![]() |
|
Jacques Brel in AmsterdamBrel zong vaker over Amsterdam dan in zijn lied met de gelijknamige titel. Lang voor hij de hoofdstad van Nederland van een tot de verbeelding sprekende haven voorzag, bezong Brel al de trein naar Amsterdam. Dat gebeurde in het chanson Je ne sais pas. Maar ook in La Bière zingt en vloekt Brel over Amsterdam. Daarnaast wordt Mokum genoemd in zijn liedjes Vieillir en in Knokke-Le-Zout. Okay, hij heeft ook over Scheveningen' gezongen in Mon père disait. En zelf een keer 'Rotterdam' genoemd in het nummer La chanson de Van Horst. een liedje in de film Le Bar de la Fourche uit 1972 op de melodie van Le Pendu. Maar het was toch vooral Amsterdam... Hij trad er in 1954 voor de eerste keer op en zou er heel wat keren terug keren. En niet alleen om er te zingen.
Brel heeft een aantal van zijn songs zowel in her Nederlands als in het Frans opgenomen. Mijn vlakke land (Le plat pays), Laat me niet alleen (Ne me quitte pas), De Burgerij (Les bourgeois), De Nutteloze van de nacht (Les paumés du petit matin), Rosa, Marieke.... Zelfs de Franse versie van Marieke bevatte nog complete coupletten Nederlands... En in zijn Franse chansons zong Brel vaker over Mokum dan over Parijs. Maar laten we in de voetsporen van Jacques Brel in Amsterdam treden. De stad waar hij in 1954 voor het eerst en een paar maanden voor hij wegvoer naar Polynesie voor het laatst bezocht... De stad waar Brel Hugo Claus voor het eerst ontmoette... U bent gewaarschuwd. Amsterdam is onder regentjes als Job Cohen c.s. ernstig vertut. Je wordt beboet als je staande een biertje drinkt op een terras, je wordt beboet "wegens slapen" als je even je ogen sluit als je in de zon op een bankje zit. De hoeren achter de ramen op de Walletjes worden door wethouder Lodewijk Asscher verdreven en vervangen door culturele modeuitingen en kunstrommel. In de kroeg waar Brel inspiratie opdeed voor zijn Port d'Amsterdam mag geen bier meer worden gedronken of een sigaret worden gerookt. De kroeg is een coffeeshop geworden. Gelukkig is er nog iets van die unieke sfeer gebleven. De paginaverwijzingen betreffen de 2003 editie van de Brel biografie van Mohamed el-Fers, in België verschenen bij Roularta Books (Knack Trends), in Nederland bij Mets & Schilt . Centraal StationStationsplein 15 M'a forcé à venir ici
In het Nieuwe de la Mar theater vormden Brel en Souris het voorprogramma van Pierre Dudan, die zes jaar eerder een hit had met het nummer Clopin-clopant. Kort daarop noemt Brel de hoofdstad van Nederland voor het eerst in Je ne sais
pas. p49 Brel biografie uitg. Mets/Roularta American Hotel Leidsekade 97 Als hij in Amsterdam was, verbleef Brel altijd in dit adembenemend mooie art-nouveauhotel aan het Leidseplein. Het Nieuwe de la Mar TheaterMarnixstraat 404 te Amsterdam Jo van Doveren (Den Bosch 14 mei 1901 - Madrid 7 juni 1968). Zijn vader was hoofdonderwijzer aan de Nutsschool in de Kerkstraat; zijn moeder was een telg uit de befaamde Bossche schildersfamilie Slager. Hun woonhuis was gelegen aan het tegenwoordige Emmaplein, waar de circussen welke Den Bosch aandeden, hun tenten opsloegen. Zijn vader wilde hem een opleiding geven in de muziekwereld als violist. Met zijn H.B.S.-diploma op zak en zijn muzikale opleiding probeerde hij in diverse strijkjes zowel in binnen- als buitenland zijn kost te verdienen. Zijn overige tijd vulde hij als correspondent van het dagblad De Telegraaf in Den Bosch. Hij was van 1930-1934 pers-chef bij de circussen Hagenbeck, Schneider en Sarrasani. In 1936 werd hij pers-chef bij circus Strassburger. Met het verdwijnen van dit circus vond Jo een nieuwe uitdaging in de theaterbusiness. Zijn eerste opdracht betrof de show van Toon Hermans. Als impressario contracteerde hij grote Franse sterren als Charles Aznavour, Les Frères Jacques, Nicole Louvier, Cathérine Sauvage en in 1954 Jacques Brel. Jo van Doveren overleed op 67-jarige leeftijd tijdens zijn vakantie te Madrid. Het Nieuwe de la Mar theater sloot op 31 december 2005 om samen met de aangrenzende bioscoop te worden verbouwd tot de Nieuwe de la Mar Theaters, die in 2010 hopen te openen. Sociëteit De Kring Kleine-Gartmanplantsoen 7/9 Niet Brels cup-of-tea. Hij is er een keer door Ernst van Altena naartoe mee gesleept, en wist niet hoe snel hij er weer weg moest komen. ConcertgebouwConcertgebouwplein 2- 6 Optreden op 26 april 1963. Café De Kuil420 Café De Kuil (tegenwoordig een coffeeshop) Toen Jacques Brel over ‘Le port d’Amsterdam’ zong, lag de Amsterdamse haven nog dicht bij de oude binnenstad. Na afloop van een optreden maakte Brel met vertaler Ernst van Altena een kroegentocht en bezocht de diverse café’s waar ook veel zeelui kwamen. Grote zeeschepen meerden toen nog af aan de Java- en Sumatrakade. Het lossen van schepen was tijdrovend werk. In afwachting op een volgende lading hadden zeelieden alle gelegenheid de stad in te gaan. Zo belandde vaak, net al Brel in muziekkroeg De Kuil in de Oudebrugsteeg. De plek waar Johnny Jordaan jarenlang buffelde als zingende kelner, daar vond Brel in februari 1963 inspiratie voor het chanson Amsterdam en zong ook nog een liedje of wat mee terwijl hij zich liet begeleiden door de "ranzige accordeon" van Bolle Jan Froger. Bekijk de video Brel in Amsterdam waarin Bolle Jan Froger over deze bijzondere gebeurtenis verteld. Marcanti-De Hoeksteen Jan van Galenstraat 6-10 20 februari 1963 Hotel Okura Ferdinand Bolstraat 333 Platenmatschappij Phonogram zag het niet zitten dat Liesbeth List nummers van Jacques Brel zou zingen. Men zei: 'er is er maar een die Brel mag zingen en dat is Brel zelf'. Pas nadat Liesbeth dreigde op te stappen bij Phonogram, werd er toestemming gegeven en verscheen in 1969 de LP "List zingt Jacques Brel". De gouden plaat werd in 1971 door Brel persoonlijk aan Liesbeth overhandigd. In Kasteel Groeneveld te Baarn. Van Gogh Museum Paulus Potterstraat 7 Brel in 1974 bij eerste plaatuitreiking nl versie Brel is alive and well in Paris (Een hommage aan Jacques Brel) in bovenzaal van het Van Goghmuseum aan de Paulus Potterstraat. Op de LP zingen Jenny Arean , Henk van Ulsen en Andre van den Heuvel. Laatste keer Brel in Nederland. Brel kwam samen met vrouw Miche en verteld haar op de terugweg dat hij van plan is met zijn nieuwe vriendin de boot te pakken. Een paar maanden later in 1974 stak Jacques Brel met zijn 20 meter lange stalen zeiljacht 'Askoy II' de Atlantische oceaan over om een goed jaar later via het Panamakanaal op het markiezeneiland Hiva Oa aan te komen. Daar bleef de Vlaamse zanger tot zijn dood wonen en ligt hij ook begraven.
|
Brel over AmsterdamBrel in het NederlandsZonder liefde, warme liefde Zonder liefde, warme liefde Brel op YouTube
|