History of Holland: aan de wandel met reliekschrijn Sint Servatius

 

 

 

-Naar de beginpagina History of Holland - Naar het forum
 
Ads

 

GOD IN NEDERLAND

Van GoghDe oudste sporen van de verering van Hogere Machten in Holland zijn tempels en altaarstenen, toegewijd aan de van oorsprong Perzische god Ahora Mazda, en de uit een maagd geboren Mithras, die als godheid mateloos populair was onder de Romeinse soldaten. Zo hebben we aan Mithras de handdruk als bezegeling van een afspraak te danken. Ook in het Hollandse stonden tempels en altaren ter ere van deze Iraanse profeet.

De vader van de Mithras godsdienst, de Perzische profeet Zarathustra, is vooral bekend door Friedrich Nietzsche's boek, Also sprach Zarathustra.(Aldus sprak Zoroaster). Hierin beschrijft Nietzsche de tochten van deze Perzische profeet door Iran om de onzichtbare almacht van die ene Waarachtig Goede God en de komst van een Übermensch te verkondigen. .

Zarathustra leefde in de 14de eeuw voor Christus in Iran. Deze profeet was de grondlegger van een vroege vorm van het monotheisme. De verering voor de 'ene ware god', bekend als Ahora Mazda, begon in Iran, waarna het idee de wereld veroverde. Want ook in Nederland stonden er aan deze religie gewijde heiligdommen. Het had maar een haartje gescheeld of we waren geen christenen maar vuuraanbidders geweest. Op het kritieke moment koos keizer Constantijn voor de concurrentie.

Omdat Zarathustra leerde dat god een geestelijk wezen is. kon en mocht Ahora Mazda niet anders dan symbolisch worden afgebeeld.

Ahora Mazda had de mens geschapen om te strijden tegen de leugen, oneerlijkheid en het kwaad.

Hierbij wordt de mens tegengewerkt door de Kwade Macht Angra Mainyu.

De mens heeft de vrijheid tussen de macht van het 'licht' en de 'duisternis" te kiezen. Een mens die het goede nastreeft, moest volgens deze godsdienst altijd trachten voor het goede te kiezen. Het geloof in Ahora Mazda transformeert van het simpleweg aanvaarden van een leer, tot een religie waarin het doel is mee te strijden voor het goede.

Hetgeen helaas niet altijd lukt.

Hoewel middels boetedoening de 'ware god' gunstig kon worden gestemd, was er uitzicht en hoop op redding. Want Zarathustra kondigde de komst van een redder, Mithras, aan.

Eeuwen lang wacht het volk tevergeefs op de komst van deze verlosser. Maar op 25 december 272 vChr is het zover. In een stal aan het Hamunmeer (in de Perzische provincie Sistan) baart de maagd Anahita een kind. Eeuwenlang was het zaad van de profeet Zarathustra, op mystieke wijze bewaard gebleven in het water van het meer, tot het Anahita bij het baden bevruchte. Kort na de geboorte verschijnen er Drie Koningen aan de deur van de stal. Ze zijn door een ster geleid, en confirmeren dat haar kind de door Zarathustra aangekondigde verlosser Mithras is..De maagd zelf wordt 'Moeder van God' genoemd door Deze koningen

De naam Mithras was Perzische voor 'contract'., maar de Perzen zelf noemden hem 'de bemiddelaar' of 'boodschapper'. Mithras stond klem tussen de ene ware god en de macht van de duisternis. Die duisternis moet eerst door Mithras overwonnen zijn, voor hij in het jaar 208 voor Christus ten hemel kan stijgen. De profeet is dan 64 jaar..

Het Zoroastrisme werd de staatsgodsdienst van het Oude-Perzische Rijk en in de eerste eeuwen van de westerse jaartelling de grote concurrent van het christendom in Rome.

Tot aan de grenzen van het Romeinse Rijk, van Schotland en Holland tot onder de Sahara in Noord Afrika werd Ahora Mazda vereerd. Van Spanje tot diep in China zijn aan deze Iraanse god gewijde heiligdomen teruggevonden. In Rome bevinden zich de fundamenten van een van de grootste Mithrastempels in deze stad zich onder de kerk van Sint Clementinus bij het Colloseum. Mithras werd vereerd als beschermer van soldaten en het leger. Romeinse soldaten noemden Mithras 'de God van de Waarheid' en 'Heer van het Hemelse Licht.

Ook in Nederland had Mithras zijn heiligdommenz. Zoals de tempel onder de (nu hervormde) kerk van Elst of de site in het Limburgse Helden. Een van de belangrijkste cultcentra moet zich bevonden hebben op de Hunerberg bij Nijmegen, waar tussen 70 en 104 nC een volledig legioen was gehuisvest, het Legio X Gemina. Geen enkele Mithrastempel overleefde het christendom, maar het Bijbels Openluchtmuseum van de Heilig Landstichting in Nijmegen heeft een replica van zo'n Mithrastempel. Op de gewelfde zoldering staan, zoals dat hoorde, de twaalf sterrenbeelden geschilderd. Ook de horoscoop hebben we aan de oude Perzen te danken. Maar ook het paradijs, een woord dat rechtstreeks uit deze godsdienst afkomstig is, het handschudden, de aartsengel Michael, de kerstdag, de kerststal en drie koningen in het niet-bijbelse kerstverhaal hebben we aan de Mthras-cultus te danken.

De handdruk was oorspronkelijk het teken voor de vrienden van Mithras onderling. Een bewijs dat men onbewapend was en het goede en eerlijkheid nastreefde. Als Mitras later tot de Romeinse god van de contracten wordt verheven, vind de oorsprokelijk rituele handdruk als bezegeling van een afspraak overal in het Romeinse Rijk ingang, met dank aan de Romeinse soldaten. De cultus had vooral de soldaten in Azië in zijn greep. Sommige keizers waren aanhangers van de Mithrascultus, waaronder Valerianus. De cultus maakte gebruik van donkere, onderaardse, met wierrook gevulde tempels. In deze mysterieuze ruimten werden de volgeling werd ingewijd in de geheimen van de leer.In rituelen en gedachtengoed zou het van grote invloed zijn op alle vandaag de dag bekende monotheistische godsdiensten.

In het jaar 218 van onze jaartelling werd de zeventienjarige Marcus Aurelius Antoninus tot keizer gekozen. De jonge keizer liet Mythras als enig toegestane godheid in het Romeinse Rijk uitroepen. Nadat deze keizer in 222 was vermoord, moest Mithras weer genoegen nemen met een plaats naast de vele andere Goden en Godinnen die in het Romeinse Rijk vereerd werden. Julianus Apostata heeft nog even geprobeerd om Mithras in ere te herstellen. In 308 riep keizer Diocletianus Mithras uit tot 'Beschermer van het Rijk'.

Waarschijnlijk zou Mithras alle andere Goden in het Romeinse Rijk verdrongen hebben als keizer Constantijn niet voor het christendom had gekozen.

Het was de vroege katholieke Kerk dan ook een doorn in het oog dat er, zelfs onder dreiging van de doodstraf, maar geen einde kwam aan de Mirthras-verering. Op zijn geboortedag 25 december werd Mithras alom, ook door de christenen, geëerd met groene kransen aan de muur.

Het feest van Kerstmis is door de christelijke Kerk met opzet op geplaatst, ter kerstening van het feest van de geboorte van Mithras op . Mithras werd volgens de verhalen op de dag van de winterzonnewende geboren in een stal en kort daarop als verlosser herkent door drie door een ster geleidde koningen. Rond het jaar 340 kondigde paus Julius I (337-352) af dat de christenen voortaan op het geboortefeest van Mithras, de geboorte van Jezus Christus moesten vieren. Lacunes in het bijbelverhaal werden aangevuld met elementen uit het verhaal van de Mithras-geboorte.

Mitras liet zich niet zomaar wegpoetsen. Vandaar dat kerkvader Augustinus (354-430) zich genoodzaakt zag te benadrukken dat met Kerstmis niet de geboorte van de god Mithras, maar van de God Jezus gevierd werd'. Het is waarschijnlijk dat de op 13 mei 384 te Maastricht gestorven Sint Servatius zijn kerstmis op 25 december vierde, maar zeker is het niet, gezien het feit Jeruzalem er pas in het jaar 550, onder protest, toe overgaat. In Rome klaagde paus Leo de Grote (440-461) dat christenen bij het betreden van de Sint Pieterskerk nog altijd Mithras-rituelen uitvoerden.

Zie ook www.crystalinks.com/mithra.html


NAAR DE FILISTIJNEN

door Mohamed el-Fers

Nu de vrede in de lucht hangt, moet het toch mogelijk zijn een joods-islamitische gids voor Jeruzalem te schrijven. Niet dus. De twee auteurs die op pad werden gestuurd, rolden luid kibbelend over straat. Steen des aanstoots: de Palestijnse geschiedenis van Jeruzalem.

NIMMER WAS een reis naar Jeruzalem in mijn hoofd opgekomen. Totdat mijn uitgever voorstelde om samen met de joodse schrijfster D. een reisgids te produceren. Een gids voor zowel Palestijns als Israelisch gebruik, een eerste bijdrage van de reisboekenbranche aan het Israel van na het vredesakkoord. We bogen ons over het stadsplan van al-Quds/Jeruzalem en deelden de zo omstreden stad op in interessante wandelingen voor joden, moslims en christenen. D. de joodse wandelingen, ik de Arabische tochtjes en gezamenlijk de rest.
D. had het voordeel dat ze de stad als haar broekzak kende. Als kind ging ze in de vakanties naar een joods jeugdkamp in het net buiten Jeruzalem gelegen Oost-Talpiot. Ze kon van zo'n beetje iedere steen in de stad de bijbelse connotatie oplepelen. In de Arabische geschiedenis van Jeruzalem was ze minder thuis. Over dat aspect van het Jeruzalemse leven is sowieso weinig bekend. Tot voor kort plachten de Israelische autoriteiten met geen woord over het Palestijnse Jeruzalem te reppen, en de Palestijnen zelf voelen als oorspronkelijke, niet in diaspora gevoerde bewoners van de stad evenmin de noodzaak om via archeologische exercities aan te tonen dat ze er in een ver verleden ook al verbleven. Terwijl iedere scherf met een Hebreeuwse letter erop als bewijsstuk wordt opgevoerd van de joodse verbondenheid met de Heilige Stad, komt de Palestijnse claim er bekaaid af.
Voor mij was het dus pionieren geblazen. Hoe tof ik ook met D. door Jeruzalem slenterde, langzaam maar zeker stuurden onze persoonlijke missies aan op een clash van jewelste. De gekte van Jeruzalem kreeg ons in de greep. Die gekte - grotendeels voortkomend uit de maniakale behoefte om met behulp van het archeologenschepje allerlei mythische claims op het grondgebruik te rechtvaardigen - splijt Jeruzalem al sinds mensenheugenis en dreigde ook een wig te drijven in de eerste vredesreisgids voor de stad. D. reageerde verontwaardigd op mijn relaas dat de Palestijnen dienden te worden gezien als de afstammelingen van de Filistijnen die in de bijbel worden opgevoerd. Dat Arafat en Goliath familie van elkaar zouden kunnen zijn, vond ze een idiote gedachte. Toen ik haar voorhield dat het gemak waarmee een Moishele Cohen uit New York zich uitroept tot rechtstreekse afstammeling van koning Salomo minstens even discutabel is, begonnen emoties ons twistgesprek te overheersen. 'Maar waar moeten we dan heen?' riep D. uit. 'De zee weer in?'

ZOALS JERUZALEM wordt opgedeeld in een joodse en een Palestijnse wijk, zo kent de stad ook twee geschiedenissen. Bij Abraham splitsen zich de wegen: de Arabische tak van de semitische familie heeft Abrahams oudste zoon Ismaël als stamvader, de joodse zijn jongste zoon Izaäk. De joodse tak vertrekt naar Egypte, zwerft bijna een halve eeuw door de woestijn, om uiteindelijk Palestina binnen te trekken. Jericho is de eerste stad die de 'Bani Israel' op de 'Filistini' veroveren. Het bijbelse relaas van het eerste treffen tussen joden en Palestijnen is door de Britse archeoloog Dame Kathleen Kenyon weerlegd. Jericho is niet door Jozua's blazerssectie veroverd. Een aanzienlijk deel van het 'best verkochte boek aller tijden' is gewijd aan deze verovering van het 'Beloofde Land' door het 'uitverkoren volk', met als hoogtepunt de bouw van een eigen tempel in Jeruzalem.
D. probeerde aan te tonen dat de Palestijnen niets te maken hebben met de Filistijnen die rond 1003 voor Chr. gedoogden dat David, voormalig zanger aan het hof van een joods stamhoofd, de stad Jeruzalem tot zijn residentie uitriep. De Palestijnen hadden in eerste instantie weinig bezwaar tegen de verheffing van hun leenman David tot koning over Zuid-Palestina. Pas toen de oudsten van de noordelijke stammen hem ook nog eens tot leider uitriepen en uitbreiding ten koste van de niet-joodse bewoners van het land dreigde, kwam de in overleg regerende seraniem, een Palestijnse unie van vijf steden, in actie. Deze seraniem probeerde het samengaan van Israel en Juda ongedaan te maken, maar werd door David verslagen. Omdat David vanuit Hebron moeilijk zijn gezag kon laten gelden in het noorden, terwijl hij problemen vreesde in het zuiden als hij in het noorden zou gaan wonen, besloot hij in 1003 voor Chr. de tussen beide rijken gelegen stad Jeruzalem te veroveren.
Na deze verovering was er nog geen sprake van dat het uitverkoren joodse volk zomaar in de Heilige Stad mocht wonen. Jeruzalem werd Davids persoonlijk domein. Met uitzondering van zijn hofhouding, zijn uit Palestijnse huurlingen bestaande lijfwacht en de reeds daar wonende autochtonen mocht niemand zich in de stad vestigen.

TEGEN HET EINDE van Davids langdurige regeerperiode kwam het tot hevige twisten over de troonsopvolging, waarbij het zelfs op gewapende opstanden onder de joodse stammen uitliep en de oude koning zijn zoon Salomo/Suleyman als opvolger aanwees. De tent waarin de ark des verbonds werd vereerd, werd met de hulp van architecten en werklieden van de Palestijnse koning Hiram I vervangen door een stenen tempel, een langgerekt bouwwerk van zo'n dertig bij tien meter, niet groter dan een dorpskerk. Het gebouwtje zou in de loop der eeuwen aan verschillende goden onderdak bieden. Zo transformeerde Izebel, schoondochter van koning Omri, het gebouwtje in een aan de Palestijns-Fenetische god Baäl gewijd heiligdom. Ook koningin Athalia (884-878 voor Chr.) wilde Baäl in plaats van JHWH in de tempel van Jeruzalem aanbidden, maar werd het slachtoffer van een samenzwering onder leiding van de opperpriester Jojada. Deze liet de zevenjarige Joas tot koning uitroepen. Geen goede keus, want Joas zou op latere leeftijd de tempel plunderen.
Het gebouwtje in Jeruzalem was niet het enige joodse godshuis. Alleen al onder de wijze Salomo werden naast de tempel op de dorsvloer ook een schrijn in Silo en religieuze bouwsels in Beth-El, Dan en in Arad opgericht. Deze vondsten bewijzen de decentralisatie van de Hebreeuwse godsdienst in de eeuwen dat de joden voor het eerst Palestina veroverden.
Pas na de ontdekking van de tempel van Arad is men enigszins in staat een historisch verantwoorde reconstuctie te maken van het tempeltje van Salomo op de dorsvloer van de Abusieten, aan het einde van de Saladinstraat in Jeruzalem. Het staat al vele eeuwen bekend als het Haram es-Sharif (Arabisch voor 'Verheven Heiligdom'), met een concentratie aan islamitische heiligdommen, waaronder de Aqsamoskee, de van gouden koepel voorziene Dom van de Rots, de hemelvaartsdom van de profeet Mohammed waarin zich ook de 'Troon van Salomo' bevindt.
'Ja, maar jullie moslims hebben zoveel heilige plaatsen, Jeruzalem komt pas op de derde plaats na Mekka en Medina', wees D. me terecht. Waarop ik tegenwierp dat de joden die ook zouden hebben gehad, ware het niet dat koning Hizkia rond 700 voor Chr. besloot het monopolie op de tempelzaken in te voeren ten gunste van het hoofdbureau. Op het godshuis in Jeruzalem na liet hij alle aan JHWH gewijde tempels sluiten. Zeer tegen de zin van de joodse stammen maakte koning Josia van Juda in 629 voor Chr. definitief een einde aan de decentralisatie en werden alle aan de joodse godheid gewijde bouwsels gesloopt, met uitzondering van de tempel in Jeruzalem. De koning beval op straffe des doods dat de stamgod alleen nog in deze tempel mocht worden vereerd. De aanwezige beelden van de Palestijnse en Assyrische goden werden vernietigd.

IN 587 VOOR CHR. maakte Nebukadnezar II zich van Jeruzalem meester. De stad werd geplunderd en het paleis en het tempeltje werden met de grond gelijk gemaakt. Die werden weer opgebouwd onder de Perzische heerschappij en in 515 voor Chr. ingewijd. Geheel naar de Perzische mode kreeg de baas van het godshuis de titel hogepriester en de Perzen accepteerden hem als een soort scheidsrechter in aangelegenheden van de twee overgebleven stammen Israels.
In de tempel werd een hele trits goden vereerd, van Baäl tot de joodse stamgod. Zo werd in 167 voor Chr. de Griekse oppergod Zeus in het zonnetje gezet. In 19 voor Chr. werd onder het Romeinse gezag van Herodes het tempeltje op basis van de in de bijbel genoemde maten van het origineel opnieuw ontworpen door een Arabische architect uit Nabatu. Petronius (39-42 na Chr.), de Romeinse gouverneur van Syrië, probeerde het gebouwtje verder aan te passen aan de moderne tijd door het met een standbeeld van de vergoddelijkte keizer Caligula wat op te fleuren. Zeven jaar na de uiteindelijke voltooiing van Herodes' tempel bestormde de Romeinse veldheer Titus de stad en ging deze laatste joodse tempel in vlammen op.
In 130 na Chr. verrees onder Hadrianus een nieuwe tempel ter ere van de God Jupiter. En kwamen de joden onder aanvoering van Bar Kochba in opstand. Ze werden hiervoor zwaar gestraft. Het land heette toen Syria Palaestina (Land der Palestijnen). Keizer Hadrianus ontzegde joden elke aanspraak op Juda. Op de puinhopen van Jeruzalem verrees een geheel nieuwe stad, Aelia Capitolina. De in Palestina geboren Philipus Arabus (204-249), de derde Arabier die keizer van Rome werd, liet Jeruzalem voor wat het was. De zoon van een sjeik had het veel te druk met het organiseren van de feesten voor het duizendjarig bestaan van 'zijn' Rome.
In Jeruzalem wisselde de macht tijdelijk toen in 260 de Arabische Zenobia in opstand kwam tegen de Romeinen. Zenobia riep zichzelf uit tot koningin van het Morgenland en dreef de Romeinse legioenen tot aan Ankara in het huidige Turkije terug, maar moest na tien jaar voor de Romeinse overmacht wijken. Keizer Aurelianus nam de titel 'Dominus et Deus' ('Heer en God') aan en voerde de Arabische koningin in gouden kettingen geboeid door Rome.

EVEN LEEK HET tot de bouw van een nieuwe joodse tempel te komen. In 363 riep de Romeinse keizer Julianus Apostata de joden op terug te keren naar Jeruzalem. De weinigen die hieraan gevolg gaven werden weer snel 'ongewenst' verklaard, maar mochten onder Theodosius I (379-395), die het christendom tot staatsgodsdienst uitriep, één dag per jaar Jeruzalem betreden om, in overeenstemming met de voorspelling van Jezus (Matt. 24:2), te huilen bij de overeindgebleven muur van de verwoeste tempel.
Het waren de Arabieren die de stad uiteindelijk weer opbouwden, want pas onder sjeik Mudhir vestigden zich rond het jaar 580 weer enkele joden in de stad. Mudhir was afstammeling van de Ghazzani die vijf eeuwen eerder tijdens de Vijfde Semitische Uittocht uit Arabië van Jemen naar het noorden trokken en de elitecavalerie vormden van het Byzantijse leger dat tegen Perzië ten strijde trok. Hij werd door keizer Tiberius tot 'vorst van alle Arabische stammen' gekroond. Toen de tweede kalief der islam, Omar ibn al-Khattab, in 637 Jeruzalem bezocht, begon hij eigenhandig de vuilnisbelt die het voormalig tempelplateau was geworden, op te ruimen. Kalief Omar beval de bouw van de Aqsamoskee en de Dom van de Rots. Joden stond destijds niets in de weg zich in Jeruzalem te vestigen. De geograaf Ya'kubi uit Khorasan noteerde in 891-892 dat Palestina een 'omvangrijke Arabische bevolking heeft' en dat een deel van de bewoners bestaat uit 'niet-moslims, christenen, joden en Samaritanen'.

IN 1071 VEROVERDE de Turk Atsiz ibn Abak Alp Arslan Jeruzalem zonder slag of stoot. Vierentwintig jaar later predikte paus Urbanus II op het concilie van Clermont de kruistocht. Hij riep elke christen op om het 'Heilig Land van de Turken te bevrijden'. Een jaar later vertrok de Eerste Kruistocht. Op 14 juli 1099 veroverden ze de stad stormenderhand en was het doel van de kruistocht bereikt. De verovering ontaardde in een gigantisch bloedbad en uitroeiing van alle moslims en joden. Tien jaar later veroverde de Koerdische veldheer Saladin de stad en nam hij de koning van Jeruzalem, Guy de Lusignan, gevangen. Langzaam maar zeker kwamen er weer wat joden wonen in deze Palestijnse stad. In 1516 werd Palestina onder sultan Selim I (Yavuz sultan Selim) een provincie van het Osmaanse Rijk. Toen Selim op 30 december 1516 Jeruzalem binnentrok, werd hij door de inwoners met open armen verwelkomd.

DE JOODSE MINDERHEID woonde zonder verdere problemen tussen de islamitische en christelijke Palestijnen. Ondertussen werden in Europa de joden gedwongen hun lijf en leden te redden. Het eerste plan om een joods thuisland te creëren stamt al uit 1566, toen de uit Portugal gevluchte Joseph Nasi, in het Osmaanse Rijk opgeklommen tot minister van Financiën, aan zijn zojuist sultan geworden vriend Selim II voorstelde Cyprus te veroveren en dit eiland voor de joden te bestemmen.
In 1852 eiste de arts Leo Plinsker uit Odessa in zijn geschrift Auto-emanzipation een thuisland voor de in Rusland door pogroms bedreigde joden. Plinsker sloot zich aan bij de vereniging van Zionvrienden (Chowewe Zion), die streefde naar een joodse kolonisering van Palestina. In 1860 vestigden zich de eerste Russen buiten de stadsmuren van Jeruzalem, een gebied dat tot op de huidige dag bekend staat als 'Russian Compound'.
Op 19 maart 1877 kwam het eerste Osmaanse parlement bijeen, waarin Palestijns-Arabische afgevaardigden zitting hadden. Dat wat later het Britse mandaatgebied Palestina zou worden, werd verdeeld in drie administratieve eenheden: het sanjak (district) Jeruzalem, dat de zuidelijke helft van het land besloeg, en twee noordelijke sanjaks: Akko en Nabloes. De twee noordelijke districten waren administratief ondergebracht bij de provincie Beiroet. Het belang van de Heilige Stad Jeruzalem bleek uit het feit dat de stad direct door de kalief-sultan vanuit Istanbul werd geregeerd.
In deze tijd telden de drie Palestijnse sanjaks zo'n 540.000 moslim-Palestijnen, 60.000 christen-Palestijnen en al 25.000 joodse inwoners. Sultan Abdulhamid II drukte in 1891 de angst uit dat het verlenen van de Osmaanse nationaliteit aan joodse immigranten uit Europa en Amerika in Palestina 'tot gevolg zou kunnen hebben dat er een joodse regering in Jeruzalem komt'. Hij kantte zich tegen de voorstellen van Theodor Herzl om Palestina aan de joden te schenken: 'Ik kan geen enkel deel van het rijk weggeven. Het land is niet van mij maar van de mensen die het bewonen. Ik zal niet toestemmen in vivisectie.'

'IN GODS NAAM, laat Palestina met rust', schreef de burgemeester van Jeruzalem, Yusuf al-Khalidi in 1899 aan de hoofdrabbijn van Frankrijk, Zadok Kahn. 'Palestina is net in staat haar Palestijnse bevolking te voeden, westerse zionisten moeten een andere plaats zoeken voor de realisering van hun politieke doel.' De Franse opperrabbijn liet de brief aan Herzl lezen, die op 19 maart 1899 vanuit de Weense Carl Ludwigstraat een brief naar de Palestijnse burgemeester van Jeruzalem stuurde. Herzl verzekerde al-Khalidi dat, indien de zionisten niet welkom waren in Palestina, ze elders zouden zoeken naar een thuisland: 'We zullen zoeken en, geloof me, elders zullen we vinden wat we nodig hebben'.
Zoals bekend wilde de geschiedenis anders. Sindsdien hebben de Israeli's er een gebruik van gemaakt om het Palestijnse element in de geschiedenis van Jeruzalem en omstreken dood te zwijgen. Met de 'herbouw' van het joodse gedeelte van Jeruzalem, dat eigenlijk vooral oogt als een filiaal van Club Med, probeert men nu het Palestijnse deel te overvleugelen.
D. reageerde boos toen ik me kritisch uitliet over deze nieuwbouw. 'Hadden jullie maar niet alles moeten verwoesten', riep ze. We lieten de vredesgids voor de stad nog maar even rusten. De Palestijnse gedeelten waren sowieso veel te gevaarlijk voor de gemiddelde Hollandse Heilige Land-toerist.

Mohamed el-Fers in De Groene Amsterdammer van 22 november 1995


Steun MokumTV

‘Holland’ bestaat uit het gebied van de huidige provincies Noord- en Zuid-Holland, kent een lange en boeiende geschiedenis. Om de bestudering van deze geschiedenis op alle niveaus te bevorderen, maakt MokumTV (Stichting Mokum Plus) de serie "History of Holland" en maakt deze toegankelijk voor een zo groot mogelijk publiek. Ook geeft MokumTV de Amsterdammer Almanak (vanaf 2009 met de ondertitel "waarin opgenome de Haarlemmer") en de zeer luxe Hollandbrochures uit. Verder stelt MokumTV excursies en wandel- en fietstochten samen. Draagt u de Hollandse, Haarlemse en Amsterdamse geschiedenis een warm hart toe? Steun dan MokumTV!

Wij zijn en blijven klein en onafhankelijk. Al onze programma's worden met één handicam opgenomen. Onze grootste kosten zijn dan ook het overzetten, monteren en de uitzendkosten. Natuurlijk hopen we van harte dat U het ongesubsidieerde MokumTV zult steunen. Meer


 

DE ALLEENHEERSER

door Mohamed el-Fers in de Groene Amsterdammer

God duldt geen concurrentie. Maar het monotheïsme kwam er niet zonder slag of stoot. Het kostte vele herschrijvingen van oude Perzische en Babylonische bronnen om één God neer te zetten.

DE MENSHEID ERKENDE waarschijnlijk vanaf het prille begin van haar evolutie het bestaan van hogere machten om zaken die men niet begreep en waar men geen grip op had aan toe te schrijven. Het oudste bewaard gebleven gedicht over het lijden van de mens en zijn overgave aan een hogere macht werd vierduizend jaar geleden door een onbekende Sumeriër op een kleitablet geschreven:
'Mijn God, deze dag is duister voor me...
Tranen, gejammer, angst en verdriet hebben bezit van me genomen.
Leed overstelpt me...'
In die tijd huisde nog een groot scala aan bovenmenselijke machten in bomen, sterren, rivieren en zeeën. Goden en godinnen bewoonden de hoogste bergen of hielden zich diep in de aarde verborgen. Toch waren er aan het einde van het Mesolithicum, tussen de oude en de jonge steentijd, al ontwikkelingen gaande die tot op heden doorklinken. Rond 7000 v. Chr. bezat het Palestijnse Jericho in het centrum reeds een tempel gewijd aan een Heilige Drievuldigheid: vrouw, man en kind - in vorm gehandhaafd als de vrouwloze Heilige Drievuldigheid (Vader, Zoon, Heilige Geest) der christenen. Niet toevallig was dat ook midden in het geografische gebied waar uiteindelijk het monotheïsme zou ontstaan: de vruchtbare 'halve maan' die zich uitstrekte tussen Egypte en Perzië.
Uit ca. 2350 v. Chr. stamt de beroemde verklaring van koning Sargon I van Akkad: 'Ik ben Sargon, de machtige koning, monarch van Akkad. Mijn moeder was van lage geboorte, mijn vader kende ik niet. De broer van mijn vader bewoonde de bergen en mijn stad Azupiranu ligt aan de oever van de Eufraat. Mijn eenvoudige moeder ontving en baarde mij in het geheim; plaatste mij in een biezen mandje, afgedicht met asfalt, en plaatste mij in de rivier, die mij echter niet deed ondergaan in haar stroming. De rivier nam mij op haar golven en voerde me naar Akku, de bevloeier, die mij uit de rivier haalde, me opvoedde als zijn zoon en mij een tuinman liet worden, en terwijl ik tuinman was, hield de godin Isjtar van me. Toen bestuurde ik het koninkrijk...'
Het is een formulering die nog lang zou naklinken in tal van andere religies. De basisprincipes zijn al herkenbaar: een soort 'maagdelijke' geboorte uit een onbekende vader en de suggestie dat deze, evenals de latere Zeus op de Olympus, een berggod zou zijn. De 'geboorte uit het water' van Sargon komt terug in de verhalen over de hindoe Vyasa, de Griekse Erichtonius en natuurlijk Mozes, die zo'n acht eeuwen na Sargon in een rieten mandje aanspoelde aan de oever van de Nijl.

OOK HET BIJBELSE scheppingsverhaal is schatplichtig aan vele oudere Sumerische en Babylonische bronnen. Gilgamesj (ca. 2700 v. Chr.) zoon van een 'wilde man', werd van een historische figuur door biografen en zangers tot een halfgod gemaakt, en in een later stadium werden alle aan hem toegeschreven daden, verhalen en lofliederen door de Semitisch sprekende Akkadiërs (door Hebreeën en Grieken Babyloniërs genoemd) bijeengevoegd tot het Gilgamesj-epos. Gilgamesj zelf was koning van de Sumerische stadstaat Erech. Toen de heerser van een andere stadstaat eiste dat hij zich aan zijn macht zou onderwerpen, riep Gilgamesj een soort parlement bijeen, bestaande uit een groepering stadsoudsten, en een vergadering van krijgers, die hem moest adviseren.
Het Gilgamesj-epos verschilt slechts van Genesis in de volgorde van het verhaal en wat details. Het verlies van het eeuwige leven en het aardse paradijs wordt in het Gilgamesj-epos bijvoorbeeld niet in de schoenen van oermoeder Eva geschoven, want toen de goden de mensen boetseerden - 'om hen te dienen' - hielden zij het eeuwig leven direct al voor zichzelf.
Wel waren de equivalenten van de twee zonen van Adam en Eva reeds present; kleitabletten met spijkerschrift verhalen over het klassieke geschil tussen herder en boer, alleen heten ze hier geen Kaïn en Abel, maar Tumuzi en Enkidu. Uit Genesisr 4:3-5: 'Na verloop van tijd bracht Kaïn van de vruchten der aarde de Here een offer, ook Abel bracht een van de eerstelingen zijner schapen, en de Here sloeg acht op Abel en zijn offer. Maar op Kaïn en zijn offer sloeg Hij geen acht.' Ook Tumuzi en Enkidu brengen offers, niet aan de Here, maar aan Inanna, de godin der liefde en voortplanting, die 'de besproeide tuin honing en wijn doet geven'. Tumuzi drijft de spot met zijn boer-broer, die alleen maar goed zou zijn om het land te bebouwen, wint de gunst van de godin en verovert de troon van Sumer. Natuurlijk trouwt Tumuzi met de godin, in een vergeefse poging onsterfelijk te worden. Terwijl de bijbel het verhaal van Kaïn en Abel laat eindigen in een gruwelijke broedermoord, wordt Tumuzi uiteindelijk door niemand minder dan Satan doodgeslagen.
De Summerische Tumuzi komt overigens ook onder zijn eigen naam en als zelfstandig persoon in de bijbel voor. De profeet Ezechiel noemt hem: 'Hij bracht mij naar de ingang van de poort van het huis van Jahwe, die op het noorden is, en zie! daar zaten de vrouwen, Tammuz bewenend.' (Ezechiel 8:14)
Ook de slang in het paradijs en de ark van Noach zijn terug te vinden in het Gilgamesj-epos, zij het in een andere volgorde. Oetnapisjtim, de Babylonische Noach, was samen met zijn vrouw na de zondvloed onsterfelijk geworden. Hij tipte Gilgamesj: 'Ik zal u, Gilgamesj, een geheim onthullen: ik maak u bekend waar het levenskruid is. Als je deze plant weet te bemachtigen, krijg je je jeugd terug. Deze plant is een wonderkruid: hij geeft je je levensadem weer.' Gilgamesj slaagde erin het kruid te bemachtigen, maar had zich beter niet daarna kunnen verfrissen in een vijver: 'Een slang merkte de geur van het kruid op, kwam uit het water en nam het mee.' Gilgamesj was zijn onsterfelijkheid kwijt. En zo kwam het dat 'de slang elk jaar haar huid aflegt ten teken van eeuwige jeugd'. Ook in Genesis beloofde de slang onsterfelijkheid: 'De slang echter zei tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven.'
Zowel de oude Egyptenaren als de Babyloniërs kenden een slangencultus. Zo droeg de Egyptische farao een kroon met aan de voorzijde een afbeelding van een aanvallende cobra. Was het om deze slangencultus te veroordelen dat de Here God van de bijbel de slang vervloekte? 'Op uw buik zult u gaan en stof zult gij eten zolang gij leeft. En ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad, dat zal u de kop vermorzelen.' (Genesis 3:14-15)

IN DE BIJBEL ging God met Noach en diens drie zonen een verbond aan (Genesis 9:8-9) nadat de ark op de berg Ararat was gestrand. Vanwege dit verbond hadden ook zij en hun nakomelingen recht op een aangenaam leven na de dood, mits ze er geen andere goden op na zouden houden. Een idee dat ook de Egyptische farao Amenhotep IV (1391-1353 v. Chr.), die zich later Echnaton zou noemen, wel aansprak. De invoering van één enkele (zonne)god stuitte in Egypte echter op enorm verzet en de montheïstische cultus was onder de regering van Echnatons kleinzoon Toetanchamon (1333-1323 v. Chr.) dan ook alweer verdwenen, zij het dat een kleine groep hardnekkig vasthield aan deze vereenvoudiging van de godenwereld. De vlucht van Mozes, opgegroeid aan het hof van de Egyptische farao, zal dan ook omstreeks deze periode hebben plaatsgevonden, al plaatsen de meeste onderzoekers deze voor het montheïsme zo belangrijke gebeurtenis tijdens de regering van farao Ramses II (1290-1224 v. Chr.).
In Palestina gingen de uit Egypte gevluchte stammen Israels overigens niet zonder slag of stoot over tot het aanvaarden van slechts één God. De bijbel doet uitgebreid verslag van de rampzalige experimenten met diverse goden en gouden kalveren. Ruim zevenhonderd jaar na de vlucht van Mozes uit Egypte werd de joodse en Palestijnse bevolking van het heilige land door Nebukadnezar in ballingschap gevoerd. Zij mochten terugkeren nadat de Perzen de Babylonische vorst hadden verslagen, maar niet iedereen vertrok direct. De joodse priester Ezra, een van de achterblijvers in Babylon, legde wellicht de basis voor het moderne monotheïsme: de god van het verbond met een aantal woestijnstammen veranderde in Babylonische ballingschap in de God der Wereld, Heerser over alle volkeren, Schepper van hemel en aarde. Alle kwaliteiten van het Egyptische, Assyrische, Babylonische, Griekse en Perzische pantheon werden in Hem verenigd. Met wereldse maatstaven was Zijn grootheid niet langer te omvatten. Bij Zijn aanblik stortte men dood ter aarde.
Het boek Ezra bestrijkt een periode van tachtig jaar, vanaf de Perzische koning Cyrus (536 v. Chr.) tot het begin van de regering van Artaxerxes VIII (457 v. Chr.). Het meeste van dit boek is geschreven in het Hebreeuws, vanaf deel 4:8 tot 6:9 in het Chaldees, of om preciezer te zijn, Aramees. Maar niet het complete Boek van Ezra is in de bijbel zoals wij die kennen opgenomen. Er bestaat namelijk nog een Tweede Boek Ezra, het apocriefe Boek Ezra. Hoewel dit boek historisch gezien een van de betrouwbaarste verslagen van alle bijbelboeken kan worden genoemd, werd het door Jerome, de katholieke priester die van de paus de opdracht had gekregen om de bijbel te redigeren, uit zijn compositie van de bijbel weggelaten. Officieel omdat het Hebreeuwse origineel niet meer beschikbaar was. Daarom noemde men het ook het 'Griekse boek van Ezra' en voor de pauselijke amputatie stond dit boek vóór de boeken van Ezra en Nehemia.
Gelukkig overleefde deze Griekse tekst de pauselijke aanslag. En zo weten we nu dat tijdens de verovering van Jeruzalem door de legers van Nebukadnezar niet alleen de Ark des Verbonds, maar ook de originele schriftrollen verloren waren gegaan; de complete boeken van Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium wan gedaan of de werken die zullen beginnen. Doch indien ik (Ezra) in Uw ogen genade heb gevonden, zend in mij de Heilige Geest en ik zal schrijven alle dingen die sinds het begin der wereld zijn geschied en die in Uw wet waren geschreven.' (II Ezra 14:20)
De bede van Ezra werd verhoord en de scribenten maakten overuren: 'In veertig dagen schreven zij tweehonderdvier boeken.' (II Ezra 14:44) Een aanzienlijk aantal, aangezien slechts de Vijf Boeken van Mozes verloren waren gegaan. Kennelijk was men soms ook wat te enthousiast te werk gegaan, want we vernemen dat Ezra bepaalde tekstdelen op grond van 'onbetrouwbaarheid' moest verwerpen. Hij liet uiteindelijk de eindredactie over aan Elias.

DE OPNIEUW opgeschreven thora werd met toestemming van de Perzische stadhouder Nehemia door Ezra in 445 v. Chr. verplicht gesteld voor alle erkende joodse bewoners van de Perzische provincie Palestina. Voor het tot deze erkenning kon komen, verjoeg Ezra alle 'vreemde' vrouwen en de kinderen die uit een gemengd huwelijk waren voortgekomen uit dit gebied. Van de overgebleven raszuiveren eiste Ezra dat zij zich aan de opnieuw opgestelde 'wet van Mozes' zouden houden: verplichte besnijdenis, een verbod op betrekkingen met niet-joden en seksuele contacten met leden van hetzelfde geslacht. De God van Israel eiste dat zulke zaken met de dood werden bestraft (Leviticus 18 en 20).
Vooralsnog bleef het monotheïsme een plaatselijke aangelegenheid. De Iraanse religie van Zaratoestra, de strijd tussen het licht en de duisternis, zou de eerstvolgende eeuwen opgang maken en een factor van belang worden in het Oosten en het Westen. Op het hoogtepunt van de Romeinse macht, gedurende de periode van de Antoninen, was de Perzische cultus de voornaamste godsdienst in het rijk. Pas met de komst van de islam en de vestiging van de christelijke religie wordt het veelgodendom in Europa en het Midden-Oosten langzaam maar zeker vervangen door een algemeen monotheïsme, met een God die alle kwaliteiten van vroege goden en godinnen in zich verenigt. Een God die geen concurrentie duldt en eenieder die naast Hem nog bijgoden aanbidt, met verdoemenis straft.

Uit De Groene Amsterdammer van 14 december 1994

Quidquid latine dictum sit, altum viditur - Al wat in het Latijn gezegd wordt, wordt als verheven beschouwd

© MMVIII Stichting Mokum Plus Amsterdam en Mohamed el-Fers

 

 


30 jaar lokale tv in amsterdam

Lourdes aan de Amste

Wiet is zo slecht nog niet

Alle publicaties van MokumTV bij Scribd

Istanbul de reisgids

Oum Kalsoum biografie

Jacques Brel biografie

Koop nu: Bob Marley

Encyclopedie Hollandse Heiligen

Hollands Glorie Snackbarboek

Friese Mirakels

De laatste Sultan Mehmed VI Vahdeddin

Amsterdammer Almanak 2010

Haarlemmer Almanak 2010

Kirkpinar - All about Turkish Oilwrestling

Sinds Stella Braam ben ik een Grijze Wolf

De Mariabode

Amsterdam apparitions

Mevlana Rumi biography

Lourdes Travelguide

MokumTV op Boomerang

Forum RK NetNieuws

 

 

 

HOME