History of Holland: aan de wandel met reliekschrijn Sint Servatius

 

 

 

-Naar de beginpagina History of Holland - Naar het forum
 
Ads

 

Een Boerengod

Door Mohamed el-Fers en René Zwaap in de Groene Amsterdammer.

Een Roomse tiran, een vriend van de gewone man, een Hollandse held in barre tijden. Floris de Vijfde lijdt, zo mag duidelijk zijn, al zeven eeuwen onder een imago-probleem. Zelfs de wetenschap ruziet nog steeds over de ware aard van 'de God van de boeren'. En vooral over de gaten in zijn vermeende gebeente.

HET MAUSOLEUM van de graven van Holland bij de oude abdij van Rijnsburg biedt een troosteloze aanblik. De knekels van Floris V en zijn familieleden liggen opgeslagen in eRidder  Carel Frauenfelder (links) en René Zwaap voor het mausoleum van de Graven van Holland in Rijnsburg.en troosteloze kolenkit, afgedekt met een grijze betonnen plaat die aan de voorzijde een kier openlaat en die door de plaatselijke jeugd met graffiti bekalkt is. De twee jonge Amerikaanse rugzaktoeristen kijken beteuterd op van hun reisgids. 'So this is all they had left for the dukes, right?' vraagt een van hen ongelovig. Roger uit San Francisco kan er niet over uit. Zijn blik verraadt totaal ongeloof over het historische bewustzijn van het Nederlandse volk, dat zijn eerste heersersdynastie er zo bekaaid af laat komen.
Moeiteloos weet hij op te lepelen dat het hele Nederlandse volk in de ban is geweest van Floris toen deze in de jaren zestig door Rutger Hauer ('I'm a big fan of Rutger, you know, he's far better than that nazi-scum Schwarzenegger') werd geherlanceerd in de gelijknamige tv-serie van Paul Verhoeven.
Om het nationale blazoen niet verder te besmeuren verzwijgen we dat twee wetenschappers in opdracht van de gemeente Rijnsburg enkele maanden geleden het graf hebben opengebroken en vervolgens vaststelden dat de zestien hoogeboren skeletten niet toebehoorden aan het huis van de graven van Holland, maar aan mensen die een slordige vier eeuwen eerder hebben geleefd.

De twee wetenschappers, fysisch antropoloog G. Maat van de Rijksuniversiteit Leiden en hoogleraar chemie E. Cordfunke, presenteerden hun wetenschappelijke bijlslag precies op de dag dat prins Floris, zoon van prinses Margriet en mr. Pieter van Vollenhoven, in het Muiderslot het Floris V-jaar in verband met het zevenhonderdste jubileum van de moord op der Keerlen Gods op 27 juni 1296 voor geopend had verklaard. Maat en Cordfunke stelden dat koningin Juliana in 1975 te Rijnsburg helemaal niet het gebeente van de graven van Holland plechtig had ingewijd, maar de botten van enkele anonieme, negende-eeuwse Karolingische lieden.

Maat had naar eigen zeggen wantrouwen gekregen toen hij de vermeende schedel van Floris V in handen had. Hij ontdekte zeventien keer een groeivertraging en stelde op grond daarvan dat deze Floris een 'chronisch kwakkelende figuur' moest zijn geweest - geheel in tegenstelling met het atletische imago dat de graaf altijd heeft gehad. Met behulp van de zogenaamde C14-detectiemethode kwamen Maat en Cordfunke vervolgens tot hun vernietigende oordeel.

DE AAN FLORIS V en zijn familie toegeschreven skeletten werden in 1949 gevonden. Een onverwachtse vondst: historisch leek vast te staan dat de laatste rustplaats van de graven van Holland in de zestiende eeuw waren verwoest door fundamentalistische aanhangers van Oranje.

Bij opgravingen onder leiding van professor Glasbergen van het instituut voor Prae- en Protohistorie van de Universiteit van Amsterdam op het terrein van het abdijcomplex in Rijnsburg werden in de fundamenten van het dwarsschip voor het koor (de ereplaats van de abdijkerk) een aantal skeletten blootgelegd die op een na alle door dr. Dijkstra uit Groningen konden worden geidentificeerd als de stoffelijke resten van Simon (1075 of 1147), de broer van graaf Dirk VI; Floris de Zwarte (26 januari 1133), eveneens een broer van Dirk VI; Petronella van Saxen (24 november 1144), stichtster van de Abdij, weduwe van Floris III; Robert (1185), broer van Floris III; Aleida (1200), dochter van Dirk VII; Henric van Gelre (1197), verloofde van Aleida; Baldewinus (19 juli 1204), broer van Willem I; Floris (30 november 1210) , broer van Willem I; Aleida van Gelre (4 februari 1218), vrouw van Willem I; graaf Willem I (4 februari 1222); graaf Floris IV (1234); Willem (30 augustus 1238), broer van Floris IV; graaf Floris V; graaf Jan I (augustus 1299). Restte het lijk van een onbekend persoon, van wie Dijkstra nu heeft vastgesteld dat het Dirk I betreft, de elfhonderd jaar geleden overleden aartsvader van het gravenhuis. Mausoleum RijnsburgNa deze identificatie werden de graven van Holland en hun aanhang tijdelijk opgeslagen in een speciaal hiertoe gemetselde grafkelder van het Rijnsburger Raadhuis. Ter datering stak professor Glasbergen een versgeslagen dubbeltje in het beton rond de ingang. Nadat de stoffelijke resten in eikehouten kistjes (25 x 30 x 75 cm) met een zilveren plaatje met naam en sterfdatum waren geplaatst en dit alles door kunsthars was omhuld, vond de herbegrafenis plaats.

RIJNSBURG KWAM VOLOP in het nieuws. Radio, pers en het Polygoonjournaal konden er niet genoeg van krijgen. Met name Floris V, der Keerlen God, mocht zich in hernieuwde belangstelling verheugen. Het Nederlandse volk liep vier jaar na de Tweede Wereldoorlog uit om de scheppers van Holland te aanschouwen. De NZH deed goede zaken met bus 40, 'de gravenlijn', die de stromen belangstellenden in tien minuten vanaf station Leiden naar Rijnsburg bracht. Hier wachtte een afgegraven veldje naast de gereformeerde kerk.

Rijnsburg, anno 1996 nog steeds een bastion van protestantisme, morde. Men wantrouwde de belangstelling voor de botten van de zestien katholieke lijken. De vrees bestond dat Rijnsburg zou uitgroeien tot een r-k bedevaartsoord, compleet met wonderbaarlijke genezingen. Dat plaatselijke ongemak met de grafelijke resten werd pijnlijk zichtbaar toen burgemeester Koomans, een fan van de Hollandse graven, voorstelde een paar straten te hernoemen naar de in zijn gemeente begraven leden van het Huis van Holland. Met pijn en moeite werd het een straatje, de Graaf Florislaan, terwijl tegelijkertijd een hele buurt naar Oranje werd vernoemd. Buiten de Oranje- en de Nassaulaan ontstonden er Johan Friso-, Maurits-, Emma en Willem Alexanderplantsoenen en bloeiden er Christina-, Juliana-, Beatrix- en Margrietlanen op. Baas boven baas.

DR. B. DIJKSTRA, inmiddels woonachtig in Belgie, is woedend over de recentelijk door Maat en Cordfunke gepleegde grafschennis. Volgens hem wordt de moord op Floris V op deze wijze wetenschappelijk nog eens dunnetjes overgedaan: 'Dit is een wetenschappelijke aanslag, gepleegd door Cordfunke, die in 1987 al probeerde mij van mijn plaats te stoten in het onderzoek te Rijnsburg.'

Dijkstra, oud-medewerker van het Instituut voor Prae- en Protohistorie van de Universiteit van Amsterdam, was de man die tussen 1949 en 1951 de zeventien opgegraven lijken te Rijnsburg met honderd procent zekerheid identificeerde als toebehorend aan Floris V en de andere graven en gravinnen van Holland. Dijkstra leefde in die periode met de graven. Hij had hun stoffelijke resten in kindergrafkisten opgeslagen in zijn werkkamer en wijdde de beste jaren van zijn leven aan het vaststellen van hun ware identiteit. Op grond van nauwgezet onderzoek van de vermeende resten van Floris V kwam hij zelfs met een adembenemende reconstructie van de moordpartij op 27 juni 1296 nabij Muiden; het skelet droeg de sporen van maar liefst 21 zwaardslagen uit dezelfde richting op het bovenlichaam (vermoedelijk toegebracht door edelman Gerard van Velzen) en van vijftien minder harde slagen op de benen.

Uit een verslag van de naspeuringen van dr. Dijkstra: 'Uit de aard van de verwondingen valt op te maken dat Floris de eerste slag, die voor zijn hoofd bestemd was, wist te ontwijken door achterover in het zadel te leunen. De klap moet grote bloedingen hebben veroorzaakt en Floris moet korte tijd het bewustzijn hebben verloren. Maar hij was nog bij kennis toen hij ten gevolge van de eerste slag uit het zadel viel. Door zijn hoofd te draaien en te beschermen door het optrekken van zijn linkerschouder en zijn knieen probeerde Floris de tweede slag af te weren. Die raakte het linkeropperarmbeen, uit de stand waarvan kan worden afgeleid dat dat de handen van Floris door de samenzweerders op de rug waren gebonden. Deze slag werd Floris toegediend door de eerste, van zijn paard gestegen aanvaller. Het moet een furieuze klap zijn geweest, die de kop van het opperarmbeen scheidde van de schacht van het bot. Een derde slag drong diep in de linkerachterzijde van de schedel; bij een vierde werd een kapje van zeveneneenhalve centimeter van de schedel geslagen. Uit de beschadiging van de schedel valt op te maken dat het zwaard van de aanvaller in de wond bleef steken, zodat deze zijn wapen letterlijk moest loswrikken.'

DIJKSTRA SPREEKT nu met hart en ziel de aantijgingen van Maat en Cordfunke tegen dat hij er vier eeuwen naast zat met zijn analyse. 'Zonder enige twijfel gaat het hier om de stoffelijke resten van leden van het eerste grafelijke huis van Holland', zegt hij. 'Dat Maat en Cordfunke stellen dat het in het geval van de resten van Floris V in werkelijkheid gaat om een Karolingische edelman, is pure flauwekul. De techniek stelt ons helemaal niet in staat om jaartallen zo exact te definieren. Ik heb op grond van een beschadiging aan een van de schedels vastgesteld dat deze was aangebracht door een lans die niet eerder dan na 1200 was ontwikkeld. In het Karolingische tijdperk was er in deze contreien nog helemaal geen sprake van een christelijke begraafwijze, terwijl de graven in Rijnsburg die indertijd werden aangetroffen wel degelijk christelijk waren. Ook ontkennen Maat en Cordfunke dat het hier gaat om een familie. Nu, dat is wel degelijk het geval. In samenwerking met chemisch bioloog Schaafsma uit Groningen heb ik indertijd vastgesteld dat de botten in Rijnsburg allemaal het patroon van een erfelijke aandoening hebben, te weten de aanleg voor het ontbreken van een voorhoofdsholte. Dat hadden de graven van Holland tien keer zo veel als de gemiddelde bevolking van die tijd, en dat bewijst dat het hier gaat om een familie met ingehuwden.

Ik vind dit een bizarre kwestie. Maat en Cordfunke hebben hun onderzoek stiekem gedaan. Ik kwam erachter toen ik in maart dit jaar nog eens een bezoekje bracht aan Rijnsburg. Toen zag ik dat de grafkelder was opengebroken. Ik ben toen naar de gemeente gestapt, maar die weigerde een verklaring te geven. Alleen de gemeentesecretaris maakte een opmerking. Ik vroeg hoe hij het zou vinden als een stel wetenschappelijke onverlaten de grafkelder van de Oranjes in Delft zouden openbreken. Toen zei die secretaris: ''Maar dat kan niet, dat zijn vorsten. Hier ligt alleen maar materiaal.'' Kunt u nagaan! De graven van Holland vormen wel ons eerste vorstenhuis, zij behoren met respect te worden behandeld. In plaats daarvan solt men met de lijken en sloopt men een nationaal monument. Ik vind het niet erg als mijn werk wordt aangevallen. Maar dat men een dergelijk monument stiekem openbreekt en onnodige, onherstelbare schade toebrengt aan zowel het monument als aan de beenderen zelf, dat tart werkelijk alle verbeelding.'

Helaas voor dr. Dijkstra zijn de 'stiekeme praktijken' van Maat en Cordfunke en de gemeente Rijnsburg deze week nog eens goedgekeurd door een onafhankelijke onderzoekscommissie die na klachten vam Dijkstra werd ingesteld. In opdracht van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek bracht een commissie (bestaande uit dr. R. M. Van Heeringen, provinciaal archeoloog te Amersfoort, zooloog dr. R. C. G. Lauwerier en prof. dr. H. H. van Regteren-Altena van het Instituut voor Prae- en Protohistorie en Albert Egges van Giffen van de Universiteit van Amsterdam) deze week verslag uit van een onderzoek naar de handelwijze van Maat en Cordfunke. Uitslag: de twee wetenschappelijke grafschenners hadden geen regels overtreden en de gebruikte onderzoeksmethoden werden goedgekeurd.

Woordvoerster Joke Timmer van de gemeente Rijnsburg: 'De gemeente neemt de aanbevelingen van de commissie-Van Heeringen over. Daarmee staat dus vast dat de resten bij de abdij in Rijnsburg niet aan Floris V en de andere graven van Holland toebehoren. Het gebeente zal wel teruggeplaatst worden in het mausoleum. Het monument blijft zo intact.'

Neemt Rijnsburg zo alsnog wraak op de Roomse graven? Moet de herinnering aan Floris V dan werkelijk zeven eeuwen na zijn dood nog eens extra worden besmeurd? Is het monument van Rijnsburg dan werkelijk behept met een vloek, zoals vele floristen menen sinds de tragische dood van de eminente Floris- kenner Fried Lowensteyn na een bezoek aan de grafelijke grafkelder?

Lowensteyn, professor in de Rechtsgeleerdheid aan de universitteit van Leiden en Tilburg, nam zich begin jaren negentig na overleg met uitgever Kees de Bakker van Conserve voor om de definitieve biografie van Floris V te schrijven. De titel was al gevonden: 'Ick Floris gebiedt dat...', vrij naar de aanhef waarmee alle bevelen van de graaf begonnen. Lowensteyn, al sinds de lagere school een Floris-fan, zag als een berg op tegen het schrijven van zijn opus magnum. In november 1993 besloot hij dan eindelijk aan het karwei te beginnen. Om in de stemming te komen, ondernam hij die maand een bedevaart naar Rijnsburg. Daar vatte hij echter een kou die hem fataal werd. Zijn encyclopedische kennis over leven en werk van Floris nam hij mee het graf in.

ZO'N DUIZEND JAAR geleden legde graaf Arnulf van Holland met zijn heldendood in de strijd tegen de Friezen de basis voor een dynastieke heerschappij achter de duinen. Het tijdperk van Arnulf markeerde een belangrijke historische fase in de ontwikkeling van het Graafschap Holland naar het Koninkrijk der Nederlanden. Volgens de eminente Britse historicus John Lothrop Motley werd toen 'de smalle uithoek (Holland) voorbestemd om bakermat te worden van een aanzienlijk koninkrijk dat zich over beide hemisferen zou uitstrekken'. Een keerpunt: de jonge staat kreeg een eigen identiteit, taal en heersershuis om trots op te zijn.

Arnulfs zoon Dirk III bevocht de onafhankelijkheid en vernietigde het Rijksleger van de machtige Duitse keizer bij Vlaardingen. Dirk IV stierf onder de overmacht van de door keizer Hendrik III gestuurde legers der bisschoppen van Metz, Luik en Utrecht. Zijn broer en opvolger Floris I werd tijdens zijn slaap gekeeld door een sluipmoordenaar. Vervolgens trad Willem II aan, de vader van Floris V. Hij verenigde Holland en Zeeland. De Duitse vorsten, onderling verdeeld, kozen deze Hollandse graaf op 3 oktober 1247 tot Rooms-koning, dat wil zeggen tot keizer in spe van het Roomse Rijk. Een ongelofelijke lancering in de pikorde van de Europese dynastieen kondigde zich aan. Tot een pauselijke keizerskroning kwam het helaas niet: tijdens een strafexpeditie tegen de altijd opstandige Westfriezen zakte Willem II op 28 januari 1256 bij Hoogwoud door het ijs, waarna hij door enkele Westfriezen werd doodgeslagen. Niettemin was Willems zoon en opvolger Floris V niet zomaar een lokale aristocraat; hij was de zoon van een bijna-keizer van het Heilige Roomse Rijk.

Floris, op 24 juni 1254 te Leiden geboren, was pas anderhalf jaar oud toen zijn vader werd vermoord. Reeds bij zijn geboorte was een huwelijkscontract opgemaakt waarin werd bepaald dat Floris zou trouwen met Beatrijs, de dochter van de latere Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre. Op de Schepelenberg aan de duinrand bij Heemskerk, de plek waar alle graven van Holland werden ingehuldigd, werd ook Floris tot graaf van Holland verklaard.

IN VEEL opzichten was Floris een figuur van de nieuwe tijd, met zijn zorg voor een goed bestuur van zijn Holland, waar hij naar Vlaams voorbeeld baljuwen aanstelde en samenwerkte met de standen van burgers en boeren. Hij mocht zich daarom heugen in een ongekende populariteit onder het gewone volk. Minachtend sprak de adel over der Keerlen God, de God der Boeren.

Uiterst nuttig waren Floris' inspanningen op het gebied van de waterhuishouding. Geld voor bescherming tegen de steeds terugkerende overstromingen was er nauwelijks en van een voor een goede bedijking noodzakelijke samenwerking tussen de verschillende landsheren was ook geen sprake; de edelen bevochten elkaar liever. Dank zij Floris V en de andere graven van Holland kwam het wel tot die broodnodige samenwerking. Dit alles dank zij de oprichting van hoogheemraadschappen. Vanaf dat moment werden de dijken in groter verband aangelegd en onderhouden.

De geslachten van ministerialen die in de twaalfde eeuw nog vrij dociel de opgedragen bestuurstaken vervuld hadden, begonnen zich steeds meer als zelfstandige edelen te gedragen. Dit was vooral duidelijk bij de heren van Amstel en Woerden. Het gebied van de heren van Amstel en Woerden werd bij Holland ingelijfd, hetgeen tegenwoordig nog zichtbaar is in de grillig verlopende provinciegrens tussen Holland en Utrecht.

Als graaf van Holland was Floris V de aartsvijand van de elect-bisschop Jan van Nassau van Utrecht, een neef van de machtige graaf Otto II van Gelre. Jan verkeerde voortdurend in geldnood en verpandde een groot aantal bezittingen aan Floris V, die tenslotte de eigenlijke machthebber in het Sticht werd. Zo groeide Floris uit tot een heerser van internationale proporties.

In 1273-'74 brak er een opstand uit onder de boeren in Kennemer land. Zij waren de voortdurende oorlogjes die de adellijke heren tegen elkaar voerden en waarbij de oogst werd vertrapt, meer dan zat. Voor de bevolking van Utrecht was dat het sein om te revolteren en Jan van Naussau tijdelijk te verdrijven. Floris zag zijn machtspositie groeien en koesterde ondertussen nog grotere ambities. Als wraak voor de moord op zijn vader Willem II lijfde hij West-Friesland in. Deze annexatie werd vergemakkelijkt door het ontstaan van de Zuiderzee, die het zuidwestelijk deel van Friesland van zijn stamland losgescheurd had en het voor de Friezen aan de overzijde moeilijker maakte hun stamgenoten te hulp te komen.

Ook Zeeland-bewester-Schelde (Walcheren en Beverland), waar hij met Vlaanderen in conflict was over de leenhoogte, voegde Floris V aan zijn graafschap toe. Op een bepaald moment beloofde hij zelfs de helft van zijn landen als bruidsschat mee te geven aan zijn dochter bij haar huwelijk met een Engelse prins, zonder echter rekening te houden met het onmiskenbaar aanwezige gewestelijke patriottisme. Zoals haast alle Nederlandse vorsten was Floris partij in de conflicten tussen Engeland en Frankrijk, alleen al doordat hij in ruil voor militaire verplichtingen van de Engelse koning leningen accepteerde.

In 1290 leek Floris de grootste sprong van zijn leven te kunnen maken. De Schotse troon kwam vacant en aangezien hij een Schotse prinses onder zijn voormoederen telde, kandideerde hij zich met twaalf anderen voor deze zetel. Koning Edward I (1272-1307) werd gevraagd als scheidsrechter op te treden. Hij reisde meermalen op en neer naar het Britse eiland en sloot een schimmige overeenkomst met een van zijn medepretendenten. Op 15 november 1292 liet hij echter plotseling zijn aanspraken vallen - waarschijnlijk onder druk van koning Edward. Volgens Melis Stoke, Floris eerste biograaf, liet de graaf zich goed betalen voor deze actie.

Een radicale koerswijziging in 1296 was aanleiding tot de moord op Floris V in Muiden. In het begin van dat jaar verbond Floris zich plotseling met de Franse koning, wel inziende dat hij als bondgenoot van Engeland nooit zijn zin zou krijgen in de kwestie Zeeland-bewes ter-Schelde; de Engelse koning had er immers veel meer belang bij het te vriend houden van Vlaanderen dan van Holland. Edward I zocht na Floris' overstap contact met de vele ontevreden edelen in Floris' landen en vond vooral gehoor bij Herman van Woerden en Gijsbrecht van Amstel, die verbitterd hadden geconstateerd dat hun macht was geslonken sinds ze onder het geordende bestuur van Floris V waren gekomen. Edward wilde dat de Hollandse vijanden van Floris deze gevangen zouden nemen en hem aan hem zouden uitleveren. Tot deze uitlevering kwam het niet: Floris werd op 27 juni vermoord door Herman van Woerden, Gijsbrecht van Amstel en hun medestander Gerard van Velzen.

In de Nederlandse geschiedschrijving wordt deze moord veelal uitgelegd als een crime passionnel. De Hollandse edelen zouden wel degelijk van plan zijn geweest Floris in Britse ballingschap te voeren. Standbeeld Floris V in RijnsburgToen zij kort na hun vertrek uit het Muiderslot, waar de graaf onder het voorwendsel van een valkenjacht was weggelokt, opeens met een horde woedende boe ren werden geconfronteerd die hun favoriete edelman wilden ontzetten, zouden zij in paniek tot hun fatale slagen zijn gekomen.
In de overvloedige anti-Floris-literatuur - P. C. Hoofts' tragedie Geeraerdt van Velsen (1613) en Vondels Gijsbrecht van Aemstel (1637) voorop - wordt bovendien telkenmale onderstreept dat Van Velzen een persoonlijk appeltje met Floris had te schillen, omdat de viriele graaf iets zou hebben gehad met Van Velzens echtgenote, tevens de volle nicht van Van Amstel. Vondel laat Gijsbrecht in zijn treurspel klagen over 'Floris' geile borst en het schandelijk omhelzen Het schennen van mijn nicht, die schone bloem Van Velzen'.

TOEN FRITS .Bolkestein in 1976 onder het pseudoniem Niels Kobet (een anagram van zijn achternaam) zijn oorspronkelijk in het Engels geschreven toneelspel Floris, graaf van Holland publiceerde, nam hij deze versie kritiekloos van zijn voorgangers over. In het onlangs in het Nederlands vertaalde toneelspel, nu wel onder zijn eigen naam gepubliceerd, laat Bolkestein Gijsbrecht van Amstel de volgende woorden tot Van Velzen spreken: 'Wier lange, blanke benen spreidden zich Om gulzig de behaarde ponjaard te ontvangen? Wier zwoegende gemoed werd aangeraakt door fel Beluste lippen? En wier armen knelden om Het strakgespannen lichaam van de man Die jij zo trouw gediend hebt? En met wier Kastanjebruine haar werd zweet gedept En werden smoezelige lendenen gekuist?'
Vanzelfsprekend is de arme Van Velzen tegen een dergelijke tirade niet bestand, en gaat hij vervolgens over tot zijn historische daad. 'Het is gedaen met uw hoghe sprongen', riepen de daders volgens de overlevering uit. Van Velzen zou overigens als enige van het trio in de kraag worden gevat en geradbraakt.
In zijn onlangs verschenen proefschrift De moord op graaf Floris V maakt Jan Willem Verkaik korte metten met de legende van Floris buitenechtelijke verhouding met vrouwe Van Velzen. Volgens hem ontstond die legende pas in de zeventiende eeuw, toen het volk dank zij een afdoende propagandaslag niet beter meer wist als was Floris V een wrede tiran en een maniakaal schenner van de vrouwelijke eerbaarheid. Volgens Verkaik kwam een dergelijke verklaring de plaatselijke autoriteiten beter uit dan de bittere waarheid dat Floris het slachtoffer was geworden van een internationaal politiek komplot, uitgedacht door de Brabantse edelman Jan van Cuijk in opdracht van het Engelse hof.

Ook mediaeviste Renee Vink, auteur van de pas verschenen historische detective De laatste dagen van Floris V, gaat uit van een vileine opzet van Floris rancuneuze edellieden en toont zich weinig ingenomen met de draai die Bolkestein geeft aan het eerste politieke moordkomplot in de geschiedenis van Holland. Vink: 'Maar Bolkestein zit er wel meer naast. Zo laat hij helemaal aan het einde van zijn stuk de Vlamingen een veldslag tegen de Fransen verliezen. Terwijl dat nu juist zo'n beetje de enige veldslag is die de Vlamingen in hun hele geschiedenis hebben gewonnen.'

Uit De Groene Amsterdammer van 12 juni 1996
Historisch Forum.


Bottenoorlog in Rijnsburg

door René Zwaap in De Groene Amsterdammer van 14 november 2005

Een bittere strijd in Rijnsburg. Zijn de 25 jaar geleden plechtig herbegraven stoffelijke resten in het plaatselijke mausoleum nu wel of niet van Floris de V en de andere graven van Holland?

Vijfentwintig jaar geleden wijdde koningin Juliana in Rijnsburg het mausoleum in van de graven van Holland. Dat had indertijd heel wat voeten in de aarde. De graven van Holland - met als bekendste vertegenwoordiger de mythische ' keerlen Gods' Floris V - vormden de eerste Hollandse heersersdynastie. Ze waren katholiek.

Het oranjekamp had zich eeuwenlang alle moeite getroost om de herinnering aan de roomse graven te doen vergeten. Van de laatste rustplaats van de dynastie ontbrak ieder spoor. Aangenomen werd dat deze het slachtoffer was geworden van de beeldenstorm.Totdat in 1949 in Rijnsburg een spectaculaire vondst werd gedaan.

Bij opgravingen werden op het terrein van het reeds vernietigde abdijcomplex zestien skeletten opgegraven. Deze werden door dr. Dijkstra van de Universiteit van Groningen geidentificeerd als de stoffelijke resten van Floris de V en familieden. Nadat de stoffelijke resten in eikenhouten kistjes (25 x 30 x 75 cm) met een zilveren plaatje met naam en sterfdatum waren geplaatst en dit alles door kunsthars was omhuld, vond in aanwezigheid van de vorstin de plechtige herbegrafenis plaats in een speciaal gebouwd mausoleum.

Die situatie blijft ongewijzigd totdat in 1995 op initiatief van de Universiteit van Leiden een nieuw onderzoek wordt gestart. Fysisch antropoloog G. Maat en hoogleraar chemie E. Cordfunke krijgen van de gemeente Rijnsburg toestemming het mausoleum open te breken. Ze komen met een vernietigend rapport. Juliana had in 1975 helemaal niet het gebeente van de graven van Holland ingewijd, maar de botten van enkele anonieme, negende-eeuwse Karolingische lieden. De botten in Rijnsburg zouden twee eeuwen ouder zijn dan dr. Dijkstra had aangenomen. Dat oordeel geschiedt op basis van een C-14-test, waarmee de ouderdom van botten met een koolstofmeting kan worden geschat.

Een bittere polemiek gaat van start. 'Dit is een wetenschappelijke aanslag, gepleegd door Cordfunke, die in 1987 al probeerde mij van mijn plaats te stoten in het onderzoek te Rijnsburg.', verklaart de bekritiseerde dr. Dijkstra. In opdracht van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek wordt een onderzoekscommissie opgericht, onder leiding van archeoloog dr. R. M. Van Heeringen. Conclusie: Maat en Cordfunke hadden geen regels overtreden en de gebruikte onderzoeksmethoden werden goedgekeurd.
De stoffelijke resten werden terug in het mausoleum gestopt, maar officieel heette het nu dat dit niet het gebeente van de graven van Holland betrof. Daarmee was de gravensage echter nog niet ten einde.

Bij de Historische Kring Rijnsburg was men allerminst overtuigd van het gelijk van Maat en Cordfunke. Voorzitter Leenheer: ' Ik was er indertijd bij toen de botten werden opgegraven. Ik zag toen dat er in de schedel van degene die als Floris V werd geidentificeerd een fors gat in de schedel zat. Dat klopt precies met het verhaal dat hij met een zwaard een gat in zijn hoofd kreeg geslagen. Ook ontbraken de handen. Wat ook overeenkomst met de overlevering dat de moordenaars van Floris diens handen hebben afgehakt'. En zo zijn er nog wel meer bewijzen, aldus Leenheer.

Achter deze mening stelde zich ook de Orde van Sint Jacob. Deze Orde gaat naar men zegt terug tot de tijd van Floris V zelf, die de orde zou hebben opgericht. St Jacob-lid Carel Frauenfelder: ' Maat en Cordfunke hebben een kardinale fout gemaakt. Zij vergeten dat het eten van vis - wat de graven als goede katholieken ongetwijfeld veel deden - belangrijke dalingen van die radioactieve koolstof teweeg brengt.

Daar bestaat in de vakliteratuur genoeg onderzoek naar. Dat verschil van tweehonderd jaar in de C-14-test wordt zo verklaard'.Ridde  Carel Frauenfelder (links) en René Zwaap voor het mausoleum van de Graven van Holland in Rijnsburg.

Recent vroeg de Orde van St Jacob de Universiteit van Leiden inmiddels om heropening van het onderzoek. Men drong aan op een DNA-test op de botjes die door de Universiteit zijn bewaard. Op die manier zou in ieder geval kunnen worden bewezen dat de gevonden skeletten toebehoorden aan een familie, wat door Maat en Cordfunke altijd is ontkend.

Carel Frauenfelder: ' Men stelde dat zo'n test te duur is. Wat onzin is. DNA-testen worden bij de vleet gedaan bij de politie. Bovendien: we hebben het hier over de eerste heersersdynastie van Nederland. Daar mag je wel zorgvuldig mee omgaan' .

De kritiek van de Orde van St Jacob wordt ondersteund door archeoloog Lanting van de Universiteit van Groningen. Hij wijde zelf al publicaties aan de complicaties bij de C-14-test. Lanting: ' Ik ben er persoonlijk van overtuigd dat het in Rijnsburg wel degelijk gaat om de resten van de graven van Holland. Ik vrees dat Maat en Cordfunke een essentieel feit over het hoofd hebben gezien'.

De heren Maat en Cordfunke zijn niet voor commentaar bereikbaar. Wel archeoloog R.M. van Heeringen, die indertijd de commissie leidde dat het onderzoek van Maat en Cordunke goedkeurde. Van Heeringen: 'We hebben ons indertijd niet gebogen over die C-14-test. We hebben alleen maar de gevolgde procedure beoordeeld. Het kan dus inderdaad zijn dat er een fout is gemaakt' .
Kortom: Rijnsbiurg beschikt wellicht wel degelijk over het gebeente van Floris V en de zijnen. De Orde van Sint Jacob doet er alles aan om van Rijnsburg toch nog een bedevaartplek te maken. Orde-lid Frauenfelder ontwierp een twee meter hoog beeld Van Floris V dat inmiddels werd geplaatst. Met hulp van de gemeente. Een woordvoerster van het gemeentehuis: ' Er zijn sinds het rapport toch weer de nodige twijfels ontstaan. We houden het als gemeente nu maar in het midden of het nu wel of niet gaat om Floris V en de zijnen'.

Uit De Groene Amsterdammer van 14 november 2005


Ridder De Beer (links) met aalmoezenier-ridder Van der Wal voor het  gedenkteken Floris V te Rijnsburg
Ridder De Beer en aalmoezenier Van der Wal van Neerlands oudste Ridderorde voor het Floris V Monument te Rijnsburg (MokumTV)

DE WITTE VAN HAAMSTEDE, BASTAARDZOON VAN DE BOERENGOD
Door Mohamed el-Fers

De naam van Witte van Haamstede, had eeuwenlang een bekende klank in de Vaderlandse geschiedenis. De Witte was een bastaardzoon van Floris V, die officieel was gehuwd met de dochter van de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre.

Sloeg de vlam in de pan bij de schoonvader van Floris toen bekend werd dat deze Zeeland bestemde voor deze bastaardzoon? Want Floris voerde oorlog met zijn schoonvader over het bezit van Zeeland.
Maar Floris is vastbesloten dit gebied definitief bij Holland te voegen.

Dat blijkt als Floris 26 jaar na de moord op zijn vader, Rooms-koning Willem II, diens in 1282 hervonden lijk niet in Rijnsburg of Egmond, maar in de abdij van Middelburg laat herbegraven.

Rond die tijd moet ook de bastaard De Witte zijn geboren uit een verhouding van Floris met een dochter van Jan VII van Heusden.Ergens tussen 1272 en 1282 moet dit kind zijn geboren. Ook de sterfdatum van De Witte weten we niet precies, wel dat hij stierf vòòr 1318. Dat we dit niet precies weten, komt omdat de kerk weigerde melding te maken van het bestaan van buitenechtelijke kinderen.

Eerst heet de Witte van Heusden, later heet hij Witte van Haamstede, maar hij wordt ook wel De Witte van Holland genoemd. Naast het bevolken van zijn graafschap bevordert Floris de handel en sticht de tot op heden bestaande waterschappen en legt dijken aan. Met recht noemen we Floris V dan ook de Vader van de waterhuishouding. In dezelde periode dat De Witte wordt geboren, gaat Floris nauwe betrekkingen aan met Eduard, de koning van Engeland.

Tot die tijd waren er goede relaties met de Franse koning. Maar op 17 maart 1291 wordt Graaf Jantje, het wettig zoontje dat Floris bij zijn Vlaamse echtgenote heeft, aan Engeland uitgeleverd. Kleine Jan was een onderpand en moest in Londen blijven tot zijn huwelijk met een van de dochters van Eduard.Vanaf dat moment laat Floris zich nadrukkelijk "graaf van Holland, Zeeland en heer van Friesland" noemen. Zijn Vlaamse schoonpappa pikt dit niet, maar wordt in 1295 bij Baarland door Floris verslagen. Dan verschijnt de koning van Frankrijk aan de horizon. Net als de Engelse koning doet ook hij zijn dochters in de aanbieding om de gunst van de Hollandse graaf te winnen. Als de Franse koning er wat bonussen bijdoet, gaat Floris overstag. Edward van Engeland staat dan ook te stomen als Floris op 9 januari 1296 in Parijs een verdrag met de Franse koning sluit. Dit komt hem duur te staan.

Floris wordt op 27 juni 1296 in Muidenberg op laffe wijze door een groep terroristen onder leiding van Herman van Woerden en Gijsbrecht van Amstel vermoord.

Na de moord op Floris V wordt De Witte door zijn halfbroer graaf Jan I van Holland, beleend met de heerlijkheid Haamstede. De burcht Haamstede werd in 1760 afgebroken en bevond zich in de kom van het gelijknamige dorp, dat nu deel uitmaakt van de gemeente Schouwen-Duiveland.

Als de Vlamingen in 1304 opnieuw proberen Zeeland te veroveren tijdens de Grote Vlaamse Inval, is De Witte in Zierikzee. Hij ontsnapt over zee en landt bij Zandvoort. Van daar uit trekt De Witte op naar Haarlem en roept de stedelingen hier onder de wapens. Tijdens de met hoofdletters in de geschiedenis van Holland geschreven Slag van het Manspad in Heemstede onder Haarlem speelt De Witte van Haamstede een leidende rol. Deze slag markeert het verdrijven van de Vlamingen uit Holland.


FLORIS V LINKS

Na de moord werd Floris eerst begraven In de oude Sint Laurentiuskerk van Alkmaar. In de zich daar bevindende tombe bevind zich de urn met de zogenaamde zachte delen, ingewanden, hart en hersenen, die bij de balseming van het lijk werden verwijdert.
  • De ingang van de kerk is in de Koorstraat 2, 1811 GP Alkmaar, telefoon 072 - 514 07 07 E-mail info@grotekerk-alkmaar.nl
De stoffelijke resten van Floris V werden van Alkmaar overgebracht naar Rijnsburg in de driehoek Leiden-Katwijk-Noordwijk.
  • In de fundamenten van de Grafelijke kapel bevind zich het mausoleum. Het ligt wat verscholen tussen gemeentehuis en Sint Laurentiuskerk aan de Oude Vlietweg in Rijnsburg. De door Floris V opgerichtte ridderorde van Sint Jacob in Holland plaatste het imposante standbeeld van de graaf naast de kerk bij het Mausoleum Rijnsburg..
Het gerucht gaat dat er bij de laatste opening van de kist van Floris V stoffelijke resten van Floris V in bezit zijn gebleven van de niet onomstreden hoogleraar chemie E. Cordfunke, die vivisectie op de Hollandse graaf uitvoerde. In het Haarlemse stadhuis op de Grote Markt woonde Floris VDe door Floris V gebouwde Muiderslot en Ridderzaal in Den Haag.

Steun MokumTV

‘Holland’ bestaat uit het gebied van de huidige provincies Noord- en Zuid-Holland, kent een lange en boeiende geschiedenis. Om de bestudering van deze geschiedenis op alle niveaus te bevorderen, maakt MokumTV (Stichting Mokum Plus) de serie "History of Holland" en maakt deze toegankelijk voor een zo groot mogelijk publiek. Ook geeft MokumTV de Amsterdammer Almanak (vanaf 2009 met de ondertitel "waarin opgenome de Haarlemmer") en de zeer luxe Hollandbrochures uit. Verder stelt MokumTV excursies en wandel- en fietstochten samen. Draagt u de Hollandse, Haarlemse en Amsterdamse geschiedenis een warm hart toe? Steun dan MokumTV!Wij zijn en blijven klein en onafhankelijk. Al onze programma's worden met één handicam opgenomen. Onze grootste kosten zijn dan ook het overzetten, monteren en de uitzendkosten. Natuurlijk hopen we van harte dat U het ongesubsidieerde MokumTV zult steunen. Meer


 

Ridders in Holland

De Orde van Sint Jacob in Holland is de oudste nog bestaande ridderorde van ons land. Op 25 juli 1279, zijn eigen verjaardag, sloeg Graaf Floris V twaalf Hollandse edelen tot ridder van de Sint Jacobsorde.

Voor het eerst in de geschiedenis van deze door Floris V opgerichte Ridderorde filmde MokumTV de inwijdingsrituelen tijdens de jaarlijkse Ridderdag van zaterdag 28 oktober 2006. Een dag die begon met een ontvangst van de Ordeleden en hun gasten op het stadhuis van Oudewater, gevolgd door de rituele investituur van twee broeders in Schoonhoven aan de Lek.

Daarna genoten de Ridders en hun gasten in hotel/restaurant Belvedere onder het genot van een borrel van een uitzending van MokumTV. Het betrof uitzending 309 (26 november 2005).

Tien jaar eerder pleegden fysisch antropoloog G. Maat en hoogleraar chemie E. Cordfunke 'wetenschappelijke' grafschennis op het mausoleum van de Hollandse Graven. In dit verslag de schokkende beelden hoe deze wetenschappelijke grafschennis plaats had. De botte wijze waarop de grafplaat van het mausoleum werd gekrikt en nooit eerder vertoonde beelden van de terugplaatsing van de kisten met de stoffelijke overschotten van de telgen van het zo roemrijke Hollandse Huis.

Fysisch antropoloog G. Maat van de Rijksuniversiteit Leiden laat zich interviewen voor het trekkarretje met de hoog opgestapeld lijkkisten van de leden van het Hollands Huis, die door een of ander schamoen van een gemeentesecretaris niet als stoffelijke overschotten, maar als materiaal beschouwd worden.

Jacobsridders

De Souvereine Orde van Sint Jacob is de oudste nog bestaande ridderorde van ons land. Ze werd in 1279 opgericht. Op 25 juli van dit jaar werden 12 Hollandse edelen op de verjaardag van Graaf Floris V tot ridder van de Sint Jacobsorde geslagen. Als ordeteken ontvingen zij in de Ridderzaal te Den Haag een schelpenketting met de beeltenis van St. Jacob. Onder de ridders treffen we Gijsbrecht van Amstel, Herman van Woerden, Jan van Rennese en Dadijn van Cruninghen. De voornaamste edelen van Holland en Zeeland waren zo voor het eerst met elkaar verbonden onder gezag van Floris V. Tot op heden de meest exclusieve van alle Orden in ons land, waar Jan en Alleman na een paar jaar vrijwilligerswerwerk al tot Ridder in de Orde van Oranje wordt verheven. Deze devaluatie van het Ridderschap is aan de Orde van St. Jacob voorbijgegaan. Als een van de weinige ridderorden overleeft Sint Jacob in Holland het herfsttij der middeleeuwen. Haar discrete voortbestaan onder katholieke geestelijken en de overdracht aan opgenomen ridders wordt vermeld in tal van historische werken.

Als de nieuwbakken Oranjevorst Willem I in 1814 een ontwerp in handen krijgt met het voorstel kiezen voor een nieuwe ridderorde dreigt hij de Orde van St. Jacob aan zijn zojuist gecreëerde vorstenhuis te verbinden. Gelukkig blijft de eerbiedwaardige St. Jacobsorde misbruik door de Oranjes bespaard. Onder druk van de zwaar hervormde lobby kiest de koning voor de naar hemzelf vernoemde Willemsorde. Later komt daar ook de "Orde van den Nederlandsche Leeuw" bij, hoewel er waarschijnlijk nooit leeuwen in Holland hebben rondgelopen. Dat was ook helemaal niet nodig voor deze eerste Oranje-Nassau koning. In 1830 speelde Willem I met de gedachte "De Nederlandsche Kameel" te introduceren als wapendier voor Drenthe. Het is aan de Orde van Sint Jacob te danken dat dit niet gebeurde. Zij bewerkten de Hoge Raad van Adel de stad Assen het wapen toe te kennen dat was afgeleid van het zegel van de abdij Maria in Campis te Assen, dat sinds 1262 bekende was. Ook al omschreef men het wapen zo neutraal mogelijk als "moeder met kind", Zijne Majesteit en zijn dominees trapten er niet in. Zelfs Willem van Oranje-Nassau had door dat het niet zijn "Bijbelsche Kameel", maar de Rooms Katholieke Heilige Maagd Maria was. Bovendien ook nog afgebeeld "als Koningin, op troon gezeten en met de koninklijke attributen als scepter en kroon". Dat Willem I er de pest in had, blijkt wel dat hij de kroon wel, maar de schildhouders niet verleende als wapen voor het Landschap. Het zou tot 19 augustus 1972 duren voor de provincie Drenthe Van Hare Majesteit de Koningin officieel toestemming kreeg het oude wapen met de Heilige Maagd te gebruiken. Tot die datum werd het slechts "gedoogd".

Helaas is veel documentatie over de oudste ridderorde van ons land in de tweede wereldoorlog verloren gegaan.

In 1990 werd een plaquette in het Muiderslot onthuld bij het 7de eeuwfeest van de helaas foutief gedateerde oudst bekende vermelding van de Orde. Sinds 1996 is er te Rijnsburg een permanente expositie over de Orde, tegenover het mausoleum van de Graven van Holland. In 2001 is daar ook een standbeeld van Floris V onthuld, de stichter van de Orde. Jaarlijks ontmoeten de leden elkaar tijdens een Ridderdag. Op deze dag hebben Investituur en promoties plaats. De Orde van Sint Jacob in Holland kent de rangen

  1. Ordebroeders of -zusters
  2. Eredames (voorheen Jonkvrouwen/edelmaagden)
  3. Ridders
  4. De Commandeur
  5. De Grootcommandeur-Kanselier
  6. De Grootmeester (voorheen Graaf of Koning, daarna tot 1980 een Rooms Katholiek priester)

Voordracht aan de Grootmeester door Kanselier en Commandeur bepaalt opname in de broederschap. Om toegelaten te worden is een beoordeling door het Kapittel nodig. De Thesaurier en de Auctor Juris adviseren het Kapittel.


SCHANDALIGE GRAFSCHENNIS VADER VAN HOLLAND
Door Mohamed el-Fers in Essensie

Willem II van Holland had het tot Heilig Rooms Koning weten te schoppen. Hij zou ongetwijfeld in Rome door de paus tot keizer van Europa zijn gekroond, ware het niet dat de graaf eerst even orde op zaken wilde stellen in zijn eigen gebied. Floris V was nog een baby toen zijn vader bij Hoogwoud in volle wapenrusting door het ijs zakt en er door de Westfriezen wordt ondergedouwd.

Zijn zoon Floris V wordt door adelijke terroristen vermoord, voor hij tot volle bloei kon komen. Had de geschiedenis van Europa heel anders uitgezien. Dan hadden afstammelingen van het Hollandse Huis inplaats van de Habsburgjes of Hohenzollerntjes de schepter over de westerse wereld gezwaaid. Ondanks dat hij geen Heilig Rooms Keizer werd en slechts 1.50m groot was, is Floris V een belangrijke graaf in de geschiedenis van Holland en Europa. Zijn dankbare volk noemde hem trots Keerlen Gods. Hij beschermde ze in de moerassen die zij ontwateren en omtoveren in vruchtbaar land. Er worden sloten gegraven en onder Floris' leiding dijken en verdedigingswerken gebouwd. Alles in Holland groeit en bloeit als 'de edelen' Floris V de Grote, de Vader van Holland, op laffe wijze om het leven brengen.

Zijn stoffelijke resten worden tot op heden bewaakt door ridders van de door Floris V zelf gestichte ridderorde. Op ons historisch forum liet Maurice Ridder van R.weten: "Zij konden echter niet verhinderen dat de laatste rustplaats met toestemming van de burgemeester van Rijnsburg op schandalige wijze werd geschonden. De Orde van Sint Jacob in Holland greep niet naar het zwaard om grafschenners E. Cordfunke en G. Maat van de zo Oranjegezinde Rijksuniversiteit Leiden mores te leren."
Ridder Maurice betreurt het 'dat alleen Mokum TV in Amsterdam, alleen te onvangen via de kabel, over deze zaak van Nationaal belang (durft?) te berichten" en meent verder dat het Huis van Oranje er achter zit dat "twee 'wetenschappers', de een fysisch antropoloog, de ander hoogleraar chemie, inschakelen om de stoffelijke resten van de scheppers van Nederland te elimineren om zo het valse Oranjezonnetje extra glans te verlenen."

Niet iedereen zal zich in deze conclusie kunnen vinden. Inzake de betreurenswaardige grafschennis kunnen ook persgeilheid van de wetenschappers en persoonlijke wraak komen in aanmerking komen als achterliggende oorzaak voor deze gruwelijke schending van het Nederlands grafrecht. Inhoeverre Beatrix zelf erbij betrokken zou zijn, lijkt aannemelijk, maar valt op geen enkele wijze te bewijzen.

In de aan de Hollandse Graven gewijdde uitzending van MokumTV's History of Holland bezoeken we het door de Leidse wetenschappers zo schandalig ontwijde mausoleum van de Hollandse graven in Rijnsburg. Met grof geweld werd de deksteen gelicht, waarbij deze behoorlijk beschadigd werd. Ook onze eigen Murat reageerde op het forum: "Zo springen ze in Rijnsburg met de stoffelijke resten van o.a. Floris V om. Floris V zal zich in zijn graf omdraaien, want hij lag eerst prima begraven in Alkmaar, samen met de twee hem zo trouwe aan zijn graf gestorven hazewindhonden. Het mag gerust een van de grooste historische vergissingen worden genoemd dat Floris' zoon Jan I zijn vader liet herbegraven in Rijnsburg bij Leiden. Gezien hoe ze daar met hem omspringen, valt er veel voor te zeggen om Floris V weer terug te plaatsen in zijn nu lege graftombe in de oude St. Laurenskerk van Alkmaar. Rijnsburg is de gebeenten van Hollands Eerste Heersershuis onwaardig!"

Nabij het geschonden mausoleum spreken we met drie Oerhollandse ridders, wier ridderorde door graaf Floris V werd gesticht. Het zijn ridder Carel Frauenfelder, ridder Wim de Beer en de uit Bolsward afkomstige ridder-aalmoezenier Jan van der Wal.van de Souvereine Orde van Sint Jacob.


GYSBRECHT VAN AMSTEL
door Mohamed el-Fers

De Gysbreght van Aemstel van Joost van de Vondel (1587-1679) is wel het bekendste werk van de Grootste Nederlandse Dichter. Het beschijft de belegering van Amsterdam als direct gevolg van de moord op Floris V door te toenmalige machthebber, Gijs, de Heer van Amstel. Eeuwen voor Salman Rusdie het deed, moest ook Joost van de Vondel in Amsterdam onderduiken.

Zijn vader en moeder hadden als wederdopers al uit Antwerpen moeten vluchten.
De wederdopers lieten zich opnieuw dopen wanneer zij de leeftijd bereikt hadden om goed en kwaad van elkaar te onderscheiden, streefden naar een Godsrijk op aarde, waar alle bezittingen gedeeld werden. Op 11 februari 1535 verbrandde een stel wederdopers in Amsterdam hun kleren om daarna schreeuwend door de stad te trekken. Zij werden opgepakt en terechtgesteld. Op 10 mei 1535 bezetten 40 wederdopers het stadhuis op de Dam. Bij de bestorming die daarop volgde, vielen onder de wederdopers 28 doden, onder de Amsterdamse burgerij 20.

De overlevende wederdopers werden streng gestraft. Op de Dam werd hun hart “levendig uit het lichaam gesneden en in hun aangezicht geworpen”, de lichamen werden gevierendeeld en bij elke stadspoort werd een deel opgehangen, terwijl de hoofden op staken gestoken werden. Als wederdopers ontvluchten de Vondeltjes Antwerpen. Joost werd in Keulen geboren, maar kwam via Utrecht als tienjarige in 1597 naar Amsterdams, waar zijn vader een zaak in zijde kousen aan de Warmoesstraat opende. Naast de lingeriehandel bleek Joost graag te dichten. Dat deed hij in de rapstyle van de zeventiende eeuw, het episch-lyrische gedicht. In diezelfde rap schreef hij ook toneelstukken.

Omdat de dominees in toneelspel het werk van de duivel zagen, voorzag Vondel zijn spelen van een zwaar christelijk sausje. Alleen zo kon hij universeel geldende waarheid, waarde en wijsheid tot uitdrukking te kunnen brengen. Geheel in overeenstemming met de Calvinistische leer ontbreken humor en erotiek. Wat niet voorkomt dat Vondel in 1625, eeuwen voor Salman Rushdie, moest onderduiken om aan vervolging wegens zijn toneelstuk Palamedes oft Vermoorde Onnooselheyd te voorkomen. De intolerante hervomde schamoenen nemen uiteindelijk genoegen met een boete.

De Gysbreght van Aemstel is geschreven in 1637 als gelegenheidsstuk voor de opening van de eerste stenen schouwburg van Amsterdam. In het eerste bedrijf bevindt Gysbreght van Aemstel zich met soldaten en burgers buiten de Haarlemmerpoort om zich ervan te overtuigen dat het leger van de Kennemers en Waterlanders na een jaar werkelijk het beleg van Amsterdam heeft opgegeven. In een lange monoloog licht hij het publiek in over de situatie: hij is weliswaar (met Geeraert van Velzen en Herman van Woerden) betrokken geweest bij de samenzwering tegen en de moord op graaf Floris V, maar hij was de enige die de graaf voor een wettige rechtbank had willen laten verschijnen. Nu wordt juist Gysbreght getroffen door de wraak van Floris' aanhangers, terwijl de graaf zelf de schuldige van alles was: hij had zich vergrepen aan Machteld van Velzen (de nicht van Gysbreght) en daarna de adel getiranniseerd. Vooral het afgunstige Haarlem probeerde voordeel uit de wraakzucht te halen.

Het Karthuizerklooster, dat net buiten de stadspoort ligt, heeft als hoofdkwartier van de vijand gediend. Abt Willebrord komt vertellen dat de vijandelijke aanvoerders, Willem van Egmont en Diederick van Haerlem, hevige ruzie hadden gekregen en dat hij hen er toen van had kunnen overtuigen dat ze het beleg van Amsterdam maar beter konden opbreken. Arent van Aemstel, de broer van Gysbreght, heeft met zijn soldaten de vluchtende vijand nagejaagd en een gevangene, krijgsoverste Vosmeer meegebracht. Deze vertelt, dat hij een mooi plan had bedacht: in de kerstnacht zouden ze de gracht met rijshout moeten dempen en een bres in de muur slaan, zodat een groep dappere soldaten de stad binnen kon sluipen. Als bewijs dient het achtergelaten 'zeepaard', een met rijshout geladen schip. Er was echter ruzie onder de aanvoerders ontstaan over Vosmeers plan; hij was gevangen genomen, maar gelukkig door een vriend bevrijd, zodat hij kon vluchten. Arents soldaten hadden hem toen in het moeras ontdekt en gevangen genomen. Gysbreght gelooft het verhaal, schenkt Vosmeer de vrijheid en geeft hem opdracht het 'zeepaard' binnen de stad te brengen. De Rey van Amsterdamsche Maeghden (meisjes) bezingt de gemakkelijk behaalde overwinning. Nu kan Gods geboortefeest gevierd worden.

In het tweede bedrijf vertellen Willem van Egmont en Diederick van Haerlem 's avonds in de buurt van het Karthuizerklooster hun commando's in over Vosmeers plan. Tot het moment van de grote aanval zullen ze onderdak zoeken in het klooster. Willebrord wil hen eerst niet toelaten, maar zwicht als Diederick dreigt het klooster in brand te steken. Intussen heeft Willem van Egmont bij de gracht een ontmoeting met Vosmeer, die vertelt dat het schip (dat vol soldaten zit!) de stad is binnengehaald en het rijshout gelost, zonder dat iemand argwaan heeft gekregen. De burgers van Amsterdam zijn naar de kerk gegaan; Vosmeer zal terugzwemmen naar de overkant en het schip in brand steken zodra de soldaten de Haarlemmerpoort geopend hebben. Het brandende schip zal het sein zijn voor Van Egmonts troepen om naar Amsterdam op te rukken. De Rey van Edelingen zingt de kerstzang, eindigend in een gebed.

In het derde bedrijf heeft Gysbreghts vrouw Badeloch een angstige droom als ze even wegdoezelt terwijl ze zich aan het kleden was voor de nachtmis. In deze droom verscheen haar overleden nicht Machteld van Velzen. Machteld bezwoer Badeloch met haar dierbaren de stad langs de zeekant te verlaten, omdat die brandend ten onder zou gaan. Gysbreght hecht geen betekenis aan de droom, maar dan stormt de huisgeestelijke, deken Peter, binnenom te melden dat Vosmeer de stad in handen van de vijanden heeft gespeeld. Gysbreght haast zich naar de Schreierstoren om de toestand te overzien. Als hij terugkomt, staan Arent en de bondgenoten klaar om hem te volgen in de strijd. De Rey van Klaerissen zingt een klaagzang over de kindermoord in Bethlehem ('O, Kerstnacht, schoner dan de dagen …').

In het vierde bedrijf is de dochter van Machteld, Klaeris van Velzen, moeder-overste van het Klaerissenklooster waarin Gozewijn, ex-bisschop van Utrecht en oom van Gysbreght, toevlucht heeft gevonden. Hij raadt Klaeris en de nonnen dringend aan te vluchten; hijzelf wil in bisschoppelijk gewaad de vijand afwachten. Klaeris weigert echter te vluchten. Op het moment dat Gozewijn samen met de nonnen de lofzang van Simeon zingt, treedt Gysbreght binnen. Hij wil hen in veiligheid brengen, maar ze zijn bereid te sterven. De vijand staat al voor de poort en Gysbreght vertrekt snel om die te bestrijden.

Inmiddels verkeert Badeloch in de burcht in grote angst. Gysbreght heeft zijn broer Arent gestuurd om de bewoners van het kasteel te beschermen, Arent beschrijft uitvoerig de plundering van de Nieuwe Kerk, waarbij veel mensen zijn omgekomen, onder andere Kristijn van Aemstel; Gysbreght werd gedwongen zich van de Dam terug te trekken. De Rey van Burghzaten verheerlijkt de huwelijkstrouw ('Waer werd oprechter trouw/ Dan tusschen man en vrouw/ Ter weereld oit gevonden?'), waarna Gysbreght verschijnt.

De Rafaëlbel

In het vijfde en laatste bedrijf vertelt Gysbreght dat na de Dam ook het stadhuis door de vijand werd ingenomen. Via een geheime gang wist hij het gebouw te verlaten. Onderweg heeft hij het klooster in brand zien steken. De bode vertelt wat zich daar binnen heeft afgespeeld: De Witte van Haemstede, een bastaardzoon van Floris V, heeft bisschop Gozewijn neergestoken en Klaeris verkracht en op gruwelijke wijze vermoord.Overal staan gebouwen in brand en het kasteel van Gysbreght is in groot gevaar. Arent doet met zijn mannen een uitval, maar wordt daarna dodelijk gewond binnengedragen en sterft. De Heer van Vooren (onderhandelaar van Willem van Egmont) eist overgave van Amsterdam, maar Gysbreght weigert. Hij wil dat Badeloch en hun twee kinderen, Adelgund en Veenerick, aan de IJ-kant het kasteel verlaten. Badelochs verzet hiertegen maakt Gysbreght radeloos; als hij dreigt zich te zullen doodvechten, geeft ze uiteindelijk toe. Terwijl Peter het afscheidsgebed uitspreekt, verschijnt plotseling de aartsengel Rafaël om Gods plan mee te delen.

Nadat hij de Rafaëlbel laat klinken profeteert de aartsengel dat Amsterdam eens met grotere glans uit haar as zal herrijzen; Gysbreght moet aanvaarden dat Gods daden niet te begrijpen zijn. De engel voorspelt ook dat na drie eeuwen Gysbreghts daden op het toneel gebracht zullen worden. Hij moet met zijn gezin uitwijken naar het welvarende Pruisen, waar hij de stad Nieuw-Holland zal stichten. Gysbreght buigt voor Gods wil, hoewel het afscheid van Amsterdam hem zwaar valt, want 'De liefde tot zijn land is yeder aengeboren'. Het was traditie dat Vondels Gysbreght van Aemstel op nieuwjaarsdag opgevoerd in aanwezigheid van de gemeentelijke bobo's. Zo werden burgemeesters en gemeenteraad jaarlijks attent gemaakt op hun positie.

Volgens Vondel moest dit treurspel over de tragische moord op Floris V meedogen en schrik teweeg brengen. Deze traditie werd eeuwenlang in stand gehouden, tot kunstkakkers die verstand zouden hebben van toneel, hier in de vorige eeuw een einde aan maakte.Net als dat zogenaamde kunstkenners geen brood zagen in Rembrandt, Vincent van Gogh etc., stierf ook Vondel in armoe. Hoewel hij omstreeks 1641 rooms-katholiek was geworden, hoewel deze godsdienst officieel verboden was door protestantse onderdrukkers, werd Vondel na zijn dood in februari 1679 begraven in de (door de Hervormden geconfisceerde) Nieuwe Kerk aan de Dam in Amsterdam. Postuum groeide hij uit tot de Grootste Dichter van Nederland.


Historisch Forum.

 

Quidquid latine dictum sit, altum viditur - Al wat in het Latijn gezegd wordt, wordt als verheven beschouwd

© MMVIII Stichting Mokum Plus Amsterdam en Mohamed el-Fers

 

 

 

30 jaar lokale tv in amsterdam

Lourdes aan de Amste

Wiet is zo slecht nog niet

Alle publicaties van MokumTV bij Scribd

Istanbul de reisgids

Oum Kalsoum biografie

Jacques Brel biografie

Koop nu: Bob Marley

Encyclopedie Hollandse Heiligen

Hollands Glorie Snackbarboek

Friese Mirakels

De laatste Sultan Mehmed VI Vahdeddin

Amsterdammer Almanak 2010

Haarlemmer Almanak 2010

Kirkpinar - All about Turkish Oilwrestling

Sinds Stella Braam ben ik een Grijze Wolf

De Mariabode

Amsterdam apparitions

Mevlana Rumi biography

Lourdes Travelguide

MokumTV op Boomerang

Forum RK NetNieuws

 

 

 

HOME