trouw op
donderdag 22 november 2001 over 'Half Bruno half Brel'.
Zo noemde Bruno Brel zijn cd met veertien liedjes, waarop
hij zes chansons van Jacques Brel afwisselt met zelfgeschreven
en gecomponeerd werk.
Ephimenco schreef in Trouw's De verdieping op dinsdag
20 februari 2001 ... Georges Brassens was overleden.
Drie jaar na zijn vriend Jacques Brel. Te vroeg en te
jong, lieve meesters. Tien jaar later kwam de dood van
Serge Gainsbourg ...
|
Met
Johan Anthierens, voor de krant De Standaard, 13 oktober
1966, in de kleedkamer van het Parijse theater l'Olympia.
Een interview naar aanleiding van het lied 'La ... La
... La...', met daarin de in België gewraakte versregel
'Vive la République, merde pour les Flamingants'.
Brel: 'Eerst nog dit. Wat ik in "Les Flamandes"
zing, heeft Bruegel met meer talent, indringender en duidelijker
getekend en geschilderd. Bij mijn weten heeft de Vlaamse
Volksbeweging Bruegel daar nooit op aangesproken.'
Wat verstaat u onder flamingant? Als je in Brussel in
een winkel Nederlands spreekt, loop je kans voor flamingant
te worden uitgescholden...
Brel: 'Ik zal het nog sterker formuleren. Als ik in
een Brusselse zaak behoorlijk Frans spreek, loop ik
kans uitgelachten te worden. Brussel is de hoofdstad
van het koeterwaals. Om in te gaan op uw vraag: voor
mij is een flamingant een extremist en fanaticus, iemand
die aan zijn Vlaams-zijn voldoende heeft en zich afsluit
van de buitenwereld. Het is een anachronistisch wezen
dat zo onzeker op zijn benen staat dat hij vreest in
een confrontatie met niet-Vlamingen binnen de kortste
onderuit te gaan... Wij Vlamingen vormen in België
een meerderheid en gedragen ons als gemarginaliseerd.
Wij zetten een grote bek op om ons kleine hart te overstemmen...
Als ik de flaminganten aanpak is dat omdat ik een Vlaming
ben, en alle kritiek bij de zelfkritiek begint. Ik voel
mij goed in mijn Vlaamse huid. Over de hele wereld,
in New York, in Canada, in Tel Aviv, stel ik mij voor
als de Vlaamse liedjeszanger, ik introduceer Vlaanderen
in de wereld.'
En een beetje provocatie is nooit weg...
Brel: 'Wie durft er in België nog een persoonlijke
mening op na te houden? Als ik in mijn chansons een
fout standpunt verdedig, is dat toch verkieslijker dan
opportuun de andere kant op te kijken? Is het niet voorbeeldig
dat ik als bekende per soonlijkheid kleur beken? Is
het niet de hoogste tijd dat het dommelende vee nu en
dan wakker wordt geschopt? In België durft men
alleen verscholen in de massa voor een mening uit te
komen, ik ken geen individuen die hun delicate opvattingen
uitspreken of opschrijven. Welke Waalse of Vlaamse socialist
durft aan te klagen dat onze socialistische minister
van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak een miljoen
Belgische frank per maand opstrijkt voor zijn aan de
Amerikaans-financiële lobby bewezen diensten?
In het door de Vlamingen gewraakte lied maak ik korte
metten met de monarchie. Het is ondenkbaar dat wij anno
1966 nog een sliert koningen, prinsessen, prinsen plus
hun hele hofhouding onderhouden. In Holland ageert men
tegen het koningshuis, in België herkauwt het vee
en dommelt door.'
Johan Anthierens in De Standaard van 13 oktober 1966
|
Interview
m et Jo Röpke voor de Vlaamse televisie, 4 april
1972, naar aanleiding van de première van de film
Franz, in Blankenberge.
Brel: 'Op een dag heb ik besloten dat ik Vlaming ben.
Want je moet toch van ergens zijn. Zulke beslissing
neem je dan.'
Hoezo?
Brel: 'Dat zijn van die late beslissingen. Ik was
al 23 jaar voor het tot mij doordrong dat ik een burgermanskind
ben. Als een Chinees ter wereld komt, weet hij, niet
dat hij Chinees is. Hij beseft dat pas wanneer hij in
Brussel rondwandelt en de mensen hem groeten met de
woorden: "Ha, Chineesje!" Zo werd ik mij van
mijn Vlaams-zijn bewust toen ik in Frankrijk aan het
werk ging en de Fransen ervan opkeken dat ik anders
was.'
Wat is het thema van Franz?
Brel: 'De film speelt in Vlaanderen, omdat ik van Vlaanderen
hou.'
Wat is het thema van de film?
Brel: 'Maar neen, het thema is niet typisch Vlaams!'
Ik vraag alleen wat het thema is?
Brel: 'U bent er zo eentje die mij ertoe wilt brengen
te bevestigen dat Shakespeare een Vlaming was en Hamlet
van Brugge.'
Wat wordt uw volgende film?
Brel: 'Die wordt... Mijn volgende film zal Far West
heten.'
Far West?
Brel: 'Ja. Waarom niet Far West?'
De Far West in België gedraaid?!
Brel: 'Vanzelfsprekend in België gedraaid!'
Ah' bon?!
Brel: 'Omdat ik vind dat de Belgen meer cowboy moeten
worden. Trouwens, de Far West heeft nooit bestaan, dus
kan hij evengoed van hier zijn. Misschien was Buffalo
Bill van Poperinge, weet ik veel... Tussen 'maman' en
'moeder' heb ik nooit een onderscheid gezien. Als je
met een vrouw naar bed gaat, of mag ik dat op zondagmiddag
op de buis niet zeggen, dus als je dat doet, probeer
je je beste beentje voor te zetten, of die vrouw nu
Vlaams is of Pools, of een zus van de Chinees van daarnet.
Daar een onderscheid tussen maken is getuigen van racisme...
Weg met alle kleingeestigheid... Ik ken geen Vlamingen,
Vlamingen bestaan niet, ik ken alleen Vlaanderen!'
Jo Röpke voor de BRT, 4 april 1972.
Vertaald door Johan Anthierens en opgenomen in zijn
boek 'De passie en de pijn'.
|
Met
Roland Lommé, voor de BRT, Vlaamse televisie, 21
februari 1971.
Ik hoorde u zeggen dat België een braakliggend
terrein is waar twee ongeciviliseerde gemeenschappen
elkaar bestrijden in naam van een cultuur waar zij geen
verstand van hebben...
Brel: 'Het was zoiets, de formulering klopt niet echt,
maar het komt daar wel op neer... Het wordt met de dag
moeilijker om Belg te zijn, het is bijna een onmogelijke
opgave...'
Ik heb u in de film Mont Dragon aan het werk gezien
als een volleerd ruiter. Die knepen van dat vak hebt
u ook moeten leren?
Brel: 'ja, als je ruiter wilt spelen, moet je de manege
erbij nemen. Alleen met "appuyé" lukte
het niet zo best. Toch niet tijdens de nachtopnamen.'
Wat is 'appuyé'?
Brel: 'Dat is moeilijk om met woorden uit te leggen.
De uitdrukking komt uit het paardenjargon, ik bedoel,
het is ruiterslatijn. Als u zich voor de kijkers even
op de knieën wilt zetten, kan ik het aanschouwelijk
maken.'
Steeds meer ziet men u als een strijder tegen onrecht...
Brel: 'Ten onrechte! Ik ben een naïef mens, een
beetje aan de domme kant van de intelligentie te situeren.
Ik wantrouw briljante geesten, eclatante bollebozen,
ik prefereer de omgang met kneuzen. Ik zie u al denken:
soort zoekt ben Don Quichot die één keer
te veel van zijn paard is gevallen.'
Roland Lommé op de BRT, 21 februari 1971.
Vertaald door Johan Anthierens en opgenomen in zijn
boek 'De passie en de pijn'.
|
De
zwart-gele gal van Jacques Brel
Johan Anthierens in KNACK - 23 november 1977
Je crois que, malgré ce qu'il raconte,
Jacques Brel aime tout le monde. Je suis même
persuadé qu'il aime tout particulièrement
ceux qu'il engueule le plus."
Georges Brassens
Bovenstaand doekje voor het Vlaamse bloeden vind ik
in een Ten Geleide" van Georges Brassens,
elf jaar geleden, ter gelegenheid van Brels definitieve
afscheid van de planken. Daarmee zit ik al middenin
de affaire", de kluif van het moment, maar
ik wil graag de man uittekenen vooraleer zijn nieuwe
elpee (met dàt lied) ter sprake te brengen. Een
portret zoals ik hem interpreteer. Jacques Brel, voor
wie ik een voorwaardelijke sympathie koester, is een
lastig man, bij wie verstand en gevoelens vreemd verstrengeld
zitten. Hij is een uitgesproken romanticus die somber
blijft rondwaren tussen de puinen van zijn droomkastelen.
Brel als kind bezatte zich aan dromen, hij heeft nooit
kunnen verwerken dat sinterklaas niet bestaat en dat
de far west nog uitsluitend overleeft in jongensboeken.
Over zijn verloren gegane far west heeft hij tot vervelends
toe getreurd, hij heeft er ook een mislukte film aan
opgehangen.
Ik zie Brel het best als middeleeuws temperament, roofridder
of graalridder, hoogtepaard met rinkelende sporen en
een triomfzang op de lippen, maagden wervende en tegenstanders
over de kling jagend. En in stille kamers balladen op
perkament krassend. Maar we leven tussen staal en beton
en Recht en Onrecht zijn niet meer simpel te onderscheiden,
leugens zijn perfide geworden, moeilijk te ontwarren,
te ontrafelen. Vandaar de poëtische razernij van
Jacques Brel die kapot gaat aan geveinsde en misvormde
voorstellingen van zaken, of het nu om de sinterklaasleugen
gaat dan wel om godsdienstige drijverijen, of om leugens
van liefde. Brel is die levensgrote Don Quichotte met
wie niet te parlesanten valt. Hij neemt of laat en vervolgt
zijn weg, een eenzame aftocht, een volwassenheid lang
in het zadel op de scherven van zijn idealen.
In de eerste liedjes, vijfentwintig jaar geleden, pakt
hij uit met naïeve boodschappen, derrière
la saleté il nous faut regarder ce qu'il y a
de beau, le ciel gris ou bleuté, les filles au
bord de Peau... Frankrijk meesmuilt om deze padvinder,
die al wat grof klinkt veroordeelt, Frankrijk doopt
hem l'Abbé Brel", hij ziet er onmiskenbaar
Brussels uit, en luisterend naar zijn liedjes kun je
hem een muzikaal Kuifje noemen, een doordrammer in een
drollenvanger, lulletje rozenwater.
Dan komt de kentering, Brel keert zich plotseling tegen
de drie demonen die hem totnogtoe belet hebben zichzelf
te zijn, te weten: De Vlaamse Mentaliteit, De
Vrouw en De Katholieke Godsdienst. Weinigen zouden in
zijn plaats die revolte aandurven, de zanger is goed
en wel getrouwd en vader van twee dochters, maar Brel
wurmt zich uit de sentimentele tang en timmert intens
aan zijn opstanding. Op de covertekening van Gal zien
we waar hij bij voorkeur zijn lange tanden in zet, de
Vrouw, de Vlaamse leeuw en het Kruis zullen het een
repertoire lang ontgelden.
Engeland is Vlaanderen, Londen een beetje Brugge
Jacques en de Vlamingen, Brel en Vlaanderen. Les
Flamingants" is geen toevallige uitschieter maar
een zoveelste getuigenis van Brels liefde-haat verhouding
tot onze gemeenschap. Er is al een langspeelplaat te
vullen met liedjes van de Brusselaar op het Vlaamse
tema. In het tedere genre zijn er "Marijke",
Brel heeft de Amerikaanse Nina Simone verplicht in het
Nederlands (of wat daarvoor doorgaat) te zingen, Marieke
is een tweetalig minnelied, een romance die zich afspeelt
tussen de torens van Brugge en Gent. Brel en zijn voorkeur
voor West-Vlaanderen, in een vroegere poëtische
symfonie speelt hij de rol van Jean de Bruges"
en een idée fixe van hem -is dat Engeland een
door een orkaan afgedreven stuk Vlaanderen is, Londen
is niet meer dan een buitenwijk van Brugge. Dat zingt
hij in het prachtige ,,Mon père disair".
Andere Vlaamse getuigenissen zijn "I'Ostendaise"
en vanzelfsprekend Le plat pays". Geen enkele
hedendaagse Vlaams zingende troubadour is er tot dusver
in geslaagd zo overrompelend over Vlaanderen te zingen.
Wel hebben wij Brel geplagieerd, zowel Will Ferdy als
Will Tura inspireerden zich op dat lied om zijn lofzang
nog eens dunnetjes over te doen. Waarom tonen wij ons
nooit geshockeerd door een lijkenpikker als Tura die
het warme lichaam van Presley uitschudt en over Vlaanderen
gaat zingen wanneer hij konstateert dat in Vlaanderen'
financieel muziek zit?
Kritische Vlaamse geluiden zijn - Mon enfance",
Les flamandes" en La bière".
Als kind werd Jacques Brel meermaals bij familie op
de Vlaamse buiten" ondergebracht, daar heeft
hij de typische mentaliteit aan den lijve ondervonden
en die herinnering schudt hij in ,,Mon enfance"
van zich af. Dit lied is naar mijn gevoel strenger voor
onze levenswijze dan Les Flamingants", het
is geen chanson comique", geen ordinair spugen,
maar een onverbiddellijke opsomming van het Rijke Vlaamse
Familieleven, dat hij afwijst als verstikkend (het rolpatroon
man-vrouw-kind) en barbaars . Omdat het lied mooi verwoord
is en als een persoonlijke ervaring mag geïnterpreteerd
worden, heeft men er geen aanstoot aan genomen, maar
Les Flamingants" is een vitriool-versie van
,Mon enfance". Wij herinneren ons de vorige rel
rond Brel, met Les flamandes". Een domme
afweerreaktie want zoals zijn biograaf Jean Clouzet
schrijft zijn Les Flamandes" een universeel
verschijnsel. Iedereen die zich passief leven laat is
er een broer of zus van. Waarom dan niet Les Wallonnes",
of Les Françaises"? Omdat Brel zichzelf
als Vlaming bekent, en voor eigen deur veegt. La
Bière" is een niet zo geslaagd venijnig
drinklied waarin de Germanen in het algemeen en de Uilenspiegels"
niet uitgezonderd, steken onder de schuimkraag krijgen.
De twee schimpnummers tenslotte zijn "Lalala"
en de inktvlek op zijn nieuwste adelbrief, Les
F. ". In het eerste lied ziet hij zich als ouwe
eenzame republikein verkommeren in een of ander koninkrijk
België dat hem schuwt als een stinkend lazaret,
een België waar hij de pest aan heeft, bevolkt
met flaminganten die zijn reet kunnen likken".
Dan is er de komische" oprisping waar heel
Vlaanderen kommentaar op heeft, van minister Rika De
Backer tot de melkboer, via De Bond van de Jonge
Gezinnen" en de KVHV'S die eisen dat het pamflet
van onze golflengten wordt afgevoerd. Brel richt zich
in een schuttingsterminologie tot de flaminganten die
hij als imbeciele paljassen ten tonele voert, die hij
brandmerkt als nazi's tijdens de oorlogen en als katholieken
tussendoor. Hij constateert hun gebrek aan gevoel voor
humor en verbiedt hen franstalige kinderen die hun niets
in de weg legden in het Vlaams te leren blaffen. Hij
verbiedt zichzelf onverschil lig te blijven tegenover
dat Vlaamse" gebeuren, en gispt zijn lotgenoten
die de situatie wél ondergaan. Tussen dat Brelbraaksel
drijft een zinnetje waarin hij eens te meer zijn Vlaming-zijn
niet verloochent, ik citeer: Wanneer gecivilizeerde
Chinezen mij tijdens een onweersnacht vragen waar ik
vandaan ben ontwijk ik, met een snik in de keel. Ik
ben van Luxembourg".
Les Flamingants" is een artistieke drol,
het ontsiert de schijf waarop Brel met "Jaurès",
La ville s'endormait" en "Orly"
zijn zingende tijdgenoten overklast.
Inhoudelijk ben ik het, zoals ik het voor de microfoon
van Jan en Alleman" getuigde, grotendeels met
Brel eens. Ik vind dat de flaminganten geen humor hebben,
ik beschouw het Vlaams dat wij spreken niet als een taal,
ik erken dialecten en ik dweep met onze moedertaal, het
Nederlands, maar als franstalige zou ik mij evenzeer tegen
het Vlaams, zoals het er nog vaak uitziet, keren. En drie
weken geleden, voor ik weet had van die uitbarsting van
Brel, heb ik in mijn kroniek aangestreept dat weinig volkeren
zo gauw gevoelig kunnen gemaakt worden voor autoritarisme
als het Vlaamse, dat schreef ik aan de hand van velerlei
ervaringen. Zo denk ik er over, ik hoop dat u met recht
en reden met mij (en die zanger) van mening verschilt.
Wat ik Brel wel kwalijk neem is dat hij met dat eenzijdig
protest op een dwaze manier in de kaart speelt van de
fanatici van de Belgische overkant. Intelligente francofonen
zitten verveeld met dat "cadeau" vanuit de Verre
Zuidzee, alleen professionele Vlamingvreters voelen zich
nu door de duivelse vaandrig, met zijn wereldpopulariteit,
aangemoedigd om de hatelijke weg verder in te slaan. Brel
heeft voor mij gelijk waar hij het Vlaams kapittelt, maar
van het Belgisch-Frans ben ik ook niet kapot en ik weet
hoe minachtend Parijs op die surrogaattaal neerblikt.
Waar ik de chansonnier niet volgen kan is waar hij zich
na jaren van meditatie weer plompverloren in die ridicule
taalstrijd gooit. Hoe vaak droom ik er niet van die Belgische
etterbuil te ontvluchten, als ik het geld had roeide ik
Brel achterna, niet om hem op te zoeken, maar om de Belgische
benepenheid achter mij te laten. Ik verwachtte van Brel
dat het solitair dolen over de zeeën zijn geest zou
gezuiverd hebben, dat we een wijze filosoof zouden terugvinden,
helaas, ik moet zoals Lucien Rioux in Le Nouvel
Observateur" tot de bevinding komen dat Jacques zijn
obsessies met zich meezeult. Nooit heeft een man die ik
in het gelijk stellen moet mij zo ontgoocheld.
Vuist in eigen boezem, s.v.p.
Dit gezegd zijnde, vind ik dat wij zijn schimpscheut
moeten aangrijpen, als een signalement om eindelijk
de hand in eigen boezem te steken. Jeroen Brouwers in
Nederland en Brel in de wereld zijn exponenten van een
kijk op Vlaanderen die niet mals is. In plaats van Brouwers,
die ik persoonlijk weinig sympathiek vind, in het diskrediet
te maneuvreren en in plaats van Brel uit te drijven
en zijn kritiek monddood te maken, zou het geen kwaad
kunnen een gewetensonderzoek in te stellen. Ogen en
oren sluiten voor kritiek van buitenaf zal ons verder
binnen ons geijkt gedrag opsluiten. Ik zou het toejuichen
wanneer de voorzitters van Vlaamse Fondsenen Bewegingen
naast betogingen waarmee ze hun eigen prestige opvijzelen
studiedagen willen beleggen tijdens dewelke De
Vlaamse kwaal" onder het mes gaat. In de omringende
landen bestaat een kritische pers die de eigen onvolkomenheden
zonder omwegen blootlegt en aan de kaak stelt. Ik volg
het Franse gebeuren van dichtbij, momenteel buigt men
zich daar over Le mal français", typische
Franse gebreken worden onder de loupe genomen en regelmatig
verschijnen kritische essays, onder meer over het overdadige
alcoholverbruik. Bij ons merk je weinig van zo'n operatief
ingrijpen en dat is onze zwakte. Wij zijn als de dood
voor harde waarheden, of die nu van buiten komen of
uit de eigen gelederen, wij blijven teren op een voltooid
verleden (getuige de Rubensfanfare vierhonderd jaar
na datum) wie niet Rooms-Vlaams is, komt moeilijker
aan zijn trekken dan de anderen, het legioen deserteurs
zwelt aan en gelukkig is er een Vlaamse Militanten Orde
om Vlaanderen schoon te houden en om voor waardige betogingen
in te staan, dixit versgebakken flamingant Willy De
Clercq.
Over Brels overhoop liggen, als ik me zo mag uitdrukken,
met de vrouw en over zijn aversie voor godsdienstinmenging
kan ik hier niet uitweiden, ik wil besluiten met wat
persoonlijke impressies betreffende enkele andere chansons
op de zojuist verschenen plaat. Hulde voor het Jaurès-lied.
Jaurès, humanist, filosoof, socialist, stichter
van "L'Humanité", verdediger van de
verguisde Dreyfus en daardoor en vooral vredesapostel,
werd om zijn vredesideaal (handlanger van de moffen)
op de vooravond van de eerste wereldoorlog, door een
nationalist (door àlle Franse nationalisten)
vermoord. Jaurés ligt in Frankrijk begraven onder
straatnaamborden. Brel heeft hem uit die vergetelheid
gehaald. Hij is de volwassen aanklager van deze historische
misdaad. Zonder vocale verheffing maar met een stem
die doordringt, schetst hij de levensomstandigheden
van onze grootouders, (niet hélemaal slaaf maar
toch van een rampzalige onderdanigheid) en stelt bij
elk refrein simpelweg de vraag: "Pourquoi ont-ils
tué Jaurès ?". Aan het slot vraagt
hij de jongeren van nu om, niet lang, (le temps de l'ombre
dun souvenir, !e temps du souffle dun soupir) een gedachte
aan Jaurès te wijden. In tweede instantie denk
ik aan ,,Orly", door een journaliste van "L'Express"
al bekroond als het mooiste tragische minnelied sinds
Les feuilles mortes". Ik weet alleen dat
het magnifiek is en aansluit bij de verzuchting van
Louis Aragon: 1l n'y a pas d'amour heureux".
Brel is in dit lied van een poëtische onfeilbaarheid,
en zijn dictie en voordracht van een ongekende gevoeligheid.
Chansons die bij mij moeten rijpen zijn het rijke La
ville s'endormait" en "Voir un ami pleurer"
. Die laatste titel alleen al stemt tot mijmeren. Omdat
ik niet van cabareteske chansons hou, heb ik slechts
een flauwe waardering voor het ruige Les remparts
de Varsovie" en soortgelijke "Knokke-le-Zoute
Tango". Mocht u de Brel-rage zat zijn en het allemaal
wel gelooft, kan ik u de nieuwe elpee van een fors individu
aanbevelen, "Death of een Iadies Man", de
zoveelste schijf van Leonard Cohen.
Kanttekening bij een verschijnsel
Ondanks het feit dat de nieuwe Brel al weken aangekondigd
was reageerde de Vlaamse pers nogal overrompeld. Als
je verrast wordt, ga je van elkaar kopiëren. Jan
Van Hemeldonck lanceerde vorige vrijdag in zijn .,Het
Laatste Nieuws" het bericht dat er al acht miljoen
exemplaren van de plaat op de wereldmarkt liggen. Dit
cijfer, hoe krankzinnig ook, werd de volgende zaterdag
door Hugo De Ridder in ..De Standaard" overgenomen
en weet een dag later door Jan Van Rompaey radiokundig
gemaakt. Van de plaat werd één miljoen
exemplaren voorgeperst en een tweede miljoen zou in
de maak zijn. Zou... Tweede kemel van de Laatste
Nieuws"-journalist is dat Brel in het lied Jojo"
een vriend à la Jef" probeert op
te beuren". Hoe je een dode vriend opbeurt is mij
niet duidelijk, bovendien is Jojo" niet te
vergelijken met de lévende Jef", maar
sluit het hier aan bij zijn requiem voor een vroeger
gestorven maat, Fernand". De vergissing van
Van Hemeldonck wordt de volgende dag door Pol Van Mossevelde
in De Standaard" voor zijn rekening genomen...
Barclay-directeur voor België, Milo De Coster,
moest vorige week de hulp inroepen van wakers-met-bloedhonden
om detaillisten die om méér platen kwamen
bidden, smeken en vooral dreigen van het lijf te houden.
Donderdag, zeventien november, voormiddag. Vijftien
mensen troepen samen voor een Brusselse platenzaak,
wachtend op de Brel die komen zal. Plotseling gaat de
mare dat een concurrent, twee straten verder, bevoorraad
werd. De vijftig zetten het op een holletje. Razende
telefoon naar Barclay vanwege de winkelier die een tros
klanten aan de haal ziet gaan.
Een aantal bekende Franse chansonniers, men noemt
de namen van Brassens en Ferrat, hebben de uitgave van
hun nieuwe elpee, die nu moest uitkomen, wijselijk opgespaard
tot de Brel-storm luwen zal.
Niet verboden
Vorige maandag kregen radiomensen op de BRT telefonisch
het bericht door dat Les F..." niet meer mocht
gedraaid worden. Later werd door de BRT officieel ontkend
dat er een draaiverbod zou zijn uitgevaardigd.
|
Zandvoorde,
het Brel-dorp zonder Brel.
Frans Steenhoudt
'Ze zeggen dat hier een hele straat Brels heeft gewoond',
fluistert Patrick Dehem. 'Maar verder weet ik daar niets
van.' Dehem baat op het dorpsplein van Zandvoorde café-bakkerij
De Lustigen Boer uit. 'Brel?', kijken de twee klanten
in de zaak op. 'De laatste Brel is dit jaar vertrokken:
Geny Brel, Vitals moeder. De dochter van oud-burgemeester
Hilaire. En tien jaar geleden woonden Martha en Robert
nog in café 'A la Maison de Ville'. Ook al Brels.
Een neef en een nicht van de vader van Jacques.'
Zandvoorde, een dorp op de rand van het Zuidwest-Vlaamse
Heuvelland en op een boogscheut van de Franse grens,
acht zichzelf de titel van 'Belgische Brel-dorp' waardig.
Niet zonder reden, blijkt na wat rondneuzen op het bijna
verlaten dorpsplein. Op het kerkhof rusten drie Brels.
De graven van de andere moesten de plaats ruimen voor
nieuwe doden. Maar bovenal: Romain, de kleinzoon van
oud-burgemeester - nog al een Brel-burgemeester! - Jean-Augustin
is er geboren. En Romain was de vader van Jacques. Een
bronzen plaat op een huis naast het dorpsplein herinnert
daaraan.
Het regent in Zandvoorde. Uit de kerk wordt een eenzame
kist gedragen- niemand loopt mee naar het graf, tenzij
twee grafdelvers en de begrafenisondernemer. Geen familie
meer. Nog een uitgestorven geslacht.
Het kleine dorp ligt hoog op een getuigenheuvel en torent
boven de landelijke omgeving uit. Is dit het 'vlakke
land' dat Jacques Brel bezong? De ouder wordende bevolking
van Zandvoorde is het vergeten. "Wij weten nergens
van," schudt de vrouw van de slager haar hoofd.
Ook haar zeldzame klanten, een vrouw die mijn oma kan
zijn en een man met een scheefgezakte pet, herinneren
zich niets. Zandvoorde, het Brel-dorp?
Nochtans: de Brels hebben een flinke stempel gedrukt
op dit kleine gehucht en op de hele streek. Tot na de
laatste oorlog. Toen woonden hier nog meer dan duizend
mensen. Nu minder dan vijfhonderd. De familie Brel had
er, samen met de schoonfamilie, gedurende meer dan anderhalve
eeuw politiek de touwtjes stevig in handen. Niemand
stelde zich daar vragen bij, het was gewoon zo.
In 1758 trouwde de uit het naburige Komen afkomstige
Jean-Baptiste Brel in Zandvoorde met een plaatselijke
schone. Hij was een telg uit een welgestelde familie,
waarvan een voorvader in 1179 door Filip van den Elzas
zelfs tot ridder was geslagen. (Volgens naamkundigen
schonk de toenmalige feodale leenman Brel zijn naam
aan het naburige dorpje Brielen. Of was het andersom?
Wat er ook van zij: eminente ethymologen beweren dat
de naam Brel afkomstig is van het Keltische 'broglio',
het toenmalige woord voor een omheinde, natte weide
met vee. En Brielen is afgeleid van broglio. Vandaar.)
Met de Zandvoordse stamvader van de Brels begon een
lange politieke traditie die haar hoogtepunt kende in
de negentiende eeuw en duurde tot in 1966. De climax
kwam in 1833, toen Jean-Augustin Brel, de overgrootvader
van Jacques, het burgemeesterschap overnam van zijn
schoonvader Alexis Laumousnier. Hij bleef burgervader
tot zijn dood in 1885 en verwekte elf kinderen. Zes
van hen stierven een erg vroege, kinderloze dood. Enkelen
weken uit tijdens of kort na de Grote Oorlog. Slechts
twee familietakken bleven in Zandvoorde achter. Nazaten
daarvan beheersten voort het dorpsleven. Hilaire Brel
zou van van 1926 tot 1966, op de oorlogsjaren na, burgemeester
zijn. En Martha en haar broer Robert baatten A la Maison
de Ville uit en controleerden vanuit hun café
- strategisch gelegen op de hoek van het dorpsplein
- het sociale leven.
Zij behoorden tot de drie gezinnen die na '14-'18 nog
terugkeerden. Romain hield het al jaren voor die Eerste
Wereldoorlog voor bekeken in het landelijk Zandvoorde.
Niks te beleven, moet hij gedacht hebben. Dat was in
1909. Hij trok voor het bedrijf Cominex op avontuur
naar het prille Kongo en vergat zijn dorp. Romain gooide
zich op de ruilhandel en exporteerde naar hartelust
ivoor en rubber uit de kolonie. In 1929 keerde hij terug
naar het moederland en stichtte er, samen met zijn schoonbroer,
een kartonfabriek in Schaarbeek. Daar is Jacques geboren.
Ook voor hem was Zandvoorde ver weg.
Volgens de meeste dorpsbewoners is hij er nooit geweest,
al is lang niet iedereen het daarover eens. "Hij
is hier wél geweest!", maakt Kamiel Barteel
zich dik. " Ik heb hem hier verdomme met mijn eigen
ogen gezien!
Twee keer zelfs. Juist na de oorlog van '45. Jacques
was toen een manneke van een jaar of tien. Denk ik.
Het is natuurlijk al zeer lang geleden."
"Mijn schoonvader zegt dat hij hier is geweest
toen hij negen was," knikt Gilbert Debruyne. De
omstanders lachen. "Pfft", merkt een van hen
schamper op. "Brel-dorp? Haha! Allemaal zever.
Nu hij beroemd is en dood heeft iedereen hem zeker gezien?
Ge gelooft dat toch zelf niet? Brel wist niet eens waar
Zandvoorde lag. En als hij liedjes zong over de Vlaanders,
dan was dat over de kust." (Martha Brel, van A
la Maison de Ville, heeft altijd volgehouden dat Brel
nooit in Zandvoorde is geweest.
Naar verluidt kon ze uren vertellen over haar illustere
neef, allemaal verhalen waarvan het waarheidsgehalte
sterk betwist werd. Al zal dàt haar geamuseerde
klanten worst zijn geweest.)
"t' Was een liberale familie", merkt Maurice
Verbeke ten slotte op. "Blauw, maar toch ook katholiek.
Ze lezen nog altijd missen voor de familie Brel. Maar
er zijn er nu geen meer over in ons dorp. 't Is dat
de mensen in Zandvoorde niet genoeg kinderen krijgen."
Na Maurice's interventie stokt de conversatie van de
dorpelingen even plots als ze begonnen is en hullen
ze zich in een koppig, West-Vlaams stilzwijgen.
Brel is ons vergeten, laten we nu Brel maar vergeten.
Helemaal anders is het in het naburige Zonnebeke, het
dorp op de eerstvolgende heuvel, waarvan Zandvoorde
sinds de fusie een deelgemeente is. Hier is een heus
Brel-gedenkcomité uit de grond gestampt. Eigenlijk
bestaat het al sedert de tiende verjaardag van het overlijden
van de chansonnier. Samen met een schare enthousiastelingen,
de Zonnebeekse Heemvrienden, heeft Marnik Gunst zelfs
een goed gedocumenteerde stamboom van de Brels samengesteld.
Zeshonderd namen, allemaal afstammelingen van
Jean-Augustin Brel. En al de levenden onder hen zijn
uitgenodigd, vandaag, voor het grote Brel-evenement
dat hier op poten is gezet. Hier, in Zonnebeke. Niet
in Zandvoorde. "In Zandvoorde is er geen zaal die
groot genoeg is voor een dergelijke gebeurtenis,"
oppert Gunst. "Jaja, we kennen dat. Als er iets
te beleven valt, dan is Zandvoorde plots niet groot
genoeg." De uitbater van Café Edelweiss,
het enige andere café dat Zandvoorde nog rijk
is, maakt een duidelijk wegwerpgebaar. Hij is ingeweken
uit de grensstad Menen en als
rechtgeaarde, kleine zelfstandige zint het hem niet
dat een buitenkans aan zijn etablissement voorbijgaat.
De regen valt nog steeds bij bakken uit de dreigende
hemel. Drie klanten zitten bij een glas bier te drogen.
Misschien een geluk dat de grote Brel niet in dit dorp
of bij nicht Martha is opgegroeid. Want kleine, uitstervende
dorpjes brengen blijkbaar weinig grootse dingen voort.
© Frans Steenhoudt / De Morgen - Gepubliceerd met
toelating van de auteur/krant.
Oorspronkelijk opgenomen in De Morgen [De Morgen, 9
oktober 1998]
|
| La
chanson de Jackie
Brel hield zijn tour de chants voor bekeken op het
juiste moment. Nooit zou iemand hem kunnen verwijten
zichzelf te herhalen. Het is een nobele kunst op tijd
weten te stoppen. Het vergt verbeeldingskracht uzelf
daar al als vieille vedette te zien optreden voor femmes
finissantes, hij die zo onverbiddelijk kon zijn, vooral
dan voor zichzelf. Het heeft voor hem iets lafs wanneer
men zijn moment van gaan niet wil inzien. Chez ces gens-là,
on ne s'en va pas.
Brel daarentegen gaat. Hij moet het ook wel aan zijn
tanend incasseringsvermogen hebben gemerkt dat hij gas
moest terugnemen als hij verder had willen doen en dan
was de keuze gauw gemaakt. Niet alleen de optredens
zelf maar ook de nacht doordoen nadien, confronteerden
hem haarscherp met de schade die een lichaam kon lijden
alleen al door het verstrijken van de tijd. Door willen
gaan is dan dom in die optiek; wie denkt de mooie tijd
te kunnen rekken, trekt altijd aan het kortste eind.
Beau, beau, beau et con à la fois. Oud worden
viel hem nog zwaarder dan gewoon doodvallen. Mourir
la belle affaire, mais vieillir... ô vieillir!
Hij die toch niet bang hoefde te zijn ooit lelijk te
moeten worden; hij was het heel zijn leven al!
Brel : "Je crois que quand on est vilain tout
petit, on se passe très vite de soi en tant qu'être
prioritaire, ça doit etreê très
difficile d'être beau à quinze ans, pour
l'avenir. Parce qu'on s'en aperçoit très
vite quand on n'est pas beau, ce n'est pas du tout un
complexe, c'est un constat. On s'aperçoit très
vite quand on n'est pas beau, que l'intérêt
qu'on peut avoir n'est pas en soi mais dans le mouvement
que Von peut éventuellement avoir, ou dans 1'apport
que l'on peut éventuellement faire aux autres.
Alors que les gens beaux, si vous voulez, le pôle
d'intérét, c'est eux. Et s'ils ne sont
pas extrêmement vigilants, ils finissent par croire
qu'ils existent. "
De enige tijd in zijn leven dat hij zelf zogezegd als
schoon ventje in het centrum van de belangstelling stond,
was in de tijd toen die oude tantes Vanneste hem in
de wangen knepen, hem onderwijl Jacky noemend. Juist
dat soort mémères décorées
zou hij nog als enig publiek aantreffen later in Knokke-le-Zoute,
mocht hij door zijn gegaan met zijn récitals
en wie weet tegen dan zelfs maître chanteur geworden
zijn.
Arnold Rypens - Oorspronkelijk op Radio 1 - Rang 1,
oktober 1998.
|
|
In Madeleine speelt Brel de loser, die tevergeeft met
een bosje bloemen op Madeleine wacht. En dat in het
een decor waar hij van 1942 tot '50 verbleef en waar
zijn ouders tot hun dood bleven wonen: de Rue Jacques
Manne in Brussel. Met die kartonfabriek van de familie
aan de kop van de straat en de eindhalte van tram 33
aan de andere kant.
Madeleine was lange tijd zijn openingsnummer, later
werd het de uitsmijter. De terminus van van tram trente
trois in Madeleine kreeg de naam Station Jacques Brel
toen de metro daar werd doorgetrokken.
BREL : "Je sais pas bien parles des femmes. J'ai
jamais très bien compris. J'ai parfaitement conscience
d'être passé à coté de quelque
chose là. Mais c'est un travail hein, les femmes,
c'est un travail!"
|
| |
|
Ik ga liever dood of stop ergens mee terwijl ik fouten
heb gemaakt dan dat ik dingen niet doe die ik eigenlijk
had willen doen.
Ik vergis me liever dan dat ik m'n mond hou.
Van voorzichtig zijjn krijg ik de zenuwen.
Ik haar voorzichtigheid, ik haat 't om me in te dekken.
|
|
ÇA VA, LE DIABLE
Prologue :
Un jour le Diable vint sur terre,
un jour le Diable vint sur terre pour surveiller ses
intérêts,
il a tout vu le Diable, il a tout entendu
et après avoir tout vu, après avoir tout
entendu,
il est retourné chez lui, là-bas.
Et là-bas on avait fait un grand banquet,
à la fin du banquet, il s'est levé le
Diable,
il a prononcé un discours
et en substance il a dit ceci, il a dit:
Il y a toujours un peu partout
Des feux illuminant la terre
ça va
Les hommes s'amusent comme des fous
Aux dangereux jeux de la guerre
ça va
Les trains déraillent avec fracas
Parce que des gars pleins d'idéal
Mettent des bombes sur les voies
Ça fait des morts originales
Ça fait des morts sans confession
Des confessions sans rémission
ça va
Rien ne se vend mais tout s'achète
L'honneur et même la sainteté
ça va
Les États se muent en cachette
En anonymes sociétés
ça va Les grands s'arrachent les dollars
Venus du pays des enfants
L'Europe répète l'Avare
Dans un décor de mil neuf cent
Ça fait des morts d'inanition
Et l'inanition des nations ça va
Les hommes ils en ont tant vu
Que leurs yeux sont devenus gris
ça va Et l'on ne chante même plus
Dans toutes les rues de Paris ça va
On traite les braves de fous
Et les poètes de nigauds
Mais dans les journaux de partout
Tous les salauds ont leur photo
Ça fait mal aux honnêtes gens
Et rire les malhonnêtes gens.
Ça va ça va ça va ça va.
Diable (Le) 1953(Jacques Brel) Ed. Caravelle
|
ALLES GAAT GOED, DUIVEL
Proloog:
Op een dag kwam de duivel naar de aarde
op een dag kwam de duivel naar de aarde om zijn belangen
te bezien
de duivel zag en hoorde alles.
Toen hij alles gezien en gehoord had,
richtte hij thuis een banket aan.
Aan 't eind van de maaltijd stond hij op...
...en hield een toespraak waarin hij het volgende zei:
Hij zei: dat gaat goed, jongens
overal staat de aarde in brand
dat gaat goed, jongens
de mensen spelen oorlogje of dat geen kwaad kan
dat gaat goed, jongens
treinen ontsporen met veel geraas
omdat kerels vol idealen bommen op de rails leggen
daar komen originele doden van
waar geen biecht meer aan te pas komt
dat gaat goed
de mensen maken zoveel mee dat hun ogen er dof van staan
dat gaat goed
er wordt niet meer gezongen in de straten van Parijs...
dat gaat goed
brave lui verslijt men voor gek, dichters voor ezels
maar smeerlappen krijgen hun foto in de krant
dat kwetst 't fatsoen
maar 't schorum lacht in z'n vuistje
dat gaat goed, jongens
|
|
Deze heer was fabrikant, echtgenoot en vader en liet
alles in de steek om liedjes te gaan schrijven.
Maar u bleef wel man en vader.
-Ja!
Je begon 'n compleet nieuw leven.
In Brussel geboren en woonachtig begon je een heel nieuw
leven.
Ja, soms moet je dat doen.
Ik had 't gevoel dat ik heel snel oud aan 't worden
was voor niets in die kartonfabriek.
Was uw vrouw 't er mee eens?
-Ja.
Die zag me al 'n oude brompot worden.
Daarom was ze 't ermee eens.
Was uw debuut niet tijdens 'n beurs voor verpakkingsmateriaal?
Ja, ik kwam af en toe in Parijs.
Misschien wat vreemd, maar zo bleef ik de mensen inpakken.
Maar toen ik toch in Parijs was ging ik langs bij beroemdheden
over wie ik in Brussel al vaag wel eens iets over gehoord
had.
Ik zong ze m'n liedjes voor om er hun mening over te
horen.
En wat vonden ze?
Dat ik 't misschien wel kon proberen.
Meer niet?
Wat zong je ze voor?
-Drie liedjes.
Het nummer We moeten kijken zing ik er nog steeds.
Zing het eens.
|
|
IL NOUS FAUT REGARDER
Derrière la saleté s'étalant devant
nous
Derrière les yeux plissés et les visages
mous
Au-delà de ces mains ouvertes ou fermées
Qui se tendent en vain ou qui sont poings levés
Plus loin que les frontières
qui sont de barbelés
Plus loin que la misère
Il nous faut regarder
Il nous faut regarder
Ce qu'il y a de beau
Le ciel gris ou bleuté
Les filles au bord de l'eau
L'ami qu'on sait fidèle
Le soleil de demain
Le vol d'une hirondelle
Le bateau qui revient
Par-delà le concert
Des sanglots et des pleurs
Et des cris de colère
Des hommes qui ont peur
Par-delà le vacarme
Des rues et des chantiers
Des sirènes d'alarme
Des jurons de charretier
Plus fort que les enfants
Qui racontent les guerres
Et plus fort que les grands
Qui nous les ont fait faire
Il nous faut écouter
L'oiseau au fond des bois
Le murmure de l'été
Le sang qui monte en soi
Les berceuses des mères
Les prières des enfants
Et le bruit de la terre
qui s'endort doucement
|
WE MOETEN KIJKEN
achter alle vuiligheid die voor ons ligt
achter half dichtgeknepen ogen in slappe gezichten
achter tevergeefs uitgestoken handen
open of in 'n machteloos opgestoken vuist
verder dan grenzen van prikkeldraad
verder dan alle ellende
moeten we kijken
we moeten kijken
naar al wat mooi is
naar 't blauw in de grijze wolken
en de meisjes aan het water
naar de vriend wiens trouw je kent en de zon van morgen
naar de vlucht van 'n zwaluw en 't schip dat terugkeert
naar de vriend wiens trouw je kent en de zon van morgen
naar de vlucht van 'n zwaluw en 't schip dat terugkeert
|
|
|
|
|
VOIR
UN AMI PLEURER
Bien sûr ces villes épuisées
Par ces enfants de cinquante ans
Notre impuissance à les aider
Et nos amours qui ont mal aux dents
Bien sûr le temps qui va trop vite
Ces métros remplis de noyés
La vérité qui vous évite
Mais, mais voir un ami pleurer
|
Een vriend zien huilen
Tekst & muziek: Jacques Brel, vertaling: Johan
Verminnen
Natuurlijk is het ergens oorlog
Kanonnen maken geen muziek
En vrede is er zo hard nodig
Een paradijs bestaat er niet
Aan geld kleeft er toch steeds een geurtje
Maar wie het heeft die ruikt het niet
Bloemen vertrappen dat gebeurt soms
Maar een vriend zien huilen kan ik niet
Natuurlijk zijn er kwade dagen
En aan het eind wacht ons de dood
Ons lichaam blijft ons steeds verbazen
We leven nog, dus er is hoop
Natuurlijk, ontrouw wordt gewoonte
Liefde in vele bedden ziek
We kunnen elkaars geluk vermoorden
Maar een vriend zien huilen kan ik niet
En al die steden die vermoeid zijn
Door kinderen van wel 50 jaar
Al onze liefdes hebben tandpijn
Iemand die helpt, vergeet het maar
De tijd blijft altijd ongenaakbaar
Je kan verdrinken in verdriet
Er is de waarheid die ons spaart maar
Een vriend zien huilen kan ik niet
Natuurlijk zijn we nog integer
Zonder het lef om Jood te zijn
Zelfs elegant zijn als een neger
Kunnen we niet; we zijn zo klein
En al die mensen, onze broeders
Zo zou het eigenlijk moeten zijn
De werkelijkheid, die is zo droevig
Iemand zien huilen, dat doet pijn
|
|
LES VIEUX
Jacques Brel
Les vieux ne parlent plus ou alors seulement parfois
du bout des yeux
Même riches ils sont pauvres, ils n'ont plus d'illusions
et n'ont qu'un coeur pour deux
Chez eux ça sent le thym, le propre, la lavande
et le verbe d'antan
Que l'on vive à Paris on vit tous en province
quand on vit trop longtemps
Est-ce d'avoir trop ri que leur voix se lézarde
quand ils parlent d'hier
Et d'avoir trop pleuré que des larmes encore
leur perlent aux paupières
Et s'ils tremblent un peu est-ce de voir vieillir la
pendule d'argent
Qui ronronne au salon, qui dit oui qui dit non, qui
dit: je vous attends
Les vieux ne rêvent plus, leurs livres s'ensommeillent,
leurs pianos sont fermés
Le petit chat est mort, le muscat du dimanche ne les
fait plus chanter
Les vieux ne bougent plus leurs gestes ont trop de rides
leur monde est trop petit
Du lit à la fenêtre, puis du lit au fauteuil
et puis du lit au lit
Et s'ils sortent encore bras dessus bras dessous tout
habillés de raide
C'est pour suivre au soleil l'enterrement d'un plus
vieux, l'enterrement d'une plus laide
Et le temps d'un sanglot, oublier toute une heure la
pendule d'argent
Qui ronronne au salon, qui dit oui qui dit non, et puis
qui les attend
Les vieux ne meurent pas, ils s'endorment un jour et
dorment trop longtemps
Ils se tiennent la main, ils ont peur de se perdre et
se perdent pourtant
Et l'autre reste là, le meilleur ou le pire,
le doux ou le sévère
Cela n'importe pas, celui des deux qui reste se retrouve
en enfer
Vous le verrez peut-être, vous la verrez parfois
en pluie et en chagrin
Traverser le présent en s'excusant déjà
de n'être pas plus loin
Et fuir devant vous une dernière fois la pendule
d'argent
Qui ronronne au salon, qui dit oui qui dit non, qui
leur dit: je t'attends
Qui ronronne au salon, qui dit oui qui dit non et puis
qui nous attend.
|
DE OUDJES
Vertaling Mohamed el-Fers
De oudjes praten niet meer
alleen blikken ze af en toe met hun ogen
Zelfs rijk zijn ze arm
hebben geen illusies meer
hebben één hart voor hun tweeën
Bij hun ruikt het naar tijm, zeep, lavendel en het woord
van vroeger
Al leef je in Parijs
je leeft altijd in de provincie als je te lang blijft
leven
Hebben ze te vaak gelachen
breekt daarom hun stem
als ze over vroeger praten
hebben ze te vaak gehuild
en hangen er daarom nog tranen aan hun oogleden
en als ze een beetje beven is dat omdat ze de zilveren
klok ouder zien worden
de klok in de salon, die ja tikt, die nee tikt, die
tikt: ik wacht op jou
De oudjes dromen niet meer, hun boeken dommelen in,
hun piano's zijn gesloten
De kleine kat is dood, de zondagse borrel doet hen niet
meer zingen
De oudjes bewegen niet meer, hun gebaren hebben te veel
rimpels, hun wereld is te klein
van het bed naar het raam, dan van het bed naar de stoel,
van het bed naar het bed
en als ze nog eens uitgaan, arm aan arm, deftig stijf
gekleed
dan volgen ze in de zon de begravenis van een die nog
ouder was, nog lelijker
En in de tijd van een snik vergeten ze een uur lang
de zilveren klok
de klok in de salon, die ja tikt, die nee tikt, die
tikt en op hen wacht
De oudjes sterven niet, ze slapen gewoon in en slapen
op een dag te lang
ze houden elkaar vast, bang om de ander te verliezen
en toch verliezen ze elkaar
en de andere blijft achter, de beste of de kwaadste,
de zachte of de strenge, dat doet er niet toe, degeen
van de twee die overblijft belandt in de hel
u ziet hem af en toe, u ziet haar soms in regen en
verdriet
Ze lopen door het heden en excuseren zich dat ze nog
niet verder zijn
En vluchten voor u uit, de zilveren klok klinkt nog
een laatste keer,
de salonklok die tikt ja, die tikt nee, die tikt: ik
wacht op jou
de salonklok die tikt ja, die tikt nee, die op ons wacht
|
| |
Liefde van later
In een vertaling van Lennaert Nijgh gezongen door Herman
van Veen op zijn LP Suzanne in 1969 (ook op LP Alles/1983
en op LP Toegift/1979 (live)
Als liefde zoveel jaar kan duren,
dan moet het echt wel liefde zijn,
ondanks de vele kille uren,
de domme fouten en de pijn.
Heel deze kamer om ons heen,
waar ons bed steeds heeft gestaan,
draagt sporen van een fel verleden,
die wilde hartstocht lijkt nu heen,
die zoete razernij vergaan,
de wapens waar we toen mee streden.
Ik houd van jou,
met heel mijn hart en ziel
houd ik van jou.
Langs de zon en maan
tot aan het ochtendblauw,
ik houd nog steeds van jou.
Jij kent nu al mijn slimme streken,
ik ken allang jouw heksenspel.
Ik hoef niet meer om jou te smeken,
jij kent mijn zwakke plaatsen wel.
Soms liet ik jou te lang alleen,
misschien was wat je deed verkeerd,
maar ik had ook wel eens vriendinnen.
We waren jong en niet van steen
en zo hebben we dan toch geleerd:
je kunt toch altijd opnieuw beginnen.
Ik houd van jou...
We hebben zoveel jaar gestreden
tegen elkaar en met elkaar.
Maar rustig leven en tevreden
is voor de liefde een gevaar.
Jij huilt allang niet meer zo snel,
ik laat me niet zo vlug meer gaan,
we houden onze woorden binnen.
Maar al beheersen we het spel
een ding blijft toch altijd bestaan:
de zoete oorlog van het minnen.
Ik houd van jou...
Ik houd nog steeds van jou,
voorgoed van jou.
|
| |
De nuttelozen van de
nacht
Tekst & muziek: Jacques Brel & François
Rauber, Vertaling: Ernst van Altena
Ze ontwaken om een uur of vier
Ze ontbijten met een kleintje bier
Ze gaan uit omdat er thuis niets wacht:
De nuttelozen van de nacht
Zij, gedraagt zich arrogant
Omdat ze mooie borsten heeft
Hij, is zeker en charmant
Omdat papa hem centen geeft
Hun onmacht is hun hoogste macht:
De nuttelozen van de nacht
refr.: Kom, dans met mij
Vriendin, kom hier, vriendin, kom hier, kom hier, nee,
blijf
Kom, dans met mij
Laat ons dansen, lijf aan lijf
Ze braken zonder ziek te zijn
Ze braken nacht en zonder pijn
Ze nemen zich bedroefd in acht:
De nuttelozen van de nacht
Ze bespreken zonder end:
De poezie, die geen van hen kent
De romans, die geen van hen schreef
De vrouw, die bij geen van hen bleef
De grap, waarom geen van hen lacht
De nuttelozen van de nacht
refr. Kom, dans met mij
Vriendin, kom hier, vriendin, kom hier, kom hier, nee,
blijf
Kom, dans met mij
Laat ons dansen, lijf aan lijf
In liefde zijn ze zo berooid (ah!)
Het was, het was, ze was, zo zacht
Ze was, ach, dat begrijpt u nooit
'De nuttelozen van de nacht'
Ze nemen nog een laatste glas
Vertellen nog een laatste grap
En dan het allerlaatste glas
De laatste dans, de laatste stap
Het laatst verdriet, de laatste klacht
De nuttelozen van de nacht
refr. Kom, dans met mij
Vriendin, kom hier, vriendin, kom hier, kom hier, nee,
blijf
Kom, dans met mij
Laat ons dansen, lijf aan lijf
|
Non
Jef t'es pas tout seul
Mais arrête de pleurer
Comme ça devant tout le monde
Parce qu'une demi-vieille
Parce qu'une fausse blonde
T'a relaissé tomber
Non Jef t'es pas tout seul
Mais tu sais que tu me fais honte
A sangloter comme ça
Bêtement devant tout le monde
Parce qu'une trois quarts putain
T'a claqué dans les mains
Non Jef t'es pas tout seul
Mais tu fais honte à voir
Les gens se paient notre tête
Foutons le camp de ce trottoir
Allez viens Jef viens viens
{Refrain:}
Viens il me reste trois sous
On va aller se les boire
Chez la mère Françoise
Viens il me reste trois sous
Et si c'est pas assez
Ben il me restera l'ardoise
Puis on ira manger
Des moules et puis des frites
Des frites et puis des moules
Et du vin de Moselle
Et si t'es encore triste
On ira voir les filles
Chez la madame Andrée
Parait qu'y en a de nouvelles
On rechantera comme avant
On sera bien tous les deux
Comme quand on était jeunes
Comme quand c'était le temps
Que j'avais de l'argent
Non Jef t'es pas tout seul
Mais arrête tes grimaces
Soulève tes cent kilos
Fais bouger ta carcasse
Je sais que t'as le cur gros
Mais il faut le soulever
Non Jef t'es pas tout seul
Mais arrête de sangloter
Arrête de te répandre
Arrête de répéter
Que t'es bon à te foutre à l'eau
Que t'es bon à te pendre
Non Jef t'es pas tout seul
Mais c'est plus un trottoir
ça devient un cinéma
Où les gens viennent te voir
Allez viens Jef viens viens
{Refrain}
Viens il me reste ma guitare
Je l'allumerai pour toi
Et on sera espagnols
Comme quand on était mômes
Même que j'aimais pas ça
T'imiteras le rossignol
Puis on se trouvera un banc
On parlera de l'Amérique
Où c'est qu'on va aller
Quand on aura du fric
Et si t'es encore triste
Ou rien que si t'en as l'air
Je te raconterai comment
Tu deviendras Rockfeller
On sera bien tous les deux
On rechantera comme avant
Comme quand on était beaux
Comme quand c'était le temps
D'avant qu'on soit poivrots
Allez viens Jef viens viens
Oui oui Jef oui viens.
|
Jef
nee Jef, je bent niet helemaal alleen
maar stop met dat janken
voor de ogen van iedereen
omdat zo'n geblondeerde
halve bejaarde
je heeft laten barsten
(Een vrije Brel-vertaling)
tekst en muziek: Jacques Brel / bewerking: Stef BosKom
Jef
Het is al laat
De nacht die valt
En het is koud hier op de straat
Ze komt niet terug
Je wacht op niets
Het is te laat
Nee, Jef
Ik ga niet weg
Ik blijf bij jou
Vergeet haar nou
Dat klote wijf
Nee, jij bent niet alleen
Je weet toch dat ik bij je blijf
Kom Jef
We moeten gaan
De hele buurt staat al op straat
Je schreeuwt ze wakker met haar naam
Ik schaam me dood hier, kom
We gaan
We gaan
Ik heb nog geld genoeg voor mosselen met wijn
En als we volgevreten zijn dan gaan we naar de kroeg
We zuipen ons kapot tot alles anders lijkt
En heel de wereld mooier wordt
Dan gaan we naar de hoeren, prinsessen van de straat
Die zien ons als een koning, zolang je maar betaalt,
Jef
En morgenochtend vroeg dan nemen we de trein
Naar ergens ver van hier, naar waar de vrouwen anders
zijn
We laten alles achter
We komen nooit meer terug
Want vergeten, Jef, vergeten is geluk
Kom Jef we moeten gaan
De wereld wacht op jou en mij
Ze komt niet terug
Het is voorbij
Voorgoed voorbij Jef
Ja, Jef, ik ken het ook
Je breekt je hart
Ziet alles zwart
Je sterft het liefste in de goot
Zonder haar nog liever dood
Maar Jef het is ook onze eigen schuld
Je ziet je eigen vrouw niet staan
Totdat ze gaan
Dan doet het pijn
Je bid en knielt en kust haar voeten
Niet uit liefde
Maar alleen
Om niet alleen te zijn
Kom
We gaan
We gaan
We trekken naar het zuiden, een eiland in de zon
Voorbij de evenaar waar nooit de winter komt Jef
En 's avonds voor je slaapt speel ik op mijn gitaar
Tot je niet meer droomt van haar
We doen alsof we blind zijn voor wat er is geweest
We leven als een god, we vieren elke avond feest
En al die kankerwijven hier
Vergeten we met bier
Met wodka en met wijn
Tot de herinnering verdwijnt
We laten alles achter
We komen nooit meer terug
Want vergeten Jef
Vergeten is geluk
We komen nooit meer terug
|
Op
30 mei 1964 trad Jacques Brel op in Het Huis met de Pilaren
in Bergen. Het optreden werd destijds live door de VPRO op
televisie uitgezonden. Het was Brels laatste televisieoptreden
in Nederland. Lange tijd waande men alle opnamen van dat optreden
verloren. Gelukkig vond het Nederlands Instituut voor Beeld
en Geluid enige tijd geleden de banden met de complete concertopname
terug.
Mohamed el-Fers' Jacques Brel is in België bij Roularta
Books (Knack Trends), in Nederland bij Mets
& Schilt verschenen. In Nederland ISBN 90 5330 371
5 en in Belgie ISBN: 9054665238.
< BESTEL ON-LINE DOOR OP HET BOEK TE KLIKKEN!
Discografie :
Philips (33 toeren) : GRAND JACQUES ( 1955)
La haine- Grand Jacques- Il pleut - Les carreaux - Le diable
( ça va ) - Il nous faut regarder - C'est comme ça
- Il peut pleuvoir - Le fou du roi - Sur la place - S'il te
faut - La Bastille - Prière païenne - PHILIPS
PHI 6325-202
QUAND ON A QUE L'AMOUR (1957)
L'air de la bêtise - Qu'avons nous fait bonnes gens
- Pardons - Saint pierre - Les pieds dans le ruisseau - Quand
on a que l'amour - J'en appelle - La bourrée du célibataire
- Heureux - Les blés - Demain l'on se marie ( la chanson
des célibataires) - PHILIPS PHI 6325.203
AU PRINTEMPS ( 1958 )
Au printemps - Je ne sais pas - Dors ma mie, bonsoir - Dites
si c'était vrai - Le colonnel - L'homme dans la cité
- La lumière jaillira - Litanies pour un retour - Seul
- La dame patroneuse - La mort - PHILIPS PHI 6325.204
LA VALSE A MILLE TEMPS ( 1959 )
La valse à mille temps - Je t'aime - Ne me quitte pas
- Isabelle - La tendresse - La colombe - Les flamandes - L'ivrogne
- Marieke - Le moribond - Le prochain amour - Vivre debout
- PHILIPS PHI 6325.205
LES BOURGEOIS ( 1961 )
Les prénoms de Paris - Clara - On n'oublie rien - Les
singes - Voir - L'aventure - Madeleine - Les biches - Les
paumés du petit matin - Zangra - La statue - les bourgeois
- PHILIPS PHI 6325.206
Philips (45 tours) :
* Ca va ( le diable ) - Grand Jacques - La haine - Sur la
plage - ( orchestre d'André GRASSI ) PHILIPS PHI 432.018
BE
* Il nous faut regarder - Il peut pleuvoir ( orch. A. GRASSI
) - La Bastille ( orch. André POPP ) - Qu'avons nous
fait bonnes gens ? - Les pieds dans le ruisseau - S'il te
faut - ( orch. Michel LEGRAND ) PHILIPS PHI 432.043 BE
* Les blés - Dites si c'était vrai ( poème
)- Prière païenne - Quand on a que l'amour - Saint
Pierre - ( orch. M. LEGRAND ) PHILIPS PHI 432.126 BE
* L'air des bêtises - La bourrée du célibataire
- Heureux - Pardons - ( orch. A. POPP) PHILIPS PHI 432.260
BE
* Demain l'on se marie ( la chanson des fiancés) orch.
A. POPP - L'homme dans la cité - La lumière
jaillira - Voici ( orch. François RAUBER ) - PHILIPS
PHI 432.260 BE
* Au printemps - Je ne sais pas ( avec les choeurs "
la joie au village " ) - L'aventure - Voir - ( orch.
F. RAUBER ) PHILIPS PHI 432.326 BE
* Les dames patronesses - Ne me quitte pas - la tendresse
- La valse à mille temps - ( orch. F. RAUBER ) PHILIPS
PHI 432.371 BE
* La colombe - Les flamandes - Isabelle - Seul - ( orch.
F.RAUBER ) PHILIPS PHI 432.425 BE
* Dors ma mie ( orch. A. POPP ) - Litanies pour un retour
- Ne me quitte pas - Seul - ( orch. F. RAUBER ) PHILIPS PHI
432.517 BE
* L'ivrogne - Le moribond - On n'oublie rien - ( orch. F.
RAUBERT ) PHILIPS PHI 432.518 BE
* Clara - Marieke - Les prénoms de Paris - Le prochain
amour - ( orch F. RAUBERT ) PHILIPS PHI 432.531 BE
* Les bourgeois - Madeleine - Les paumés du petit
matin - Les singes ( en public à l'Olympia ) - ( orch.
Daniel JANIN ) PHILIPS PHI 432.766 BE
Chez BARCLAY (45 tours) :
Ne me quitte pas - Les biches BARCLAY 61676
Madelaine - Rosa BARCLAY 61837
Les bourgeois - Bruxelles BARCLAY 61838
Le plat pays - les bigottes BARCLAY 61839
Les vieux - Mathilde BARCLAY 61840
La Fanette - Tittine BARCLAY 61841
Jef - Au suivant BARCLAY 61842
Les bonbons ( 1ste versie) - Ces gens là BARCLAY
61843
Amsterdam - Jacky BARCLAY 61844
La chanson des vieux amants - les bonbons ( 2de versie)
BARCLAY 61845
Vesoul - La bière BARCLAY 61846
Le moribond - Quand on a que l'amour BARCLAY 62023
In het Hollands: De nuttelozen van de nacht - Mijn vlakke
land - De burgerij - Rosa - BARCLAY 70.907
FRANCE BREL CHANGES HER FATHER'S GRAVESTONE
The daughter of the late Jacques Brel, one of Belgium's most
renound singers & composers, just has returned from a
visit to Hiva Oa, the burial ground of her father. She went
there with a mission too : not only did she speak with people
who knew her father during his last days, but she also made
some changes to the tombstone.
A relief depicting Brel and Maddly Bamy (Brel's "maîtresse"
during the last years of his life) was removed from the stone,
and was replaced by two commemorative plaques. One says "Six
Pieds Sous Terre, Tu Chantes Encore" (a line from the
song "Jojo" which means "six feet under, you're
still singing") and carries the names of Brel's wife,
children and grandchildren. The second plaque carries a poem
by France herself (translated : "Passerby, like a sailor,
a man from the stars, this troubadour enchanted our lives
from the North Sea to the Marquises. The poet, from the blueness
of his eternity, thanks you for your passage").
France wrote a long letter to the local press to explain this
gesture under the title "After the time for respect,
now the time for history", in which the family announces
it will break the silence around the last years of the singer's
life. Most sources about these last year so far have always
had to tap from a biography that Maddly wrote a few years
after his death, a fact that caused some bad blood.
The evidence that Brel indeed is "Six feet under, but
still singing" can be found on many occasions. In "Les
Inrockuptibles" of last week for instance, there was
an interview with Ian McCullogh - singer of Echo & The
Bunnymen, this Saturday on Eurorock - in which he states :
(about Scott Walker) "he has learnt everything from Brel,
who is infinetely bigger than him, since the melodies and
the impact of his chansons is a thousandfold that of Walker.
And Brel had a lot of charisma, while Walker has the appeal
of a bag of potatoes". (About the Beatles) : "I
worshipped the Beatles ... On the other hand, they were from
Liverpool and that made them a lot more "common"
than the Velvet Underground, Iggy Pop or even Jacques Brel.
A chansonnier from Belgium was a lot more fascinating and
exotic than a band from Liverpool, Beatles included".
(sources : Fondation Jacques Brel, De Morgen, Nieuwsblad,
Humo). August 3, 1999
2. Ne me quitte pas (J. Brel)
Dat Ne me quitte pas van Jacques Brel zo hoog
eindigt verbaast ons niet. De song werd immers eerder uitgeroepen
tot beste Franstalige song aller tijden, en in de Top 100
van het Britse muziekblad Mojo vind je maar twee "niet-Angelsaksische"
nummers: Guantanamera en Ne me quitte pas
op een 68ste plaats. De song werd gecoverd door de meest uiteenlopende
artiesten: Rod McKuen (die hem naar het Engels vertaalde als
If You Go Away), Dusty Springfield, Tom Jones,
Frank Sinatra, Scott Walker, Nina Simone (in aandoenlijk Frans),
Liesbeth List, Neil Diamond en Rob De Nijs. Brel zelf nam
ook een Nederlandse versie op. De vertaling Laat me
niet alleen was van Ernst Van Altena.
Op het eerste gezicht is Ne me quitte pas een
dramatisch afscheidslied van twee geliefden. Maar niets is
zeker, want Brel zei: "Ik zing nooit over de liefde".
Sommigen menen dat hij met dat lied afscheid nam van Vlaanderen,
anderen hebben het over een vaarwel aan zijn kinderjaren of
zijn moeder. De onduidelijkheid vergroot natuurlijk de magie
van dit tijdloze nummer.
Ernst van Altena
Chansons van Ernst : een selectie eigen luisterliedjes van
Ernst van Altena. - Amsterdam : Heijnis, cop. 1965. - 128
p. ; 25 cm
Ballade van het optipessimisme : liedjes voor niemand : zes
nieuwe chansonsteksten / Ernst van Altena. - Amsterdam [etc.]
: Corvey, 1969. - 15 p. ; 25 cm. - (Een Corvey model ; januari
1969)
Als je erdoor bent, is het water heerlijk : gedichten en
chansons / Ernst van Altena. - Den Haag : Bert Bakker/Daamen,
1970. - 76 p. ; 19 cm
ISBN 90-6019-135-8
Van Apollinaire tot Wedekind. Dertig jaar poëzie vertalen
/ Ernst van Altena . - Bussum : Agathon, 1981.
Dat is uit het leven gegrepen... : de geschiedenis van de
Nederlandse kleinkunst in liedteksten : cabaret 1900-1990/
samengest. door Ernst van Altena . - Amsterdam : Hema, cop.
1989. Uitg. onder auspiciën van Compartners, Haarlem.
ISBN 90-6976-167-X geb.
Verloren liedjes / Ernst van Altena . - Landsmeer : in eigen
beheer, 1992
Uitgave van tweehonderd genummerde exemplaren, bestemd voor
relaties van de auteur
Ernst van Altena, Een tussen twee, uitg. contact, 1973.
Ernst van Altena, De slimme haas, in: B.W. Schippers/Drs.
J. Sixma (red.), Lezen voor het leven, 1e leesboek voor de
vierde klas, uitg. Wolters Noordhoff, 1971.
Ernst van Altena, Verbazend rijmwoordenboek voor december-dichters,
uitg. De Bijenkorf, 1960.
Brel van Mohamed el-Fers in Nederland ISBN 90 5330 371 5
en in Belgie ISBN: 9054665238
Deze site is gemaakt door Murat Kirbacoglu
All Rights Reserved - Stichting Mokum Plus Amsterdam
© MMIII by MokumTV
|