| - |
DE
VADER VAN PIETJE
BELL
EEN DOCUMENTAIRE OVER HET
AVONTUURLIJKE LEVEN VAN CHRIS VAN ABKOUDE (1880-1960)
Gemaakt door Jan Maliepaard
- René Zwaap
- Mohamed el-Fers
Op
maandag 18 november is bij MokumTV
de documentaire "De vader van Pietje Bell te zien".
Chris van Abkoude schreef bijna veertig kinderboeken, maar
had het meeste plezier aan het schrijven over Pietje Bell,
de vrolijke schoenmakerszoon uit de Breestraat. Deze week
gaat de nieuwe Pietje Bell-film in premiëre. Maar niemand
kende de schrijver, die erg veel leek op zijn creatie. Of
zoals Van Abkoude zelf eens opmerkte: 'Pietje kwam uit mijn
tenen'. Miljoenen kinderen groeiden op met de avonturen van
Pietje Bell, terwijl de mensen die de boeken moesten beoordelen
het eerst maar niks vonden. Ze waren bang dat het slechte
taalgebruik en de ondeugende streken van Pietje de lezertjes
op verkeerde gedachten zou brengen. Als je twintig jaar geleden
in de Bibliotheek van Rotterdam een Pietje Bell boek wilde
lenen, had je mooi pech gehad. De mensen van de bibliotheek
dachten dat deze boeken slecht waren voor kinderen en hadden
ze daarom niet eens in voorraad. Niet eerder werd er een documentaire
over de in 1960 overleden meest gelezen schrijven van Nederland
én België gemaakt. Maandag 18 november 2002: 19
uur MokumTV (Salto At1). Herhaling dinsdagochtend 11 uur (At1)
en donderdagnacht 24 uur (At2).
De
jonge lezers trokken zich niets aan van al de waarschuwingen
en verslonden de boeken over Pietje Bell. Vandaag de dag wordt
er gelukkig anders gedacht over wat goed of slecht is voor
een kind. Het is nu eenmaal leuker om te lezen over een stout
jongetje dan over een kind die nooit iets verkeerds of ondeugends
doet. Als Chris van Abkoude de hoofdrol had gegeven aan de
brave Jozef Geelman dan waren er vast en zeker geen anderhalf
miljoen boeken van verkocht!
Pietje Bell is dus beroemd. Zijn bedenker is echter een grote
onbekende gebleven. Omdat veel volwassenen zijn verhalen afkeurden,
kwam niemand op het idee om eens te onderzoeken wie die schrijver
van al die ondeugende boeken nu eigenlijk was. Bovendien besloot
Chris van Abkoude toen hij 35 was om naar Amerika te gaan
verhuizen. Veel van zijn beroemde boeken heeft hij daar geschreven.
Het beviel hem zo goed in Amerika dat hij nooit meer naar
zijn geboorteland terugkeerde. Omdat de Amerikanen erg veel
moeite hadden met het uitspreken van zijn naam (Hello, mister
ven Ebkout !) besloot hij zelfs om zijn naam te veranderen.
Je kan dus begrijpen dat het veel moeite heeft gekost om gegevens
te vinden over Chris van Abkoude. We hadden het geluk dat
zijn jongste zoon nog leeft en dat hij het leuk vond om ons
meer te vertelen over het leven van zijn vader. Met behulp
van deze informatie zijn wij verder op ontdekkingsreis gegaan.
Dit is het verhaal over Chris van Abkoude die eigenlijk Pietje
Bell heet.
Jonker Fransstraat
De vader van Chris van Abkoude had een drukke kapperszaak
in de Jonker Fransstraat te Rotterdam. Hij wist voor zijn
klanten altijd wel een grappig verhaal of een vrolijk liedje.
Zijn grappenmakerij en zangkunsten hadden hem onder de vaste
klantenkring de bijnaam 'Piet Plezier' bezorgd, net zoals
Pietje's vader, de vrolijke schoenmaker Bell, die door zijn
klanten 'Jan Plezier' wordt genoemd. Christiaan Frederick
van Abkoude werd op 6 november 1880 geboren. Terwijl in huize
Bell alom vrolijkheid heerste toen de kleine rakker ter wereld
kwam, was er bij het gezin Chris van Abkoude weinig reden
tot vrolijkheid. In die tijd gebeurde het helaas nog wel eens
dat er bij een bevalling iets fout ging. Ook de geboorte van
Chris liep niet goed af. Zijn moeder raakte zo verzwakt dat
zij twee weken later kwam te overlijden. Omdat vader Piet
het erg druk had met de kapperszaak, werd de verzorging van
de kleine Chris vooral overgelaten aan zijn 16-jarige zuster
Ida Margaretha, die zonder twijfel model heeft gestaan voor
Martha, de bemoeizuchtige zuster van Pietje Bell.
Als jongen leerde Chris van Abkoude al snel op eigen benen
te staan. Hij bracht, net als Pietje Bell, veel tijd op straat
door en vermaakte zich met allerhande kattenkwaad. Hij was
een driftig ventje die zich enorm op kon winden als er iets
gebeurde dat in zijn ogen onredelijk was. Zo had hij een keer
gezien hoe een politieagent op een hardhandige manier een
zwerver oppakte en naar het politiebureau bracht. Hij maakte
zich daar zo kwaad over dat hij de agent achtervolgde en een
steen door de ruit van het politieburo gooide. Pietje, (pardon;
Chrisje) werd in zijn kraag gevat en voor deze daad een nacht
in de cel gestopt. Deze ervaring heeft Chris van Abkoude gebruikt
in zijn boek Kruimeltje, die andere beroemde held die hij
aan de Nederlandse jeugd gaf.
In de tijd dat Chris van Abkoude op de lagere school zat werd
er op school nog met een kroontjespen geschreven. Op elk bureau
stond een inktpot waar je de pen dan in moest dopen. Op een
dag was Chris door de meester beschuldigd van iets dat hij
niet had gedaan. Meester riep hem naar voren met de bedoeling
hem te straffen. Chris voelde er niets voor om straf te krijgen
voor iets waar hij geen schuld aan had en weigerde naar de
meester te komen. De meester werd zo kwaad dat hij hem een
draai om zijn oren gaf. In zijn woede pakte Chris de inktpot
van zijn bureau en smeet die in het gezicht van de meester.
Reken maar dat hij heel wat keren de zin "Ik mag de meester
geen inktpot in zijn gezicht gooien" heeft moeten opschrijven
..
Dit smijtavontuur heeft Chris van Abkoude later gebruikt in
twee van zijn boeken. Ondanks dit opstandige gedrag was hij
een goede leerling. Hij was bovendien zeer creatief en muzikaal.
Omdat hij goed kon leren kon hij naar de kweekschool om onderwijzer
te worden. Tijdens deze periode werkte hij om geld te verdienen
voor zang- en pianoles.
Crooswijk
In de zomer van 1901 werd Chris van Abkoude aangesteld als
onderwijzer op een Openbare School in de volksbuurt Crooswijk
te Rotterdam, waar hij gedurende acht jaar zou blijven lesgeven.
Bij zijn leerlingen moet 'meester Chris' zeer populair zijn
geweest. Hij had gezien dat de kinderen de lessen maar saai
vonden en kwam op het idee om het onderwijs met behulp van
de poppenkast wat op te vrolijken. De kinderen vonden het
natuurlijk prachtig om les te krijgen van Jan Klaassen. Het
schoolhoofd was daar minder over te spreken en gaf de jonge
onderwijzer regelmatig een forse uitbrander over zijn vreemde
manier van lesgeven. Bij het bedenken van de immer op fatsoen
hamerende drogist Geelman zal Chris van Abkoude vast wel eens
terug hebben gedacht aan de gesprekken met zijn oude schoolhoofd
! De populariteit van zijn poppenkastuurtje op school en zijn
boeiende manier van vertellen zorgden ervoor dat hij steeds
vaker uitnodigingen kreeg om optredens buiten school te verzorgen.
Bovendien legde hij zich toe op de journalistiek. Hij hielp
een paar vrienden bij het oprichten van een krant en verzorgde
onder de naam "Oom Chris" verhalen voor kinderen
in een tijdschrift. Zo ver als Pietje Bell - die het zou schoppen
tot hoofdredacteur van de 'Morgenpost' - zou hij het niet
brengen, maar een onverdienstelijk verslaggever was hij zeker
niet. Hij is erg geschrokken als hij merkt dat duizenden straatarme
kinderen in Rotterdam lijden onder honger en ziekte en zelfs
sterven door de vervuilde omgeving. In een Rotterdamse krant
schrijft hij een aantal artikelen over de armoede van deze
kinderen. Ook helpt hij een aantal Rotterdamse burgers die
geld inzamelen om de kinderen in ieder geval te helpen aan
de eerste levensbehoeften. Nadat het Rotterdamse gemeentebestuur
een verzoek om geld voor de allerarmste jeugd afwijst, schrijft
Chris van Abkoude in 1903 een fel protest, getiteld "Droevig
Kinderleven in Rotterdam - een onderzoek naar den toestand
van behoeftige schoolkinderen.
'De verscheurende dieren in de Dierentuin worden beter verzorgt,
hebben betere huizen en beter voedsel dan deze kinderen. De
leeuw, in zijn stevige, net geschilderde en schone kooi wordt
bewonderd door de mensen. En de arme lompen-stumpertjes worden
door diezelfde mensen geminacht en ontweken''
schreef Chris van Abkoude verontwaardigd. Deze woedende aanklacht
had helaas weinig resultaat. De gemeente bleef weigeren om
geld te steken in eten en kleren voor de duizenden Kruimeltjes
van Rotterdam. Het zal niet hebben bijgedragen aan Chris van
Abkoude's respect voor de overheid.
In datzelfde jaar trouwt Chris van Abkoude met de Rotterdamse
Johanna van Wijk.
De drie zonen
Kort na elkaar worden drie jongens geboren. Veel belevenissen
van deze drie jongens kan je terugvinden in het boek"
de zonen van Pietje Bell". Zelfs voor de beschrijving
van het uiterlijk van deze jongens kan je er eenvoudig dit
boek op na slaan :
Pietje, lijkt sprekend op zijn vader, vol levenslust, altijd
erop uit de buurt te vermaken en op te vrolijken, steeds bereid
een ieder te helpen, al was het dan ook van de wal in de sloot
Dirk, iets minder donker, meer de trekken van zijn moeder
en precies haar karakter, goedlachs, lief en hartelijk; Pietje's
onafscheidelijke metgezel en handlanger bij diens avonturen
Bob, dol op lekker eten en maakte zich niet graag druk
En net als in de zonen van Pietje Bell heet Bob eigenlijk
Chris. Omdat het zo'n gezellige dikke Bobbert is, wordt hij
echter al snel Bob genoemd.
Het gemak waarmee hij met de pen overweg kon, bracht Chris
van Abkoude op het idee om boeken te gaan schrijven. Eerst
schreef hij twee verhalen voor volwassenen. De boeken waren
echter geen succes en verdwenen al snel uit de boekwinkels.
Chris van Abkoude probeert het eens met een kinderboek en
stuurt in 1906 een verhaal naar uitgeverij Kluitman in Alkmaar.
De twee gebroeders Kluitman die op dat moment aan het hoofd
stonden van de uitgeverij zien er wel wat in en besluiten
het boek uit te geven. Chris had inmiddels nog een verhaal
klaar en zo verschijnen begin 1907 zijn eerste twee kinderboeken:
Hollandsche Jongens en Bert en Bram. De boeken zijn nog lang
niet zo spannend en grappig als Pietje Bell, maar vooral in
Bert en Bram is er al iets van de ondeugende streken van Pietje
merkbaar.
Chris van Abkoude werd al snel een bekend schrijver van kinderboeken.
Hij wist zich heel goed in te leven in de verbeelding van
het kind. Dit kwam waarschijnlijk omdat hij zelf ook altijd
kind is gebleven. Hij zei hierover : "Ik heb nooit de
behoefte gevoeld om volwassen te worden. Ik kan niets met
volwassenen en heb altijd een hekel gehad aan hun fantasieloze
wereld."
In een tijd waarin kinderen vooral gehoorzaamheid moesten
zijn en niet teveel praatjes moesten hebben, was hij de eerste
schrijver die uitging van de kinderwereld zelf. In zijn boek
Het jongenskamp uit 1910 gebruikt hij ideeën van de Duitser
Walter Heichen, die in die tijd bezig was met het plan om
kinderen uit de grote steden op speciale terreinen zomervakanties
te laten doorbrengen, zonder de aanwezigheid van ouders, onderwijzers
of leiders.
Pietje Bell
Maar het grote succes kwam pas in 1914 toen zijn eerste boek
over de Rotterdamse straatjongen Pietje Bell werd uitgegeven.
"De enige verklaring die ik heb voor het succes van Pietje
Bell is dat door de oorlog velen de behoefte hadden om zich
af te zetten'', zo verklaarde Chris van Abkoude het succes
van zijn boek. Het schrijven van Pietje Bell gaf hem veel
voldoening: "Ik wilde wat zonneschijn brengen en wat
bloemen strooien in het door lessen, thema's en examens vaak
zo saaie moderne kinderleven" Naast het schrijven van
kinderboeken heeft hij nog een andere liefhebberij: Het organiseren
van kinderfeesten. Op de zaterdagmiddag geeft hij voordrachten
met lichtbeelden, verteld spannende verhalen, geeft poppenkastvoorstellingen
en zingt kinderliedjes aan de piano:
Jongens, ik zing hier mijn liedjes voor jullie,
Luistert eens even en staakt eens je spel!
't Zijn maar gewone, eenvoudige deuntjes,
Simpele versjes, dat hoor je toch wel ?
'k Zing maar van alles; van moeders en jongens,
Honden en katten en meesters erbij,
'k zing van Sint Niklaas en rijst met rozijnen,
Bloemen en vlinders en bosschen en hei!
De journalist L. Pekop de Haas van het Rotterdamsche Nieuwsblad
deed een aantal keren verslag van deze kinderfeesten en raakt
met Chris van Abkoude bevriend. Hij heeft zoveel lol in de
voorstellingen dat hij bij de uitvoering en organisatie gaat
helpen.
Twee bekende Amsterdamse journalisten waren in 1907 als arme
Italiaanse straatzangers door het land getrokken en hadden
hierover in de krant geschreven. Hierdoor komt Chris van Abkoude
op het idee om er in de zomervakantie van 1909 met de poppenkast
op uit te trekken. Niet als keurige heertjes maar verkleed
als arme schooiers. Een collega onderwijzer heeft ook wel
trek in dit avontuur. Met z'n drieën knappen ze een oude
poppenkast op en oefenen bij Chris van Abkoude thuis. De drie
jongens vormen een dankbaar publiek. Als pa Chris in de buurt
is valt er immers altijd wel wat te beleven: Vriendjes zijn
vaak jaloers als ze op school de verhalen horen over warme
maatijden die worden omgetoverd in een raar gezicht. (,,Chris,
die wortel is geen neus! " sprak moeder Johanna boos
) en over familieavonden met gebak, liedjes aan de piano
en komische verhalen. ,,'t is een reuzetiep !" zou vader
Bell zeggen.
De avonturen van Chris van Abkoude en zijn vrienden als straatartiest
verschijnen in september 1909 in het Rotterdamsche Nieuwsblad
en worden een jaar later onder de naam "Met de poppenkast
op Reis, Avontuurlijke lotgevallen van drie journalisten"
in boekvorm uitgegeven. Chris van Abkoude heeft met dit avontuur
de smaak te pakken gekregen van het vrije bestaan en besluit
daarom een jaar later het onderwijs voorgoed vaarwel te zeggen.
Vanaf dat moment verdient hij zijn brood als schrijver, journalist
en artiest.
Kinderen zijn dol op zijn boeken en kunnen het volgende boek
bijna niet afwachten. Ook de grappige kinderliedjes die hij
op de familieavonden aan de piano verzint worden in boekvorm
uitgegeven. Doordat hij niet meer voor de klas hoeft te staan
heeft hij veel tijd om te schrijven :van de bijna 40 boeken
die hij over een periode van 33 jaar aflevert, worden er maar
liefst 11 uitgebracht in de eerste drie jaar na zijn afscheid
van het klaslokaal.
Optreden voor Juliana
In 1913 verhuisd het gezin naar Baarn. De optredens voor kinderen
zijn zo'n succes dat er zelfs van het nabijgelegen paleis
Soestdijk een uitnodiging komt om een poppenkastvoorstelling
te verzorgen voor de kleine prinses Juliana. Begin 1914 verschijnt
de eerste Pietje Bell - oorspronkelijk onder de titel Pietje
Bell of de lotgevallen van een ondeugenden jongen. De kranten
schrijven er schande van. Het blad van de school met de bijbel
is van mening dat het boek kinderen veel kwaad doet en een
andere krant schrijft dat Pietje Bell geen jongetje is waar
je kind mee moet thuis komen. Maar bij het grote publiek is
het boek al direct een succes, niet alleen in Nederland, maar
ook in België en zelfs in Zuid-Afrika.
Dan breekt in augustus 1914 de Eerste Wereldoorlog uit. Ook
Chris van Abkoude moet in militaire dienst en wordt benoemd
tot korporaal bij landmacht. Hij heeft een grondige hekel
aan het leger en verzint dan ook van alles om er zo snel mogelijk
onderuit te komen. Ondertussen ziet hij de ellende onder de
vele Belgische vluchtelingen die dat jaar naar Nederland zijn
uitgeweken. Op zijn manier probeert hij de aandacht te vestigen
op het oorlogsgeweld en brengt twee gedichten uit waarin hij
vanuit het oogpunt van het kind de vreselijke gevolgen van
de oorlog aanklaagt:
Bede
Onze vader, die in de Hemelen zijt!
Wij zijn ons goed, lief papaken kwijt!
Moederke zegt : hij heeft ons verlaten
Om te vechten tegen vreemde soldaten.
Die stoute mannen zijn hier gekomen,
En hebben ons allen afgenomen,
Nu hebben wij niet meer, zelfs geen eten,
,,Lief Heertje, Gij zult ons toch heusch niet vergeten?"
Bij Nieuwpoort
In Vlaand'ren staat een huisken aan den duinen rand,
Daar sluim'ren in een kamerken twee kinderkens zoet,
Papaken is ten oorlog en heeft hen verlaten
Om te vechten tegen vreemde soldaten
Dof dond'ren kanonnen en dreunen de ramen,
De kinderkens kruipen zoo angstig tezamen
,Zij luisteren bevend naar 't dondrend gebrom
En smeeken ,, Heer, geef ons papaken weerom ! "
In
1916, ontslagen uit dienst, brengt Chris van Abkoude een grote
droom in vervulling: hij vertrekt naar Amerika. In zijn boek
Tim en Tom uit 1910 had hij al uitgebreid verteld over de
Holland-Amerika lijn, de passagiersdienst per stoomboot van
Rotterdam naar New York. Ook de titel van een in 1913 verschenen
boek - "Jan Boenders of Hoe een Hollandsche Jongen in
Amerika rijk werd" - had al iets prijsgegeven van zijn
eigen Amerikaanse Droom. Hij vond het in Nederland veel te
benauwd, en was bovendien zeer bezorgd over het lot dat zijn
vaderland te wachten stond nu bijna heel Europa in oorlog
was. Bovendien was hij ook best teleurgesteld over alle commentaar
die men op Pietje Bell had. In Amerika wil hij een nieuw leven
opbouwen, net zoals Pietje Bell dat in een van zijn avonturen
zou doen. Op de ochtend van de 7 juni 1916 neemt hij in de
Rotterdamse haven afscheid van zijn vrouw en drie zoons, die
voorlopig in Nederland achterblijven. De reis is niet zonder
gevaar. Duitse onderzeeboten hadden al een schip van de Holland
Amerika Lijn getorpedeerd. Chris van Abkoude wilde blijkbaar
ten koste van alles naar Amerika. Hij zou Nederland noot meer
terugzien.
Op 22 juni 1916 zet Chris van Abkoude voet op Amerikaanse
bodem. Hij huurt een kamer in het Broadway Central Hotel in
New York en gaat aan de slag als children's entertainer en
als pianist in de bioscoop. Al snel weet hij optredens te
regelen voor zijn "Holland Dutch Show". Het programma
bestaat uit poppenkastspel, goocheltoeren en verhalen over
zijn vaderland. In New York maakt hij zich de kunst van het
buikspreken eigen en koopt hij een buikspreekpop, die hij
Tony noemt en wiens Pietje Bell-achtige streken het ook bij
de Amerikaanse jeugd bijzonder goed doen. Omdat de Amerikanen
moeite hebben met het uitspreken van zijn naam, verandert
hij die in Charles Winters. De show is een succes en hij verzorgt
een groot aantal optredens voor het Amerikaanse publiek. Zelfs
beroemde amerikaanse filmsterren nodigen hem uit om zijn kunsten
te komen vertonen.De optredens nemen zoveel tijd in beslag
dat hij de eerste drie jaar van zijn verblijf in Amerika geen
tijd heeft om boeken te schrijven.
In het stadje Hoboken, New Jersey vindt Chris van Abkoude
geschikte woonruimte voor zijn gezin, dat in juli 1917 naar
Amerika overkomt. Korte tijd later wordt het gezin uitgebreid
met twee kinderen.
Op aandringen van uitgever Hendrik Kluitman besluit Chris
om een nieuw boek over Pietje Bell te schrijven. In dit boek
is Pietje inmiddels zestien en krijgt een baan als de jongste
verslaggever van de Morgenpost. Het boek verschijnt eind 1919
onder de titel De vlegeljaren van Pietje Bell in een enorme
oplage in de boekhandel.
Het gezin van Abkoude geniet met volle teugen van het bestaan
in de drukke wereldstad. Begin 1922 denkt Chris van Abkoude
de verhalen over Pietje Bell af te kunnen sluiten met een
boek waarin zijn drie oudste zonen de hoofdrol spelen: De
Zonen van Pietje Bell. Korte tijd later ontvangt uitgeverij
Kluitman een pakje uit Amerika met het verhaal over een door
zijn moeder achtergelaten jongetje. Het verhaal van Kruimeltje
omschrijft een aantal zorgvuldig geheim gehouden belevenissen
uit het leven van de schrijver. Het boek is al snel net zo
succesvol als Pietje Bell. Blijkbaar is Chris van Abkoude
op zijn best wanneer hij over zijn eigen ervaringen verteld.
Miljonairs
In New York leert Chris van Abkoude - nu: Charles Winters
- de miljonair August Heckscher kennen. Deze zoon van een
Duitse minister was in Amerika heel erg rijk geworden en mocht
grootheden als president Theodore Roosevelt en collega-miljonair
Vanderbilt tot zijn vriendenkring rekenen. Op latere leeftijd
besteedde hij een groot deel van zijn vermogen aan liefdadigheid.
In 1920 richtte hij voor de armste kinderen van New York "The
Heckscher Foundation for Children" op, die een eigen
gebouw kreeg aan de 104th Street. Bij deze organisatie komt
Chris van Abkoude in 1921 te werken. Hij moet in zijn baan
als Children's Director activiteiten bedenken waarmee de kinderen
van de straat gehouden worden. De baan is hem op het lijf
geschreven. Op donderdagmiddagen organiseert hij een kindervariété,
een showprogramma compleet met danseressen en zelfs een compleet
orkest. Op zaterdagochtenden wordt er een poppenkastvoorstelling
gegeven of onder pianobegeleiding van Chris van Abkoude een
stomme film getoond. De jongste zoon Fred, die graag knutselt,
brengt hem voorts op het idee een modelbouw club op te richten.Vanaf
dat moment wordt er op de zaterdag onder de bezielende leiding
van "Uncle Charlie" door de New Yorkse jeugd druk
gesleuteld aan kleine modellen van vliegtuigen.
De vijfjarige Fred lijkt in veel opzichten op zijn vader en
zorgt voor veel pret. Door zijn belevenissen krijgt Chris
van Abkoude nieuwe ideeën en besluit om toch nog een
boek over Pietje Bell te schrijven. In 1924 verschijnt het
vierde Pietje Bell boek : de Goocheltoeren van Pietje Bell.
Net als in het twee jaar later geschreven boek "de Circusclown
of de lotgevallen van Daantje " neemt het circus in dit
boek een belangrijke plaats in. Vader Chris is dan ook regelmatig
met zijn twee jongste kinderen in het circus te vinden, en
beleeft daar minstens zo veel plezier aan als zijn kinderen.
De zaken gaan zo goed dat het gezin kan verhuizen naar een
duur appartement in het centrum van New York.
In 1926 koopt de Heckscher Foundation een gedeelte van het
Central Park, waar een grote speeltuin - de "Heckscher
Playground" - wordt aangelegd, dicht bij de dierentuin.
Op dit terrein organiseert Chris van Abkoude een aantal voorstellingen
waaraan duizenden kinderen meedoen.
Aan het gelukkige bestaan in het hart van de nieuwe wereld
komt echter een einde als er begin jaren dertig in Amerika
grote werkloosheid ontstaat en een kwart van de bevolking
zijn baan kwijtraakt. Ook Chris van Abkoude krijgt te horen
dat er geen werk meer voor hem is en verliest zijn baan bij
de Heckscher Foundation. In 1929 schrijft hij het vijfde deel
uit de reeks, Pietje Bell in Amerika. Maar terwijl Pietje
fortuin maakt in de nieuwe wereld, kost het Chris van Abkoude
steeds meer moeite de eindjes aan elkaar te knopen. De hoge
huur van het appartement in New York is niet meer op te brengen
en het gezin moet dus verhuizen. Een directeur van de Heckscher
Foundation heeft medelijden en biedt een kleine zomerhuisje
op het platteland aan. Chris van Abkoude maakt hier dankbaar
gebruik van en verhuisd naar Danbury, een klein dorp in de
provincie Conneticut. Opnieuw probeert hij met zijn Holland
Dutch Show de kost te verdienen, maar door de crisis is dat
bepaald geen gemakkelijke klus. Alle tijd dus voor een nieuw
boek. Een probleem is de beschikbare ruimte: het huisje is
zo klein dat er geen ruimte is om te schrijven. Het probleem
wordt opgelost door in de tuin een tent te bouwen met een
houten vloer. Zo kan er in ieder geval in de zomermaanden
geschreven worden. 's Winters is het er te koud. Het bedenken
van nieuwe verhalen valt hem echter steeds zwaarder. Hij is
al lange tijd weg uit Nederland en heeft steeds meer moeite
om zich het Nederlandse leven te herinneren. Bovendien wordt
er nadat zijn drie oudste zonen het ouderlijk huis hebben
verlaten in het gezin nauwelijks meer Nederlands gesproken.
De twee jongste kinderen - Fred en Mary - zijn echte Amerikanen
en kunnen bijna geen Nederlands.
In het land van Uncle Sam
Daarom laat hij zijn boek "In het land van Uncle Sam"
- uit 1930 - grotendeels op Amerikaanse bodem afspelen. Het
betreft hier een sciencefiction verhaal over de Nederlandse
scheepsjongen Tom Tikker, die in Amerika na een avontuur met
schietgrage dranksmokkelaars in contact komt met een professor
die hem een ruimtereis laat maken naar de nabijgelegen planeet
Cratanus. Het boek staat bol van de fantastische verzinsels,
en de Nederlandse kinderen zien er tot grote teleurstelling
van de auteur niets in. Uitgever Kluitman schrijf hem in een
vriendelijk briefje dat men niet echt op dergelijke nieuwe
creaties zit te wachten. Nieuwe avonturen van Pietje Bell
, het liefst in de jonge variant, zijn echter altijd meer
dan welkom.
In 1932 stuurt Chris van Abkoude opnieuw een avontuur van
Pietje Bell naar Nederland, en het boek- Nieuwe avonturen
van Pietje Bell - is opnieuw een groot succes. In het tentje
in de tuin gaat het schrijven hem blijkbaar gemakkelijk af:
nog geen jaar later heeft hij alweer een Pietje Bell klaar.
Het boek "Pietje Bell is weer aan den gang" is een
van de spannendste en grappigste delen uit de serie. De beschrijving
van de strijd tussen Pietje met zijn bende van de zwarte hand
en een reclameman om voor een Amerikaanse zakenman het rijwielmerk
TOP of TIP aan de man te brengen is van een zeldzame klasse.
Dankzij de opbrengst van de boeken is er geld om te verhuizen
naar een wat ruimere woning. In de nabije omgeving wordt de
helft van een boerderij gehuurd. Op het erf lopen kippen,
een geit en een varken die door Chris "Al Capone "
wordt genoemt,wat de naam is van een heel beroemde schurk
die in die tijd Amerika onveilig maakte.
Het gezinnetje beleefd een paar gelukkige jaren. Johanna heeft
door de natte winters in Conneticut veel last van reumatiek.
Na de koude en vochtige winter van 1933 besluit Chris van
Abkoude daarom te verhuizen naar een warmer gedeelte van Amerika.
De reis gaat eerst naar zijn zoon Dirk die in Portland woont
in de staat Oregon. De afstand tussen Danbury en Portland
bedraagt ruim 4.500 kilometer en veel geld om te verkassen
is er niet. Met uitzondering van wat kleding, de poppenkast
en zijn Underwood-typemachine worden de resterende bezittingen
van de familie verkocht. De opbrengst is net voldoende om
een twee jaar oude Ford Plymouth aan te schaffen. Geld om
pension te betalen en eten of brandstof te kopen is er niet.
Dat moet onderweg worden verdiend met de poppenkast. In de
zomervakantie van1909 had Chris van Abkoude samen met twee
vrienden bij wijze van grap en zonder een cent op zak met
de poppenkast een reis gemaakt door het zuiden van Nederland.
Precies vijfentwintig jaar later herhaald de geschiedenis
zich. Maar dit keer is het geen grap.
Woonwagen
In het voorjaar van 1934 wordt met gezamenlijke krachten een
woonwagen gebouwd. De woonwagen biedt net genoeg ruimte voor
het echtpaar om in te slapen. De kinderen overnachten in een
tent. Vrouw en kinderen helpen mee met het timmeren van de
wanden. De tent die de afgelopen periode als werkruimte heeft
gediend wordt gebruikt voor het dak. Er komt een deur in en
twee ramen.
Nadat de woonwagen is voltooid neemt Chris van Abkoude de
verfkwast ter hand en schildert rode bakstenen op de houten
wanden. De onderrand wordt rondom wit gekalkt en voorzien
van een puur Hollands plaatje; boeren en boerinnen op klompen
en natuurlijk molens. Het is een bont en vrolijk geheel waarmee
het gezin in juni 1934 op reis gaat. Tijdens de tien weken
die de reis duurt verzorgt Chris van Abkoude talloze optredens
op campings, voor verenigingen en tweemaal in een plaatselijk
restaurant, waar hij samen met zijn buikspreekpop Tony achter
de piano plaatsneemt en een grandioze show opvoert. Besloten
wordt om tijdens de reis geen grote steden te bezoeken, omdat
daar voor straatmuzikanten en zigeuners nogal strenge regels
gelden. Het gezin leeft van dag tot dag. Fred en Mary krijgen
instructies om hun vader te assisteren, waarbij de één
de poppen aangeeft terwijl de ander met de hoed rond gaat.
De opbrengst is net genoeg voor eten en benzine. De kinderen
zien het als een spannend avontuur en helpen enthousiast mee.
Op een keer gaf zoon Fred die per ongeluk de aap aan, terwijl
zijn vader dacht de agent te krijgen. Je zult begrijpen dat
de kinderen het maar een vreemde agent vonden er hier erg
om moesten lachen !
In september 1934 wordt Portland bereikt. Iedereen is opgelucht
dat er geen ongelukken zijn gebeurt omdat de wagen bijna door
zijn wielen zakt. De hereniging met zoon Dirk is hartverwarmend.
Het gezin blijft een jaar in Portland en van Abkoude besteedt
zijn tijd aan het bouwen van een nieuwe woonwagen en aan het
schrijven van twee boeken, waaronder het allerlaatste Pietje
Bell boek: Pietje Bell gaat vliegen.
Het andere boek, genaamd "Het verlaten Huis, wordt door
Kluitman niet goed genoeg gevonden. Chris van Abkoude begrijpt
dat hij inmiddels te lang in Amerika woont om nog Nederlandse
kinderboeken te schrijven en besluit hiermee te stoppen. In
1936 verschijnt onder de titel Brown Sails and Silver Guilders
nog een Amerikaanse vertaling van zijn in 1915 uitgegeven
boek Jaap Snoek van Volendam. De vertaling is helaas geen
succes en nieuwe komen er niet meer.
In 1935 reist Chris van Abkoude samen met zijn vrouw en dochter
Mary door naar Californië. De jongste zoon Fred blijft
achter om te gaan studeren aan een school voor vliegtuigbouw.
Van Abkoude belandt net als Pietje Bell in de filmstad Hollywood,
maar anders dan Pietje Bell weet hij geen scenario's aan de
grote filmbazen te verkopen. Wanneer uitgeverij Kluitman in
1939 het 75-jarige jubileum viert, stuurt Chris van Abkoude
een grappige felicitatiebrief welke door Pietje Bell is geschreven:
meester Ster hept gesegt dat ik een opstel moed maake over
de
uitgeefers in alkmaar die hiete kluitman nou en of daar sal
je
wat van beleefe an nou hept ik me zus der inkpotje oope gemaak
gommes met van die mooie paarsse ink derin en der benne een
paar
vlekke op der witte taafelkleet gevalle en ik hept ze een
beetje
uit ge vreefe maar ze benne per ongeluk veel grooter geworre
an
nou gaan ik as een lief jongetje sgrijve van de uitgeefers
die
nou 75 jaar hebbe bestaan in de gloria lang zalle ze leeve
Eens temeer blijkt hoezeer hij nog steeds aan Pietje Bell
is gehecht. Gedurende de daaropvolgende acht jaar trekt Chris
van Abkoude door het zonnige Californië en verzorgt optredens
op honderden Amerikaanse scholen.
Het rondreizend bestaan is erg vermoeiend en omdat hij een
dagje ouder wordt besluit hij een woning te zoeken. Tijdens
de tweede wereldoorlog, in 1943, beland het echtpaar in Alameda.
Alameda is een stadje dichtbij San Francisco, waar een grote
basis is gevestigd van de Amerikaanse marine. Ook daar verzorgt
hij met veel succes voorstellingen, veelal voor de kinderen
van de militairen en de havenarbeiders die in groten getale
in het stadje aan de baai van San Francisco zijn neergestreken.
Met het eind van de oorlog in 1945 neemt het aantal bewoners
en daarmee het werk voor Chris van Abkoude af. De broekriem
moet wederom worden aangesnoerd. Hij ontvangt inmiddels een
ouderdomsuitkering, hetgeen amper voldoende is om in zijn
levensonderhoud te voorzien. Om wat bij te verdienen neemt
hij een baantje aan bij de Curtis Company, een bedrijf dat
zich bezig houd met het verspreiden van tijdschriften. Hij
krijgt als taak om in Alameda de verspreiding te verzorgen.
De garage wordt gebruikt voor opslag en Chris van Abkoude
regelt de verspreiding door de jeugd van Alameda. Tot zijn
grote verontwaardiging wordt hij enkele jaren later ontslagen.
Tot voor kort dacht men in Nederland dat hij op latere leeftijd
als directeur van dit bedrijf met pensioen ging, terwijl hij
in werkelijkheid alleen maar wat bijverdiende om zijn hoofd
boven water te kunnen houden!
Schilderen
Chris van Abkoude heeft nu wat meer vrije tijd en stort zich
om het schilderen. Hij beschilderd werkelijk alles wat los
en vast zit : Op de trap voor het huis mooie rode harten,
op de garage en deuren fraaie vergezichten en zelfs de brievenbus
wordt omgetovert tot een klein kunstwerkje.
Het met bonte Hollandse taferelen beschilderde houten huisje
aan 456 Lincoln Avenue is een geliefde plaats voor de jeugd
van Alameda. 'Uncle Charlie' is de beschermheer van vele kinderen
en heeft voor ieder kind wel een mooi verhaal of een luisterend
oor.
In 1950 komt zijn vrouw Johanna te overlijden. Inmiddels heeft
Chris van Abkoude contact met het Altarena Little Theatre,
voor welk gezelschap hij een kindertheater opricht. In augustus
1951 kunnen kinderen in de leeftijd 5-16 jaar zich opgeven
voor een rol in één van de door Chris van Abkoude
geregisseerde toneelstukken, waaronder een aangepaste versie
van het bekende "Tea for Two".Voorts schrijft Chris
van Abkoude een kort toneelstuk genaamd "The Miracle",
een dramatisch sprookje over een meisje dat invalide is geraakt
nadat zij met haar fiets is aangereden door een vrachtwagen.
Ze hervindt haar krachten en overwint uiteindelijk haar verwondingen.
Een toverfee, Tapdansende feeën, een heks en trollen
maken het sprookje compleet. In oktober 1951 wordt het stuk
met succes opgevoerd en maakt Chris van Abkoude al weer voorbereidingen
voor nieuwe stukken. Begin 1952 wordt hij echter getroffen
door een beroerte en moet hij stoppen met het toneel en met
het schilderen. Ook pianospelen lukt niet meer. Korte tijd
later nemen zijn kinderen zijn rijbewijs af omdat hij door
zijn ziekte een gevaar op de weg is geworden. De avonturier
die jarenlang in zijn woonwagen door het land trok, is nu
aan huis gekluisterd en begint te vereenzamen. Begin 1955
besluit zijn zoon Dirk Winters hem naar Portland te halen.
Omdat hij inmiddels een bekende bewoner is van het stadje,
neemt de krant afscheid van 'Uncle Charlie' met een laatste
interview. 'Misschien koop ik weer een woonwagen en begin
ik weer helemaal overnieuw', verteld hij de verslaggever van
de Oakland Tribune bij die gelegenheid. 'De mensen kunnen
tegenwoordig wel wat humor gebruiken'. Helaas zou het daar
niet meer van komen.
Op 2 januari 1960 overlijdt Chris van Abkoude op 79-jarige
leeftijd in een verzorgingstehuis in Portland.
Het zou nog heel wat jaren duren voordat Chris van Abkoude
eindelijk de waardering kreeg die hij verdiende. Vijf jaar
na zijn dood zorgde Pietje Bell nog voor veel ophef toen de
leiding van de openbare leeszaal van Amstelveen kenbaar maakte
dat de Pietje Bell boeken van de planken werd geweerd.
In het Amstelveense Ouderkerksch Weekblad van 25 maart 1965
maak de kinderboekenschrijver K. Norel, auteur van diverse
gewelddadige kinderboeken, geen geheim van zijn grote afkeer
tegen het werk van Chris van Abkoude: 'Ik heb me er nooit
toe aangetrokken gevoeld. Vergelijk zo'n jongen als Pietje
Bell nu eens met Dik Trom. Dat is een gewone Hollandse jongen
met het hart op de rechte plaats. Maar Pietje haalt gemene
streken uit.'
In de jaren zeventig waren zijn boeken opeens 'verouderd',
zo staat te lezen in een verslag van de leescommissie van
de Openbare Bibliotheek te Utrecht.
De leden van de commissie vonden het de hoogste tijd om Pietje
Bell - 'immer dan ooit waardeloos' - van de planken af te
voeren, samen met Dik Trom van Johan Kieviet. 'Is Dik Trom
ouderwets in taal en stijl, Pietje Bell geeft bijzonder slecht
Nederlands, bijv. allerlei gezegden helemaal verkeerd gebruikend.
Onze conclusie is, geloof ik, wel dat geen van beide series
veel waarde voor deze tijd hebben.'
Nu, aan het begin van de eenentwintigste eeuw, wordt het
werk van Chris van Abkoude opnieuw ontdekt. De Kruimeltje-verfilming
van Maria Peters uit 1999 trok meer dan een miljoen mensen
naar de bioscoop. Datzelfde jaar bereikte het boek over dit
Rotterdamse zwervertje de zeventigste druk. Ook de Pietje
Bell-film van Maria Peters zal door vele jonge mensen van
nu en van toen worden bezocht. Ondanks alle Geelman-achtige
protesten blijken Chris van Abkoude's kwajongens met een hart
van goud bijna honderd jaar nadat ze zijn bedacht nog velen
tot de verbeelding te spreken. Pietje Bell en Kruimeltje zijn
beroemd. Chris van Abkoude verdient voor zijn prachtige verhalen
een standbeeld.
Voor meer informatie over leven en werk van Chris van Abkoude:
van de auteurs verschijnt dit najaar bij uitgeverij Mets &
Schilt te Amsterdam de biografie De vader van Pietje Bell.
 |
PIETJE BELL LINKS |
|
|
| EERDERE VERFILMING PIETJE BELL |
|
Op 26 maart 1964 had de première van de 85
minuten durende jeugdfilm DE AVONTUREN VAN PIETJE BELL
ook: PIETJE BELL, DE STRAATJONGEN VAN ROTTERDAM plaats
met: Jeu Consten (Pietje Bell), Thea Eyssen (tante Cato),
Cor van der Linden (Engeltje), No Bours (vader Bell),
Lies Bours (moeder Bell), Michel Odekerken (meester
Fuik), Hub Consten (commissaris van politie), Frits
van Wenkop (Klok), Herman Lutgerink (Teun), Toon van
Loon (een kruier)(kapper Wip), Jos van der Linden
Scenario: Henk van der Linden, naar het boek 'Pietje
Bell's goocheltoeren' van Chr. van Abkoude. Pietje Bell,
de befaamde Rotterdamse jongen, gaat op kippenjacht
samen met zijn kornuiten Peentje en Engeltje, maar zij
worden achtervolgd door een agent, die hen -ondanks
de protesten van tante Cato- vooor de commissaris leidt.
Pietje en zijn vriendjes weten zich eruit te praten.
Pietje voert met zijn vrienden Peentje en Engeltje een
circusvoorstelling op, die door brand wordt verstoord
doordat een van Pietje's trucs verkeerd uitpakt. Pietje
en zijn vrienden blussen met gevaar voor eigen leven
het vuur, maar durven niet naar huis. Ze belanden in
een oude schuit, waarin twee dieven gestolen goederen
verstoppen. De jongens slagen erin om het tweetal te
overmeesteren en aan de commissaris af te leveren. Moe
en gelukkig gaan de vriendjes naar huis. Muziekkeuze:
Henk van der Linden. Opgenomen in 1963. FID: "De
bedoeling om kinderen genoegelijk amusement te verschaffen
is praktisch het enige wat men , behoudens enkele achtervolgingsscènes,
in deze film kan waarderen. De enscenering is gebrekkig
en overwegend primitief-toneelmatig, de spelers leveren
nauwelijks typen op; sommige zijn niet te verstaan,
kortom de film is technisch en ambachtelijk ver beneden
de kwaliteit die men vooral een jeugdfilm toewenst."
Ondanks al deze gebreken was deze zwart/wit film goed
voor 284.020 bezoekers. De kinderen genoten, waar de
critici met kromme tenen zaten.
DE NIEUWE PB FILM
November 2002: premiére nieuwe Pietje Bell film,
geregisseerd door Maria Peters. Zij schreef ook het
scenario. De belangrijkste rol van Pietje Bell wordt
gespeeld door het zoontje van de producent, Quinten
Schram. De overige rollen worden vertolkt door Felix
Strategier (vader Bell), Angela Groothuizen (moeder
Bell), Katja Herbers (Martha Bell), Marjan Luif (tante
Cato), Arjan Ederveen (drogist Geelman), Stijn Westenend
(Jozef Geelman), Frensch de Groot (Sproet), Rick Engelkes
(Paul Velinga) en Willem Nijholt (krantenmagnaat). Verder
o.a. Roef Ragas, Jack Wouterse, Rene van het Hof, Joop
Doderer, Peter Oosthoek en Herman Vinck. Camera: Hein
Groot. Kostuums: Bernadette Corstens, art direction:
Bénedict Schillemans. Muziek: Henny Vrienten.
Voor meer informatie
MVSP Shooting
Star
|
DE MAKERS
Nieuwsgierig naar het schorum dat MokumTV
durft te maken zonder dat ze daar een cent voor krijgen? Dat
zijn René
Zwaap en Mohamed
el-Fers. En natuurlijk hopen we van harte dat U MokumTV
zult steunen
|