|
Het is
MokumTV
documentaire bij zijn 80ste verjaardag
GERARD REVE's HENGSTENSTENGEL
Reve
is ziek, lijdt aan Altzheimer en is sinds kort weer thuis
in Machelen in België. Toch is zijn verjaardag reden
voor een groots feest. MokumTV komt
op zaterdag 20 december 2003 met de documentaire GERARD REVE's
HENGSTENSTENGEL. Vanafde plek waar Gerard op 14 december 1923
werd geboren. Van Hallstraat 25, hoek Joan Melchior Kemperstraat
in de roemruchte Amsterdamse Staatsliedenbuurt ONTHULLINGEN
OVER hoe Gerard vroeger met zijn 'hengstenstengel' zwaaide
als Mannelijke Meester. Met de unieke beelden van de onthulling
van een Reve-kist aan de muur van zijn geboortehuis door stadsdeelkunst
& cultuurwethouder Dick Jansen. Plus beelden van een hillarisch
telefoongesprek dat Theodor Holman had met Gerard Reve en
Joop Schafthuizen van het stadsdeel een "Geboortekastje".
Voor de deur van Reve's geboortehuis liggen
het eindpunt van tramlijn 10 en een bushalte van lijn 18.
Nummer 25 is een gewoon bakstenen negentiende-eeuws huis,
driehoog en smal, met beneden op de beletage en de hoek een
winkel. Vader was de op 11 april 1892 in Enschede geboren
Gerardus Johannes Marinus van het Reve. Die trouwde op 22
juli 1916 met Net (Jannetta Jacoba) Doornbusch, die zojuist
was teruggekeerd van een verblijf in Australië, waar
ze in de huishouding had gewerkt. Het echtpaar vestigd zich
in de Van Hallstraat op nummer 25, hoek Joan Melchior Kemperstraat.
Na vier doodgeboren kinderen werd in 1921 de eerste zoon en
latere slavist Karel van het Reve (1921-1999). geboren. Kort
daarop, in 1922 bezocht de zeer communistische pa Van het
Reve het Derde Comintern-congres in Moskou. Hij maakte er
de revolutie-herdenking mee en zag zowel Lenin als Trotski.
In De Tribune deed hij verslag van zijn reis.
1924
Ruim een jaar na Gerards geboorte verhuist het gezin naar
de Ploegstraat in Betondorp (Amsterdam-Watergraafsmeer).
1938 De familie Reve verhuist naar de Jozef
Israelskade 116-I, het huis dat als Schilderskade 66 het decor
vormt van De avonden (1947).
1940 Gerard K. van het Reve debuteert met de
in eigen beheer uitgegeven dichtbundel Terugkeer.
1940-1943 Reve heeft het Vossius-gymnasium verruild
voor de Grafische School. In deze tijd doet hij een eerste
zelfmoordpoging.
1945 Reve belandt bij de psychiater C.J. Schuurman,
die hem tot schrijven aanzet.
1945-47 Reve werkt als verslaggever bij het
dagblad Het Parool.
1947 De avonden verschijnt. Gerard Kornelis
van het Reve publiceerde De Avonden onder de naam Simon van
het Reve omdat hij een bewonderaar was van Simon Vestdijk.
Later veranderde hij zijn naam in Gerard Reve, passend bij
zijn theorie over namen van tweemaal 2 lettergrepen. Reve
ontvangt er de Reina Prinsen Geerligsprijs voor. Godfried
Bomans spreekt van `mensonterend proza'.
1948 Reve trouwt met de dichteres Hanny Michaelis.
1949 Werther Nieland verschijnt.
1950 De ondergang van de Familie Boslowits verschijnt
(in 1946 gepubliceerd in het tijdschrift Criterium). De auteur
noemt zich nu G.K. van het Reve.
1951 Reve besluit uitsluitend nog in het Engels
te schrijven. Een aan Reve toegekende reisbeurs door de toenmalige
staatssecretaris van OK en W J.M.L.Th. Cals wordt niet uitgekeerd,
vanwege het vermeend pornografische karakter van de Engelstalige
novelle Melancholia. Tussen 1952 en 1957 verblijft Reve geregeld
in Londen, waar hij werkt in een neurologisch ziekenhuis en
een toneelcursus volgt.
1956 Reves Engelstalige The Acrobat and other
stories verschijnt. Reve en Michaelis gaan uit elkaar en Reve
begint een verhouding met Wim Schuhmacher (`Wimie').
1959 Het overlijden van moeder Reve op 11 september
1959. Reve en Michaelis scheiden officieel. Reve wordt redacteur
van het tijdschrift Tirade.
1960 Reve schrijft het aan zijn Engelse vriend
Angus Wilson opgedragen A Prison Song in Prose, in eigen beheer
uitgegeven in 7 exemplaren en acht jaar later verschenen in
een handelseditie. Kort daarna besluit hij weer in het Nederlands
te publiceren. Reve ontvangt de mr. H.G. van der Vies-prijs
voor het nooit opgevoerde toneelstuk Moorlandshuis.
1962 Reves toneelstuk Commissaris Fennedy (1962)
wordt opgevoerd door het Rotterdams Toneel. In deze periode
schrijft Reve toneel en toneelkritieken, en vertaalt toneelstukken
van Pinter en Albee. Op een schrijversconferentie in Edinburgh
openbaart hij publiekelijk zijn homoseksualiteit.
1963 Hanny Michaelis heeft The Acrobat and other
stories vertaald, de bundel die in iets gewijzigde vorm als
Vier wintervertellingen in 1963 in het Nederlands verschijnt.
Reve ontvangt de prozaprijs van de Gemeente Amsterdam voor
Tien vrolijke verhalen (1961). Met het verschijnen van zijn
reisbrieven in Tirade blijkt Reve een nieuwe vorm te hebben
gevonden. Ze worden gebundeld onder de titel Op weg naar het
einde. Reve woont nu samen met Wimie in Amsterdam. Hij zoekt
aansluiting bij de katholieke kerk, wat hem de hoon oplevert
van een deel van het literaire establishment. Reve reist op
de bromfiets naar Spanje, Marokko en Portugal, deels gefinancierd
door de bevriende havenbaron Ludo Pieters en de vader van
de dichter Hans Lodeizen.
1964-65 Reve voert satirische sketches op in
het VARA-tv-programma Zo is het toevallig ook nog `s een keer.
In 1964, op 16-jarige leeftijd, ontmoette loverboy Schafthuizen
Grerard Reve voor het eerst.
1965 Vader Reve hertrouwd op 23 september 1965
met Johanna de Jong. Dit huwelijk bleef kinderloos.
1966 Reve treedt officieel toe tot de rooms-katholieke
kerk. Voor Op weg naar het einde ontvangt hij de romanprijs
van de gemeente Amsterdam. Op de legendarische manifestatie
Poëzie in Carré draagt hij, gehuld in een hooggesloten
wit kostuum, zeven `geestelijke liederen' voor, zoals hij
zijn gedichten noemt. Nader tot U verschijnt in een bundel
die verrijkt is met Reves eerste geestelijke liederen. Een
in Nader tot U verwoorde fantasie, waarin de schrijver met
een als ezel geïncarneerde God de geslachtsdaad bedrijft,
leidt tot commotie in christelijke kring. De ARP-senator H.
Algra beschuldigt Reve van blasfemie, reden voor Reve om zijn
huis in het Friese Greonterp `Huize Algra' te noemen. SGP-Kamerlid
Van Dis verzoekt de ministers van Justitie en CRM om stappen
wegens het `godslasterlijke' proza. Van de Amsterdamse rechtbank
belandt de zaak via het Amsterdamse Gerechtshof bij de Hoge
Raad. Reve voert zijn eigen verdediging met succes; in 1968
wordt hij van alle aanklachten vrijgesproken. Zijn pleitredes
zullen later verschijnen onder de titel Vier Pleidooien (1971).
1967 Veertien Etsen van Frans Lodewijk Pannekoek
voor Arbeiders Verklaard komt uit, waarin de schrijver het
werk van zijn drinkvriend toelicht. De kunstenaar Pannekoek
woont in de buurt van Greonterp, waar Reve zijn huis inmiddels
heeft omgedoopt tot `Huize Het Gras'. Een dichtersmanifestatie
voor Friese studenten te Leeuwarden ontaardt in een handgemeen
tussen Reve en Simon Vinkenoog, omdat de laatste een ironische
opmerking over Reves katholicisme maakt.
1969 Reve ontvangt de P.C. Hooftprijs voor zijn
oeuvre op het Muiderslot. Bij het in ontvangst nemen kust
de schrijver minister M. Klompé van CRM. Twee maanden
later verzorgt de VPRO, in samenwerking met de Maatschappij
der Nederlandse Letterkunde, ter viering van de prijs, een
feestelijke uitzending vanuit de Allerheiligste Hartkerk te
Amsterdam. Het programma, door Reve zelf samengesteld, voorziet
in optredens van variété-artiesten en de Zangeres
Zonder Naam. Vanuit katholieke kring ontstaat opwinding over
het `misbruik' van de kerk, wegens de uitspraken van Reve
in een vraaggesprek op die dag met Hans Keller (,,De katholieke
kerk is een poppenkast en in een poppenkast hoort een Jan
Klaassen'') en de ceremoniële wijze waarop hij met zijn
vriend Willem Bruno van Albada (`Tijger' of `Teigetje') voor
het altaar verschijnt.
1970 Verschijning van de Franse vertaling van
De avonden en de Duitse vertaling van Nader tot U.
1970-1973 Reve woont met Van Albada enige tijd
bij de moeder van hun vriend Hendrik Lambertus van Manen (`Woelrat').
1972-1976 In Weert vindt Reve enkele jaren gedurende
lange periodes onderdak bij vriend en bewonderaar Guus van
Bladel. In deze periode verschijnen de `Liefdesboeken' De
Taal der Liefde (1972) met brieven aan Simon Carmiggelt, Lieve
Jongens (1973) onder de nieuwe nom-de-plume Gerard
Reve Het Lieve Leven (1974), Ik Had Hem Lief (1975)
en Een circusjongen (1975). Ook legt Reve voor het eerst zijn
`revistische' liefdesopvatting uit: een mystiek spel van onderwerping,
tuchtiging en begunstiging, waarbij de `meedogenloze jongen'
een slaafje krijgt. De boeken worden weliswaar niet allemaal
even geestdriftig ontvangen, maar Gerard Reve wordt inmiddels
wel, met Mulisch en Hermans, gerekend tot de `Grote drie'
in de Nederlandse literatuur.
1973 Reves Mariaverering en fantasieën
over `revistische' erotiek worden in zijn boeken afgewisseld
met monarchistische en vermeend-racistische teksten, wat hem
een reprimande van collega-schrijver Harry Mulisch oplevert:
in hoeverre kan de zelfbenoemde `volksschrijver' zich met
zijn `ironische' uitspraken nog achter het masker van de ironie
verschuilen?
1974 Reve koopt een huis in het Zuid-Franse
Le Poët-Laval, vlakbij het `Geheim Landgoed' bij Vesc
dat hij in 1969 aankocht. Reve wordt benoemd tot Ridder in
de Orde van Oranje Nassau.
1975 Op 18 februari 1975 sterft vader Reve.
De Schiedamse kunstenaar, `Matroos Vosch' ofwel Joop Schafthuizen
is na zijn tweede bezoek op 7 augustus 1975, niet meer weggegaan
bij Reve. Hij wordt niet alleen Reves nieuwe `Liefdesslaaf'
maar werpt zich ook op als diens belangenbehartiger. Uit Vriendschap,
niet uit Liefde, meent Matroos Vos. De seks kwam neer op `heren
enkelspel', waarbij Reve fantaseert over de Meedogenloze Jongen
en Schafthuizen over de oorsprong van zijn pedofilie: de intimiteit
die hij als jongetje had met zijn tweelingbroer.
1976 Reve verhuist definitief naar Frankrijk.
1978 Reve legt verantwoording af van zijn jeugd
in Oud en Eenzaam.
1980 Onder de titel Moeder en Zoon verschijnt
een verslag van zijn toetreding tot de katholieke kerk in
1980. Aanvankelijk zou dit Het Boek Van Het Violet En De Dood
gaan heten.
1980-82 In de jaren tachtig blijkt hoe consciëntieus
Reve het schrijven van brieven gedurende zijn leven heeft
volgehouden.
Inzicht in zijn leven met Wim Schuhmacher verschaft Brieven
aan Wimie 19591963 (1980); het brievenboek Brieven aan Bernard
S. 1965-1975 (1981) doet dat in zijn vriendschap met Bernard
J. Sijtsma (1938-1991). Dan volgen twee brievenboeken die
een duidelijker licht werpen op zijn religieuze en literaire
opvattingen: Brieven aan Josine M. 1959-1975 (1981), gericht
aan zijn astrologische raadsvrouwe Josine (`Jobs') W.L. Meyer
(1896-1991), en Brieven aan Simon C. 1971-1975 (1982), aan
`kunstbroeder' Simon Carmiggelt (1913-1987). Verder verschijnen
Brieven aan Frans P. 1969-1969 (1984), Brieven aan Geschoolde
Arbeiders (1985), Brieven aan Ludo P. 1962-1989 (1986) en
Klein gebrek Geen bezwaar (1986).
1980-1989 Reves werk wordt verfilmd: na de verfilming
van korte verhalen (`Crolus' en `Gossamer') volgen Lieve Jongens
(1980, Paul de Lussanet), De Vierde Man (1983, Paul Verhoeven)
en De avonden (1989, Rudolf van den Berg). Joop Schafthuizen
bewaakt met verve en financieel inzicht en de publiciteit.
1981 De Vierde Man, dat eerder door de CPNB
als boekenweekgeschenk was geweigerd, verschijnt.
1983 De romans Wolf en De stille vriend verschijnen.
1984 In de Haagse Post doet Joop Schafthuizen
zijn `coming out' voor de `Kabouterliefde': "Zeg maar
gerust dat ik heel erg pedofiel ben. Ik hou van jongetjes
tussen de tien en de vijftien. Van die eendagsbloemen; jongens
die maar een weekend, of zelfs maar een dag op hun mooist
zijn." Antiquaar Henk Kraayenbrink herinnert zich hoe
hij in Schiedam bij ,,Antiquariaat en Kunstzaal Schafthuizen''
aan de deur is geweest. Er hing een "nare sfeer"
met een ,,halfdronken'' Schafthuizen in gezelschap van "een
stel Marokkaanse jongetjes".
1985 In het NRC Handelsblad doet Reve verslag
van het bezoek van de Paus aan Nederland, gebundeld in Roomse
Heisa (1985).
1986 In Zelf Schrijver Worden (1986) bundelt
Reve de Albert Verwey-lezingen die hij te Leiden gaf over
zijn literaire principes.
1987 Verschijning van Verzamelde gedichten.
1988 De roman Bezorgde Ouders verschijnt.
1991 Brieven aan mijn Lijfarts 1963-1980 verschijnt,
gericht aan zijn voormalige huisarts Jan Groothuyse.
1993 Reve en Schafthuizen vestigen zich in een
voormalige dokterswoning in het Belgische Machelen. Reve verbleef
daarvoor al steeds frequenter in Nederland, waar hij met Schafthuizen
een huis had te Schiedam. Bij zijn zeventigste verjaardag
wordt Reve bevorderd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.
Brieven van een aardappeleter verschijnt.
1996 Reve publiceert het lang aangekondigde
boek onder de titel Het Boek Van Violet En Dood.
1997 Brieven aan Matroos Vosch 1975-1992 verschijnt.
Dat jaar had Reve's levensgezel een inzinking. "Ik verwaarloosde
mezelf, at slecht en had complete straatvrees, mensenvrees,
pijn." zei Schafthuizen in het NRC Handelsblad. "Ik
zag mezelf als compleet overbodig. Dronk heel veel alcohol,
om in een bijna-bewusteloosheid te verkeren."
Schafthuizen wordt in België verdacht van
,,de eenmalige aanranding der eerbaarheid van een minderjarig
jongetje en het bezit van kinderporno''.
1998 Reves laatste roman, Het Hijgend Hert,
verschijnt. Bij zijn 75ste verjaardag wordt Reve benoemd tot
Commandeur in de Orde van Oranje Nassau.
2001 Gerard Reve wordt de driejaarlijkse Prijs
der Nederlandse Letteren toegekend voor zijn `even omvangrijk
als schitterend werk'. Waarom blijven jullie eigenlijk bij
elkaar, vroeg Hanneke Groenteman dat voorjaar in Machelen
aan het paar. Joop Schafthuizen: "Uit economisch belang."
Gerard Reve: "Ik kan niks anders krijgen."
Met dank aan
- De Stichting Salto
Omroep Amsterdam
- Archief voormalig Edison Theater Elandsgracht
Steun MokumTV
Natuurlijk hopen we van harte dat U het
ongesubsidieerde MokumTV zult steunen
|