Most Macho in Amsterdam
www.mokumtv.nl
reageren
email

DE ZWARTE HAND

MokumTV's René Zwaap vond het welletjes. Struikel je in Amsterdam over de Theo Thijsen standbeelden, de meest gelezen auteur van Rotterdam heeft in zijn eigen stad niet eens een simpele plaquette. Erger, de boeken van Chris van Abkoude waren tot 1987 taboe in de Rotterdamse bibliotheek. 's Lands meest gelezen kinderboekenschrijver verdiend beter.

DE ZWARTE HAND

Op vrijdag 20 september trokken René Zwaap (redacteur De Groene Amsterdammer/MokumTV), Jan Maliepaard (samen met Zwaap de biograaf van Chris van Abkoude) en Mohamed el-Fers (MokumTV) naar de geboortestad van de schrijver van de Bell-boeken. In het Rotterdamse stadhuis werd die dag "De Zwarte Hand" opgericht, met naast eerder genoemden de Rotterdamse stadcronikeur Jan Oudenaarden, politicus Manuel Kneepkens en copywriter Pete Bulthuis als oprichters en eerste leden. Diezelfde dag voegden zich ook kinderboekenkenner Hans Eland, Frans Meijer, directeur van de bibliotheek van de gemeente Rotterdam en Stefan Rovers, teamleider van de biblotheek aan toe.

EERHERSTEL VOOR PIETJE BELL

Doel van het comité De Zwarte Hand is eerherstel en waardering voor Van Abkoude en hem samen met twee van zijn bekendste creaties (Pietje Bell en Kruimeltje) standbeelden te geven. Een monument voor de meestgelezen Nederlandse kinderboekenschrijver.

MokumTV maakt een documentaire over Chris van Abkoude. René Zwaap zocht hiervoor samen met Bell-kenner Jan Maliepaard in de Verenigde Staten de laatst levende zoon van de kinderboekschrijver op. Beelden van hun Amerikaanse zoektocht en Nederlandse sporen zullen binnenkort via de Amsterdamse kabel (Salto, MokumTV) te zien zijn.

In de filmeditie van twee Bell-boeken, uitgegeven ter gelegenheid van de nieuwe Pietje Bell-film (premiére 17 november 2002) staat een korte biografische schets van Chris van Abkoude, geschreven door René Zwaap en Jan Maliepaard .

Eeveneens verschijnen van de zelfde auteurs bij uitgeverij Mets en Schilt de Chris van Abkoude-biografie"De vader van Pietje Bell".

Naast de documentaire en de biografie wordt er door De Zwarte Hand ook nagedacht om een nieuw tijdschrift ïn de geest van Pietje Bell uit te geven.

PIETJE BELL OP DE BELLEN

En uiteraard dient er ook een Pietje Bell-concert op het carillon van het Rotterdamse Stadhuis te worden gegeven. Van Abkoude schreef tal van liedjes. Ook de vader van Pietje Bell zong bekende liedjes, als: Dat gaat naar Den Bosch toe (eerste PB). Helaas is het oorspronkelijke carillon in de zomer van 1943 door de bezetters naar Duitsland gevoerd om te worden omgesmolten tot kogels. Het gemeentepersoneel en de erven van Van Ommeren hebben het huidige carillon, één van de grootste van Nederland, geschonken. Elke dinsdag en donderdag speelt stadsbeiaardier Gerard de Waard.

PIETJE BELL WANDELING

JONKER FRANSSTRAAT
Chris van Abkoude werd in 1880 in de Rotterdamse Jonker Fransstraat 128. Zijn geboortehuis verdween tijdens het bombardement van Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog. Nummer 128 is dus niet meer het oorspronkelijke huis, evenals het daarnaast gelegen Café Electric. Toch is het zeker een bezoekje waard. Café Electric is sinds het MokumTV bericht over de oprichting van De Zwarte Hand het walhalla voor de fans van Pietje Bell. Initiatiefnemers waren René Zwaap en Jan Maliepaard, die samen met Mohamed el-Fers naar Rotterdam trokken om een blijvend eerbewijs voor de populaire jeugdheld en zijn bedenker te bepleiten. In Café Electric zetten een goed bakkie koffie en je waant je in het midden van de zestiger jaren van de vorige eeuw. Aan de muur achter de bar hangen een aantal oude foto's van de straat waarop geboortehuis en de kapperszaak van de vader van Chris van Abkoude nog te zien zijn.

BREESTRAAT
Ook de Breestraat (Bredestraat) komt vaak voor in de Bell-boeken. Bij het Bombardement van 14 mei 1940 werd dit gebied weggevaagd. Niets herinnert aan de dagen van Pietje Bell.

HERENSTRAAT
Na de Breestraat verhuisde de vrolijke schoenmakersfamilie naar de Herenstraat.

CROOSWIJK
De school waar Van Abkoude leraar was staat in Crooswijk.

ROTTERDAMS NIEUWSBLAD
In het Rotterdamsche Nieuwsblad publiceerde Van Abkoude in september 1909 zijn avonturen als straatartiest, welke een jaar later onder de naam "Met de poppenkast op Reis, Avontuurlijke lotgevallen van drie journalisten" in boekvorm worden uitgegeven. Bij het het Rotterdamsche Nieuwsblad werkte ook de in Delfshaven geboren schilder Kees van Dongen, (1877-1968), die eerst van 1892 to 1897 avondlessen geometrisch tekenen volgde aan de Akademie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam en vanaf 1895 werkte voor het Rotterdamsche Nieuwsblad, waarvoor hij o.a. een serie waterverftekeningen maakten van de hoerenbuurt Katendrecht en illustraties van de kroning van koningin Wilhelmina.

WILHELMINAPIER
Dit is de plek waar Chris van Abkoude de 7 juni 1916 aan boord ging om voorgoed naar Amerika te vertrekken. De passagiers-terminal van de Holland-America Line ligt tegenover de Kop van Zuid en heet tegenwoordig Hotel New York. Vanaf het centraal Station neemt u tramlijn 20, die rijdt over de Erasmusbrug (halte Wilhelminaplein, hier stopt ook de metro). Het is dan nog ca. 10 minuten lopen naar het einde van de Wilhelminapier, waar het gebouw van de Holland-America Line staat.

TOTAAL 341 DRUKS

  • 1914 Pietje Bell, of De lotgevallen van een ondeugenden jongen - 54e druk (55 als je de filmomnibus mee telt)
  • 1919 De vlegeljaren van Pietje Bell 40e druk
  • 1922 De zonen van Pietje Bell 36e druk
  • 1924 Pietje Bell’s goocheltoeren 44e druk (45 als je de filmomnibus mee telt)
  • 1929 Pietje Bell in Amerika 36e druk
  • 1932 Nieuwe avonturen van Pietje Bell 47e druk
  • 1934 Pietje Bell is weer aan de gang 41e druk
  • 1936 Pietje Bell gaat vliegen 41e druk

En dan is er ook nog een door Kluitman uitgegeven Pietje Bell filmomnibus van Pietje Bell en Pietje Bell's goocheltoeren, aangevuld met een (ook hiernaast geplaatste) biografische schets over Chris van Abkoude, geschreven door Jan Maliepaard en René Zwaap.

UITZENDINGEN

MokumTV
ZATERDAG 19 EN 24 uur

DINSDAG 11 UUR
SALTO At1
Amsterdam Salto kanaal 39+ kabel te ontvangen in Groot Amsterdam (incl. Diemen, Nigtevecht, Duivendrecht en Ouderkerk a/d Amstel), Zaanstad, Assendelft, Koog aan de Zaan, Krommenie, Westzaan, Wormerveer, Zaandam, Wormerland, Oostzaan, Zaandijk, Purmerend, Kwadijk, Weidevenne, Zuidoostbeemster, Purmer-Zuid, Ilpendam, Purmerland, Diemen, Duivendrecht en Ouderkerk a/d Amstel.

meer.

 

 

  Het is
-

DE VADER VAN PIETJE BELL
EEN DOCUMENTAIRE OVER HET AVONTUURLIJKE LEVEN VAN CHRIS VAN ABKOUDE (1880-1960)

Gemaakt door Jan Maliepaard - René Zwaap - Mohamed el-Fers
Op maandag 18 november is bij MokumTV de documentaire "De vader van Pietje Bell te zien". Chris van Abkoude schreef bijna veertig kinderboeken, maar had het meeste plezier aan het schrijven over Pietje Bell, de vrolijke schoenmakerszoon uit de Breestraat. Deze week gaat de nieuwe Pietje Bell-film in premiëre. Maar niemand kende de schrijver, die erg veel leek op zijn creatie. Of zoals Van Abkoude zelf eens opmerkte: 'Pietje kwam uit mijn tenen'. Miljoenen kinderen groeiden op met de avonturen van Pietje Bell, terwijl de mensen die de boeken moesten beoordelen het eerst maar niks vonden. Ze waren bang dat het slechte taalgebruik en de ondeugende streken van Pietje de lezertjes op verkeerde gedachten zou brengen. Als je twintig jaar geleden in de Bibliotheek van Rotterdam een Pietje Bell boek wilde lenen, had je mooi pech gehad. De mensen van de bibliotheek dachten dat deze boeken slecht waren voor kinderen en hadden ze daarom niet eens in voorraad. Niet eerder werd er een documentaire over de in 1960 overleden meest gelezen schrijven van Nederland én België gemaakt. Maandag 18 november 2002: 19 uur MokumTV (Salto At1). Herhaling dinsdagochtend 11 uur (At1) en donderdagnacht 24 uur (At2).

De jonge lezers trokken zich niets aan van al de waarschuwingen en verslonden de boeken over Pietje Bell. Vandaag de dag wordt er gelukkig anders gedacht over wat goed of slecht is voor een kind. Het is nu eenmaal leuker om te lezen over een stout jongetje dan over een kind die nooit iets verkeerds of ondeugends doet. Als Chris van Abkoude de hoofdrol had gegeven aan de brave Jozef Geelman dan waren er vast en zeker geen anderhalf miljoen boeken van verkocht!
Pietje Bell is dus beroemd. Zijn bedenker is echter een grote onbekende gebleven. Omdat veel volwassenen zijn verhalen afkeurden, kwam niemand op het idee om eens te onderzoeken wie die schrijver van al die ondeugende boeken nu eigenlijk was. Bovendien besloot Chris van Abkoude toen hij 35 was om naar Amerika te gaan verhuizen. Veel van zijn beroemde boeken heeft hij daar geschreven. Het beviel hem zo goed in Amerika dat hij nooit meer naar zijn geboorteland terugkeerde. Omdat de Amerikanen erg veel moeite hadden met het uitspreken van zijn naam (Hello, mister ven Ebkout !) besloot hij zelfs om zijn naam te veranderen. Je kan dus begrijpen dat het veel moeite heeft gekost om gegevens te vinden over Chris van Abkoude. We hadden het geluk dat zijn jongste zoon nog leeft en dat hij het leuk vond om ons meer te vertelen over het leven van zijn vader. Met behulp van deze informatie zijn wij verder op ontdekkingsreis gegaan. Dit is het verhaal over Chris van Abkoude die eigenlijk Pietje Bell heet.

Jonker Fransstraat
De vader van Chris van Abkoude had een drukke kapperszaak in de Jonker Fransstraat te Rotterdam. Hij wist voor zijn klanten altijd wel een grappig verhaal of een vrolijk liedje. Zijn grappenmakerij en zangkunsten hadden hem onder de vaste klantenkring de bijnaam 'Piet Plezier' bezorgd, net zoals Pietje's vader, de vrolijke schoenmaker Bell, die door zijn klanten 'Jan Plezier' wordt genoemd. Christiaan Frederick van Abkoude werd op 6 november 1880 geboren. Terwijl in huize Bell alom vrolijkheid heerste toen de kleine rakker ter wereld kwam, was er bij het gezin Chris van Abkoude weinig reden tot vrolijkheid. In die tijd gebeurde het helaas nog wel eens dat er bij een bevalling iets fout ging. Ook de geboorte van Chris liep niet goed af. Zijn moeder raakte zo verzwakt dat zij twee weken later kwam te overlijden. Omdat vader Piet het erg druk had met de kapperszaak, werd de verzorging van de kleine Chris vooral overgelaten aan zijn 16-jarige zuster Ida Margaretha, die zonder twijfel model heeft gestaan voor Martha, de bemoeizuchtige zuster van Pietje Bell.
Als jongen leerde Chris van Abkoude al snel op eigen benen te staan. Hij bracht, net als Pietje Bell, veel tijd op straat door en vermaakte zich met allerhande kattenkwaad. Hij was een driftig ventje die zich enorm op kon winden als er iets gebeurde dat in zijn ogen onredelijk was. Zo had hij een keer gezien hoe een politieagent op een hardhandige manier een zwerver oppakte en naar het politiebureau bracht. Hij maakte zich daar zo kwaad over dat hij de agent achtervolgde en een steen door de ruit van het politieburo gooide. Pietje, (pardon; Chrisje) werd in zijn kraag gevat en voor deze daad een nacht in de cel gestopt. Deze ervaring heeft Chris van Abkoude gebruikt in zijn boek Kruimeltje, die andere beroemde held die hij aan de Nederlandse jeugd gaf.
In de tijd dat Chris van Abkoude op de lagere school zat werd er op school nog met een kroontjespen geschreven. Op elk bureau stond een inktpot waar je de pen dan in moest dopen. Op een dag was Chris door de meester beschuldigd van iets dat hij niet had gedaan. Meester riep hem naar voren met de bedoeling hem te straffen. Chris voelde er niets voor om straf te krijgen voor iets waar hij geen schuld aan had en weigerde naar de meester te komen. De meester werd zo kwaad dat hij hem een draai om zijn oren gaf. In zijn woede pakte Chris de inktpot van zijn bureau en smeet die in het gezicht van de meester. Reken maar dat hij heel wat keren de zin "Ik mag de meester geen inktpot in zijn gezicht gooien" heeft moeten opschrijven…..
Dit smijtavontuur heeft Chris van Abkoude later gebruikt in twee van zijn boeken. Ondanks dit opstandige gedrag was hij een goede leerling. Hij was bovendien zeer creatief en muzikaal. Omdat hij goed kon leren kon hij naar de kweekschool om onderwijzer te worden. Tijdens deze periode werkte hij om geld te verdienen voor zang- en pianoles.

Crooswijk
In de zomer van 1901 werd Chris van Abkoude aangesteld als onderwijzer op een Openbare School in de volksbuurt Crooswijk te Rotterdam, waar hij gedurende acht jaar zou blijven lesgeven. Bij zijn leerlingen moet 'meester Chris' zeer populair zijn geweest. Hij had gezien dat de kinderen de lessen maar saai vonden en kwam op het idee om het onderwijs met behulp van de poppenkast wat op te vrolijken. De kinderen vonden het natuurlijk prachtig om les te krijgen van Jan Klaassen. Het schoolhoofd was daar minder over te spreken en gaf de jonge onderwijzer regelmatig een forse uitbrander over zijn vreemde manier van lesgeven. Bij het bedenken van de immer op fatsoen hamerende drogist Geelman zal Chris van Abkoude vast wel eens terug hebben gedacht aan de gesprekken met zijn oude schoolhoofd ! De populariteit van zijn poppenkastuurtje op school en zijn boeiende manier van vertellen zorgden ervoor dat hij steeds vaker uitnodigingen kreeg om optredens buiten school te verzorgen. Bovendien legde hij zich toe op de journalistiek. Hij hielp een paar vrienden bij het oprichten van een krant en verzorgde onder de naam "Oom Chris" verhalen voor kinderen in een tijdschrift. Zo ver als Pietje Bell - die het zou schoppen tot hoofdredacteur van de 'Morgenpost' - zou hij het niet brengen, maar een onverdienstelijk verslaggever was hij zeker niet. Hij is erg geschrokken als hij merkt dat duizenden straatarme kinderen in Rotterdam lijden onder honger en ziekte en zelfs sterven door de vervuilde omgeving. In een Rotterdamse krant schrijft hij een aantal artikelen over de armoede van deze kinderen. Ook helpt hij een aantal Rotterdamse burgers die geld inzamelen om de kinderen in ieder geval te helpen aan de eerste levensbehoeften. Nadat het Rotterdamse gemeentebestuur een verzoek om geld voor de allerarmste jeugd afwijst, schrijft Chris van Abkoude in 1903 een fel protest, getiteld "Droevig Kinderleven in Rotterdam - een onderzoek naar den toestand van behoeftige schoolkinderen.
'De verscheurende dieren in de Dierentuin worden beter verzorgt, hebben betere huizen en beter voedsel dan deze kinderen. De leeuw, in zijn stevige, net geschilderde en schone kooi wordt bewonderd door de mensen. En de arme lompen-stumpertjes worden door diezelfde mensen geminacht en ontweken''
schreef Chris van Abkoude verontwaardigd. Deze woedende aanklacht had helaas weinig resultaat. De gemeente bleef weigeren om geld te steken in eten en kleren voor de duizenden Kruimeltjes van Rotterdam. Het zal niet hebben bijgedragen aan Chris van Abkoude's respect voor de overheid.
In datzelfde jaar trouwt Chris van Abkoude met de Rotterdamse Johanna van Wijk.

De drie zonen
Kort na elkaar worden drie jongens geboren. Veel belevenissen van deze drie jongens kan je terugvinden in het boek" de zonen van Pietje Bell". Zelfs voor de beschrijving van het uiterlijk van deze jongens kan je er eenvoudig dit boek op na slaan :
Pietje, lijkt sprekend op zijn vader, vol levenslust, altijd erop uit de buurt te vermaken en op te vrolijken, steeds bereid een ieder te helpen, al was het dan ook van de wal in de sloot……
Dirk, iets minder donker, meer de trekken van zijn moeder en precies haar karakter, goedlachs, lief en hartelijk; Pietje's onafscheidelijke metgezel en handlanger bij diens avonturen……
Bob, dol op lekker eten en maakte zich niet graag druk…
En net als in de zonen van Pietje Bell heet Bob eigenlijk Chris. Omdat het zo'n gezellige dikke Bobbert is, wordt hij echter al snel Bob genoemd.

Het gemak waarmee hij met de pen overweg kon, bracht Chris van Abkoude op het idee om boeken te gaan schrijven. Eerst schreef hij twee verhalen voor volwassenen. De boeken waren echter geen succes en verdwenen al snel uit de boekwinkels. Chris van Abkoude probeert het eens met een kinderboek en stuurt in 1906 een verhaal naar uitgeverij Kluitman in Alkmaar. De twee gebroeders Kluitman die op dat moment aan het hoofd stonden van de uitgeverij zien er wel wat in en besluiten het boek uit te geven. Chris had inmiddels nog een verhaal klaar en zo verschijnen begin 1907 zijn eerste twee kinderboeken: Hollandsche Jongens en Bert en Bram. De boeken zijn nog lang niet zo spannend en grappig als Pietje Bell, maar vooral in Bert en Bram is er al iets van de ondeugende streken van Pietje merkbaar.
Chris van Abkoude werd al snel een bekend schrijver van kinderboeken. Hij wist zich heel goed in te leven in de verbeelding van het kind. Dit kwam waarschijnlijk omdat hij zelf ook altijd kind is gebleven. Hij zei hierover : "Ik heb nooit de behoefte gevoeld om volwassen te worden. Ik kan niets met volwassenen en heb altijd een hekel gehad aan hun fantasieloze wereld."
In een tijd waarin kinderen vooral gehoorzaamheid moesten zijn en niet teveel praatjes moesten hebben, was hij de eerste schrijver die uitging van de kinderwereld zelf. In zijn boek Het jongenskamp uit 1910 gebruikt hij ideeën van de Duitser Walter Heichen, die in die tijd bezig was met het plan om kinderen uit de grote steden op speciale terreinen zomervakanties te laten doorbrengen, zonder de aanwezigheid van ouders, onderwijzers of leiders.

Pietje Bell
Maar het grote succes kwam pas in 1914 toen zijn eerste boek over de Rotterdamse straatjongen Pietje Bell werd uitgegeven.
"De enige verklaring die ik heb voor het succes van Pietje Bell is dat door de oorlog velen de behoefte hadden om zich af te zetten'', zo verklaarde Chris van Abkoude het succes van zijn boek. Het schrijven van Pietje Bell gaf hem veel voldoening: "Ik wilde wat zonneschijn brengen en wat bloemen strooien in het door lessen, thema's en examens vaak zo saaie moderne kinderleven" Naast het schrijven van kinderboeken heeft hij nog een andere liefhebberij: Het organiseren van kinderfeesten. Op de zaterdagmiddag geeft hij voordrachten met lichtbeelden, verteld spannende verhalen, geeft poppenkastvoorstellingen en zingt kinderliedjes aan de piano:

Jongens, ik zing hier mijn liedjes voor jullie,
Luistert eens even en staakt eens je spel!
't Zijn maar gewone, eenvoudige deuntjes,
Simpele versjes, dat hoor je toch wel ?
'k Zing maar van alles; van moeders en jongens,
Honden en katten en meesters erbij,
'k zing van Sint Niklaas en rijst met rozijnen,
Bloemen en vlinders en bosschen en hei!

De journalist L. Pekop de Haas van het Rotterdamsche Nieuwsblad deed een aantal keren verslag van deze kinderfeesten en raakt met Chris van Abkoude bevriend. Hij heeft zoveel lol in de voorstellingen dat hij bij de uitvoering en organisatie gaat helpen.
Twee bekende Amsterdamse journalisten waren in 1907 als arme Italiaanse straatzangers door het land getrokken en hadden hierover in de krant geschreven. Hierdoor komt Chris van Abkoude op het idee om er in de zomervakantie van 1909 met de poppenkast op uit te trekken. Niet als keurige heertjes maar verkleed als arme schooiers. Een collega onderwijzer heeft ook wel trek in dit avontuur. Met z'n drieën knappen ze een oude poppenkast op en oefenen bij Chris van Abkoude thuis. De drie jongens vormen een dankbaar publiek. Als pa Chris in de buurt is valt er immers altijd wel wat te beleven: Vriendjes zijn vaak jaloers als ze op school de verhalen horen over warme maatijden die worden omgetoverd in een raar gezicht. (,,Chris, die wortel is geen neus! " sprak moeder Johanna boos …) en over familieavonden met gebak, liedjes aan de piano en komische verhalen. ,,'t is een reuzetiep !" zou vader Bell zeggen.

De avonturen van Chris van Abkoude en zijn vrienden als straatartiest verschijnen in september 1909 in het Rotterdamsche Nieuwsblad en worden een jaar later onder de naam "Met de poppenkast op Reis, Avontuurlijke lotgevallen van drie journalisten" in boekvorm uitgegeven. Chris van Abkoude heeft met dit avontuur de smaak te pakken gekregen van het vrije bestaan en besluit daarom een jaar later het onderwijs voorgoed vaarwel te zeggen.
Vanaf dat moment verdient hij zijn brood als schrijver, journalist en artiest.
Kinderen zijn dol op zijn boeken en kunnen het volgende boek bijna niet afwachten. Ook de grappige kinderliedjes die hij op de familieavonden aan de piano verzint worden in boekvorm uitgegeven. Doordat hij niet meer voor de klas hoeft te staan heeft hij veel tijd om te schrijven :van de bijna 40 boeken die hij over een periode van 33 jaar aflevert, worden er maar liefst 11 uitgebracht in de eerste drie jaar na zijn afscheid van het klaslokaal.

Optreden voor Juliana
In 1913 verhuisd het gezin naar Baarn. De optredens voor kinderen zijn zo'n succes dat er zelfs van het nabijgelegen paleis Soestdijk een uitnodiging komt om een poppenkastvoorstelling te verzorgen voor de kleine prinses Juliana. Begin 1914 verschijnt de eerste Pietje Bell - oorspronkelijk onder de titel Pietje Bell of de lotgevallen van een ondeugenden jongen. De kranten schrijven er schande van. Het blad van de school met de bijbel is van mening dat het boek kinderen veel kwaad doet en een andere krant schrijft dat Pietje Bell geen jongetje is waar je kind mee moet thuis komen. Maar bij het grote publiek is het boek al direct een succes, niet alleen in Nederland, maar ook in België en zelfs in Zuid-Afrika.
Dan breekt in augustus 1914 de Eerste Wereldoorlog uit. Ook Chris van Abkoude moet in militaire dienst en wordt benoemd tot korporaal bij landmacht. Hij heeft een grondige hekel aan het leger en verzint dan ook van alles om er zo snel mogelijk onderuit te komen. Ondertussen ziet hij de ellende onder de vele Belgische vluchtelingen die dat jaar naar Nederland zijn uitgeweken. Op zijn manier probeert hij de aandacht te vestigen op het oorlogsgeweld en brengt twee gedichten uit waarin hij vanuit het oogpunt van het kind de vreselijke gevolgen van de oorlog aanklaagt:

Bede
Onze vader, die in de Hemelen zijt!
Wij zijn ons goed, lief papaken kwijt!
Moederke zegt : hij heeft ons verlaten
Om te vechten tegen vreemde soldaten.
Die stoute mannen zijn hier gekomen,
En hebben ons allen afgenomen,
Nu hebben wij niet meer, zelfs geen eten,
,,Lief Heertje, Gij zult ons toch heusch niet vergeten?"

Bij Nieuwpoort
In Vlaand'ren staat een huisken aan den duinen rand,
Daar sluim'ren in een kamerken twee kinderkens zoet,
Papaken is ten oorlog en heeft hen verlaten
Om te vechten tegen vreemde soldaten
Dof dond'ren kanonnen en dreunen de ramen,
De kinderkens kruipen zoo angstig tezamen
,Zij luisteren bevend naar 't dondrend gebrom
En smeeken ,, Heer, geef ons papaken weerom ! "

In 1916, ontslagen uit dienst, brengt Chris van Abkoude een grote droom in vervulling: hij vertrekt naar Amerika. In zijn boek Tim en Tom uit 1910 had hij al uitgebreid verteld over de Holland-Amerika lijn, de passagiersdienst per stoomboot van Rotterdam naar New York. Ook de titel van een in 1913 verschenen boek - "Jan Boenders of Hoe een Hollandsche Jongen in Amerika rijk werd" - had al iets prijsgegeven van zijn eigen Amerikaanse Droom. Hij vond het in Nederland veel te benauwd, en was bovendien zeer bezorgd over het lot dat zijn vaderland te wachten stond nu bijna heel Europa in oorlog was. Bovendien was hij ook best teleurgesteld over alle commentaar die men op Pietje Bell had. In Amerika wil hij een nieuw leven opbouwen, net zoals Pietje Bell dat in een van zijn avonturen zou doen. Op de ochtend van de 7 juni 1916 neemt hij in de Rotterdamse haven afscheid van zijn vrouw en drie zoons, die voorlopig in Nederland achterblijven. De reis is niet zonder gevaar. Duitse onderzeeboten hadden al een schip van de Holland Amerika Lijn getorpedeerd. Chris van Abkoude wilde blijkbaar ten koste van alles naar Amerika. Hij zou Nederland noot meer terugzien.

Op 22 juni 1916 zet Chris van Abkoude voet op Amerikaanse bodem. Hij huurt een kamer in het Broadway Central Hotel in New York en gaat aan de slag als children's entertainer en als pianist in de bioscoop. Al snel weet hij optredens te regelen voor zijn "Holland Dutch Show". Het programma bestaat uit poppenkastspel, goocheltoeren en verhalen over zijn vaderland. In New York maakt hij zich de kunst van het buikspreken eigen en koopt hij een buikspreekpop, die hij Tony noemt en wiens Pietje Bell-achtige streken het ook bij de Amerikaanse jeugd bijzonder goed doen. Omdat de Amerikanen moeite hebben met het uitspreken van zijn naam, verandert hij die in Charles Winters. De show is een succes en hij verzorgt een groot aantal optredens voor het Amerikaanse publiek. Zelfs beroemde amerikaanse filmsterren nodigen hem uit om zijn kunsten te komen vertonen.De optredens nemen zoveel tijd in beslag dat hij de eerste drie jaar van zijn verblijf in Amerika geen tijd heeft om boeken te schrijven.
In het stadje Hoboken, New Jersey vindt Chris van Abkoude geschikte woonruimte voor zijn gezin, dat in juli 1917 naar Amerika overkomt. Korte tijd later wordt het gezin uitgebreid met twee kinderen.
Op aandringen van uitgever Hendrik Kluitman besluit Chris om een nieuw boek over Pietje Bell te schrijven. In dit boek is Pietje inmiddels zestien en krijgt een baan als de jongste verslaggever van de Morgenpost. Het boek verschijnt eind 1919 onder de titel De vlegeljaren van Pietje Bell in een enorme oplage in de boekhandel.
Het gezin van Abkoude geniet met volle teugen van het bestaan in de drukke wereldstad. Begin 1922 denkt Chris van Abkoude de verhalen over Pietje Bell af te kunnen sluiten met een boek waarin zijn drie oudste zonen de hoofdrol spelen: De Zonen van Pietje Bell. Korte tijd later ontvangt uitgeverij Kluitman een pakje uit Amerika met het verhaal over een door zijn moeder achtergelaten jongetje. Het verhaal van Kruimeltje omschrijft een aantal zorgvuldig geheim gehouden belevenissen uit het leven van de schrijver. Het boek is al snel net zo succesvol als Pietje Bell. Blijkbaar is Chris van Abkoude op zijn best wanneer hij over zijn eigen ervaringen verteld.

Miljonairs
In New York leert Chris van Abkoude - nu: Charles Winters - de miljonair August Heckscher kennen. Deze zoon van een Duitse minister was in Amerika heel erg rijk geworden en mocht grootheden als president Theodore Roosevelt en collega-miljonair Vanderbilt tot zijn vriendenkring rekenen. Op latere leeftijd besteedde hij een groot deel van zijn vermogen aan liefdadigheid. In 1920 richtte hij voor de armste kinderen van New York "The Heckscher Foundation for Children" op, die een eigen gebouw kreeg aan de 104th Street. Bij deze organisatie komt Chris van Abkoude in 1921 te werken. Hij moet in zijn baan als Children's Director activiteiten bedenken waarmee de kinderen van de straat gehouden worden. De baan is hem op het lijf geschreven. Op donderdagmiddagen organiseert hij een kindervariété, een showprogramma compleet met danseressen en zelfs een compleet orkest. Op zaterdagochtenden wordt er een poppenkastvoorstelling gegeven of onder pianobegeleiding van Chris van Abkoude een stomme film getoond. De jongste zoon Fred, die graag knutselt, brengt hem voorts op het idee een modelbouw club op te richten.Vanaf dat moment wordt er op de zaterdag onder de bezielende leiding van "Uncle Charlie" door de New Yorkse jeugd druk gesleuteld aan kleine modellen van vliegtuigen.
De vijfjarige Fred lijkt in veel opzichten op zijn vader en zorgt voor veel pret. Door zijn belevenissen krijgt Chris van Abkoude nieuwe ideeën en besluit om toch nog een boek over Pietje Bell te schrijven. In 1924 verschijnt het vierde Pietje Bell boek : de Goocheltoeren van Pietje Bell. Net als in het twee jaar later geschreven boek "de Circusclown of de lotgevallen van Daantje " neemt het circus in dit boek een belangrijke plaats in. Vader Chris is dan ook regelmatig met zijn twee jongste kinderen in het circus te vinden, en beleeft daar minstens zo veel plezier aan als zijn kinderen.
De zaken gaan zo goed dat het gezin kan verhuizen naar een duur appartement in het centrum van New York.
In 1926 koopt de Heckscher Foundation een gedeelte van het Central Park, waar een grote speeltuin - de "Heckscher Playground" - wordt aangelegd, dicht bij de dierentuin. Op dit terrein organiseert Chris van Abkoude een aantal voorstellingen waaraan duizenden kinderen meedoen.
Aan het gelukkige bestaan in het hart van de nieuwe wereld komt echter een einde als er begin jaren dertig in Amerika grote werkloosheid ontstaat en een kwart van de bevolking zijn baan kwijtraakt. Ook Chris van Abkoude krijgt te horen dat er geen werk meer voor hem is en verliest zijn baan bij de Heckscher Foundation. In 1929 schrijft hij het vijfde deel uit de reeks, Pietje Bell in Amerika. Maar terwijl Pietje fortuin maakt in de nieuwe wereld, kost het Chris van Abkoude steeds meer moeite de eindjes aan elkaar te knopen. De hoge huur van het appartement in New York is niet meer op te brengen en het gezin moet dus verhuizen. Een directeur van de Heckscher Foundation heeft medelijden en biedt een kleine zomerhuisje op het platteland aan. Chris van Abkoude maakt hier dankbaar gebruik van en verhuisd naar Danbury, een klein dorp in de provincie Conneticut. Opnieuw probeert hij met zijn Holland Dutch Show de kost te verdienen, maar door de crisis is dat bepaald geen gemakkelijke klus. Alle tijd dus voor een nieuw boek. Een probleem is de beschikbare ruimte: het huisje is zo klein dat er geen ruimte is om te schrijven. Het probleem wordt opgelost door in de tuin een tent te bouwen met een houten vloer. Zo kan er in ieder geval in de zomermaanden geschreven worden. 's Winters is het er te koud. Het bedenken van nieuwe verhalen valt hem echter steeds zwaarder. Hij is al lange tijd weg uit Nederland en heeft steeds meer moeite om zich het Nederlandse leven te herinneren. Bovendien wordt er nadat zijn drie oudste zonen het ouderlijk huis hebben verlaten in het gezin nauwelijks meer Nederlands gesproken. De twee jongste kinderen - Fred en Mary - zijn echte Amerikanen en kunnen bijna geen Nederlands.

In het land van Uncle Sam
Daarom laat hij zijn boek "In het land van Uncle Sam" - uit 1930 - grotendeels op Amerikaanse bodem afspelen. Het betreft hier een sciencefiction verhaal over de Nederlandse scheepsjongen Tom Tikker, die in Amerika na een avontuur met schietgrage dranksmokkelaars in contact komt met een professor die hem een ruimtereis laat maken naar de nabijgelegen planeet Cratanus. Het boek staat bol van de fantastische verzinsels, en de Nederlandse kinderen zien er tot grote teleurstelling van de auteur niets in. Uitgever Kluitman schrijf hem in een vriendelijk briefje dat men niet echt op dergelijke nieuwe creaties zit te wachten. Nieuwe avonturen van Pietje Bell , het liefst in de jonge variant, zijn echter altijd meer dan welkom.
In 1932 stuurt Chris van Abkoude opnieuw een avontuur van Pietje Bell naar Nederland, en het boek- Nieuwe avonturen van Pietje Bell - is opnieuw een groot succes. In het tentje in de tuin gaat het schrijven hem blijkbaar gemakkelijk af: nog geen jaar later heeft hij alweer een Pietje Bell klaar.
Het boek "Pietje Bell is weer aan den gang" is een van de spannendste en grappigste delen uit de serie. De beschrijving van de strijd tussen Pietje met zijn bende van de zwarte hand en een reclameman om voor een Amerikaanse zakenman het rijwielmerk TOP of TIP aan de man te brengen is van een zeldzame klasse.
Dankzij de opbrengst van de boeken is er geld om te verhuizen naar een wat ruimere woning. In de nabije omgeving wordt de helft van een boerderij gehuurd. Op het erf lopen kippen, een geit en een varken die door Chris "Al Capone " wordt genoemt,wat de naam is van een heel beroemde schurk die in die tijd Amerika onveilig maakte.
Het gezinnetje beleefd een paar gelukkige jaren. Johanna heeft door de natte winters in Conneticut veel last van reumatiek. Na de koude en vochtige winter van 1933 besluit Chris van Abkoude daarom te verhuizen naar een warmer gedeelte van Amerika. De reis gaat eerst naar zijn zoon Dirk die in Portland woont in de staat Oregon. De afstand tussen Danbury en Portland bedraagt ruim 4.500 kilometer en veel geld om te verkassen is er niet. Met uitzondering van wat kleding, de poppenkast en zijn Underwood-typemachine worden de resterende bezittingen van de familie verkocht. De opbrengst is net voldoende om een twee jaar oude Ford Plymouth aan te schaffen. Geld om pension te betalen en eten of brandstof te kopen is er niet. Dat moet onderweg worden verdiend met de poppenkast. In de zomervakantie van1909 had Chris van Abkoude samen met twee vrienden bij wijze van grap en zonder een cent op zak met de poppenkast een reis gemaakt door het zuiden van Nederland. Precies vijfentwintig jaar later herhaald de geschiedenis zich. Maar dit keer is het geen grap.

Woonwagen
In het voorjaar van 1934 wordt met gezamenlijke krachten een woonwagen gebouwd. De woonwagen biedt net genoeg ruimte voor het echtpaar om in te slapen. De kinderen overnachten in een tent. Vrouw en kinderen helpen mee met het timmeren van de wanden. De tent die de afgelopen periode als werkruimte heeft gediend wordt gebruikt voor het dak. Er komt een deur in en twee ramen.
Nadat de woonwagen is voltooid neemt Chris van Abkoude de verfkwast ter hand en schildert rode bakstenen op de houten wanden. De onderrand wordt rondom wit gekalkt en voorzien van een puur Hollands plaatje; boeren en boerinnen op klompen en natuurlijk molens. Het is een bont en vrolijk geheel waarmee het gezin in juni 1934 op reis gaat. Tijdens de tien weken die de reis duurt verzorgt Chris van Abkoude talloze optredens op campings, voor verenigingen en tweemaal in een plaatselijk restaurant, waar hij samen met zijn buikspreekpop Tony achter de piano plaatsneemt en een grandioze show opvoert. Besloten wordt om tijdens de reis geen grote steden te bezoeken, omdat daar voor straatmuzikanten en zigeuners nogal strenge regels gelden. Het gezin leeft van dag tot dag. Fred en Mary krijgen instructies om hun vader te assisteren, waarbij de één de poppen aangeeft terwijl de ander met de hoed rond gaat. De opbrengst is net genoeg voor eten en benzine. De kinderen zien het als een spannend avontuur en helpen enthousiast mee. Op een keer gaf zoon Fred die per ongeluk de aap aan, terwijl zijn vader dacht de agent te krijgen. Je zult begrijpen dat de kinderen het maar een vreemde agent vonden er hier erg om moesten lachen !

In september 1934 wordt Portland bereikt. Iedereen is opgelucht dat er geen ongelukken zijn gebeurt omdat de wagen bijna door zijn wielen zakt. De hereniging met zoon Dirk is hartverwarmend. Het gezin blijft een jaar in Portland en van Abkoude besteedt zijn tijd aan het bouwen van een nieuwe woonwagen en aan het schrijven van twee boeken, waaronder het allerlaatste Pietje Bell boek: Pietje Bell gaat vliegen.
Het andere boek, genaamd "Het verlaten Huis, wordt door Kluitman niet goed genoeg gevonden. Chris van Abkoude begrijpt dat hij inmiddels te lang in Amerika woont om nog Nederlandse kinderboeken te schrijven en besluit hiermee te stoppen. In 1936 verschijnt onder de titel Brown Sails and Silver Guilders nog een Amerikaanse vertaling van zijn in 1915 uitgegeven boek Jaap Snoek van Volendam. De vertaling is helaas geen succes en nieuwe komen er niet meer.

In 1935 reist Chris van Abkoude samen met zijn vrouw en dochter Mary door naar Californië. De jongste zoon Fred blijft achter om te gaan studeren aan een school voor vliegtuigbouw. Van Abkoude belandt net als Pietje Bell in de filmstad Hollywood, maar anders dan Pietje Bell weet hij geen scenario's aan de grote filmbazen te verkopen. Wanneer uitgeverij Kluitman in 1939 het 75-jarige jubileum viert, stuurt Chris van Abkoude een grappige felicitatiebrief welke door Pietje Bell is geschreven:

meester Ster hept gesegt dat ik een opstel moed maake over de
uitgeefers in alkmaar die hiete kluitman nou en of daar sal je
wat van beleefe an nou hept ik me zus der inkpotje oope gemaak
gommes met van die mooie paarsse ink derin en der benne een paar
vlekke op der witte taafelkleet gevalle en ik hept ze een beetje
uit ge vreefe maar ze benne per ongeluk veel grooter geworre an
nou gaan ik as een lief jongetje sgrijve van de uitgeefers die
nou 75 jaar hebbe bestaan in de gloria lang zalle ze leeve…

Eens temeer blijkt hoezeer hij nog steeds aan Pietje Bell is gehecht. Gedurende de daaropvolgende acht jaar trekt Chris van Abkoude door het zonnige Californië en verzorgt optredens op honderden Amerikaanse scholen.
Het rondreizend bestaan is erg vermoeiend en omdat hij een dagje ouder wordt besluit hij een woning te zoeken. Tijdens de tweede wereldoorlog, in 1943, beland het echtpaar in Alameda. Alameda is een stadje dichtbij San Francisco, waar een grote basis is gevestigd van de Amerikaanse marine. Ook daar verzorgt hij met veel succes voorstellingen, veelal voor de kinderen van de militairen en de havenarbeiders die in groten getale in het stadje aan de baai van San Francisco zijn neergestreken. Met het eind van de oorlog in 1945 neemt het aantal bewoners en daarmee het werk voor Chris van Abkoude af. De broekriem moet wederom worden aangesnoerd. Hij ontvangt inmiddels een ouderdomsuitkering, hetgeen amper voldoende is om in zijn levensonderhoud te voorzien. Om wat bij te verdienen neemt hij een baantje aan bij de Curtis Company, een bedrijf dat zich bezig houd met het verspreiden van tijdschriften. Hij krijgt als taak om in Alameda de verspreiding te verzorgen. De garage wordt gebruikt voor opslag en Chris van Abkoude regelt de verspreiding door de jeugd van Alameda. Tot zijn grote verontwaardiging wordt hij enkele jaren later ontslagen. Tot voor kort dacht men in Nederland dat hij op latere leeftijd als directeur van dit bedrijf met pensioen ging, terwijl hij in werkelijkheid alleen maar wat bijverdiende om zijn hoofd boven water te kunnen houden!

Schilderen
Chris van Abkoude heeft nu wat meer vrije tijd en stort zich om het schilderen. Hij beschilderd werkelijk alles wat los en vast zit : Op de trap voor het huis mooie rode harten, op de garage en deuren fraaie vergezichten en zelfs de brievenbus wordt omgetovert tot een klein kunstwerkje.

Het met bonte Hollandse taferelen beschilderde houten huisje aan 456 Lincoln Avenue is een geliefde plaats voor de jeugd van Alameda. 'Uncle Charlie' is de beschermheer van vele kinderen en heeft voor ieder kind wel een mooi verhaal of een luisterend oor.
In 1950 komt zijn vrouw Johanna te overlijden. Inmiddels heeft Chris van Abkoude contact met het Altarena Little Theatre, voor welk gezelschap hij een kindertheater opricht. In augustus 1951 kunnen kinderen in de leeftijd 5-16 jaar zich opgeven voor een rol in één van de door Chris van Abkoude geregisseerde toneelstukken, waaronder een aangepaste versie van het bekende "Tea for Two".Voorts schrijft Chris van Abkoude een kort toneelstuk genaamd "The Miracle", een dramatisch sprookje over een meisje dat invalide is geraakt nadat zij met haar fiets is aangereden door een vrachtwagen. Ze hervindt haar krachten en overwint uiteindelijk haar verwondingen. Een toverfee, Tapdansende feeën, een heks en trollen maken het sprookje compleet. In oktober 1951 wordt het stuk met succes opgevoerd en maakt Chris van Abkoude al weer voorbereidingen voor nieuwe stukken. Begin 1952 wordt hij echter getroffen door een beroerte en moet hij stoppen met het toneel en met het schilderen. Ook pianospelen lukt niet meer. Korte tijd later nemen zijn kinderen zijn rijbewijs af omdat hij door zijn ziekte een gevaar op de weg is geworden. De avonturier die jarenlang in zijn woonwagen door het land trok, is nu aan huis gekluisterd en begint te vereenzamen. Begin 1955 besluit zijn zoon Dirk Winters hem naar Portland te halen. Omdat hij inmiddels een bekende bewoner is van het stadje, neemt de krant afscheid van 'Uncle Charlie' met een laatste interview. 'Misschien koop ik weer een woonwagen en begin ik weer helemaal overnieuw', verteld hij de verslaggever van de Oakland Tribune bij die gelegenheid. 'De mensen kunnen tegenwoordig wel wat humor gebruiken'. Helaas zou het daar niet meer van komen.
Op 2 januari 1960 overlijdt Chris van Abkoude op 79-jarige leeftijd in een verzorgingstehuis in Portland.
Het zou nog heel wat jaren duren voordat Chris van Abkoude eindelijk de waardering kreeg die hij verdiende. Vijf jaar na zijn dood zorgde Pietje Bell nog voor veel ophef toen de leiding van de openbare leeszaal van Amstelveen kenbaar maakte dat de Pietje Bell boeken van de planken werd geweerd.

In het Amstelveense Ouderkerksch Weekblad van 25 maart 1965 maak de kinderboekenschrijver K. Norel, auteur van diverse gewelddadige kinderboeken, geen geheim van zijn grote afkeer tegen het werk van Chris van Abkoude: 'Ik heb me er nooit toe aangetrokken gevoeld. Vergelijk zo'n jongen als Pietje Bell nu eens met Dik Trom. Dat is een gewone Hollandse jongen met het hart op de rechte plaats. Maar Pietje haalt gemene streken uit.'

In de jaren zeventig waren zijn boeken opeens 'verouderd', zo staat te lezen in een verslag van de leescommissie van de Openbare Bibliotheek te Utrecht.
De leden van de commissie vonden het de hoogste tijd om Pietje Bell - 'immer dan ooit waardeloos' - van de planken af te voeren, samen met Dik Trom van Johan Kieviet. 'Is Dik Trom ouderwets in taal en stijl, Pietje Bell geeft bijzonder slecht Nederlands, bijv. allerlei gezegden helemaal verkeerd gebruikend. Onze conclusie is, geloof ik, wel dat geen van beide series veel waarde voor deze tijd hebben.'

Nu, aan het begin van de eenentwintigste eeuw, wordt het werk van Chris van Abkoude opnieuw ontdekt. De Kruimeltje-verfilming van Maria Peters uit 1999 trok meer dan een miljoen mensen naar de bioscoop. Datzelfde jaar bereikte het boek over dit Rotterdamse zwervertje de zeventigste druk. Ook de Pietje Bell-film van Maria Peters zal door vele jonge mensen van nu en van toen worden bezocht. Ondanks alle Geelman-achtige protesten blijken Chris van Abkoude's kwajongens met een hart van goud bijna honderd jaar nadat ze zijn bedacht nog velen tot de verbeelding te spreken. Pietje Bell en Kruimeltje zijn beroemd. Chris van Abkoude verdient voor zijn prachtige verhalen een standbeeld.

Voor meer informatie over leven en werk van Chris van Abkoude: van de auteurs verschijnt dit najaar bij uitgeverij Mets & Schilt te Amsterdam de biografie De vader van Pietje Bell.

PIETJE BELL LINKS

 



EERDERE VERFILMING PIETJE BELL

Op 26 maart 1964 had de première van de 85 minuten durende jeugdfilm DE AVONTUREN VAN PIETJE BELL ook: PIETJE BELL, DE STRAATJONGEN VAN ROTTERDAM plaats met: Jeu Consten (Pietje Bell), Thea Eyssen (tante Cato), Cor van der Linden (Engeltje), No Bours (vader Bell), Lies Bours (moeder Bell), Michel Odekerken (meester Fuik), Hub Consten (commissaris van politie), Frits van Wenkop (Klok), Herman Lutgerink (Teun), Toon van Loon (een kruier)(kapper Wip), Jos van der Linden

Scenario: Henk van der Linden, naar het boek 'Pietje Bell's goocheltoeren' van Chr. van Abkoude. Pietje Bell, de befaamde Rotterdamse jongen, gaat op kippenjacht samen met zijn kornuiten Peentje en Engeltje, maar zij worden achtervolgd door een agent, die hen -ondanks de protesten van tante Cato- vooor de commissaris leidt. Pietje en zijn vriendjes weten zich eruit te praten. Pietje voert met zijn vrienden Peentje en Engeltje een circusvoorstelling op, die door brand wordt verstoord doordat een van Pietje's trucs verkeerd uitpakt. Pietje en zijn vrienden blussen met gevaar voor eigen leven het vuur, maar durven niet naar huis. Ze belanden in een oude schuit, waarin twee dieven gestolen goederen verstoppen. De jongens slagen erin om het tweetal te overmeesteren en aan de commissaris af te leveren. Moe en gelukkig gaan de vriendjes naar huis. Muziekkeuze: Henk van der Linden. Opgenomen in 1963. FID: "De bedoeling om kinderen genoegelijk amusement te verschaffen is praktisch het enige wat men , behoudens enkele achtervolgingsscènes, in deze film kan waarderen. De enscenering is gebrekkig en overwegend primitief-toneelmatig, de spelers leveren nauwelijks typen op; sommige zijn niet te verstaan, kortom de film is technisch en ambachtelijk ver beneden de kwaliteit die men vooral een jeugdfilm toewenst."
Ondanks al deze gebreken was deze zwart/wit film goed voor 284.020 bezoekers. De kinderen genoten, waar de critici met kromme tenen zaten.

DE NIEUWE PB FILM

November 2002: premiére nieuwe Pietje Bell film, geregisseerd door Maria Peters. Zij schreef ook het scenario. De belangrijkste rol van Pietje Bell wordt gespeeld door het zoontje van de producent, Quinten Schram. De overige rollen worden vertolkt door Felix Strategier (vader Bell), Angela Groothuizen (moeder Bell), Katja Herbers (Martha Bell), Marjan Luif (tante Cato), Arjan Ederveen (drogist Geelman), Stijn Westenend (Jozef Geelman), Frensch de Groot (Sproet), Rick Engelkes (Paul Velinga) en Willem Nijholt (krantenmagnaat). Verder o.a. Roef Ragas, Jack Wouterse, Rene van het Hof, Joop Doderer, Peter Oosthoek en Herman Vinck. Camera: Hein Groot. Kostuums: Bernadette Corstens, art direction: Bénedict Schillemans. Muziek: Henny Vrienten. Voor meer informatie
MVSP Shooting Star

DE MAKERS
Nieuwsgierig naar het schorum dat MokumTV durft te maken zonder dat ze daar een cent voor krijgen? Dat zijn René Zwaap en Mohamed el-Fers. En natuurlijk hopen we van harte dat U MokumTV zult steunen

HOME

All Rights Reserved - Stichting Mokum Plus Amsterdam
© MMII by Mohamed el-Fers, René Zwaap and MokumTV

 

Totaal bezoekers van deze site op