History of Holland: aan de wandel met reliekschrijn Sint Servatius

 

 

 

-History of Holland - Ga naar de beginpagina of naar het Forum
 
Ads

 

De geschiedenis van de
Enkhuizer Almanak

De Enkhuizer AlmanakAls je Enkhuizen zegt, denken de meeste Nederlanders automatisch aan de Enhuizer Almanak. Begrijpelijk, want al eeuwen lang kopen de Hollanders in gigantische hoeveelheden jaarlijks dit kleine zalmkleurige boekje met het in rood gedrukte schippertje op de cover.

Ruwe schattingen wijzen er op dat er inmiddels 10 keer meer Enkhuizer Almanakken als bijbels zijn verkocht in Nederland. Ook de komende uitgave zal weer in aantallen over de toonbank gaan die niet onderdoen voor het laatste Harry Potterboek. Natuurlijk verschijnt er van de Britse schrijfster J.K. Rowling niet jaarlijks een uitgave. De verschijning van de Enhuizer is al sinds eeuwen een jaarlijkse bestseller. Zonder dat daar een Aldi, Boekcentrum of Betapress aan te pas hoeft te komen. Gelukkig zijn de kopers ook niet afhankelijk van het oordeel van de dames en heren van de Koninklijke Nederlandsche Boekhandel.

Begrijpelijk dat ze met de diepst mogelijke minachting spreken over de Enkhuizer Almanak. Een eeuwenoude traditie in de betere vaderlandse boekhandel. Sind de Calvinistische predikant Coolhaes een ware kruistocht leidde tegen de Almanak en drukkers en verkopers van almanakken uit de kerk wilde verstoten was de KNB in principe tegen bulkverspreiding van drukwerk. De massa-oplage is hooguit bewijs dat hele volkstammen zich onttrekken aan het literair oordeel van de KNB. Bovendien: Je heet niet voor niets "Koninklijke".

Al in 1581 had Prins Willem van Oranje een plakkaat tegen het verspreiden en drukken van almanakken uitgegeven. Uit de hele wereld vonden achtervolgde buitenlandse schrijvers een veilige thuishaven in Amsterdam, maar een Amsterdamse drukker kreeg geen octrooi om een Amsterdamse almanak te mogen uitgeven. Dan ging je blijkbaar over de grens van het toelaatsbare.

De Almanak is het laatste bastion van oerhollandse traditie. Enkhuizen heeft iets waar iedere stad in Nederland, inclusief Amsterdam, jaloers op kan zijn. Jaar in jaar uit is de naar deze stad genoemde almanak een bestseller. Liggen aan het eind van het jaar de stapels van de almanak naast de kassa. Zowel bij de sigarenboer in het Limburgse Mook als bij Atheaneum in Amsterdam.

In een varende natie als Nederland zullen er weinig schippers ronddobberen zonder de Enkhuizer aan boord. Al is het maar vanwege de hoogwatertijden in de verschillende Nederlandse watergebieden.

Ook voor de dag-, week- en jaarmarkten, braderieën en kermissen is de Enkhuizer al eeuwen een baken in de branding. Bovenal is de almanak al eeuwen lang een bron van vermakelijkheden en handige tips. Hoe verdrijf je mieren, hoe pep je in de vaas verleppende rozen op.

Dat de almanak naar Enhuizen werd genoemd, danken we aan de Amsterdamse drukker en boekverkoper Cornelis Stichter, tot op heden voorkomend op het titelblad van de almanak. Omdat de Amsterdamse Calvinisten een octrooi te verlenen, maar naar eigen zeggen "om te voorzien in ene behoefte" had Stichter "Enkhuizer" aan zijn almanak toegevoegd.

Een slimme zet, omdat Enkhuizen de eerste plaats was waar de zwaar beladen V.O.C.-schepen na hun verre reizen uit de Oost aankwamen. Enkhuizen had een magische klank voor de scheepslui. Dan was je bijna thuis. Of ze van Enkhuizen verder konden varen naar Amsterdam, was afhankelijk van de watergetijden. De waterstand van Enkhuizen was de belangrijkste en stond in de Gouden Eeuw altijd als eerste vermeld.

De Enkhuizer Almanak genoot zo'n populariteit, dat er naast die van Stichter ook in Rotterdam rond 1840 een Enkhuizer Almanak verscheen, uitgegeven door Van Zwaamens en Thompson.

Thompson gaf eerder, in de jaren 1823 tot 1826 samen met de Dordrechtse Blussé en van Braam de bekende "Van Braam's en Thompson's Koopmans- Kantoor- en Schryfalmanak uit, Aanwijzende alle Kermissen, Jaar- Paarden- Beesten- en Leermarkten." Bij verkoop schreef Thompson zelf met inkt een oorspronkelijkheidsverklaring op het titelblad. In het midden van de 19de eeuw veranderde hij de titel van zijn Koopmansalmanak in Enkhuizer Almanak.

Uiteindelijk overleefde 'de vanouds vermaarde erve C. Stichter's Enkhuizer Almanak' alle concurrenten. Tot een eeuw geleden was een Schotse uitgave nog 's werelds oudste verschijnende Almanak. Maar die hield bijna honderd jaar geleden op te bestaan.

De Deventer Almanak, die tot aan het eind van de vorige eeuw verscheen, zou volgens onderzoeker Jeroen Salman iets ouder dan de Enkhuizer zijn. De Enkhuizer is in elk geval nu 's werelds oudst verschijnende Almanak. Hetgeen iets heel anders is dan 's werelds oudste almanak. Of de allereerste Hollandse almanak.

De erve Stichter

Ook vandaag de dag staat op het titelblad van elke Enkhuizer vermeld dat het een uitgave is van de vanouds vermaarde Erve C. Stichter's Almanak. Die C staat voor Cornelis.

Ondanks het archiefonderzoek van Jiska Kniep en Jet Berkhout naar de voorouders van de stamvader van de Enkhuizer Almanak, Cornelis Jansz. Stichter, hebben verricht, bleef dit tot op heden zonder resultaat.

Haarlem was de stad die de eerste Noord Nederlandse drukpers (1473) bezat. Utrecht volgde als tweede stad met een eigen drukpers.

Cornelis Jansz. Stichter moet rond 1620 van Culemborg naar Utrecht gekomen. Om het ingewikkeld te maken is het hoogstwaarschijnlijk dat deze Cornelis Stichter een broer van Jan Stichter was, die zijn zoon later ook Cornelis zou noemen. Die dus ook Cornelis Janz. Stichter werd genoemd en eveneens almanakken zou drukken.

In Utrecht trouwt Cornelis Jansz Stichter van Cuylenborg rond 1628 met Josijntje Jans, dochter van de gereformeerde almanaksdrukker Jan Amelisz. van Paddenburch. Op 6 december 1615 had schoonpappa consent gekregen tot het drukken van een Utrechtse almanak, na goedkeuring van de inhoud.

In 1629 wordt het eerste kind van Cornelis en Josijntje geboren: Jacob Cornelisz. Stichter (1629-1672). De spoeling met zoveel drukkers in de Domstad was dun. Hetgeen ook tot familiaire problemen zal hebben geleid. Zo had vrouw Josijntje drie broers, die allemaal als drukker en boekverkoper actief waren. Met kind en vrouw vertrekt de Rooms Katholieke drukker uit Utrecht.

In 1634 opende stamvader Cornelis Stichter zijn eigen boekdrukkerij aan de Haarlemmerstraat in Amsterdam. Dat jaar zal hij ongetwijfeld al een serie almanakjes hebben gedrukt, gezien het op hetzelfde formaat uitgegeven 'kermisdrukwerk' als de 'Amsterdamsche Vreughde-Stroom' uit dat jaar bewaard is gebleven. Dit soort drukwerk werd apart tijdens kerkmissen verkocht, maar vooral als bijwerk bij de almanak gebonden..Van dit bijwerk is meer bewaard gebleven dan de eigenlijke almanakken. Gezien de bindwijze kon het 'vermaeckelik bywerck' makkelijk los worden gemaakt. De almanak werd veelal weggegooid, het bijwerk bewaard. De Amsterdamsche Vreughde_Stroom die Stichter ongetwijfeld aan zijn almanakken toevoegde, bestond uit 'zoete, vrolijcke ende aengename nieuwe Deuntjes ende aerdighe toontjes'.

Een liedjesboekje dus. Het was het drukwerk dat dominee en betere burger niet in huis wenste te hebben.

In donderpreken waarschuwde de dominees. Geen fatsoenlijk gelovige zou zulks druckwerck produceren. Vrolijke deuntjes en calendaria met katholieke heiligen, dat zou geene ghenade vinden in de Ogen des Heeren God zelve.

Stichter moet zich weinig gelegen hebben aan wat de dominees vonden. In tegenstelling tot veel collega's die anoniem of onder een schuilnaam drukken, laat de stamvader vanaf het begin weten zich nergens voor te schamen. Het schamoenboekje met vrolijke deuntjes uit 1634 vermeld dan ook "te Amstelredam gedruckt by Cornelis Jansz. Stichter.'

Het moeten roerige tijden zijn geweest voor het katholieke drukkersgeslacht en de almanak. In Utrecht liet de overheid in 1655 de hele oplage van de Utrechtse Almanak voor het daaropvolgende jaar in beslag nemen omdat de kroniek 'achter de nieuwe almanak' hen niet beviel. In Utrecht werden het rond 1575 maatregelen tegen het drukken en verspreiden van almanakken afgekondigd.

In Amsterdam

Openlijk uitkomen dat je katholiek was, kon je beter laten sinds de Alteratie van 1578. Dat jaar viel de stad in handen van de protestantse handlangers van Almanakhater Willem van Oranje. De Katholieken hadden uitzonderlijk lang standgehouden in Mokum, maar moest uiteindelijk het onderspit delven. De handelsbelangen van de stad in een protestants land wogen zwaarder dan het oude geloof. Protestanten hadden de katholieke kerken geplunderd en deze samen met de talrijke kloosters ingepikt.

De protestanten terroriseerden de aanhangers van het 'oude geloof'. De katholieke burgemeesters van Amsterdam werden op straffe des doods verbannen. Kerken en kapellen mochten op straffe van boete niet meer bij hun oude namen worden genoemd. Zo werd de St. Nicolaaskerk, nadat alle middeleeuwse beelden in puin waren geslagen door de hervormden, omgedoopt tot Oude Kerk. Ook de meest heilige plek van Mokum, de kapel van de Heilige Stede in de Kalverstraat, moest er aan geloven. Na op de plek van het Mirakel van Amsterdam te hebben 'gekackt', gebruikte ze de ruimte als paardenstal. Pas nadat alles was ontheiligd was de ruimte geschikt om als de Protestantse Nieuwe Zijds Kapel dienst te doen. Op de plek staat de huidige Dingeon Amsterdam.

De katholieken, van hun godshuizen beroofd, kwamen in het geheim bij elkaar in schuil- of huiskerken. De Stichters kerkten in de voormalige behuizing van de postkoets naar Haarlem, in een gebouw achter Prinsengracht 7. De huidige Posthoornkerk aan de Haarlemmerstraat is de opvolger van deze oude schuilkerk waar veel van de Stichters werden gedoopt.

Willem van Oranje tegen de Almanak

Ook al had Prins Willem van Oranje al in 1581 een plakkaat tegen het verspreiden en drukken van almanakken uitegegeven 'ergerlijcke boekskens' genoemd, ook al kreeg Cornelis Stichter onder de Calvinisten geen octrooi een Amsterdamse almanak te mogen uitgeven, hij ontdook de Calvinistische terreur door een trits van Almanakken voor verafgelegen plaatsen als Enkhuizen of Deventer op de markt te brengen.

De Calvinistische predikant en pamflettist Caspar Coolhaes (1536-1610) voerde een offensief tegen de Almanak. Hij noemde ze 'loghen-boecken' en vreesde een opleving van katholieke elementen in het gereformeerde geloof. Samen met predikanten als Jacobus Revius (1586-1658) en Willem Teelink (1579-1629) deden ze de voorspellingen af als Paapse leugens en afgoderij. Maker van almanakken dienden volgens Coolhaes uit de kerk verstoten te worden. Coolhaes ging in zijn afwijzing zelfs verder dan Calvijn, schreef Jeroen Salman.

De gereformeerden wensten niet te weten dat daar aan de Haarlemmerstraat liederlijke boekjes met het de katholieke heiligen in het rood werden gedrukt. Stichter boerde niet slecht met zijn 's Gravenhaagsche, Haarlemmer, Enkhuizer en Deventer Almanak. De protestantse ajatolla's lieten Stichter met rust zolang hij maar geen Amsterdammer Almanak met al die Roomse superstitiën zou laten drukken.

Amsterdams bijwerk

Om de zeergewaardeerde kopers in Amsterdam te behagen, voegde Cornelis aan zijn buitensteedse drukwerk typische Amsterdamse zaken toe als bijwerk. Vanaf het begin van de 16e eeuw worden een grote hoeveelheid klucht- en verhalenboekjes gedrukt. Deze colportage-lectuur wordt ook als bijwerk aan de almanakken toegevoegd en zal men tot ver in de 20ste eeuw in de talrijke regionale en locale almanakken aantreffen. Sommige verhalen duiken ook in de eeuwen daarna op, zoals de St. Niklaesgift van 1647 of het sprookje over de Wonderbaarlijke Helpers uit de Enkhuizer Almanak van 1725.

Naast de wonderbaarlijke verhalen behoren ook de liedboekjes tot het vaste colportatie en almanak-bijwerk. Wat het vrolijke en kluchtige bijwerk betreft, moet het jaarlijks hoogtepunt voor de drukkerij van Stichter het door de protestanten zo verafschuwde feest van Hartjesdag zijn geweest. De dag dat een grote stroom feestvierders langs de drukkerij aan de Haarlemmerstraat voorbijtrokt.

Het was het meest liederlijke feest dat Amsterdam ooit gekend heeft. Oorspronkelijk was het 't feest dat Amsterdammers optrokken naar Haarlem om in de achterliggende Kennemerduinen op herten te jagen. Een traditie uit de tijd van de Graven van Holland, die dit privélege aan de inwoners van het graafschap Holland schonk. Alle andere dagen was het jagen verboden en werd je als stoper gestraft.
Na de Alteratie veranderde het uitstapje in de natuur tot een feest waar vrouwen zich als mannen en mannen zich als vrouwen verkleden. Wat zich op Hartjesdag afspeelde, moet meer dan verschrikkelijk zijn geweest, gezien de hel en verdoemenis die vanaf de preekgestoelten werd afgekondigd voor eenieder die deel zou nemen aan dit volksfeest dat in 'trood in de Almanakken stond afgedrukt.

Al bij het ochtendkrieken trok de stoet feestlustigen richting Haarlemmerpoort langs de drukkerij van Cornelis. Die had de laatste hits in de aanbieding. Het waren Liederlijke liedjes, zoals in 1634 de bundel 'Amsterdamsche Vreughde-Stroom'

Gilde lid

Het zou tot 1646 duren tot Cornelis als drukker erkend wordt en toe kan treden tot het St. Lucasgilde. Alleen voor leden van dit drukkers- en schildersgilde golden bepaalde privilegiën. In deze periode worden de almanakken van Cornelis Stichter 'vanouds vermaard' genoemd, blijkbaar als knipoog naar de periode dat hij geen gildelid was.

Op 4 september 1649 treed Cornelis Stichters oudste zoon, de dan 20 jarige Jacob, in ondertrouw met de 24 jarige Grietie Janss Ruihoff van Dulmen. Ze trouwen op 23 maart 1650 in schuilkerk De Posthoorn. Die is gevestigd in de loods van de postkoets naar Haarlem, achter Prinsengracht 7. Als huwelijksgift geeft vader Cornelis als de helft van de drukkerij in de Haarlemmerstraat aan Jacob.
Kort na dit huwelijk sterft zijn vrouw, en op 14 april 1650 wordt Josijntje Jans van Paddenburch begraven.
Lang wordt er niet getreurd. Op 2 juli 1650, gaat vader Stichter in ondertrouw met Marritje (Maria Willems van Amsterdam), weduwe van Jan Jansz Goetsier uit de Nieuwe Lelijstraat. Door dit huwelijk verkrijgt Cornelis Stichter gratis poorterschap van Amsterdam.

De oorspronkelijke opzet van een gedeelde drukkerij met zijn oudste zoon werd door dit huwelijk blijkbaar verstoord. Als de stamvader zou sterven, zouden de kinderen de helft van hun erfdeel kwijtraken aan de nieuwe vrouw van vader en eventueel nieuw nazaat.

In het weeskamerarchief van Amsterdam vonden Kniep en Berkhout het bewijs dat er met de dood van Josijntie Jans haar erfenis voor haar kinderen veilig werd gesteld. Het bericht meld dat Cornelis Stichter zijn drie minderjarige kinderen Sibilla van 19 jaar, Jan (12) en Teuntge (6½) uit moeders erfenis 750 gulden zal doen toekomen bij hun meerderjarigheid. Zoon Jacob staat borg 'ingevalle sijn vader daarvan in gebreke' blijft.

Vader Cornelis en zoon Jacob gaan voor vier jaar een compagnie aan, In 1655 koopt Jacob zelf een pand in de Haarlemmerstraat en scheiden de wegen. Jacob Stichter voert vanaf dan een eigen drukkerij, het Verguldt ABC en brengt zelf almanakken op de markt. Soms onder de naam van zijn Utrechtse familie Stichter van Cuylenborg:

Den 30 junij 1650 heeft Cornelis Jans Stichter boeckvercoper bewesen sijne drij onmondige kinderen Sibilla out 19 Jan 12: ende Teuntge 6 ½ jair daer moeder af was Josijnge Jans van Paddenburch, te saemen voor haer moeders erff de somme van sevenhondert en vyftich guldens daer voren Jacob Stichter boeckdrucker sijnen soone hem selven verbond als borge belovende de voors sevenhondert en vyftich guldens tallen tyden aen de voorsz kinderen selfs te betaelen ende te voldoen ingevalle sijn vader daarvan in gebreke waer onder verband van alle sijne goederen roerende ende onroerende present ende toecomende, des beloofde de voors Cornelis Jans sijnen soon ende borge daervan tallen tijden te bevrijden ende sijne voors kinderen te houden met behouden goed tot haere jaeren toe omme de vruchten van dien onder verband van alle sijne goederen etc des sal hij voorts blijven sitten in alle de andere goederen schulden ende onschulden ende het behaechde Jacob Stichter voorallijck de soon Amelis van Paddenburch ende Jacob van Paddenburch de oom sonder inventaris te begeren. Presentibus alle den weesmeesteren dempto Pieter Hasselaer
Den 3 May 1658 heeft Anna Elisabeth orsch als procuratie hebbende van Sibilla Stichter gepasseerd voor schepenen der stadt huyssen in dato 24 april 1658 (die in de lade is behouden) bekent uit handen van Jacob Stichter ontvangen te hebben de somme van twee hondert en vyftich gulden ende daermede van des voors Sibilla Stichters parti van ’t voors bewijs ten volle betaelt ende voldaen te syn presentibus allen den weesmeesteren dempto Albert Pater.
De 20 junij 1663 heeft Jan Cornelis Stichter bekent uyt handen van Jacob Stichter sijn broeder ontvangen te hebben de somme van twee hondert ende vyftich guldens ende te hebben betaelt te sijn
Den 11 maert 1665 heeft Jacob Stichter ten behoeve van Teuntge Cornelis Stichter … in voldoeninge van haer portie uyt het wees bewijs opgebracht
Een weesmeesters kennisse van 250 gulden houdende op Jan Cornelis Stichter figuyrsnijder in date 11 maart 1665 inde lade volgt borge Jacob Stichter boeckdrucker voorn
.

Met deze informatie werd onderzoekers Kniep en Berkhout een aantal zaken duidelijk: De waarschijnlijke geboortejaren van de kinderen van Cornelis, van wie ze geen gegevens hadden gevonden in het doopregister (ze waren katholiek, M. e-F). Bovendien wisten we nu zeker wie het derde kind van Stichter was. Daar was namelijk onduidelijkheid over ontstaan na de ontdekking van het volgende document:

Den 24 may 1659 Compareerden als vooren Jan Cornelis stichter van Cuijlenborgh Coetzier out 26 jaere ouders doot graften met Salomon. Gybertsen op de keysersz graft Aeltje harmens van swoll out 30 jare ouders doot woont op de Blaeuburgewal graft met Annaesias.
In de kantlijn staat verder dat: ...dese persoons sijede anno Jaere 1659 getrouwt tot Dieren tesen L in Voore Predi Aldaer
(ondertekennd:) ijan crnelis stichter en aeltien hermens.

Onderzoekers Kniep en Berkhout twijfelden tussen deze Jan en bovengenoemde Johannes zijnde de derde zoon van Cornelis, maar de gegevens uit de weeskamer hebben hierover uitsluitsel gegeven (Jan zou volgens de weeskamergegevens in 1637 of 1638 moeten zijn geboren, terwijl Jan volgens bovenstaande gegevens rond 1633 is geboren): Johannes (1637) is de ware zoon. Wij worden hierin bevestigd door Van Eeghen die melding maakt van een naamgenoot, Cornelis Stichter, die volgens haar 'uyletapper' is en geen boekdrukker.

Jacob van Paddenburch is vermoedelijk de broer van de eerste vrouw van Cornelis Stichter Josijntje. Kniep en Berkhout denken dat Amelis zijn zoon moet zijn geweest, in elk geval naaste familie.
Jacob blijkt boekdrukker en Jan is figuursnijder. Ook dit komt overeen met: 'sijne drij onmondige kinderen Sibilla out 19', onmondig is hier minderjarig.

Naar aanleiding van de mededeling: 'Compareerden als vooren Cornelis Stichter van Cuylenborg', bedachten onderzoekers Kniep en Berkhout dat de oorsprong van de familie Stichter in Culemborg zou kunnen liggen. Dit zou ook verklaren waarom Kniep en Berkhout noch Cornelis' geboorte en ondertrouw, noch die van zijn ouders in Amsterdam konden vinden. In Arnhem doorzochten ze tevergeefs in de kopieën van alle Culemborgse begrafenisakten in periodes waarin de ouders van Cornelis konden zijn begraven.

De Haarlemmerstraat lag dan ook aan de verkeerde kant van de stad. De betere schilders en drukkers zaten in de Nieuwmarkt- en Waterloopleinbuurt. In de Jodenbreestraat kocht de uit Leiden afkomstige schilder Rembrandt Harmensz van Rijn in 1639 een huis. Het Sint Lucasgilde, het gilde van de schilders en drukkers was in de Waag op de Nieuwmarkt gevestigd.

Tussen Rozengracht en Haarlemmerplein lagen de minder sjieke buurtjes, waar de betere kringen zich zeker tijdens Hartjesdag niet vertoonden.

Wat zich die dag buiten de banpalen van Amsterdam aan de Haarlemmertrekvaart afspeelde, viel buiten de verantwoordelijkheid van de Regenten. De éénhonderd roe buiten de Haarlemmerpoort was de Gereformeerde stadsvaderen ook zonder hartjesdag al een doorn in het vrome oog. Het bier was er, omdat er geen stedelijke belasting op hoefde te worden betaald, extra goedkoop.

Met als jaarlijks dieptepunt de namiddag en avond van Hartjesdag. En de stomdronken massa voor het sluiten van de stadspoort op het Haarlemmerplein belandde. Velen waren niet eens in staat om voor het sluiten van de stadspoort binnen te zijn, en moeten noodgedwongen de nacht langs de Haarlemmertrekvaart doorbrengen. Waar het er nog ruiger aan moet zijn toegegaan dan op het Haarlemmerplein achter de toenmalige stadspoort.

Als we de protestantse opperhoofden moeten geloven, zijn de Amsterdam Gay Parade en Canal Pride truttige feestjes voor gilnichten, vergeleken bij perverse toestanden op Hartjesdag. En het Haarlemmerplein het meeste weg moet hebben gehad van Worlds Largest Darkroom. Gingen de remmen op zo'n wijze los, dat zelf de smeris het beter vond zich daar niet te vertonen.

Op 21 Juli 1730 maken de Staten van Holland en West Friesland in een klap een einde aan de perversiteiten tijdens Hartjesdag en voeren de doodstraf in voor homoseksuelen. Maar ook mensen die homo's gelegenheid bieden, wacht een verschrikkelijke dood. De talrijke terechtstellingen in Amsterdam bewijzen dat de politie het plakkaat streng en overijverig toepast.

Rode Heiligen

De oudst bekende compleet bewaard gebleven almanak die door Cornelis Jansz. Stichter werd gedrukt stamt uit 1652. Het is de Grote Schrijf Almanach voor 1653, in opdracht van de weduwe van Cornelis Lodewijcksz. van der Plasse.

Tot grote ergernis van de Calvinisten blijven de Stichturs hun almanakken met de feestdagen van katholieke heiligen in rood drukken.

Uit 1686 stamt het oudste exemplaar van de Enkhuizer Almanak in het archief van de uitgever. Vermeldingen in deze uitgave wijzen er op dat de almanak toen al zo'n honderd jaar min of meer regelmatig verscheen.

De Stichters produceren vooral het kleine drukwerk. Naast de almanakken voor verschillende steden in vele formaten, is het ook katholieke drukwerk als de Graduale Romanum juxta novum missale recognitum, het misboek dat in 1694 in Amsterdam bij Johannes Stichter verschijnt en tussen 1730 en 1789 tal van drukken zal kennen met de mededeling dat het is uitgegeven door de erfgenamen van de weduwe Cornelis Stichter.

Vanaf 1668, en mogelijk eerder, brengt Stichter de zogenaamde Schuttersalmanakken op de markt. Het zal een van de pijlers van het bedrijf worden.

Rotterdamse Almanak

Cornelis' jongere zoon Johannes vertrekt naar Rotterdam. Daar zet hij een almanak-productie op. In 1668 wordt "Gedruckt inde Druckery van Johannes Stichter, Boeck-drucker: Op de Hoeck / van de Voghele-sangh' het Journael van de Ongeluckige Voyagie van 't Jacht de Sperwer in 't Jaar 1653.

Johannes zal regelmatig met de trekschuit naar Rotterdam en Amsterdam hebben gereist. Zo treed op 2 december 1677 op als getuige bij de doop van Jacob Stichter, zoon van broer Jan in de Katholieke schuilkerk aan de Brouwersgracht.2.

Het Rotterdamse bedrijf zal tot 1702 zijn eigendom blijven, hoewel Johannes zelf rond 1679 naar Mokum terugkeert om in de voetsporen van zijn vader te treden. In Rotterdam verzorgen achtereenvolgens Isack Kastyn (van 1679 tot 1685) en zoon Cornelis Johannesz Stichter (van 1685 tot 1694) de productie van de lokale almanakken.

In 1682 sluit de Alkmaarse landmeter Isaac Haringhuysen een vijftien jarig contract voor het aanleveren van de berekeningen van de water- en maanstanden met zes Hollandse almanak-uitgevers, waaronder Johannes Stichter en Isack Kastyn.

Johannes Stichter zal deze tijd zijn stempel drukken op de almanakproductie in Amsterdam. Er zijn zo'n zeventien almanakken van hem bekend uit de periode 1680-1703. Johannes zou bovendien de 'Oude Bergh Calvariën' in de Kalverstraat tot grote bloei brengen. Deze zaak was vanaf 1674 in handen van de zoon van zijn broer Jacob, eveneens Johannes geheten. Deze almanak-uitgever was echter in 1676 overleden.

In 1690 verlenen de Staten van Holland privilege aan Johannes Stichter voor diens nieuwe uitvindingen: de legh-plaatsen en reys-weyser met het afvaren van alle beurtschepen, laag- en markt-schuyten en de Wacht Almanach voor reijsende borgers. Zo'n privilege betekende dat hij de enige was die deze werkjes in Holland mocht drukken.

De zoon van Johannes Corneliszoon keert in 1694 uit Rotterdam terug naar Amsterdam, om schuin tegenover het pand van zijn vader in de Kalverstraat zin activiteit als uitgever en producent van almanakken voort te zetten.

Op 14 april 1707 werd het octrooi van de Staten van Holland aan Johannes Stichter voor dens reiswijzers verlengd op naam van zijn zoon Cornelis. .Van 1703 tot zijn dood in 1705 beheerde Cornelis ook het vedrijf van zijn vader. Daarna zetten Cornelis weduwe Agnes ter Hell en hun kinderen het bedrijf en de uitgave van almanakken voor tal van Hollandse steden voort.

Na de dood van Agnes ter Hell, weduwe van Cornelis Stichter, werd op 15 juni 1716 inventaris opgemaakt. Naast een ook voor die tijd enorme hoeveelheid van 93.250 vellen bijwerk als weghwijser, lucgten, lietjes en cronijken zijn er 15.000 almanakken in voorraad. En dat in juni, terwijl de druk voor het nieuwe jaar nog moet beginnen! Aantallen waar ook nu een uitgever zeer tevreden mee zou zijn.

Van Staden

Via drukker Johannes Stichter's nazaten ontvangt in 1800 mejuffrouw Stichter het uitgavenrecht van de weduwe Cornelis Stichters vanouds vermaarde Almanakken als erfenis.

Als zij trouwt met een van de gebroeders Van Staden gaan deze rechten over naar de drukkersfamilie Van Staden.

Op 20 juli 1898 verhuist de drukkerij van de Gebroeders van Staden van Amsterdam naar Haarlem. En daarmee ook de Enkhuizer Almanak van de erven van Cornelis Stichter.

Naar Haarlem

Tot 1952 zal de drukkerij van de Gebr. Van Staden N.V. in de Haarlemse Spaarnwouderstraat 38-40 zijn gevestigd. De plek waar enige eeuwen eerder het idool van vrouwen met haar op de tanden, Kenau Simonsdochter Hasselaer, huis hield. Maar ook vlak bij de fabriek van Haarlemmer Olie in de Achterstraat 13-17. Ook al zo'n eeuwenoud Hollands instutuut en in deze periode een vaste adverteerder. Naast de Almanakken maken de Gebroeders van Staden in hun Haarlemse periode ook naam met de uitgaves van Toneelspelen voor het Haarlemse Tooneelfonds Bredero en vlugschriften als het 32 blz.tellende werkje van P. Jongbloed, Vrijmetselarij en oorlog, dat in 1931 verscheen.

Net als de Stichters, zetten de Van Stades hun onafhankelijke traditie voort. In de Tweede Wereldoorlog verscheen de vanouds vermaarde in een oranje omslag. Zoals ze ook eerder, na de inname van Amsterdam door de Oranjes, de katholieke heiligen in ere hielden, heulden de Erve C. Stichten in de Tweede Wereldoorlog niet met de bezetters. Toen het er om spande, kieperde de gebroeders Van Stade al hun illegale drukwerk in het Spaarne. Het archief van de Vanouds Vermaarde wisten zij deels in veiligheid te brengen voor de in opdracht van de Duitse bezetter opererende Haarlemse politie.

Via Apeldoorn eindelijk in Enkhuizen

In 1952 verhuist de drukkerij van de Gebrs. Van Staden N.V. van de Haarlemse Spaarnwouderstraat naar de Amersfoortseweg 25, 7313 AC in Apeldoorn.

De rechten van de Erve C. Stichter's Almanakken, waaronder de uitgave van de Enhuizer en Deventer Almanak, kwamen in 1970 in handen van Francisca J. Jongert. Die de Deventer Almanak, wegens gebrek aan belangstelling, opheft en de Enhuizer doet opbloeien als niet eerder in haar geschiedenis.

Vanaf 1992 wordt de Enkhuizer Almanak voor het eerst in haar eeuwenoude bestaan daadwerkelijk in Enkhuizen zelf uitgegeven.

© MMVIII by Mohamed el-Fers.


Bronnen

  • Fransje Jongert, interview MokumTV, zoals uitgezonden door MokumTV Amsterdam 2005
  • Salman, Jeroen, interview MokumTV, zoals uitgezonden door MokumTV Amsterdam 2005.
  • De Amsterdammer Almanak, zoals uitgezonden door MokumTV Amsterdam tussen 1982 en 2007
  • Jiska Kniep en Jet Berkhout, Verslag archiefonderzoek Cornelis Jansz. Stichter http://cf.hum.uva.nl/bookmaster/stichter/archivalia.htm
  • Eeghen, I.H. van. 'Ambachten en beroepen voor almanakjes en kinderprenten van de Erven Stichter 1769-1800', in: Jaarboek Amstelodamum 74 (1982).
  • Eeghen. I.H. van. 'De Stichter's Enkhuizer almanak en Amsterdam', in: Jaarboek Amstelodamum 75 (1983).
  • Dekker, R.: Lachen in de Gouden Eeuw. Een geschiedenis van de Nederlandse humor. Amsterdam 1997.
  • Fransje Jongert, Enhuizer Almanak 2006, Enkhuizen 2005.
  • Salman, Jeroen. Een handdruk van de tijd, De almanak en het dagelijks leven in de Nederlanden 1500-1700. Zwolle 1997
  • Salman, Jeroen. Populair drukwerk in de Gouden Eeuw. De almanak als lectuur en handelswaar. Zutphen 1999.
  • Pleij, H., Grinsven, J. van, Schouten, D., Thijn, F. van, Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
  • Dekker, R. & H. Roodenburg: Anecdota sive historiae jocosae. Een zeventiende-eeuwse verzameling moppen en anekdotes. Amsterdam 1991.
  • Gruys, J.A. Thesaurus 1473-1800, Nederlandse boekdrukkers en boekverkopers, met plaatsen en jaren van werkzaamheid, Nieuwkoop, 1989.
  • Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer / En van het wedervaren der schipbreukelingen op het eiland Quelpaert en het vasteland van Korea (1653-1666) met eene beschrijving van dat rijk, Hendrik Hamel, tekstversie originele uitgave Stichters, in 1920 uitgegeven door B. Hoetink in Den Haag.
  • Kleerkooper M.M. en W.P. van Stockum. De boekhandel te Amsterdam voornamelijk in de 17e eeuw: biographische en geschiedkundige aanteekeningen, Den Haag, 1914-1916.
  • Leuven, L.P. De boekhandel te Amsterdam door katholieken gedreven tijdens de Republiek. Epe 1951. Proefschrift Amsterdam.
  • Kooi, J. van der: ‘Das Zaubermärchen im niederländischen (einschliesslich flämischen) und westfriesischen Sprachbereich’, in: D. Roth & W. Kahn: Märchen und Märchenforschung in Europa. Frankfurt a.M. 1993, p.156-169.

Steun MokumTV

‘Holland’ bestaat uit het gebied van de huidige provincies Noord- en Zuid-Holland, kent een lange en boeiende geschiedenis. Om de bestudering van deze geschiedenis op alle niveaus te bevorderen, maakt MokumTV (Stichting Mokum Plus) de serie "History of Holland" en maakt deze toegankelijk voor een zo groot mogelijk publiek. Ook geeft MokumTV de Amsterdammer Almanak (vanaf 2009 met de ondertitel "waarin opgenome de Haarlemmer") en de zeer luxe Hollandbrochures uit. Verder stelt MokumTV excursies en wandel- en fietstochten samen. Draagt u onze geschiedenis een warm hart toe? Steun dan MokumTV!

Wij zijn en blijven klein en onafhankelijk. Al onze programma's worden met één handicam opgenomen. Onze grootste kosten zijn dan ook het overzetten, monteren en de uitzendkosten. Natuurlijk hopen we van harte dat U het ongesubsidieerde MokumTV zult steunen. Meer


 

 

 

Leugenzak

  • Almanak, leugenzak
    was vroeger een gevleugelde uitspraak. Het wil zeggen dat de opgaven van een almanak niet te vertrouwen zouden zijn, vooral wat de weervoorspellingen op de lange termijn niet.
  • Er zijn meer van dit soort gezegden, versjes en uitspraken:
    Gelijck die eenen Almanach sou willen lesen, moet het boecksken een weynich van sijn oogen houden, ende daer niet op leggen; soo moet men ook de Werelt van verre besien, om te leeren wat voor eenen Almanach en Logensack sy is, wat quaet weder sy prognosticeert, wat tempeesten en eclipsen. (Ndl. Wdb. II, 220; VIII, 1683).I.

Francisca J. Jongert,
Neerlands best verkopende schrijfster...

  • Fransje Jongert, erfgename en huidige samenstelster van de Enkhuizer Almanak is al 30 jaar de best verkopende Nederlandse auteur. In 2004 eindigde ze met haar Almanak op een eervolle derde plaats, na Harry Potter van J.K. Rowling en de Da Vinci Code van Dan Brown.

Zie ook


BREL's AMSTERDAM

Jacques Brel biografieJacques Brel's schreef het nummer Amsterdam tijdens een bezoek aan muziek café De Kuil. Waarschijnlijk Amsterdams oudste kroeg en de plek waar Johnny Jordaan zeven jaar als zingende kelner had gewerkt. Toen Jacques daar was, speelde Bolle Jan, de vader van Rene Froger, op de in het nummer Amsterdam gememoreerde accordeon.

Lees ook in het Amsterdams Gemeentearchief over Brel's Mokum en de biografie van Mohamed el-Fers.


650 jarig bestaan van Enkhuizen

In 2006 was het 650 jaar geleden dat Graaf Willem V, bekend omdat hij 'syn wyf sloeg', aan de nederzetting Enchusen stadsrecht gaf, het eigenlijke begin van de almanakstad zoals we dat vandaag de dag kennen. Hoewel de 'Stichters' Enkhuizer Almanak 's werelds oudst nog verschijnende almanak is, wordt dit boekje pas sinds 1992 daadwerkelijk in het stadje Enkhuizen uitgegeven. Eeuwenlang kwam de Enkhuizer uit Amsterdam en Haarlem.

Enkhuizen zelf was, sinds het vertrek van de V.O.C., ooit 's werelds grootste transporteur van (hard)drugs en negerslaven, een wat achtergebleven stadje. Met op woensdag een weekmark aan de Westerstraat.

Quidquid latine dictum sit, altum viditur - Al wat in het Latijn gezegd wordt, wordt als verheven beschouwd

© MMVIII Stichting Mokum Plus Amsterdam en Mohamed el-Fers

 

 

 

Jacques Brel biografie

Encyclopedie Hollandse Heiligen

Istanbul de reisgids

Mevlana Rumi biography

Lourdes Travelguide

Amsterdammer Almanak

MariaBode online

Naar de Haarlem History site

Heilig Bloed Processie Brugge

Grootste Rooms Katholieke Startpagina

Tongeren Kroningsfeesten

Tridentijnse mis in de Agneskerk, Amsterdam

Forum RK NetNieuws

Jumping Echternach

Vraag het Father Enrico

Forum over de onstreden stichting Vaak

Katholiek Nieuwsblad

Naar de agenda

Forum RK NetNieuws

 

 

 

HOME