Naar de MokumTV Shop Naar de MokumTV Shop Naar de MokumTV Shop
Naar de MokumTV Shop Naar de MokumTV Shop

oud mokum logo

 

Nazım Hikmet avond in Palet op 3 februari 2010

 

Nazim Hikmet'Gevangen zitten is niet het probleem
Het probleem is hoe je voorkomt dat je je overgeeft…. '

Nazım Hikmet, 1948, gefotografeerd in de gevangenis van Bursa ENGLISH

De Turkse dichter Nâzim Hikmet (1902-1963) behoort tot de werkelijk grote uit de wereldliteratuur. In 1997 organiseerde Turks Huis Amsterdam samen met MokumTV voor het eerst een Nâzim Hikmet-dag in Nederland. En op 3 februari 2010 weer een avond in het kader van Hikmet, nu met schrijver Anar in Palet Party Centrum aan de Jan van Galenstraat 315 a.

Nâzım Hikmet Ran
15 januari 1902 -3 juni 1963

Zonder twijfel was Nazım Hikmet een van de belangrijkste figuren in de 20ste eeuwse Turkse literatuur. Zijn werk is wereldwijd vertaald, maar in eigen land werd hij verbannen. In zijn honderste geboortejaar is zijn rehabilitatie eindelijk in zicht.

De rechterflank van de Turkse politiek stond op zijn achterste benen toen februari 1996 bekend werd dat de regering was gezwicht voor de half miljoen handtekeningen die waren ingezameld voor een petitie met het verzoek om de in ballingschap gestorven dichter Nazım Hikmet postuum de Turkse nationaliteit terug te geven. ‘s Lands eerste minister Bülent Ecevit, zelf een succesvol dichter/vertaler, weerstond de kritiek van de ministers van de rechtse Nationalistische Actie Partij MHP, die deel uitmaakt van de coalitie-regering en wier aanhanger in de jaren zeventig van de vorige eeuw waren gewikkeld in straatgevechten met Turks links. De weigering van de MHP’ers om de teruggave van Hikmet’s nationaliteit te tekenen, was het logische vervolg op al deze anomositeiten.
"Het zal problemen veroorzaken onder onze achterban als ik dit voorstel zou tekenen" liet minister Eniz Öksuz in 1996 weten. "Hikmet was anti-Atatürk en tegen de staat. Ik wil de Turkse nationaliteit niet teruggeven aan een verrader". Daarentegen was het Ministerie van Cultuur er veel aan gelegen de nationaliteitskwestie voor de honderdste geboortedag van Hikmet te realiseren, aangezien de Unesco deze op grootse wijze zei te willen vieren, in samenwerking met het Turkse Minsterie van Cultuur en de Nazım Hikmet Foundation.

Op 15 januari 2002 ging het Nazım Hikmet-jaar in het Parijse hoofdkwartier van start met een fototentoonstelling. In Nederland bleef het gebeuren beperkt tot het uitzenden van een documentaire op het Salto-kanaal van de lokale Amsterdamse televisie.

Nazım Hikmet bracht zo'n 17 jaren van zijn leven in gevangenissen doorbracht voordat hij uit Turkije werd verbannen. Bijna veertig jaar na zijn dood wordt hij door rechtse regeringsleden nog steeds als staatsgevaarlijk beschouwd.
Hikmet behoorde niet tot de hofdichters van het Osmaanse Paleis, die na de machtsovername probleemloos waren overgeschakeld op het bejubelen van de Eerste President van de jonge Turkse republiek.
Het was duidelijk dat de latere Atatürk weinig op had met de bijna surrealistische wijze waarop Hikmet de gebeurtenissen uit het leven van het gewone volk beschreef.

Veyis Güngör, voorzitter van de Amsterdamse vereniging Turks Huis, die in 1997 een Himet-dag organiseerde: "Politiek ideologisch is bepaalde nationalistische antipathie tegen Hikmet te verwachten. Maar je dient een dichter als dichter te beoordelen, niet omdat hij, zoals in het geval van Nazım Hikmet. ook een patriot was, die tot aan zijn dood de grootst mogelijke affiniteit met Turkije en haar bevolking toonde’.

"Ik hou van mijn land.
Ik hing in haar hoge bomen.
Ik lag in haar gevangenissen.
Niets verlicht mijn depressie meer
dan de liedjes en de tabak van mijn land".

Nazım Hikmet werd op 15 januari 1902 geboren in Thessaloniki, in het huidige Griekenland. De stad maakte toen nog deel van het Osmaanse Keizerrijk. Hikmet was een plaatsgenoot van Mustafa Kemal Atatürk, die hier 21 jaar eerder was geboren. Hikmet's vader was beroepsmillitair, zijn moeder was schilderes. Zoals alle knapen uit de betere klassen studeerde Nazım in Istanbul aan het Franstalige Galatasaray Lyceum. Dezelfde school werd bezocht door telgen van het Osmaanse keizershuis. Vervolgens belandde Hikmet op de Osmaanse Marineschool, maar hij moest deze gezondheidsredenen verlaten.
Het waren rumoerige tijden.

In mei 1919 vluchtte de van landverraad beschuldigde Mustafa Kemal, die zich later Atatürk, Vader der Turken, zou noemen, naar de Zwarte Zeehaven Samsun. Daar brengt hij tegen de wil van het Osmaans gezag in Istanbul een leger op de been om wat resteerde van het ooit zo machtige Osmaanse Rijk te redden. Het was het jaar dat Hikmet’s eerste gedichten verschenen. Hij was toen veertien jaar oud.

Op 23 april 1920 roept Mustafa Kemal een groep mensen bijeen, die Mustafa Kemal Pasha kiezen als president van de Grote Nationale Vergadering. Istanbul wordt bezet door Russen, Fransen, Britten, Bulgaren en Grieken. Als de 19-jarige Hikmet in 1921 de stad ontvlucht om zich in Ankara aan te sluiten bij het nationalistisch Turks verzet van Mustafa Kemal Atatürk, geeft de nationalistische leider hem te verstaan om in het vervolg "gedichten met een bedoeling" te schrijven. Hij stuurt Hikmet als leraar naar een school in Bolu.

Hikmet heeft weinig op met de modernisatie-plannen van Mustafa Kemal. Als hij de kans krijgt om sociologie en economie aan de Universiteit van Moskou te studeren, is hij weg. Tussen 1921 en 1928 verblijft Hikmet in de Russische hoofdstad. Daar hoort hij dat Mustafa Kemal’s troepen in augustus 1922 de Grieken van het Turkse vasteland weten te verdrijven. Er wordt een wapenstilstand getekend en de laatste Osmaanse sultan weet net op tijd te vluchten. Het Osmaanse keizershuis wordt afgeschaft door Atatürk, en in juli 1923 tekent de nieuwe regering het Verdrag van Lausanne met o.a. Griekenland, Italië, Engeland en Frankrijk. Het dorpje Ankara wordt door Atatürk uitgeroepen tot de nieuwe hoofdstad en op 29 oktober wordt het bestaan van de nieuwe republiek uitgeroepen en Mustafa Kemal Pasha unaniem tot president gekozen.
Nazım Hikmet is er niet bij. Hij studeert nog steeds in Moskou en combineert daar de traditionele Turkse poezie met avant-gardistische trends. Terwijl Ankara aangeeft waar in de nieuwe republiek over gedicht mag worden, ontwikkelt Hikmet zich geheel onafhankelijk. Zeer tegen de zin van het gezag heeft zijn werk grote invloed op de Turkse literatuur van de twintiger jaren.

Als hij in 1928 terugkeert naar Turkije, voorziet Hikmet zich in zijn levensonderhoud met het schrijven van artikelen voor dag- en weekbladen, filmscripts en toneelstukken. In die tijd draait de persoonsverheerlijkingscultus rond Hikmet's plaatsgenoot Atatürk op volle toeren. Wie niet in alle toonaarden lof zingt aan het adres van de man die Turkije heeft gered van de Griekse bezettingslegers, wordt als tegenstander van Ankara en de president beschouwd. Het was niet Nazım Hikmet, maar de Turkse Republiek die erkenning nodig had. En als een dichter die internationaal erkenning geniet als het puikje van de zalm, openlijk het systeem van de grote leider Atatürk durft te kritiseren, greep men ook in dat moderne Turkije van Atarürk snel naar oud-osmaanse martelmethodes.

Atatürks beulen hadden het zeker niet gemakkelijk. Per decreet bepaalde de Grote Leider dat er een homogene staat was verrezen uit de as van het multi-ethnische Osmaanse Kijzerrijk. Elke inwoner was op de allereerste plaats Turk. Allerhande stammen en groeperingen werden vanuit Ankara afgeschaft. Koerden bestonden niet langer, die heetten nu "berg-turken". Ook in de moskee mocht er uitsluitend in het Turks gesproken, geschreven en gelezen worden. Zelfs de gebedsoproep Allahou Akbar, dat vijf keer per dag van de minaretten klonk, werd vervangen door het Turkse Tanri Büyük.

Atatürk begreep als geen ander dat de enige enigzins samenbindende factor tussen de verschillende groeperingen binnen de grenzen van zijn nieuwe republiek de religie was. Op alle mogelijke manieren diende deze te worden vervangen door de officiële ideologie die de |Grote Leider voor zijn volk had bedacht: het "Kemalisme", later ook wel "Atatürkisme" genoemd.

Elke Turkse provinciehoofdstad zou een eigen Atatürk-ruiterstandbeeld krijgen, elk dorp waar de Grote Leider ooit een voet had neergezet tijdens zijn Grote Onafhankelijkheidsoorlog kreeg op die plek een monument of plaquette waarop dit heugelijke feit werd gememoreerd. Elk boek dat werd gedrukt toonde op de eerste pagina een portret van de Bevrijder des Vaderlands. Elke munt, ieder bankbiljet en alle postzegels toonde zijn gelaat. Geen school zonder een toepassende uitspraak van de leider in de muren gebeiteld. Geen kantoor zonder een kingsize portret van de profeet van het kemalisme.

Toch zong niet het ganse land zijn glorie. In Anatolië heerste opstand en verzet tegen Atatürk en hierin werd vaak verwezen naar dat van de Anatolische verzetsheld Sheik Bedrettin, een revolutionair religieus leider in Anatolië. Uiteraard vond Ankara het niet meer dan logisch dat er met geen woord over dit verzet zou worden geschreven.
En hoewel Ankara per decreet was uitgeroepen tot hoodstad van het nieuwe land, cultureel centrum blijft Istanbul, waar in artistieke kringen werd uitgekeken naar Hikmet's eerste toneelstuk. Zou hij zich houden aan de officieuze lijst van onderwerpen die Ankara bijzonder geschikt achtte om tot toneelstuk of film te worden bewerkt?

Bovenaan de lijst van onderwerpen stond de Dardanellen-campagne van 1915. Mits hierin de staus van Mustafa Kemal als Nationalistische Held goed tot uitdrukking zou komen.Ankara zou ook geen bezwaar hebben tegen een mooi toneelstuk over Atatürks verzetsbeweging "Thuisland en Vrijheid", waarmee de latere heerser in 1908 indirect meehielp sultan Abdulhamid de Tweede van de troon te stoten.

Hoewel Ankara op alle mogelijke manieren probeerde de nieuwe republiek van een schitterende voor-islamitische geschiedenis te voorzien, werden onafhankelijke verhalen over "voorlopers" van Atatürk met de nodige argwaan bekeken. Gelukkig waren er genoeg andere onderwerpen waarop de serieuze toneelschrijver zich kon uitleven. De jaren van Atatürk in Albanië, Tripoli, Sofia, zijn successen in Palestina en Aleppo, zijn heroische Vlucht naar Samsun, zijn congressen in Erzurum, Sivas, de twee veldslagen bij Inonu in West Turkije.

Hikmet's eerste toneelstuk heette "Bij de open haard" en verscheen in 1932. Het was een verdicht drama over de liefde van een dichter. In datzelfde jaar maakt hij hij diepe indruk met het innovatieve toneelstuk Kafatasi en Het Huis van de overledenen, waarin hij de hebzucht en hypocrisie van een burger-familie aan de kaak stelt. Of ging het stuk over de laatste sultan en diens opvolger Atatürk? De met Brechtiaanse vervreemdingseffecten geschreven stukken van Hikmet zaten vol dubbele bodems en toespelingen, en daar werden de nieuwe machthebbers in Turkije al snel nerveus van. Zo belandde hij al snel in het gevang. Officieel omdat hij illegaal met een Russisch paspoort zonder visum zijn eigen land zou zijn binnengekomen. "Als je zo graag wil dichten, maak dan eens een fijn gedicht over de Grote Leider Mustafa Kemal Atatürk" kreeg hij te horen toen hij veroordeeld werd. Het proces vond plaats op een schip van de marine.

Pablo Neruda kreeg later van zijn vriend Hikmet te horen wat er tijdens dat proces was gebeurd. Hoe ze hem tot uitputtens toe over de brug van het schip haden laten lopen en hem vervolgens in de latrine hadden gestopt waar een laag stront lag van een halve meter dik. Hikmet voelde dat hij flauw zou vallen. De stank bracht hem aan het wankelen. Toen dacht hij: mijn beulen zitten ergens op een plekje naar me te kijken, ze willen me zien vallen, ze willen me in mijn ongeluk aanschouwen. Trots begonnen zijn krachten toe te herrijzen. Hij begon te zingen, eerst zachtjes, toen harder, ten slotte uit volle borst. Hij zong alle liederen, alle liefdesgedichten die hij uit zijn hoofd kende, zijn eigen verzen, de balladen van de boeren, de strijdhymnen van zijn volk. Hij zong alles wat hem te binnen schoot. En zo kwam hij als triomfator uit het vuil en de martelingen. Toen Hikmet dit aan Neruda vertelde, zei deze:
"Mijn broeder, jij hebt namens ons allemaal gezongen. We hoeven niet meer te twijfelen, te denken aan wat ons te doen staat. Nu weten we voortaan allemaal wanneer we moeten beginnen met zingen."
(uit: Pablo Neruda, 'Ik beken ik heb geleefd, Herinneringen 2', Amsterdam, de Arbeiderspers, 1975)

Als gevolg van de afkondiging van een algemene amnestie komt Hikmet in 1935 vrij. Kort daarop triomfeert hij als toneelschrijver met het stuk Unutalan Adam, waarin het gevierd en beroemd zijn tegenover het ongelukkige privé-leven wordt gesteld. In 1936 verschijnt zijn Epos van Sheik Bedrettin, over de revolutionair religieus leider in Anatolië. Hikmet had het in de gevangenis van Bursa geschreven.

Een fragment:

Over de bank, in banen rood en groen, fijne Bursa-zijde
aan de wand tegels uit Kütahya, als een turkooise tuin
granaatappelrood geroosterd lamsvlees op koperen bladen
en in zilveren karaffen rijkelijk de wijn.
Zijn broer Musa gewurgd hebbend met de pees van een boog
en zich dus in een gouden schaal wassend met broederbloed
besteeg Mehmet Çelebi als alleenheerser de troon
besteeg hij de troon, maar
in het land van het Huis van Osman
waaide in de wind de schreeuw der onvruchtbaarheid
schreide het lied van de dood.
De arbeid van de boer kwam toe aan de vazal
de leenheer eigende zich het zweet diens aanschijns toe.
De gebroken kruiken zijn leeggespijpeld en
bij de waterput stonden cavaleristen met opgekrulde snor.
De reiziger vernam onderweg de weeklacht van de landloze mens
de weeklacht van het mensloze land.
Aan het eind van de weg bij de poort van de burcht klonk zwaardgerinkel
waar schuimbekkende paarden hinnikten,
elk gilde in de stad had zijn hoop in de patroon opgegeven
verkeerde in verval.
Er was, kortom, een vorst, een vazal met een leen,
er was verval en alom geween.
(vertaling Wim van den Munkhof)

In deze tijd trouwde hij met Münevver Andac - het was zijn tweede huwelijk. In 1938 belandt hij weer in een cel. De dichter wordt tot 28 jaar en 4 maanden gevangenistraf veroordeeld vanwege negatieve uitlatingen over het fascisme in Duitsland en Spanje en het oproepen van rebellie onder soldaten. Dan, op 10 november 1938, na verschikkelijke leveraanvallen, sterft Atatürk in het bed van de sultan in het Dolmabahcepaleis te Istanbul. Alle klokken in publieke gebouwen worden op de minuut van zijn heengaan (5 over negen) stilgezet.

Ondanks de dood van zijn grote vijand blijft Hikmet in gevangenschap.
En blijft schrijven. Hij is een overtuigd marxist en het in bezit hebben van zijn werk was ook in de jaren na zijn dood aanleiding de bezitters ervan te laten kennismaken met de gebruikelijke Turkse verhoormethoden. Ook zangeressen die het wagen Hikmets gedichten te zingen worden flink aangepakt.

In 1949 wordt er een internationaal comité gevormd, waarin o.a. Jean-Paul Sartre en Pablo Picasso zitting hebben, dat campagne voert voor Hikmets vrijlating. In 1950, na een regeringswisseling, komt hij vrij ten gevolge van een algemene amnestie. Buiten de gevangenis blijkt het nog gevaarlijker voor hem. Er vinden verschillende mislukte aanslagen op zijn leven plaats. Het lukt Hikmet als verstekeling op een vrachtboot naar Roemenië Turkije te ontvluchten. Zijn tweede vrouw Münevver en zoon Memet werd het niet toegestaan het land te verlaten. Hij zou zijn land niet meer zien en leefde vanaf 1951 in Sofia, Warschau en tenslotte weer in Moskou. Daar schreef hij in 1956, Ivan Ivanovic, Var miydi, yok muydu schrijven, een stevige aanval op de persoonsverheerlijking rond de gestorven leider. Het Kremlin was "not amused". De Turkse regering was hem nog niet vergeten. In 1959 wordt Hikmet de Turkse nationaliteit ontnomen vanwege ‘landverraad’.

Zevenendertig dagen voor zijn dood, op 27 april 1953, maakte Hikmet zijn laatste wil op: Kamaraden, als ik niet leef de dag te zien - ik bedoel indien ik sterf voor de vrijheid komt - haal me weg en begraaf me op een dorpskerkhof in Anatolië. De arbeider Osman die op bevel van Hassan Bey werd doodgeschoten kan aan een kant van mij liggen, en aan de andere kant martelares Aisha, die geboorte gaf tussen de rogge en binnen veertig dagen stierf. Tractors en liedjes kunnen langs de begraafplaats komen - in het ochtendlicht, nieuwe mensen, de geur van verbrande dieselolie, velden gezamelijk bezit, water in de kanalen, geen droogte of angst voor de politie. Maar ik zong deze liederen voor ze geschreven waren. Ik rook de verbrande dieselolie voor de werktekeningen voor de tracktors getekend waren. Zoals voor mijn buren, de arbeider Osman en martelares Aisha, zij voelde het grote verlangen terwijl zij leefden, misschien zelfs zonder het te weten. Kameraden, als ik sterf voor die dag - en het gaat er steeds meer op lijken dat dat zo zal zijn - begraaf me in een dorpsbegraafplaats in Anatolië, en er mag een plataanboom aan mijn hoofdeind staan als er daar een staat, ik heb geen steen of iets anders nodig. De zwaar zieke Hikmet stierf op 3 juni 1963. Gebroken door het verlangen naar zijn geliefde Turkije. Hikmet is inmiddels weer een officiële Turk geworden. Zijn bewonderaars zinnen nog steeds op een manier op de laatste wil van de dichter ten uitvoer te kunnen brengen en hem alsnog in een Anatolisch dorp te begraven.

Mohamed el-Fers



NÂZIM HiKMET

Over het leven

1
Het leven neem je niet te licht,
je dient te leven in diepe ernst
zoals een eekhoorn doet,
zonder buiten of boven het leven iets te verwachten,
het enige wat je moet doen is leven. Serieus moet je het leven nemen
enwel zo zeer dat je
bijvoorbeeld met geboeide handen op je rug
staand tegen de muur,
of met je grote stofbril
en je witte kiel in een laboratorium,
wilt sterven voor de mensen
enwel voor mensen die je nooit hebt gezien
enwel terwijl niemand je ertoe dwingt
hoewel je weet dat het leven het mooiste en het puurste is
dat er bestaat. En zó serieus moet je het leven nemen
dat je op je zeventigste nog een olijftak poot
en dan niet om die je kinderen na te laten
maar omdat je ondanks je vrees voor de dood
niet in de dood gelooft
omdat het leven zwaarder weegt.
(1947)

2
Stel, je krijgt een zware chirurgische ingreep
met de kans niet meer
op te staan van de witte operatietafel.
Al voel je je droef bedrukt om een te vroeg heengaan
toch lach je om een Bektaþi-grap,
kijk je uit het raam of het gaat regenen
of wacht je toch ongeduldig op
de laatste nieuwsberichten. Stel, ten behoeve van iets waarvoor het waard is te strijden
bevind je je aan het front.
Het kan dat je de eerste dag al, bij de eerste aanval
voorover stort en sterft.
Je weet dit met een vreemde wrok
maar toch ben je razend benieuwd
hoe deze mogelijk nog jaren slepende strijd zal aflopen. Stel, je zit achter tralies
loopt al tegen de vijftig
en over achttien jaar pas zal de stalen poort zich openen.
Toch koester je de band met buiten
met mens en dier, met strijd en wind
met alles dus wat zich buiten de muren bevindt. Dus in welke toestand, op welke plek ook
moet je leven als ging je nooit dood.
(1948)

3
Onze wereld koelt af
een ster tussen de sterren
nog wel een van de kleinste
een spikje bladgoud op blauw fluweel
die reusachtige wereld van ons. Ooit koelt deze wereld af
en zal niet eens als een ijsklomp
of een dode wolk
maar als een lege notendop wegtollen
in het eindeloze stikkedonker. Nu al daarvan de pijn te dragen
de droefenis te voelen.
Zo zeer moet je van deze aarde houden
dat je kunt zeggen:
“Ik heb geleefd”.
(februari 1948)
(vertaling Wim van den Munkhof)

Uit "De Gedichten van 21-22 uur"

Wat mooi om mij jou voor de geest te halen
Wat mooi om mij jou voor de geest te halen:
vanuit de berichten over dood en overwinning
in de gevangenis
en terwijl ik de veertig ben gepasseerd...

Wat mooi om mij jou voor de geest te halen:
je hand die vergeten op een blauwe doek ligt
en in je haren
van de grond van Istanbul de waardige zachtheid de kern van mijn ziel...
Als een tweede mens in mij
is de vreugde jou lief te hebben...
De geur van het geraniumblad die achterblijft op je vingertoppen,
een zonnige rust
en de uitnodiging van vlees:
een door bloedrode lijnen verdeelde
warme dikke dusternis...

Wat mooi om mij jou voor de geest te halen,
te schrijven over jou,
in de gevangenis op mijn rug te liggen en aan jou te denken:
het woord dat je sprak op een zekere dag, op een zekere plaats,
de wereld niet op zichzelf
maar op die manier...

Wat mooi om mij jou voor de geest te halen.
Ik moet weer een paar dingen van hout voor jou snijden:
een sieradenkistje
een ring,
en zo’n drie meter fijne zijde weven.

En terwijl ik onmiddellijk
van mijn plaats opspring
mij aan de tralies in mijn raam vastklamp
moet ik voor het melkwitte blauw van de vrijheid
luidkeels lezen wat ik jou geschreven heb...

Wat mooi om mij jou voor de geest te halen:
vanuit de berichten over dood en overwinning,
in de gevangenis
en terwijl ik de veertig ben gepasseerd....
(vertaling Sytske Sötemann)


20 september 1945

Op dit late uur
in deze herfstnacht
zit ik vol van jouw woorden,
woorden
eeuwig als tijd en materie
naakt als een oog
zwaar als een hand
en als sterren zo fonkelend.
Je woorden kwamen naar mij toe,
kwamen uit je hart, uit je hoofd, uit je vlees.
Je woorden brachten jou met zich mee
ze zijn: moeder
ze zijn: vrouw
en metgezel...
Ze zingen droevige, bittere, hoopvolle, blije, dappere tonen
je woorden zijn personen...
(vertaling Wim van den Munkhof)

22 september 1945

Ik lees boeken
en jij zit in de bladzijden verstopt,
ik luister naar liederen
jij huist erin.
Ik zit mijn brood te eten:
jij zit tegenover me,
ik werk
met jou naast me.
Jij die overal mijn alomtegenwoordige bent
we kunnen niet met elkaar spreken
niet luisteren naar elkaars stem,
o jij, al acht jaar mijn onbestorven weduwe...
(vertaling Wim van den Munkhof)

Bericht

Er is bericht van hen.
Van ginds
van hen.
Hun overhemd niet bevlekt
Hun wenkbrauwen niet gefronst.

Alleen hun stoppels
een beetje doorgegroeid. "We zijn er geweest"
Ze zeiden het niet.

Ze hebben het doorstaan, weet ik.
"We hebben het doorstaan"
Ze zeiden het niet.

Met een lach in hun ogen
kijken ze je aan.
Op hun slapen een verse wond, toch
hun wenkbrauwen niet gefronst.

Alleen hun stoppels
een beetje doorgegroeid...
(vertaling Dick Koopman)

Ik hield er waarachtig van
het jaar 62 maart 28
ik zit in de trein van Praag naar Berlijn bij het raam
het is avond
ik hield waarachtig van het dalen van de avond

als een vermoeide vogel over de dampige natte vlakte
ik hield niet van het vergelijken van het dalen van de avond
met het dalen van een vermoeide vogel
ik hield waarachtig van de aarde
kan iemand die hem nooit eens beploegd heeft
eigenlijk wel zeggen 'ik hield van de aarde'?
ik heb niet geploegd
dit was waarachtig mijn enige platonische liefde
ik hield waarachtig van de rivier
of hij zich nu kronkelend voortbeweegt aan de voet van de heuvels
van de Europese heuvels met kastelen op hun toppen
of dat hij zich wijds en kaarsrecht uitstrekt
ik weet het, men kan zich zelfs niet eenmaal in dezelfde rivier wassen
ik weet het, de rivier zal nieuwe lichtjes brengen jij zult het niet kunnen zien
ik weet het, wij leven een beetje langer dan een lastpaard
en zoveel korter dan een kraai
ik weet het, vóór mij werd deze pijn al gevoeld
ná mij zal die ook worden gevoeld
vóór mij is dit allemaal al duizend keer gezegd
ná mij zal het ook worden gezegd ik hield waarachtig van de hemel
of die nu bedekt was of helder
de hemelkoepel die Andrej op zijn rug liggend aanschouwde
op het slachtveld van Borodino
in de gevangenis heb ik twee delen van Oorlog en Vrede in het Turks vertaald
stemmen bereiken mijn oor
niet vanuit de hemel maar vanaf de binnenplaats
de bewakers zijn weer eens iemand aan het slaan
ik hield waarachtig van de bomen
voor mij verschijnen eenvoudig en voornaam
de kale beuken in de omgeving van Moskou
bij de Peredelbioscoop in de winter
men vindt beuken Russisch zoals wij populieren Turks vinden
de populieren van Izmir
hun bladeren vallen
en ons noemen ze Çakıcı
mijn lange ranke geliefde
wij verbranden de huizen
in de bossen van Ilgaz in het jaar 920
knoopte ik een linnen zakdoek aan de tak van een den
zijn topje mooi versierd
ik hield waarachtig van de wegen
en van het asfalt
met Vera aan het stuur gaan wij van Moskou naar de Krim naar Koktebel
Göktepe is de eigenlijke naam van het district
we zitten met z'n tweeën in een afgesloten kist
aan twee kanten stroomt de wereld voorbij buiten is het stil en ver
nooit ben ik iemand zo nabij geweest
rovers kwamen mij tegemoet toen ik van Bolu afdaalde naar Gerede op de rode weg
toen ik achttien was
in de paardenwagen had ik niets anders dan mijn leven om te geven
en op ons achttiende is ons leven dat wat het minste waard is
ik had dit nog eens ergens opgeschreven
door de modderige donkere straat ga ik op een Ramadanavond moeizaam op weg
naar het schimmentheater
ervoor hangt een lampion
misschien is het wel niet echt gebeurd
misschien heb ik wel ergens gelezen
over een jongen van acht die naar het schimmenspel gaat
op een ramadanavond in Istanbul houdt hij zijn opa bij de hand
zijn opa met fez die over zijn lange hemd
zijn met sabelbont afgezette mantel draagt
en de lampion in de hand van de haremdienaar
en ik dol van vreugde in mijn gedachten kwamen zomaar bloemen op
klaprozen cactussen narcissen
in Istanbul in Kadiköy in de Narcissentuin kuste ik Marika
haar mond rook naar bittere amandel
ik was zeventien
mijn hart nam een vlucht de schommel verdween in de wolken.

ik hield waarachtig van de bloemen
kameraden stuurden mij drie rode anjers in de gevangenis 1948
ik herinnerde mij de sterren
ik hield waarachtig van ze
of ik moet ze van beneden naar boven bekijken en me erover blijven verbazen
of ik moet bij ze in de buurt gaan vliegen
voor de kosmonauten heb ik vragen
hebben zij de sterren veel en veel groter gezien
zijn het enorme juwelen in het zwarte fluweel
of abrikozen in het oranje
wordt de mens hoogmoedig
als hij de sterren wat dichter nadert
ik heb de kleurenfoto's van de kosmos
in het tijdschrift Ogonyok gezien
word niet boos maar vrienden of we het nu non-figuratief of abstract noemen
sommige leken op olieverfschilderijen en waren dus vreselijk figuratief en concreet
daarmee geconfronteerd klopt het hart van een mens in zijn keel
zij zijn de oneindigheid van onze weemoed van ons verstand van onze handen
ik keek naar ze en kon aan de dood denken zonder zelfs een sprankje pijn te voelen
ik hield waarachtig van de kosmos voor mijn oog verschijnt de sneeuwval
zowel de langzame geruisloze dikke vlokken als de dunne jachtige sneeuw
ik hield waarachtig van de sneeuwval ik hield waarachtig van de zon
zelfs nu hij vertroebeld ondergaat in die kersenjam
soms gaat de zon in Istanbul onder als op gekleurde prentbriefkaarten
maar zo zal jij er geen foto van kunnen maken
ik hield waarachtig van de zee
en hoe
behalve dan van de zeeën van Ayvazofsky
ik hield waarachtig van de wolken
of ik er nu onder of boven ben
of ze nu op reuzen lijken of op witgevederde dieren
de meest melodramatische de meest leugenachtige
de meest kleinburgerlijke manenschijn
komt mij voor de geest
ik hield ervan
ik hield waarachtig van de regen
ook als die als een net over mij neerdaalt
en zich druppelend verspreidt over mijn ramen
mijn hart laat mij achter waar ik ben
verward in netten of in een druppel en begeeft zich
op reis naar een land dat nog niet op de kaart is gezet
ik hield waarachtig van de regen
maar waarom heb ik plotseling deze liefdes ontdekt
in de trein van Praag naar Berlijn
bij het raam
omdat ik mijn zesde sigaret heb opgestoken
eentje is er beslist mijn dood
omdat ik aan iemand dacht die in Moskou is achtergebleven verdomme
blond is haar haar blauw zijn haar wimpers de trein rijdt in de diepe duisternis
ik hield waarachtig van die diepe duisternis
van de lokomotief vliegen de vonken
ik hield waarachtig van de vonken
ik hield waarachtig wel van heel wat
en op mijn zestigste werd ik mij hiervan bewust
in de trein van Praag naar Berlijn bij het raam
terwijl ik de gehele aarde aanschouwde
alsof ik een onomkeerbare reis ondernam

19 april 1962

HIKMET, Nazım. Mensen landschappen. Uit het Turks vertaald door Els Hansen, Ruud Keurentjes en Wim van den Munkhof. Breda, De Geus/Epo, 1995. Gebonden 493 p.

home

 

Naar de MokumTV Shop